Van LB naar LC, LD en LE: hoe kom je in een hogere salarisschaal?
Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 1 augustus 2026
Gebaseerd op: CAO PO 2025-2027, CAO VO 2025/2027, CAO MBO 2025-2026 en CAO HBO 2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.
Inhoudsopgave
- Waarom hard werken en promotie niet hetzelfde zijn
- Wat de leraarschalen opleveren
- Po: het verschil tussen LB, LC-A, LC-B en LD
- Vo: LB, LC en LD, en de functiemix
- Mbo: de LB-ondergrens en je recht op je scoreprofiel
- Hbo: geen L-schalen, maar schaal 11 als bodem
- LE: de schaal waar bijna niets over is vastgelegd
- De drie routes naar een hogere schaal
- Waarnemen: de snelste weg naar een hoger salaris
- Wat er niet werkt
- Zes vragen die leraren het vaakst stellen
- Samenvatting
Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Een plek voor leraren, andere onderwijsprofessionals en iedereen die geïnteresseerd is in de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs. Vanuit mijn achtergrond als biologieleraar, onderwijskundige en lerarenopleider schrijf ik artikelen en maak ik video’s om fundamentele kennis over onderwijs, leren en lesgeven begrijpelijk aan te bieden. Op de community voor leraren vind je een overzicht van alle uitgewerkte onderwerpen geordend per thema en een groep onderwijsprofessionals waar je je vragen aan kunt stellen.
Het verschil tussen LB en LD is aan het eind van je loopbaan bijna achttienhonderd euro bruto per maand. Toch weten de meeste leraren niet hoe je van de ene schaal naar de andere komt, en de informatie die je erover vindt is vaak verouderd of gewoon fout. Dit artikel legt per sector uit wat de schalen inhoudelijk onderscheidt, welke drie routes er zijn, en welke rechten de cao je daarbij geeft. Bij elk onderdeel staat het artikelnummer.
Na het lezen van dit artikel weet je wat het verschil is tussen een LB-, LC-, LD- en LE-functie, wie er over je inschaling gaat, hoe de bezwaarprocedure werkt en welke termijn daarvoor geldt.

Let op: hulpmiddel, geen juridisch advies. Aan dit artikel kun je geen rechten ontlenen. Cao-teksten worden regelmatig gewijzigd en de uitleg van een bepaling kan per situatie verschillen. Voor jouw situatie is de actuele cao-tekst leidend. Twijfel je, of gaat het ergens over? Leg het dan voor aan je werkgever, je P(G)MR of je vakbond.
1. Waarom hard werken en promotie niet hetzelfde zijn
Kort antwoord: je schaal hangt aan je functie, niet aan jou. Dat betekent niet dat hard werken niets oplevert. Wie goed werk levert wordt op de meeste scholen gezien, en dat is vaak precies de reden dat je gevraagd wordt voor de taken die je functie zwaarder maken. Alleen: die taken tellen pas mee als ze ook in je functiebeschrijving belanden. Alle onderwijsfuncties worden beschreven en gewaardeerd met een functiewaarderingssysteem dat punten toekent aan de zwaarte van het werk. Die score bepaalt de schaal. Hoe hard je werkt, hoeveel jaar je in dienst bent en hoe goed je functioneert, spelen daarin geen rol.
Dat klinkt hard, maar het is ook je grootste aanknopingspunt. Want als je schaal aan je functiebeschrijving hangt en je feitelijke werk is zwaarder geworden dan die beschrijving, dan klopt de waardering niet meer. Dat is geen gunst die je vraagt maar een procedure die je werkgever moet volgen.
Per sector heet het systeem anders: FUWA PO in het primair onderwijs, FUWA-VO in het voortgezet onderwijs, FUWA-MBO in het mbo, en in het hbo Fuwa-hbo of de Hay-methodiek. De eis dat een gecertificeerde adviseur de waardering doet, geldt alleen in het po en, voor functies die geen voorbeeldfunctie zijn, in het vo. In het mbo en het hbo stelt de cao die eis niet. Wat in alle vier de sectoren wél geldt: je kunt tegen de uitkomst bezwaar maken bij een landelijke commissie, en die uitspraak is bindend.
