Wat verdient een leraar? Salaris in het po, vo, mbo en hbo vergeleken
Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 1 augustus 2026
Gebaseerd op: CAO PO 2025-2027, CAO VO 2025/2027, CAO MBO 2025-2026 en CAO HBO 2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.
Inhoudsopgave
- Hoe je salaris in het onderwijs is opgebouwd
- De salaristabellen per sector
- Welke sector betaalt het best?
- Wat er bovenop je maandsalaris komt
- Hoe je een trede omhoog gaat
- Uitlooptoeslag en bindingstoelage: bevroren overgangsrecht
- Wie bepaalt in welke schaal je zit?
- Hoe kom je in een hogere salarisschaal?
- Zes vragen die leraren het vaakst stellen
- Samenvatting
Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Een plek voor leraren, andere onderwijsprofessionals en iedereen die geïnteresseerd is in de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs. Vanuit mijn achtergrond als biologieleraar, onderwijskundige en lerarenopleider schrijf ik artikelen en maak ik video’s om fundamentele kennis over onderwijs, leren en lesgeven begrijpelijk aan te bieden. Op de community voor leraren vind je een overzicht van alle uitgewerkte onderwerpen geordend per thema en een groep onderwijsprofessionals waar je je vragen aan kunt stellen.
Over lerarensalarissen wordt veel gezegd en weinig nagerekend. Er staan tabellen op internet zonder uitleg, en er staat uitleg op internet zonder bedragen. Dit artikel doet allebei, voor alle vier de onderwijssectoren tegelijk. Elk bedrag komt rechtstreeks uit de bijlagen van de vier cao’s, met het artikelnummer erbij, zodat je het zelf kunt opzoeken.
Na het lezen van dit artikel weet je wat je in elke sector verdient, wat er bovenop je maandsalaris komt, wanneer je een trede omhooggaat en wie er eigenlijk bepaalt in welke schaal je zit.

Let op: hulpmiddel, geen juridisch advies. Aan dit artikel kun je geen rechten ontlenen. Cao-teksten worden regelmatig gewijzigd en de uitleg van een bepaling kan per situatie verschillen. Voor jouw situatie is de actuele cao-tekst leidend. Twijfel je, of gaat het ergens over? Leg het dan voor aan je werkgever, je P(G)MR of je vakbond.
Let op bij de mbo-bedragen in dit artikel: de cao mbo 2025-2026 liep tot 1 maart 2026 en is nog niet vervangen. De onderhandelingen lopen. De genoemde bedragen gelden door tot er een nieuwe cao is, maar kunnen daarna met terugwerkende kracht worden aangepast. Meer daarover in het artikel over de cao mbo.
1. Hoe je salaris in het onderwijs is opgebouwd
Je maandsalaris in het onderwijs is bijna nooit een onderhandeld bedrag. Het is een vakje in een tabel, en dat vakje wordt bepaald door twee dingen: je schaal en je trede.
De schaal hoort bij je functie. Die wordt niet door jou of je leidinggevende bedacht, maar vastgesteld met een functiewaarderingssysteem: FUWA-VO in het vo, FUWA PO in het po, FUWA-MBO in het mbo en een functiematrix in het hbo. De trede is je plek binnen die schaal, en die schuift op naarmate je langer in dienst bent.
In het po, vo en mbo heten de lerarenschalen LB, LC, LD en LE. Het hbo gebruikt genummerde schalen van 1 tot en met 18. Alle bedragen in dit artikel zijn bruto per maand bij een volledige betrekking. Werk je in deeltijd, dan geldt alles naar rato van je werktijdfactor, op een paar uitzonderingen na die ik verderop noem.
Werk je in deeltijd? Let op deze uitzonderingen
De hoofdregel is simpel: alles geldt naar rato van je werktijdfactor (fte). Werk je 0,6 fte, dan krijg je 0,6 keer het bedrag uit de tabel. Maar er zijn uitzonderingen, en die vallen bijna allemaal in jouw voordeel uit.
- Het scholingsbedrag in het mbo gaat niet naar rato. Artikel 1.4 zondert het bedrag van € 500 uit artikel 4.1 lid 4 uitdrukkelijk uit. Werk je 0,4 fte, dan heb je geen € 200 maar gewoon € 500. De 59 scholingsuren gaan wél naar rato.
- Kortdurend verlof in het vo gaat niet naar rato. Bij een sterfgeval krijg je vier dagen, ook als je twee dagen per week werkt. De enige uitzondering is het geboorteverlof, dat wel naar rato gaat (artikel 15.1 lid 3).
- Het minimumbedrag van de vakantie-uitkering gaat wél naar rato. Dat geldt in alle vier de sectoren.
- In het hbo verandert je maandsalaris niet met je werkweek. De salaristabel is gebaseerd op 36 uur (artikel H-1 lid 6). Kies je voor een werkweek van 38 of 40 uur, dan krijg je daar geen hoger maandsalaris voor, maar meer vakantie-uren: 323 respectievelijk 428 uur in plaats van 219 (artikel J-4).
Dat laatste punt wordt in het hbo vaak verkeerd begrepen. Je werkt meer uren per week voor hetzelfde maandbedrag, en je krijgt die uren terug als vakantie. Of dat gunstig is, hangt af van of je die vakantie ook daadwerkelijk opneemt.
2. De salaristabellen per sector
Kort antwoord: een leraar in het po of vo verdient tussen € 3.622 en € 8.065 bruto per maand, in het mbo tussen € 3.713 en € 7.600, en in het hbo tussen € 4.632 en € 8.688. Hieronder staan de tabellen per sector, met de peildatum erbij.
Primair en voortgezet onderwijs
Sinds de harmonisatie van de lerarensalarissen zijn de bedragen in het po en het vo identiek. Een leraar met een LB-functie op een basisschool en een leraar met een LB-functie op een middelbare school verdienen exact hetzelfde. Dit is de tabel per 1 november 2025 (cao vo bijlage 9 onderdeel A, cao po bijlage A2).
| Trede | LB | LC | LD | LE |
|---|---|---|---|---|
| 1 | € 3.622 | € 3.644 | € 3.659 | € 4.695 |
| 2 | € 3.710 | € 3.817 | € 3.874 | € 4.870 |
| 3 | € 3.821 | € 4.015 | € 4.125 | € 5.025 |
| 4 | € 3.933 | € 4.213 | € 4.376 | € 5.341 |
| 5 | € 4.046 | € 4.409 | € 4.627 | € 5.691 |
| 6 | € 4.185 | € 4.629 | € 4.910 | € 6.011 |
| 7 | € 4.348 | € 4.873 | € 5.225 | € 6.329 |
| 8 | € 4.533 | € 5.138 | € 5.577 | € 6.649 |
| 9 | € 4.742 | € 5.427 | € 5.960 | € 6.969 |
| 10 | € 4.975 | € 5.740 | € 6.378 | € 7.287 |
| 11 | € 5.234 | € 6.074 | € 6.828 | € 7.605 |
| 12 | € 5.520 | € 6.432 | € 7.313 | € 8.065 |
Elke schaal telt twaalf treden. Per 1 november 2026 komt daar 1,2 procent bij. Dit is dezelfde tabel per die datum.
| Trede | LB | LC | LD | LE |
|---|---|---|---|---|
| 1 | € 3.665 | € 3.688 | € 3.703 | € 4.752 |
| 2 | € 3.754 | € 3.863 | € 3.921 | € 4.928 |
| 3 | € 3.867 | € 4.063 | € 4.174 | € 5.086 |
| 4 | € 3.980 | € 4.264 | € 4.428 | € 5.405 |
| 5 | € 4.094 | € 4.462 | € 4.682 | € 5.760 |
| 6 | € 4.235 | € 4.685 | € 4.968 | € 6.083 |
| 7 | € 4.400 | € 4.931 | € 5.288 | € 6.405 |
| 8 | € 4.587 | € 5.200 | € 5.644 | € 6.729 |
| 9 | € 4.799 | € 5.492 | € 6.031 | € 7.052 |
| 10 | € 5.035 | € 5.809 | € 6.454 | € 7.374 |
| 11 | € 5.296 | € 6.147 | € 6.910 | € 7.696 |
| 12 | € 5.586 | € 6.509 | € 7.401 | € 8.162 |
Twee dingen die vaak verwarring geven. Ten eerste: de aanduidingen LA, L10, L11 en L12 bestaan niet meer. Kom je die nog tegen in een schoolsysteem of op een oude salarisstrook, dan gaat het om een verouderde naam. Ten tweede: een leraar in opleiding met een arbeidsovereenkomst verdient in het vo € 1.829, oftewel de helft van de eerste trede van LD, een schaal die hier alleen als rekenmaat dient (cao vo artikel 3.4).
Onderwijsondersteunend personeel valt in beide sectoren in de schalen 1 tot en met 17, met identieke bedragen: van € 2.416 tot € 2.743 in schaal 1 tot € 8.036 tot € 11.537 in schaal 17. In het po gelden voor schoolleiders aparte reeksen: adjunct-directeuren in A11, A12 of A13 en directeuren in D12 tot en met D15, oplopend tot € 9.562.
Let in het po nog op twee bedragen die geen schaal zijn maar wel je salaris raken: het sectorale minimumsalaris van € 2.505,60 per maand vanaf 1 juli 2025 en € 2.559,54 vanaf 1 januari 2026, en de wijziging per 1 juli 2026 waarbij schaal OOP10 wordt gelijkgetrokken met LB (cao po artikel 6.1b).
Middelbaar beroepsonderwijs
Het mbo gebruikt dezelfde schaalnamen, maar andere bedragen. Een schaal heet daar officieel een carrièrepatroon. Dit is de tabel uit bijlage A2 van de cao mbo, inclusief de verhoging van 5,1 procent die met terugwerkende kracht per 1 januari 2025 is doorgevoerd (artikel 5.8).
| Trede | LB | LC | LD | LE |
|---|---|---|---|---|
| 1 | € 3.713 | € 4.226 | € 4.817 | € 5.492 |
| 2 | € 3.873 | € 4.407 | € 5.017 | € 5.667 |
| 3 | € 4.036 | € 4.587 | € 5.217 | € 5.844 |
| 4 | € 4.198 | € 4.768 | € 5.418 | € 6.019 |
| 5 | € 4.360 | € 4.947 | € 5.618 | € 6.194 |
| 6 | € 4.523 | € 5.128 | € 5.818 | € 6.371 |
| 7 | € 4.685 | € 5.309 | € 6.019 | € 6.546 |
| 8 | € 4.846 | € 5.488 | € 6.218 | € 6.721 |
| 9 | € 5.008 | € 5.669 | € 6.419 | € 6.897 |
| 10 | € 5.170 | € 5.848 | € 6.620 | € 7.073 |
| 11 | € 5.333 | € 6.029 | € 6.819 | € 7.249 |
| 12 | € 5.495 | € 6.210 | € 7.020 | € 7.424 |
| 13 | € 7.600 |
Ondersteunend personeel valt in genummerde patronen 1 tot en met 18, van € 2.466 tot € 2.654 in patroon 1 tot € 8.336 tot € 12.081 in patroon 18. De patronen 10 tot en met 13 zijn qua bedragen identiek aan LB tot en met LE. Een leraar in opleiding verdient € 1.857 (bijlage A5).
Hoger beroepsonderwijs
Het hbo werkt niet met L-schalen maar met achttien genummerde functieschalen. Deze tabel geldt per 1 januari 2026, na de verhoging van 5 procent uit artikel H-1 lid 1, en is gebaseerd op een werkweek van 36 uur (artikel H-1 lid 6). Kies je voor 38 of 40 uur, dan verandert je maandsalaris niet; je vakantie-urensaldo wel.
| Schaal | Beginsalaris (trede 0) | Eindsalaris | Normpercentage |
|---|---|---|---|
| 6 | € 2.770,87 | € 3.793,29 | 2,99% |
| 7 | € 3.064,08 | € 4.084,93 | 2,78% |
| 8 | € 3.477,51 | € 4.595,29 | 2,70% |
| 9 | € 3.667,97 | € 5.154,67 | 3,20% |
| 10 | € 3.826,54 | € 5.699,76 | 3,29% |
| 11 | € 4.632,17 | € 6.677,44 | 3,06% |
| 12 | € 5.761,13 | € 7.534,61 | 2,35% |
| 13 | € 6.461,91 | € 8.020,60 | 1,94% |
| 14 | € 6.783,11 | € 8.687,82 | 2,19% |
| 15 | € 7.357,11 | € 9.544,16 | 2,29% |
| 16 | € 7.975,66 | € 10.438,62 | 2,36% |
Het hbo is de enige sector die functies expliciet aan schalen koppelt. Docentfuncties waarvoor een volledige basiskwalificatie didactische bekwaamheid nodig is, moeten minimaal op schaal 11 worden gewaardeerd (artikel F-2 lid 4). De functiematrix in bijlage IX geeft de maximumschalen: docent 11 tot en met 14, lector kenniskring 15 of 16, instructeur 8 tot en met 10, onderwijsassistent 6 of 7. De volledige tabel loopt van € 2.558,32 in schaal 1 tot € 12.605,84 in schaal 18.
Die laatste kolom, het normpercentage, komt verderop terug. Daar zit namelijk het grootste verschil tussen het hbo en de andere drie sectoren.