Nog een eerlijke kanttekening bij dit systeem. Op papier is functiewaardering een puntenscore; in de praktijk hebben de meeste leraren hun scoreprofiel nog nooit gezien en gaat het gesprek over budget en formatie in plaats van over kenmerkscores. Alleen in het mbo heb je een uitdrukkelijk recht om je scoreprofiel op te vragen (artikel 5.1 lid 3). In de andere sectoren bestaat het profiel wel, maar moet je erom vragen, en dat is precies wat dit hoofdstuk je aanraadt te doen. Weet dus dat je met FUWA een formeel kader in handen hebt, en tegelijk dat het gesprek op school daar zelden mee begint.
2. Wat de leraarschalen opleveren
Voordat we naar de inhoud gaan, eerst waar het over gaat. Dit zijn de begin- en eindbedragen per schaal, bruto per maand bij een volledige betrekking.
| Schaal | Po en vo (1-11-2025) | Mbo (1-1-2025) | Verschil eind LB naar eind LD |
|---|---|---|---|
| LB | € 3.622 tot € 5.520 | € 3.713 tot € 5.495 | |
| LC | € 3.644 tot € 6.432 | € 4.226 tot € 6.210 | po en vo: € 912 meer aan het eind |
| LD | € 3.659 tot € 7.313 | € 4.817 tot € 7.020 | po en vo: € 1.793 meer aan het eind |
| LE | € 4.695 tot € 8.065 | € 5.492 tot € 7.600 |
Let op waar het verschil zit. Aan de onderkant schelen LB, LC en LD in het po en vo maar enkele tientjes: € 3.622, € 3.644 en € 3.659. Promotie levert je op korte termijn dus bijna niets op. Het verschil zit volledig aan de bovenkant, en dat betekent dat promotie vooral loont als je nog veel treden te gaan hebt. Elke schaal telt twaalf treden, en je gaat op 1 augustus één trede omhoog.
In het hbo werkt het anders. Daar bestaan geen L-schalen maar genummerde functieschalen van 1 tot en met 18, en docentfuncties zitten in schaal 11 tot en met 14: van € 4.632,17 tot € 6.677,44 in schaal 11, oplopend tot € 6.783,11 tot € 8.687,82 in schaal 14. De volledige tabellen per trede staan in het artikel over lerarensalarissen.
Nog iets wat vaak wordt vergeten: een promotie levert je meestal ook een trede op. Ga je over naar een functie met een gelijke of hogere maximumschaal, dan wordt je salaris vastgesteld op minimaal wat je al verdiende, inclusief je structurele toelagen. Bestaat dat bedrag niet in de nieuwe schaal, dan word je ingepast op het naast hogere bedrag (cao vo artikel 12.1 lid 3 en 12.3). In het po geldt dezelfde regel: zit je qua salaris tussen twee treden in, dan word je in de naast hogere geplaatst. Je gaat er dus zelden precies nul euro op vooruit in het jaar van de overstap, ook al liggen de beginbedragen van LB en LC dicht bij elkaar.
3. Po: het verschil tussen LB, LC-A, LC-B en LD
Kort antwoord: het scharnierpunt in het primair onderwijs is glashelder en het staat in de voorbeeldfuncties: adviseer je collega’s, of ontwikkel je ook beleid?
| Functie | FUWA-score | Wat het onderscheidt |
|---|---|---|
| Leraar LB | 46 | Vakvolwassen leraar, eindverantwoordelijk groepsleerkracht, voert het werk volledig zelfstandig uit en is volledig belast met de standaardtaken |
| Leraar LC-A | 50 | Gezaghebbende leraar met een voorbeeldfunctie, adviseert collega’s op pedagogisch en didactisch gebied, maar ontwikkelt geen beleid |
| Leraar LC-B | 50 | Treedt op als trekker of projectleider bij onderwijsvernieuwing en ontwikkelt wél beleid |
| Leraar LD | 52 | Werkt vaak als specialist op bovenschools niveau, ontwikkelt meerjarig en complex beleid, doet onderzoek dat doorwerkt in de langetermijnvisie, tot op regionaal of landelijk niveau |
LC-A en LC-B scoren allebei 50 punten en zitten dus in dezelfde schaal, maar ze beschrijven twee verschillende soorten werk. Dat is nuttig om te weten, want het betekent dat er twee routes naar LC zijn: de inhoudelijke expert die anderen verder helpt, en de trekker die iets nieuws neerzet.
Je kunt die beschrijvingen zelf lezen. De voorbeeldfunctiebeschrijvingen van de PO-Raad zijn openbaar en gratis te downloaden. Let wel op artikel 5.1 lid 6: je werkgever kán die voorbeeldfuncties gebruiken, maar is daartoe niet verplicht. Ze zijn dus een sterk argument, geen recht.