Wil je de tussenliggende treden zien, dan is er een kanttekening die je moet kennen. Bijlage III bevat twee tabellen. De tabel hierboven, met minimum, maximum en normpercentage, geldt per 1 januari 2026. De volledige tredetabel geldt volgens de cao vanaf 1 juli 2026 voor nieuw in dienst tredende werknemers. Voor zittende werknemers legt de cao alleen het minimum en maximum vast plus het normpercentage waarmee je salaris binnen die bandbreedte doorgroeit. Rekenkundig komen de treden hieronder wel exact overeen met minimum plus een aantal normstappen, dus als tussenstand kloppen ze.
De docentschalen 10 tot en met 14, per trede:
| Trede | Schaal 10 | Schaal 11 | Schaal 12 | Schaal 13 | Schaal 14 |
|---|---|---|---|---|---|
| Aanlooptrede | € 3.639,22 | € 4.427,64 | € 5.583,78 | € 6.306,04 | € 6.592,64 |
| 0 | € 3.826,54 | € 4.632,17 | € 5.761,13 | € 6.461,91 | € 6.783,11 |
| 1 | € 4.013,86 | € 4.836,70 | € 5.938,47 | € 6.617,78 | € 6.973,59 |
| 2 | € 4.201,19 | € 5.041,23 | € 6.115,82 | € 6.773,65 | € 7.164,06 |
| 3 | € 4.388,51 | € 5.245,75 | € 6.293,17 | € 6.929,52 | € 7.354,53 |
| 4 | € 4.575,83 | € 5.450,28 | € 6.470,52 | € 7.085,39 | € 7.545,00 |
| 5 | € 4.763,15 | € 5.654,81 | € 6.647,87 | € 7.241,26 | € 7.735,47 |
| 6 | € 4.950,47 | € 5.859,33 | € 6.825,22 | € 7.397,13 | € 7.925,94 |
| 7 | € 5.137,80 | € 6.063,86 | € 7.002,56 | € 7.553,00 | € 8.116,41 |
| 8 | € 5.325,12 | € 6.268,39 | € 7.179,91 | € 7.708,86 | € 8.306,88 |
| 9 | € 5.512,44 | € 6.472,91 | € 7.357,26 | € 7.864,73 | € 8.497,35 |
| 10 | € 5.699,76 | € 6.677,44 | € 7.534,61 | € 8.020,60 | € 8.687,82 |
De ondersteunende schalen 6 tot en met 9, per trede:
| Trede | Schaal 6 | Schaal 7 | Schaal 8 | Schaal 9 |
|---|---|---|---|---|
| Aanlooptrede | € 2.657,27 | € 2.950,65 | € 3.353,32 | € 3.502,78 |
| 0 | € 2.770,87 | € 3.064,08 | € 3.477,51 | € 3.667,97 |
| 1 | € 2.884,47 | € 3.177,50 | € 3.601,71 | € 3.833,16 |
| 2 | € 2.998,07 | € 3.290,93 | € 3.725,91 | € 3.998,35 |
| 3 | € 3.111,67 | € 3.404,36 | € 3.850,10 | € 4.163,54 |
| 4 | € 3.225,28 | € 3.517,79 | € 3.974,30 | € 4.328,73 |
| 5 | € 3.338,88 | € 3.631,22 | € 4.098,50 | € 4.493,92 |
| 6 | € 3.452,48 | € 3.744,65 | € 4.222,69 | € 4.659,11 |
| 7 | € 3.566,08 | € 3.858,08 | € 4.346,89 | € 4.824,30 |
| 8 | € 3.679,68 | € 3.971,50 | € 4.471,09 | € 4.989,48 |
| 9 | € 3.793,29 | € 4.084,93 | € 4.595,29 | € 5.154,67 |
De aanlooptrede is geen trede binnen de schaal: die ligt er nog onder. Voor de schalen 1 tot en met 5 bestaat er geen aanloopjaar, voor de schalen 6 tot en met 18 geldt maximaal één aanloopjaar (artikel H-3 lid 5). Heb je de hoogste trede bereikt, dan stopt de jaarlijkse verhoging: het hbo kent geen uitloopschalen. Wat er dan nog is, is de buitengewone toelage van ten hoogste 15 procent uit artikel H-4, en dat is een kan-bepaling.
3. Welke sector betaalt het best?
Kort antwoord: het hbo betaalt het hoogst, het mbo betaalt het beste startsalaris van de drie L-sectoren, en po en vo zijn gelijk. Maar het antwoord verandert afhankelijk van waar je in je loopbaan staat.
| Schaal | Po en vo | Mbo | Verschil bij de start |
|---|---|---|---|
| LB | € 3.622 tot € 5.520 | € 3.713 tot € 5.495 | mbo € 91 hoger |
| LC | € 3.644 tot € 6.432 | € 4.226 tot € 6.210 | mbo € 582 hoger |
| LD | € 3.659 tot € 7.313 | € 4.817 tot € 7.020 | mbo € 1.158 hoger |
| LE | € 4.695 tot € 8.065 | € 5.492 tot € 7.600 | mbo € 797 hoger |
Daar zit een patroon in dat de moeite waard is om te zien: in het mbo begin je hoger en loop je korter door. Een LD-docent in het mbo start € 1.158 boven een LD-leraar in het vo, maar eindigt bijna € 300 lager. Het omslagpunt ligt ergens halverwege de schaal. Overweeg je een overstap, dan is de vraag dus niet welke sector meer betaalt, maar hoeveel treden je nog te gaan hebt.
Het hbo is lastiger te vergelijken, omdat de schalen anders lopen en het salaris op 36 uur is gebaseerd terwijl de andere drie 1659 uur per jaar rekenen. Ruw gezegd: schaal 11, de laagste docentschaal, begint op € 4.632,17. Dat is hoger dan het startsalaris van LD in het vo en vergelijkbaar met een gevorderde LC. Aan de bovenkant reikt het hbo verder: schaal 14 loopt tot € 8.687,82 en de lectorschalen tot boven de tien mille.
En dan de kanttekening die het beeld compleet maakt. Het hbo is de enige sector waar je periodiek niet automatisch is. In het po, vo en mbo ga je jaarlijks een trede omhoog tenzij er iets bijzonders aan de hand is. In het hbo hangt je verhoging af van je beoordeling. Daarover meer in hoofdstuk 5.
Er zit nog een addertje onder deze vergelijking, en het is een belangrijke. Een salaristabel zegt wat een schaal oplevert, niet hoe groot je kans is om er ooit in te komen. Dat laatste hangt af van de functiemix: het aandeel leraren dat op een school in LB, LC, LD of LE zit. Zijn er op jouw school nauwelijks LD-plekken, dan is de LD-kolom voor jou vooral theorie. In het vo zijn door de functiemix relatief veel LC- en LD-plaatsen ontstaan, in het po ligt het zwaartepunt veel meer op LB. Twee sectoren met dezelfde tabel kunnen dus heel verschillende doorgroeikansen geven.