Twee bepalingen uit de cao po die je moet kennen. Ten eerste artikel 5.1 lid 8: “Werkgever en werknemer voeren regelmatig een gesprek over de door de werknemer verrichte werkzaamheden en de aansluiting daarvan bij de functiebeschrijving. Dit gesprek vindt in ieder geval plaats als de werknemer daarom verzoekt.” Dat is een afdwingbaar recht op precies het gesprek dat je nodig hebt, en bijna niemand gebruikt het.
Ten tweede, en dit is actueel: in de cao po 2024-2025 is FUWA PO herzien en moesten alle functiebeschrijvingen vóór 1 juli 2025 geactualiseerd zijn (artikel 5.6). Kom je door die actualisatie in een hogere schaal, dan geldt dat salaris met terugwerkende kracht per 1 januari 2025. Is jouw beschrijving nooit herzien, dan is dat een concrete en controleerbare aanleiding om ernaar te vragen.
Let tot slot op de schaalnamen. De aanduidingen LA, LB en LC uit de oude cao’s werden in de cao po 2018 L10, L11 en L12, en per 1 augustus 2022 zijn ze LB, LC en LD geworden, gelijk met het vo. Kom je op internet nog LA, L10 of L11 tegen, dan lees je verouderde informatie. Dat gebeurt vaker dan je denkt, ook op sites die er professioneel uitzien.
Eén ding dat het po als enige van de vier sectoren niet heeft: er staat nergens dat een lerarenfunctie minimaal op LB gewaardeerd moet worden. Het vo, mbo en hbo kennen zo’n ondergrens wel.
4. Vo: LB, LC en LD, en de functiemix
Kort antwoord: in het voortgezet onderwijs is het onderscheid tussen LB, LC en LD een kwestie van complexiteit en reikwijdte, en de functiemix is de afspraak die daarover zou moeten gaan. Alleen is die afspraak niet meer wat hij was.
| Functie | FUWA-VO-score | Wat het onderscheidt |
|---|---|---|
| Docent LB | 46 | Onderwijs verzorgen, leerlingbegeleiding, onderwijsontwikkeling, beoordeling en professionalisering, aan reguliere groepen |
| Docent LC type 1 | 49 | Structureel ingezet in heterogene en complexe groepen leerlingen, en deskundige op pedagogisch of didactisch gebied |
| Docent LC type 2 | 50 | Draagt bij vanuit vakinhoudelijke expertise |
| Docent LD type 1 | 52 | Geeft vanuit pedagogisch-didactische deskundigheid vorm aan de ontwikkeling en vernieuwing van het onderwijsklimaat |
| Docent LD type 2 | 52 | Zorgt voor de ontwikkeling van het onderwijs vanuit vakinhoudelijke expertise |
In het takenpakket zie je het verschil terug in drie dingen: begeleiding van complexe leer- en gedragsproblemen in plaats van standaardbegeleiding, regie voeren over leerlingbegeleidingsprocessen met externe deskundigen, en bij LD het ontwikkelen van methoden met school- of vakbrede toepasbaarheid plus mentorschap over collega-docenten. De volledige beschrijvingen staan in de voorbeeldfuncties FUWA-VO.
Twee cao-bepalingen die je positie bepalen. Artikel 11.3 lid 3 geeft je een bodem: “Functies waarvoor de wettelijke benoembaarheidseisen van leraren gelden, worden minimaal gewaardeerd op het niveau van salarisschaal LB.” En artikel 11.1 lid 4 beschermt je tegen een sluipende wijziging: zonder voorafgaand ontslag kan voor jou geen andere functie gaan gelden dan die waarin je bent benoemd, tenzij is afgesproken dat de functie een tijdelijk karakter heeft.
Dan de functiemix. Die komt uit het Convenant LeerKracht van 2008 en had streefpercentages die in 2014 gehaald moesten zijn: landelijk 33 procent LB, 38 procent LC en 29 procent LD, en in de Randstad zelfs 14,9 procent LB tegenover 55,6 procent LC.
Zo staat het er nu voor. Volgens OCW in cijfers was de verdeling in het vo in oktober 2025: 42,3 procent LB, 34,7 procent LC, 22,1 procent LD en 0,2 procent LE. Dat is verder van het doel af dan in 2014. Onderzoek van Voion laat zien dat het aandeel LD tussen 2018 en 2023 met drie procentpunt is gédáald, en dat 54 procent van de scholen destijds maatwerkafspraken heeft gemaakt omdat de streefpercentages financieel niet haalbaar bleken.
Belangrijker nog: er staan geen streefpercentages in de cao. Artikel 5.2 zegt alleen dat de functiemix en eventuele maatwerkafspraken het uitgangspunt zijn voor het overleg met de P(G)MR als onderdeel van het meerjarenformatieplan (lid 1), en dat sociale partners de ontwikkeling op sectorniveau blijven monitoren en bij een dalende landelijke trend passende afspraken overeenkomen (lid 2). Je route loopt dus via je eigen formatieplan en je medezeggenschapsraad, niet via een landelijke norm waar je je op kunt beroepen. Hoe jouw school ervoor staat, kun je opzoeken in de database functiemix.
Eén bepaling die alleen het vo kent en die je moet onthouden: hoofdstuk 19 geeft je het recht om in beroep te gaan bij de Commissie van Beroep tegen onder meer het direct of indirect onthouden van promotie. De beroepstermijn is zes weken en de uitspraak is bindend. Dat is een andere en zwaardere route dan bezwaar tegen de functiewaardering.
En de functiemix is niet alleen een vo-verhaal. Ook voor het primair onderwijs bestaat een functiemix, met LB, LC, LD en LE, en ook daar staan de percentages per school in de database functiemix. Het verschil zit in het zwaartepunt: in het po zit het overgrote deel van de leraren in LB, terwijl in het vo door de functiemix veel meer LC- en LD-plaatsen zijn ontstaan. Dat verklaart waarom dezelfde salaristabel in twee sectoren heel verschillende doorgroeikansen oplevert. Meer daarover staat op de pagina van de Rijksoverheid over de functiemix in het primair onderwijs.
5. Mbo: de LB-ondergrens en je recht op je scoreprofiel
Kort antwoord: het mbo geeft je twee dingen die de andere sectoren niet geven. Een harde ondergrens voor docentfuncties, en het recht om te zien hóe je functie is gescoord.
Artikel 5.1 lid 2: functies waarvan lesgevende taken deel uitmaken en waarvoor de wettelijke eisen voor benoembaarheid van docenten gelden, moeten minimaal op LB-niveau worden gewaardeerd. Instructeurs vallen daar niet onder, want die hebben eigen bekwaamheidseisen op grond van de WEB.
Artikel 5.1 lid 3 is het artikel dat je moet citeren: “Indien een werknemer bezwaar wil maken tegen de functiewaardering wordt door de werkgever op aanvraag van de werknemer een bij de functiewaardering behorend scoreprofiel op basis van FUWA MBO verstrekt.” Je hebt dus recht op inzage in de puntenscore van je eigen functie. Dat kennen het po en vo niet, en het verandert het gesprek volledig: je discussieert niet meer over gevoel maar over een score per onderdeel.
Waar het mbo verder van de andere sectoren verschilt: er is wél een sectorale afspraak over doorstroom, maar een defensieve. Artikel 1.6a Carrièreperspectief docenten bepaalt dat de verhouding van LB-docenten ten opzichte van LC- en LD-docenten sectoraal minimaal stabiel blijft ten opzichte van de situatie in 2020. Dat is dus geen groeidoel maar een bodem: het mag niet slechter worden.
Je concrete inschaling staat niet in de cao maar in het functieboek van je eigen instelling, gedefinieerd in artikel 1.1 als het document waarin van elke functie uit het formatieplan de beschrijving en waardering is opgenomen. Vraag dat op; het is het startpunt van elk gesprek.
6. Hbo: geen L-schalen, maar schaal 11 als bodem
Kort antwoord: in het hbo bestaat er geen LB of LC. Er zijn achttien genummerde functieschalen, en de cao bepaalt dat een echte docentfunctie minimaal in schaal 11 hoort.
Artikel F-2 lid 4: voor functies waarvan onderwijsgevende taken deel uitmaken en waarvoor een volledige en overdraagbare basiskwalificatie didactische bekwaamheid vereist is, geldt dat deze minimaal op functieschaal 11 moeten worden gewaardeerd. En lid 5 voegt er een tandje aan toe: functies die daar niet aan voldoen krijgen een andere functiebenaming dan docent. Sinds 1 oktober 2023 mag het woord docent of lecturer niet meer voorkomen in de functienaam van nieuwe werknemers in schaal 10 of lager.