Wil je dat voor je eigen school nakijken, dat kan: in de database functiemix staat per school en per bestuur hoeveel procent van de leraren in welke schaal zit. Vergelijk dat met scholen om je heen voordat je een overstap overweegt. Meer over hoe je die stap zet staat in het artikel over promotie van LB naar LC, LD en LE.
En dan het hbo. Dat is niet zomaar een kwestie van hogere bedragen. De hbo-salaristabel is opgesteld met een werkweek van 36 uur als referentie, terwijl het po met 40 uur rekent. Op jaarbasis maakt dat niets uit, want ook in het hbo is een volledige baan 1659 uur (artikel J-1): wie voor 38 of 40 uur per week kiest, krijgt dat verschil terug in vakantie-uren. Waar het wél uitmaakt is bij het uursalaris, want het po deelt door 173 1/3, het mbo door 160 en het hbo door 138. Vergelijk hbo-bedragen dus per jaar en niet per uur, anders lijkt het verschil groter dan het is.
4. Wat er bovenop je maandsalaris komt
Je jaarinkomen is fors hoger dan twaalf keer je maandsalaris. Alle vier de cao’s kennen een vakantie-uitkering en een eindejaarsuitkering, en het po en vo kennen daarnaast een oktobertoelage die veel mensen over het hoofd zien.
| Post | Po | Vo | Mbo | Hbo |
|---|---|---|---|---|
| Vakantie-uitkering | 8% in mei, minimaal € 200,45 (€ 204,76 vanaf 1-1-2026) | 8% in mei, minimaal € 137,61 | 8% in mei, minimaal € 206,57 | 8% in mei, minimaal € 221,67 |
| Eindejaarsuitkering | 8,33% in december | 8,33% in december | 8,33% in december | 8,3% in december |
| Oktobertoelage | € 1640 of € 302,50 | € 1640 of € 302,50 | bestaat niet | bestaat niet |
| Jubileum | 50% bij 25 jaar, 100% bij 40 en 50 jaar | 50% bij 25 jaar, 100% bij 40 jaar | 50% bij 25 jaar, 100% bij 40 jaar | 50% bij 25 jaar, 100% bij 40 en 50 jaar |
| Keuzebudget | geen | geen | IKB vanaf 2026, alleen maandelijkse uitbetaling | keuzemenu, maximaal 90 uur per jaar |
De oktobertoelage verdient een aparte toelichting, want het bedrag verschilt sterk. Je krijgt € 1640 per jaar als je in de hoogste trede van je schaal zit, als je onder de garantieregeling valt, of als je tot het onderwijsondersteunend personeel in de schalen 1 tot en met 8 behoort. Zit je daar niet in, dan is het € 302,50 (cao po artikel 6.9, cao vo artikel 3.7). Het verschil is dus ruim € 1.300 per jaar, alleen omdat je aan het eind van je schaal zit.
Het jubileum kent een detail dat geld waard is: de diensttijd telt over sectoren heen. In het vo geldt als diensttijd de tijd doorgebracht in het po, vo, mbo of hbo (artikel 12.8 lid 3). In het po telt daarnaast tijd bij de Nederlandse overheid, militaire dienst en levensloopverlof mee (bijlage VI). Een sectorwissel kost je je jubileum dus niet. Wel opvallend: het vo en het mbo kennen géén 50-jarig jubileum, het po en het hbo wel.
Twee sectorspecifieke posten tot slot. Het mbo kent sinds 1 januari 2026 een individueel keuzebudget, maar dat kan voorlopig alleen één ding: je vakantietoeslag en eindejaarsuitkering maandelijks in plaats van jaarlijks laten uitbetalen (artikel 6.2a). Het hbo kent een keuzemenu waarmee je tot 90 uur per jaar kunt omzetten in sabbatsverlof, studieverlof, extra verlofuren of geld, waarbij een uur 1/138e deel van je maandsalaris waard is, oftewel 0,725 procent.
Toelagen voor onregelmatig werk en krappe arbeidsmarkt
Naast de vaste posten kennen de cao’s toelagen die alleen gelden als er iets bijzonders aan de hand is met je werk of je vestiging.
- Onregelmatige dienst in het mbo. Werk je buiten de gewone tijden, dan gelden vaste percentages van je uursalaris: 45 procent op zaterdag, 70 procent op zondag en 100 procent op een feestdag. Voor ondersteunend personeel komen daar de doordeweekse randuren bij: 20 procent tussen 6.00 en 8.00 uur en tussen 18.00 en 22.00 uur, en 40 procent tussen 22.00 en 6.00 uur (artikel 6.4 en 6.6). Het uursalaris wordt daarbij gemaximeerd op carrièrepatroon 7.10.
- Verschuiving van je werk. In het mbo krijgt ondersteunend personeel tot en met carrièrepatroon 10.12 een verschuivingstoeslag als de opdracht minder dan 96 uur van tevoren komt (artikel 6.8). In het vo geldt een vergelijkbare compensatieregeling, maar uitdrukkelijk alleen voor de schalen 1 tot en met 8, dus in de praktijk niet voor leraren (artikel 6.4).
- Arbeidsmarkttoelagen in het vo. Scholen met relatief veel kwetsbare leerlingen ontvangen extra bekostiging voor arbeidsmarkttoelagen. Hoe die op jouw vestiging wordt verdeeld, spreken het bevoegd gezag en de P(G)MR samen af (artikel 3.8). Vraag er dus naar bij je MR, niet bij je leidinggevende.
- Arbeidsmarkttoelage in het hbo. Artikel H-6 kent een vergelijkbare mogelijkheid voor moeilijk vervulbare functies.
- EHBO-toelage in het mbo. € 13,11 per maand per 1 januari 2025, jaarlijks geïndexeerd (artikel 6.9). Klein bedrag, maar veel mensen die de taak uitvoeren weten niet dat het bestaat.
Twee posten horen niet bij je salaris, maar bepalen wel wat je maandelijks overhoudt. Je reiskostenvergoeding verschilt sterk per sector, van 17 tot 19 cent per kilometer, met heel verschillende drempels en maxima. En over je salaris én over beide uitkeringen bouw je pensioen op bij het ABP: wat dat kost en oplevert staat in het artikel over je ABP-pensioen en eerder stoppen met werken.
5. Hoe je een trede omhoog gaat
Kort antwoord: in het po, vo en mbo ga je op 1 augustus automatisch een trede omhoog. In het hbo niet.