Cao-partijen hebben de onderscheidende criteria uitgewerkt in bijlage XV, en die tabel is het meest concrete instrument dat er in de vier cao’s bestaat.
| Criterium | Schaal 10 | Schaal 11 |
|---|---|---|
| Onderwijs en uitvoering | Begeleiden van studenten in hun leerproces, voorbereiden en uitvoeren van onderwijs | Begeleidt docenten, afstudeerders en afstudeerstages |
| Beoordeling en examinering | Beoordeelt toetsen waar geen interpretatieruimte voor nodig is, zoals multiple choice. Treedt op als tweede paar ogen bij een mondelinge toets | Beoordeelt studenten, ontwikkelt toetsen, stelt antwoordprotocollen op, beoordeelt toetsen inclusief interpretatie, treedt op als beoordelaar bij een mondelinge toets |
| Onderwijsontwikkeling | Geeft feedback op het ontwikkelde onderwijs | Ontwikkelt onderwijs |
| Coördinatie, organisatie en kwaliteitszorg | Geeft feedback | Ontwikkelt en voert uit |
| Vereiste kennis en vaardigheden | Didactische vaardigheden | Volledige en overdraagbare BDB, waarin de BKE is geïntegreerd, of vergelijkbaar |
Onder die tabel staat een zin die je moet meenemen naar je gesprek: “Een medewerker hoeft niet aan alle criteria te voldoen om in aanmerking te komen voor schaal 11. De hoofdregel geldt: de zwaarste structurele werkzaamheden tellen.”
Het kantelpunt is telkens hetzelfde: uitvoeren en feedback geven hoort bij schaal 10, ontwikkelen, beoordelen met interpretatieruimte en anderen begeleiden hoort bij schaal 11. Voor de schalen 12, 13 en 14 bestaan zulke criteria niet; die volgen uit de functiematrix in bijlage IX, waarin docent voorkomt bij schaal 11, 12, 13 en 14, instructeur bij 8 tot en met 10, onderwijsassistent bij 6 en 7, en lector kenniskring bij 15 en 16.
De preambule van de cao is er eerlijk over dat dit een probleem is: cao-partijen schrijven dat de inschaling van docenten en docent-onderzoekers varieerde van schaal 10 tot en met schaal 13, dat eerdere afspraken de situatie op onderdelen hebben verbeterd maar de discussie niet hebben weggenomen, en dat een onafhankelijke expert nu knelpunten inventariseert. Er is in het hbo dus geen functiemix en geen doorstroomafspraak boven schaal 11.
7. LE: de schaal waar bijna niets over is vastgelegd
Kort antwoord: LE bestaat in het po, vo en mbo als salaristabel, maar er is nergens beschreven wat een LE-functie inhóudt.
Ik heb het nagezocht in alle drie de cao’s. In het vo komt LE precies drie keer voor, alle drie in bijlagen: als kolomkop in de salaristabel en als genormeerd uurbedrag in de spaarverlofregeling. In de artikelen komt het nergens voor. In het po komt LE viermaal voor, uitsluitend in de salaristabel en in de uitlooptoeslag. In het mbo iets vaker, want daar geeft artikel 15.5 een bindingstoelage aan wie in LC, LD of LE vijf jaar op het maximum zit, maar ook daar staat nergens wat een LE-functie is.
Er zijn dus geen voorbeeldfuncties, geen FUWA-criteria en geen doorstroomafspraken voor LE. En de cijfers laten zien wat dat betekent: in het vo zat in oktober 2025 slechts 0,2 procent van de leraren in LE.
Praktisch betekent dat het volgende. Of er op jouw school een LE-functie bestaat, hangt volledig af van het functiebouwwerk dat je werkgever met de P(G)MR vaststelt. Bestaat die functie niet, dan is er geen cao-bepaling waarmee je hem kunt afdwingen. Bestaat hij wel, dan is de waardering op 52-plus punten iets wat een gecertificeerde FUWA-adviseur moet vaststellen, want een voorbeeldfunctie om naar te wijzen is er niet.
8. De drie routes naar een hogere schaal
Deze drie routes staan niet zo in de cao. De cao regelt alleen de functiewaardering en de bezwaarprocedure; dit is de ordening van hoe het in de praktijk loopt. In het echte leven lopen ze bovendien door elkaar heen: iemand die vraagt om herwaardering en nul op het rekest krijgt, solliciteert een jaar later ergens anders. Dat is geen mislukking maar de gebruikelijke gang van zaken.