- Po: je salaris wordt op 1 augustus met één periodiek verhoogd, tenzij je werkgever met de P(G)MR eigen beloningsbeleid heeft afgesproken (artikel 6.1 lid 9 en 10).
- Vo: jaarlijks op 1 augustus met ten minste één periodiek. Je werkgever kan extra periodieken toekennen op grond van een beoordeling, en kan besluiten geen periodiek toe te kennen, maar niet vaker dan één keer per carrièrelijn en alleen na twee opeenvolgende negatieve beoordelingen (artikel 12.1 lid 3 tot en met 5).
- Mbo: jaarlijks op 1 augustus met één periodiek, tenzij een negatieve beoordeling dat in de weg staat (artikel 5.3 lid 7).
- Hbo: geen automatische periodiek. Je jaarlijkse verhoging hangt af van je beoordeling (artikel H-3).
Dat hbo-systeem werkt als volgt. Bij elke functieschaal hoort een normpercentage, berekend over het maximum van die schaal. Bij een goede beoordeling krijg je dat percentage éénmaal, bij een uitstekende beoordeling tweemaal, en bij een onvoldoende beoordeling krijg je niets (artikel H-3 lid 2 en 3). Die percentages verschillen flink: 3,29 procent in schaal 10, maar 1,94 procent in schaal 13. Je klimt in de ene schaal dus ruim anderhalf keer zo snel door je tabel als in de andere.
Nog een hbo-detail: voor de schalen 6 tot en met 18 geldt maximaal één aanloopjaar met een lager aanloopsalaris. Voor de schalen 1 tot en met 5 bestaat dat aanloopjaar niet (artikel H-3 lid 5 en bijlage III).
6. Uitlooptoeslag en bindingstoelage: bevroren overgangsrecht
Als je het woord uitlooptoeslag of bindingstoelage tegenkomt, is de kans groot dat je er geen recht op hebt. In alle drie de sectoren waar ze bestaan, gaat het om bevroren overgangsrecht voor een kleine en krimpende groep. Nieuwe instroom is niet mogelijk.
| Sector | Regeling | Wie | Bedrag per maand |
|---|---|---|---|
| Vo | Uitlooptoeslag OP (artikel 24.2) | Leraren die op 1 januari 2000 al op het schaalmaximum zaten | LB € 26,78, LC € 48,93, LD € 24,21 |
| Po | Uitlooptoeslag OP (artikel 6.7) | Wie op 1 augustus 2003 recht had en in dezelfde functie bleef | LB € 43,06, LC € 37,78, LD € 68,78, LE € 34,03 |
| Mbo | Uitlooptoeslag (artikel 15.2) | OP met een aanspraak van vóór 1 augustus 2014 | LB € 37,73, LC € 68,65, LD € 33,96 |
| Mbo | Bindingstoelage (artikel 15.4 en 15.5) | Vervallen per 1 augustus 2016 voor nieuwe instroom | LB € 1368 en LC € 1524 per jaar in augustus |
| Hbo | bestaat niet | wel een buitengewone toelage van maximaal 15% (artikel H-4) | geen vast bedrag |
De hbo-variant is interessant genoeg om apart te noemen: je werkgever kán je, als je het maximum van je functieschaal hebt bereikt, een blijvende toelage van ten hoogste 15 procent van je salaris toekennen op grond van buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver (artikel H-4). Dat is geen automatisme en er staat geen bedrag bij, maar het is wel de enige plek in de vier cao’s waar zoveel ruimte zit.
7. Wie bepaalt in welke schaal je zit?
Dit is de vraag waar de meeste mensen op vastlopen, en het antwoord verrast bijna iedereen: de cao zegt het niet. Er staat in het po, vo en mbo nergens dat een groepsleerkracht LB is, dat een intern begeleider LC is of dat een teamleider in schaal 12 hoort.
Wat de cao’s wél doen, is functiecategorieën onderscheiden en een methode voorschrijven. Het vo kent directie, leraar, onderwijsondersteunend personeel en leraar in opleiding (artikel 11.1 lid 3) en schrijft FUWA-VO voor (artikel 5.1). Het po kent directie, leraar en onderwijsondersteunend personeel en schrijft FUWA PO voor (artikel 5.1). Het mbo schrijft FUWA-MBO voor en legt de uitkomst vast in het functieboek van de instelling (artikel 5.1 lid 1).
Drie uitzonderingen zijn er wel, en die zijn het onthouden waard. In het vo worden functies waarvoor de wettelijke benoembaarheidseisen van leraren gelden minimaal op LB gewaardeerd (artikel 11.3 lid 3). In het mbo geldt hetzelfde voor functies met lesgevende taken waarvoor die eisen gelden (artikel 5.1 lid 2); instructeurs vallen daar niet onder, want die hebben eigen bekwaamheidseisen. En in het hbo moeten docentfuncties met een volledige basiskwalificatie didactische bekwaamheid minimaal op schaal 11 worden gewaardeerd (artikel F-2 lid 4). Alleen het po kent zo’n ondergrens niet.
De praktische consequentie: vind je je functie te laag gewaardeerd, dan is dat geen cao-discussie maar een functiewaarderingsdiscussie. Die loopt via je functiebeschrijving en, als je het er niet mee eens bent, via bezwaar tegen de waardering. In het vo speelt daarnaast de functiemix: die vormt samen met eventuele maatwerkafspraken het uitgangspunt voor het overleg met de P(G)MR over het meerjarenformatieplan (artikel 5.2 lid 1).
8. Hoe kom je in een hogere salarisschaal?
Dit is de meest gestelde vraag over lerarensalarissen. Het eerlijke antwoord bestaat uit twee delen. Hard werken en goed werk leveren worden op de meeste scholen wel degelijk gezien, en het is vaak de reden dat je gevraagd wordt voor de taken die je uiteindelijk een schaal hoger brengen. Maar hard werken is niet hetzelfde als promotie maken. Formeel gaat je salaris pas omhoog als je functie anders wordt beschreven en opnieuw gewaardeerd, of als je een andere functie krijgt.
Hieronder staan drie routes op een rij. Dat is geen indeling uit de cao: de cao regelt alleen de functiewaardering en de bezwaarprocedure. Het is de ordening van hoe het in de praktijk gaat, en ze sluiten elkaar niet uit. Een uitgebreidere behandeling per sector, inclusief de bezwaartermijnen, staat in het artikel over promotie van LB naar LC, LD en LE.
Route 1: een functie die hoger is gewaardeerd
Alle onderwijsfuncties worden beschreven en gewaardeerd met een functiewaarderingssysteem: FUWA PO in het primair onderwijs, FUWA-VO in het voortgezet onderwijs, FUWA-MBO in het mbo. Dat systeem geeft een functie een puntenscore, en die score bepaalt de schaal. Wil je een schaal hoger, dan moet je functie dus meer punten scoren, en daarvoor moet er iets aan je takenpakket veranderen.