Voordat je aan een van de drie begint, is er één vraag die alles bepaalt: is er op je school überhaupt ruimte? Een hogere schaal bestaat pas als er een hoger gewaardeerde functie in het formatieplan staat en die niet bezet is. Staat hij er niet, dan kun je alles goed doen en toch te horen krijgen dat het niet kan. Vraag daarom vroeg hoeveel LC- en LD-plekken er zijn en hoeveel daarvan bezet zijn; het formatieplan wordt met de P(G)MR besproken, dus die cijfers bestaan. Kijk daarnaast in de database functiemix hoe jouw school zich verhoudt tot het landelijk beeld.
Dat is meteen de reden dat route 2, solliciteren, in de praktijk vaak het snelst gaat. Bij een vacature is de functie al gewaardeerd en het geld al begroot; bij herwaardering van je eigen functie moet dat allebei nog gebeuren. Veel leraren die van LB naar LC of LD gaan, doen dat door over te stappen.
Route 1: herwaardering van je huidige functie
Dit is de route die het vaakst over het hoofd wordt gezien, en de enige waarbij je niet hoeft te solliciteren. De redenering is: mijn functiebeschrijving dateert van jaren geleden, mijn werk is sindsdien wezenlijk veranderd, dus de beschrijving moet worden herzien en opnieuw gewaardeerd.
Wat je daarvoor nodig hebt: je gewaardeerde functiebeschrijving (niet je vacaturetekst, niet je taakoverzicht), en een overzicht van de taken die je structureel doet en die er niet in staan. In het po heb je een afdwingbaar recht op dat gesprek (artikel 5.1 lid 8). In het mbo heb je bovendien recht op je scoreprofiel (artikel 5.1 lid 3).
Route 2: solliciteren op een hoger gewaardeerde functie
In de meeste gevallen loopt promotie hier langs: er komt een LC- of LD-functie vrij of bij in het formatieplan, en daar solliciteer je op. Dat is geen formaliteit; er worden ook mensen afgewezen.
Wat volgens onderzoek van Voion daadwerkelijk doorslaggevend is, verschilt per sector. In het po hangt promotie in 62 procent van de gevallen aan een onderwijsrelevant diploma op hbo-plusniveau. In het vo is promotie in 67 procent van de gevallen gekoppeld aan specifieke taken: coaching, leerlingbegeleiding of onderwijsvernieuwing. En 79 procent van de schoolleiders zegt dat bij promotie kwaliteit voorop staat en dat het aantal dienstjaren geen wezenlijke rol meer speelt.
Wil je die route bewandelen, dan is de vraag dus niet of je lang genoeg meeloopt, maar of je iets kunt aanwijzen: een diploma, of een taak die past bij de zwaarte van de hogere functie. Zoek je financiering voor zo’n opleiding, dan staan de mogelijkheden in het artikel over de lerarenbeurs en alle andere bijscholingsgelden en in het artikel over je scholingsbudget.
Route 3: bezwaar tegen je functiewaardering
Ben je het oneens met de waardering, dan is er een formele route. Maar let op: die verschilt per sector, en op één punt is het verschil groot.
| Sector | Instantie | Termijn | Bindend? | Artikel |
|---|---|---|---|---|
| Po | Interne bezwarencommissie (optioneel), daarna de Landelijke Bezwarencommissie functiewaardering PO, VO en MBO of de commissie voor het bijzonder onderwijs | zes weken na schriftelijke bekendmaking | Ja, en de gang naar de rechter blijft uitdrukkelijk open | 5.4 en 5.5 |
| Vo | Een van de vier landelijke bezwarencommissies functiewaardering waarbij je werkgever is aangesloten | staat niet in de cao, volgt uit het reglement van de commissie | Ja, bindend voor werkgever en werknemer | 11.3 en 11.4 |
| Mbo | Externe bezwarencommissie functiewaardering, eventueel eerst de interne geschillencommissie | zes weken vanaf de dag na verzending van het besluit; via de interne route slechts tien werkdagen | Ja, bindend voor beide partijen | 12.4 |
| Hbo | Eerst lokale heroverweging door een paritaire commissie, daarna de landelijke bezwarencommissie functie ordenen | zes weken na dagtekening van het besluit | Nee, de commissie adviseert; de werkgever mag afwijken bij gewichtige redenen | F-2 lid 3 en bijlage V |
Dat laatste vakje is het belangrijkste van deze tabel. In het po, vo en mbo is de uitspraak van de bezwarencommissie bindend. In het hbo niet: bijlage V artikel 6 lid 5 bepaalt dat de werkgever het advies opvolgt tenzij er gewichtige redenen aanwezig zijn om ervan af te wijken. Een hbo-docent heeft op dit punt dus een zwakkere positie dan een leraar in het po, vo of mbo, terwijl de cao hbo op andere punten juist gunstiger is.
In alle vier de gevallen geldt dezelfde praktische voorwaarde: je hebt een schriftelijk besluit van je werkgever nodig voordat je in bezwaar kunt. Zolang je alleen mondeling nee te horen krijgt, loopt er geen termijn en heb je geen procedure. Vraag dat besluit dus expliciet op papier. In het hbo betaalt de instelling overigens de kosten van de commissie.
9. Waarnemen: de snelste weg naar een hoger salaris
Kort antwoord: vervang je tijdelijk iemand in een hogere functie, dan heb je in twee van de vier sectoren recht op het volledige salaris van die hogere functie. Dat is de snelste route die er is, en veel mensen weten niet dat hij bestaat.
| Sector | Wat je krijgt | Vanaf wanneer | Artikel |
|---|---|---|---|
| Mbo | Het salaris dat zou gelden als je in die functie was benoemd | vanaf de 31e kalenderdag, bij volledige vervanging, mits je al in dienst was en vervanging geen deel van je eigen functie is | 6.7 |
| Hbo | Inschaling alsof je in die functie bent benoemd, ook bij gedeeltelijke waarneming | vanaf 31 aaneengesloten kalenderdagen; niet bij vakantievervanging | H-10 |
| Po | Een afspraak over extra beloning en eventuele extra faciliteiten, vooraf schriftelijk vastgelegd. Geen bedrag in de cao | geen termijn genoemd | 6.2 lid 3 |
| Vo | Niets. De cao noemt de waarnemingstoelage alleen terloops, maar regelt hem nergens |
Het hbo is hier het gunstigst, want daar geldt de regeling ook bij gedeeltelijke waarneming: neem je een deel van een hogere functie waar, dan word je toch volledig in die hogere schaal ingeschaald voor de duur van de waarneming. Het mbo eist volledige vervanging.
Twee dingen om op te letten. Waarneming heeft uitdrukkelijk een tijdelijk karakter en geeft geen recht op definitieve promotie. En in het po moet je de afspraak vóóraf maken: artikel 6.2 lid 3 zegt dat werkgever en werknemer daarover voorafgaand aan de werkzaamheden een gesprek voeren en de uitkomst schriftelijk vastleggen. Begin je zonder afspraak, dan sta je achteraf zwak.
10. Wat er niet werkt
Drie dingen die veel leraren proberen en die geen hogere schaal opleveren.
- Extra taken op je nemen zonder herwaardering. Dit is de klassieke val. Je krijgt coördinatie, intervisie en een vernieuwingstraject erbij, maar je functiebeschrijving wordt niet aangepast en dus je schaal ook niet. In het mbo is dit een bekend knelpunt. Neem je extra taken op je, maak dan de herwaardering onderdeel van de afspraak, niet iets waar je het volgend jaar nog eens over hebt.
- Argumenteren met dienstjaren of inzet. Functiewaardering kijkt naar de zwaarte van de functie, niet naar hoe hard of hoe lang jij werkt. 79 procent van de schoolleiders zegt dat anciënniteit geen rol meer speelt. Een gesprek dat over inzet gaat, gaat over het verkeerde onderwerp.
- Vragen om meer salaris in plaats van om herwaardering. Een salarisverzoek is een gunst die je werkgever kan afwijzen zonder procedure. Een verzoek om je functie opnieuw te beschrijven en te waarderen is een procedure die je werkgever moet volgen en waarvan de uitkomst schriftelijk moet worden meegedeeld, zodat je in bezwaar kunt.