Het goede nieuws is dat de voorbeeldfuncties openbaar zijn. Je kunt dus letterlijk nalezen wat het verschil is.
| Sector | Functie | FUWA-score | Wat het onderscheidt |
|---|---|---|---|
| Po | Leraar LB | 46 | Vakvolwassen leraar, eindverantwoordelijk groepsleerkracht, voert het werk volledig zelfstandig uit |
| Po | Leraar LC-A | 50 | Gezaghebbende leraar met voorbeeldfunctie, adviseert collega’s pedagogisch-didactisch, maar ontwikkelt geen beleid |
| Po | Leraar LC-B | 50 | Treedt op als trekker of projectleider bij onderwijsvernieuwing en ontwikkelt wél beleid |
| Po | Leraar LD | 52 | Werkt vaak als specialist op bovenschools niveau, ontwikkelt meerjarig en complex beleid, doet onderzoek dat doorwerkt in de langetermijnvisie |
| Vo | Docent LB | 46 | Onderwijs verzorgen, leerlingbegeleiding, onderwijsontwikkeling en beoordeling aan reguliere groepen |
| Vo | Docent LC | 49 of 50 | Structureel ingezet in heterogene of complexe groepen leerlingen én deskundige op pedagogisch, didactisch of vakinhoudelijk gebied |
| Vo | Docent LD | 52 | Geeft vorm aan de ontwikkeling en vernieuwing van het onderwijs, ontwikkelt methoden met school- of vakbrede toepasbaarheid, is mentor van collega-docenten |
Het scharnierpunt in het po zit tussen LC-A en LC-B, en het is glashelder: adviseren tegenover beleid ontwikkelen. Begeleid je collega’s en denk je mee, dan is dat LC-A. Trek je een vernieuwingstraject en schrijf je het beleid, dan is dat LC-B. In het vo ligt het scharnierpunt tussen LC en LD bij de reikwijdte: LC is deskundigheid inzetten in complexe situaties, LD is de ontwikkeling van het onderwijs zelf vormgeven, school- of vakbreed.
Die voorbeeldfuncties kun je zelf downloaden: de voorbeeldfunctiebeschrijvingen van de PO-Raad en de voorbeeldfuncties FUWA-VO via Voion. Leg je eigen functiebeschrijving daar naast; dat is de meest concrete voorbereiding die er is.
Eén misverstand hardnekkig genoeg om apart te noemen: in de meeste gevallen moet je solliciteren op een hoger gewaardeerde functie. Het is geen automatische doorstroom, en er worden ook mensen afgewezen. Dat maakt het een gesprek over geschiktheid, niet alleen over rechtvaardigheid.
Route 2: de functiemix en het formatieplan
De functiemix komt uit het Convenant LeerKracht van 2008 en had als doel meer leraren in hogere schalen te krijgen. Voor het vo golden streefpercentages die in 2014 gehaald moesten zijn: landelijk 33 procent LB, 38 procent LC en 29 procent LD, en in de Randstad zelfs 14,9 procent LB tegenover 55,6 procent LC.
Zo staat het er nu voor: in oktober 2025 zat 42,3 procent van de leraren in het vo in LB, 34,7 procent in LC en 22,1 procent in LD. Dat is verder van het doel af dan in 2014. De volledige analyse, inclusief de FUWA-criteria per schaal en de bezwaarprocedure, staat in het artikel over promotie van LB naar LC, LD en LE.
Wat betekent dat voor jou? Twee dingen, en het is eerlijker om ze te noemen dan te doen alsof de functiemix nog een recht is.
- In het po bestaan sinds de cao po 2018 geen landelijke streefpercentages meer. De functiemix is daar als landelijke norm afgeschaft.
- In het vo bestaat de afspraak op papier nog, maar de uitvoering ligt sinds 2018 en 2019 bij de scholen zelf. Sociale partners hebben vastgesteld dat het aan de scholen is om over de functiemixpercentages in overleg te blijven, samen met de P(G)MR en als onderdeel van het formatieplan. Ze monitoren nog wel op sectorniveau en maken bij een dalende landelijke trend passende afspraken (cao vo artikel 5.2 lid 2).
Praktisch betekent dat: je route loopt via het meerjarenformatieplan van je school en via je medezeggenschapsraad, niet via een landelijke afspraak waar je je op kunt beroepen. Wil je weten hoe jouw school ervoor staat, dan kun je dat opzoeken in de database functiemix, waarin de streefpercentages en de realisatie per school en bestuur staan. Dat is een uitstekend startpunt voor een gesprek in de MR: niet “ik wil LC” maar “ons bestuur zit onder het gemiddelde, wat is het plan?”.
Route 3: bezwaar tegen je functiewaardering
Ben je het niet eens met de waardering van je functie, dan is er een formele route, en die is bindend. Het bezwaar gaat naar de Landelijke Bezwarencommissie functiewaardering PO, VO en MBO, ondergebracht bij Onderwijsgeschillen.
- Termijn: zes weken na de dag waarop het besluit je is meegedeeld. Dat is kort, dus wacht niet af.
- Je hebt een schriftelijk besluit van je werkgever nodig. Dat is de formele voorwaarde om extern in bezwaar te kunnen. Vraag er dus expliciet om.
- In het vo is een interne bezwarencommissie verplicht, in het po optioneel. De interne commissie toetst vooral de procedure; de landelijke commissie doet een volledige heroverweging.
- De uitspraak is bindend voor werkgever en werknemer, en volgt binnen zes weken na de hoorzitting.
- Werk je in het bijzonder onderwijs bij een school die is aangesloten bij GCBO, dan loopt je bezwaar via de Landelijke Bezwarencommissie Functiewaardering Bijzonder Onderwijs. Dezelfde termijnen, andere commissie.
Onderwijsgeschillen heeft er een praktische handleiding bij gemaakt, inclusief een modelbezwaarschrift in Word. Die handleiding beschrijft de escalatie netjes: eerst het gesprek met je leidinggevende, dan HR of directie, dan een schriftelijk besluit vragen, dan de interne procedure en pas daarna de externe commissie.
Speciaal voor het po nog dit. In de cao po 2024-2025 is FUWA PO herzien en moesten alle functiebeschrijvingen vóór 1 juli 2025 geactualiseerd zijn. Kom je door die actualisatie in een hogere schaal, dan geldt dat salaris met terugwerkende kracht per 1 januari 2025. Is jouw beschrijving nooit herzien, dan is dat een concrete en controleerbare aanleiding om ernaar te vragen.
De harde grens: is er überhaupt ruimte op je school?
Dit is het stuk dat in de meeste uitleg ontbreekt, en het is vaak de werkelijke reden dat het niet lukt. Een hogere schaal bestaat pas als er een hoger gewaardeerde functie in het formatieplan van je school staat. Staat die er niet, of is hij bezet, dan kun je alles goed doen en toch nul op het rekest krijgen. Dat is geen oordeel over jou en ook geen onwil van je leidinggevende; er is simpelweg geen plek.
Vraag daarom vroeg in het gesprek hoeveel LC- of LD-plekken er in het formatieplan staan en hoeveel daarvan bezet zijn. Het formatieplan wordt met de P(G)MR besproken, dus die informatie bestaat. Kijk daarnaast in de database functiemix hoe jouw school zich verhoudt tot het landelijk beeld. Zit je school onder het gemiddelde in LD, dan heb je een argument. Zit hij erboven, dan weet je dat de ruimte er waarschijnlijk niet is, en dat is ook nuttig om te weten.
Dat verklaart meteen waarom solliciteren bij een andere school in de praktijk vaak de snelste weg is. Bij een vacature is de functie al gewaardeerd en het geld al begroot; bij herwaardering van je eigen functie moet dat allebei nog gebeuren. Veel leraren die van LB naar LC of LD gaan, doen dat door over te stappen. Dat is geen omweg maar de gewone route.
Overweeg je een overstap tussen sectoren, kijk dan naar hetzelfde. De salaristabellen van po en vo zijn identiek, dus van het po naar het vo gaan levert op zichzelf geen euro op. Wat wél verschilt is het aantal hoger gewaardeerde plekken: door de functiemix zijn die in het vo ruimer beschikbaar dan in het po. Je verdient er niet meer, maar je kans om ooit in LC of LD te komen is er groter.
Wat volgens onderzoek daadwerkelijk werkt
Voion onderzocht de carrièreperspectieven van leraren in het kader van de functiemix, en dat levert drie bruikbare bevindingen op.
- In het po hangt promotie vooral aan een diploma. In 62 procent van de gevallen is een onderwijsrelevant diploma op hbo-plusniveau de aanleiding. In het vo is dat een wo-master.
- In het vo hangt promotie vooral aan taken. In 67 procent van de gevallen is de promotie gekoppeld aan specifieke taken: coaching, leerlingbegeleiding of onderwijsvernieuwing.
- Anciënniteit telt nauwelijks nog. 79 procent van de schoolleiders zegt dat bij promotie kwaliteit voorop staat en dat het aantal dienstjaren geen wezenlijke rol meer speelt.
En wat er niet werkt is minstens zo belangrijk: extra taken op zich leveren geen hogere schaal op. Dat is de klassieke val. Je krijgt projectcoördinatie, intervisie en een vernieuwingstraject erbij, maar je functiebeschrijving wordt niet aangepast en dus je schaal ook niet. Neem je extra taken op je, zorg dan dat de herwaardering onderdeel is van de afspraak, niet iets waar je het volgend jaar nog eens over hebt.
Twee dingen die specifiek in het po veel verwarring geven. De schaalnamen zijn twee keer veranderd: eerst van LA, LB en LC naar L10, L11 en L12 in de cao po 2018, en vervolgens per 1 augustus 2022 naar LB, LC en LD, gelijk met het vo. Zoek je op de oude namen, dan vind je verouderde informatie. En taal-, reken- of gedragsspecialisme is in het po geen aparte schaal: het is een specialisatie binnen de functie leraar, en of het tot LC of LD leidt hangt weer af van dat ene onderscheid tussen adviseren en beleid ontwikkelen.
Tot slot een route die veel mensen vergeten: doorgroeien hoeft niet binnen de lerarenschalen. Schoolleiders zitten in het po in eigen reeksen, adjunct-directeuren in A11, A12 of A13 en directeuren in D12 tot en met D15, met eigen functiebeschrijvingen, eigen toelagen en een eigen professionaliseringsbudget. En overstappen tussen po en vo levert sinds de harmonisatie niets meer op: de bedragen zijn identiek. Naar het mbo overstappen levert bij de start wél meer op, maar je loopt daar korter door.
Zo bereid je het gesprek over je schaal voor
Het gesprek over een hogere schaal loopt bijna nooit stuk op de inhoud, maar op de vorm. Deze vijf dingen maken het verschil tussen een toezegging en een “we nemen het mee”.
- Pak je functiebeschrijving erbij en lees wat er staat, niet wat je doet. Het verschil tussen die twee is precies je ingang.
- Schrijf op wat je erbij hebt gekregen sinds die beschrijving is opgesteld: coördinatie, het ontwikkelen van een leerlijn, het begeleiden van collega’s of stagiairs. Dat zijn de dingen die in een waardering meetellen, en een volle agenda niet.
- Vraag expliciet naar de functiewaardering. Niet “kan ik een schaal hoger”, maar “ik denk dat mijn functie inmiddels op LC-niveau ligt, hoe wordt dat beoordeeld en door wie?” Daarmee verplaats je het gesprek van budget naar procedure, en dat is waar je iets aan hebt.
- Leg vast wat je afspreekt, samen met je leidinggevende. Een mail met wat er is besproken, wie wat uitzoekt en wanneer je iets hoort, is genoeg. Halve afspraken leiden tot uitstel en daarna tot afstel, en dat is waar de meeste van deze gesprekken op stranden.
- Vraag hoeveel hoger gewaardeerde plekken er in het formatieplan staan. Is er geen ruimte, dan weet je dat het niet aan jou ligt en kun je je energie ergens anders op richten.
Kom je er niet uit, dan zijn er twee wegen. Bezwaar maken tegen de functiewaardering bij een landelijke commissie, of solliciteren op een functie die elders al hoger gewaardeerd is. Dat tweede is in de praktijk vaak sneller. Meer daarover staat in het artikel over promotie van LB naar LC, LD en LE.
9. Zes vragen die leraren het vaakst stellen
Wat verdient een startende leraar?
In het po en vo begin je in LB op € 3.622 bruto per maand bij een volledige betrekking, in het mbo op € 3.713 en in het hbo op € 4.632,17 als docent in schaal 11. Daar komt in alle vier de sectoren 8 procent vakantie-uitkering en ruim 8 procent eindejaarsuitkering bovenop.
Wat is het verschil tussen LB, LC, LD en LE?
Het zijn vier verschillende functieschalen, geen niveaus die je automatisch doorloopt. Je zit in de schaal die bij jouw gewaardeerde functie hoort. Het verschil zit vooral aan de bovenkant: LB eindigt in het po en vo op € 5.520, LD op € 7.313. Aan de onderkant schelen LB, LC en LD maar enkele tientjes.
Hoe kom ik van LB naar LC?
Niet via een aanvraag om meer salaris, maar via een herwaardering van je functie. In het po is het scharnierpunt tussen LC-A en LC-B glashelder: adviseer je collega’s (LC-A) of ontwikkel je ook beleid (LC-B)? In het vo gaat het om de reikwijdte van je deskundigheid. De voorbeeldfuncties zijn openbaar, dus je kunt letterlijk nalezen wat het verschil is. Hoofdstuk 8 van dit artikel beschrijft de drie routes en de bezwaarprocedure.
Krijg ik automatisch elk jaar een periodiek?
In het po, vo en mbo wel, op 1 augustus. In het hbo niet: daar hangt je verhoging af van je beoordeling, waarbij uitstekend tweemaal het normpercentage oplevert, goed éénmaal en onvoldoende niets (artikel H-3).
Verdien ik meer als ik overstap van het vo naar het mbo?
Bij de start bijna zeker wel. Een LD-docent begint in het mbo € 1.158 hoger dan in het vo. Maar de mbo-schalen eindigen láger, dus hoe verder je in je schaal zit, hoe kleiner het voordeel wordt en op den duur draait het om. Reken het na met je eigen trede voordat je iets besluit.
Wat betekenen deze bedragen netto?
Dat kan ik je niet vertellen, en niemand die het je in één getal vertelt heeft gelijk. Je nettoloon hangt af van je heffingskortingen, je pensioenpremie, of je partner werkt, en van toeslagen. Gebruik de bruto-nettomodule van je eigen salarisadministratie of de rekentools van de Belastingdienst, en neem de bedragen hierboven als startpunt.
10. Samenvatting
- De lerarensalarissen in het po en vo zijn identiek: LB € 3.622 tot € 5.520 en LD € 3.659 tot € 7.313, per 1 november 2025. Per 1 november 2026 komt er 1,2 procent bij.
- In het mbo begin je hoger (LD start op € 4.817) maar eindig je lager (€ 7.020). Het omslagpunt ligt halverwege de schaal.
- Het hbo werkt met achttien genummerde schalen. Docenten zitten minimaal in schaal 11, die begint op € 4.632,17 en loopt tot € 6.677,44.
- Bovenop je maandsalaris staat in alle vier de sectoren 8 procent vakantie-uitkering en ruim 8 procent eindejaarsuitkering. Po en vo kennen daarnaast een oktobertoelage van € 1640 of € 302,50.
- Je periodiek is automatisch op 1 augustus in het po, vo en mbo. In het hbo hangt hij af van je beoordeling.
- Uitlooptoeslag en bindingstoelage zijn bevroren overgangsrecht. Kom je er nu binnen, dan krijg je ze niet.
- Geen enkele cao koppelt functienamen aan schalen, op drie ondergrenzen na: lerarenfuncties in het vo en lesgevende functies in het mbo zijn minimaal LB, docentfuncties in het hbo minimaal schaal 11. Het po kent geen ondergrens.
- Je schaal is het resultaat van functiewaardering. Vind je hem te laag, dan is de route je functiebeschrijving en de bezwaarprocedure, niet de cao.
- Een hogere schaal krijg je via een hoger gewaardeerde functie, via het formatieplan van je school, of via bezwaar bij de Landelijke Bezwarencommissie functiewaardering. Die termijn is zes weken na een schriftelijk besluit.
- De functiemix in het vo stond in oktober 2025 op 42,3 procent LB, 34,7 procent LC en 22,1 procent LD, verder van het doel dan in 2014. In het po bestaan sinds 2018 geen landelijke streefpercentages meer.
- Extra taken leveren op zichzelf geen hogere schaal op. Zorg dat herwaardering onderdeel is van de afspraak.
Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?
“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een plek beantwoord door
collega’s en andere experts”
Lees ook
- FUWA uitgelegd: hoe je functie wordt gewaardeerd en hoe je bezwaar maakt
- De cao po uitgelegd, de cao vo uitgelegd, de cao mbo uitgelegd en de cao hbo uitgelegd, met per sector de volledige arbeidsvoorwaarden
- Van LB naar LC, LD en LE: hoe kom je in een hogere salarisschaal?
- Hoeveel voorbereidingstijd hoor je te krijgen? De opslagfactor
- Wanneer krijg je een vast contract in het onderwijs?
- Je scholingsbudget in het onderwijs
- Verlof in het onderwijs: alle verlofsoorten op een rij
- Zwangerschapsverlof en ouderschapsverlof in het onderwijs
- De lerarenbeurs en alle andere bijscholingsgelden voor leraren op een rij
- Minder werken vanaf 57 jaar: de seniorenregeling per sector
- Ziek in het onderwijs: wat er met je salaris gebeurt
- Onbevoegd voor de klas en zij-instroom: hoelang mag dat?
- Werktijdfactor en fte berekenen: van uren naar wtf en terug
- Vakantiegeld en eindejaarsuitkering in het onderwijs
- Je ABP-pensioen in het onderwijs, en hoe je eerder kunt stoppen
- Wat verdient een teamleider, directeur of schoolleider?
- Schoolvakanties 2026-2027: alle data per regio
- Wat verdient onderwijsondersteunend personeel?
- Bekijk de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.
Bronnen
- PO-Raad, AOb, AVS, CNV Onderwijs, FvOv & FNV (2025). CAO PO 2025-2027. PO-Raad, Utrecht. Bijlagen A1, A2, A3, A8 en A9.
- VO-raad, AOb, CNV Onderwijs, FvOv & FNV (2025). CAO VO 2025/2027. VO-raad, Utrecht. Bijlage 9, onderdelen A en B.
- MBO Raad, AOb, CNV, FvOv & FNV Overheid (2025). CAO MBO 2025-2026. Woerden. Bijlagen A1 tot en met A6 en B3.
- Vereniging Hogescholen, AOb, FNV, CNV & FvOv (2025). CAO HBO 2026. Utrecht. Bijlagen III en IX.
- Actuele salaristabellen. PO-Raad. Losse tabellen per ingangsdatum, met archief.
- Salarisschalen cao vo 2025-2027 bekend. VO-raad.
- Loontabel cao-hbo 2026. Vereniging Hogescholen.
- Wat verdien ik als leraar in het voortgezet onderwijs? en Wat verdien ik als leraar in het primair onderwijs?. Rijksoverheid.
- Onderwijsgeschillen. Losse publicatiepagina’s met de cao-teksten van po, vo, mbo en hbo.
Dit artikel is gebaseerd op de tekst van de CAO PO 2025-2027, de CAO VO 2025/2027, de CAO MBO 2025-2026 en de CAO HBO 2026. Cao’s en salaristabellen veranderen; controleer bij twijfel altijd de actuele tabel bij de betreffende raad of leg je situatie voor aan je HR-afdeling of een onderwijsbond. Advies en technische realisatie: Basten Berg, eenmeesterinleren.nl.