En wat wél bestaat maar geen promotie is: extra periodieken en beloningsdifferentiatie. Alle vier de sectoren kennen de mogelijkheid om op grond van een beoordeling extra te belonen binnen je huidige schaal. In het po en mbo is dat gemaximeerd op 15 procent van je brutojaarsalaris (cao po artikel 6.15, cao mbo artikel 5.4). In het vo staat géén maximum in de cao (artikel 12.1 lid 4 en artikel 12.9). In het hbo kan wie het maximum van zijn schaal heeft bereikt een blijvende toelage van ten hoogste 15 procent krijgen op grond van buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver (artikel H-4). Dat is allemaal een kan-bepaling, maar het is wel de enige route die zonder functiewijziging werkt.
Hoe je dit gesprek aanpakt
Iedereen die ooit om een hogere schaal heeft gevraagd kent het antwoord: “daar is nu geen ruimte voor”. Dat komt meestal doordat het gesprek over geld gaat in plaats van over je functie. Draai dat om.
- Vraag niet om een hogere schaal, vraag om een herwaardering van je functie. Dat is een procedure met regels, en daar kan je leidinggevende niet zomaar nee tegen zeggen.
- Kom met bewijs in plaats van met argumenten. Een lijstje van wat je erbij hebt gekregen sinds je functiebeschrijving is opgesteld, met wanneer en van wie, is lastiger weg te wuiven dan het gevoel dat je onderbetaald bent.
- Zeg wat je wilt, ook als het ongemakkelijk voelt. “Ik denk dat mijn functie inmiddels op LC-niveau ligt en ik wil weten hoe dat wordt beoordeeld” is een duidelijke vraag. “Ik vroeg me af of er misschien…” is dat niet.
- Vraag om een antwoord met een datum. “We nemen het mee” is geen toezegging. “Ik hoor het voor de kerstvakantie” wel.
Krijg je nul op het rekest zonder inhoudelijke onderbouwing, dan is de bezwaarprocedure er niet voor niets. Maar begin daar niet mee, want je moet daarna nog jaren met elkaar door.
11. Zes vragen die leraren het vaakst stellen
Hoe kom ik van LB naar LC?
Door een functie te krijgen die op LC-niveau is gewaardeerd, niet door een salarisverzoek. In het po draait het om één onderscheid: adviseer je collega’s (LC-A) of ontwikkel je ook beleid (LC-B)? In het vo gaat het om structurele inzet in complexe groepen plus aantoonbare deskundigheid. Er zijn twee wegen: je huidige functie laten herwaarderen, of solliciteren op een bestaande LC-functie.
Krijg ik automatisch LC na een aantal jaar?
Nee. In geen van de vier cao’s bestaat een recht op doorstroom. Anciënniteit speelt volgens 79 procent van de schoolleiders geen wezenlijke rol meer. Wat je wél automatisch krijgt is een trede erbij op 1 augustus, binnen je huidige schaal, tot je het maximum bereikt.
Ik sta in LB maar geef bovenbouw havo of vwo. Mag dat?
Ja, dat mag. Een eerstegraads bevoegdheid of het lesgeven in de bovenbouw geeft je geen recht op LD; er is geen cao-bepaling die dat koppelt. Wat de cao vo wél geeft is een bodem: functies waarvoor de wettelijke benoembaarheidseisen van leraren gelden, worden minimaal op LB gewaardeerd (artikel 11.3 lid 3). Wil je hoger, dan moet je functie zwaarder zijn, niet je bevoegdheid.
Wat is het verschil tussen LC-A en LC-B in het po?
Ze zitten in dezelfde schaal en scoren allebei 50 FUWA-punten, maar ze beschrijven ander werk. LC-A is de gezaghebbende leraar die collega’s pedagogisch-didactisch adviseert maar geen beleid ontwikkelt. LC-B is de trekker of projectleider bij onderwijsvernieuwing die dat wél doet. Voor je salaris maakt het niets uit; voor de onderbouwing van je verzoek alles.
Mijn functie is te laag gewaardeerd. Wat kan ik doen?
Vraag om een schriftelijk besluit en ga daarna in bezwaar. In het po en mbo heb je zes weken vanaf de bekendmaking, in het hbo zes weken na dagtekening. In het vo staat de termijn niet in de cao maar in het reglement van de commissie waarbij je werkgever is aangesloten. In het po, vo en mbo is de uitspraak bindend; in het hbo is het een advies waarvan je werkgever bij gewichtige redenen mag afwijken.
Verdien ik meer als ik overstap naar een andere sector?
Tussen po en vo niet: de lerarenschalen zijn volledig gelijkgetrokken, alle bedragen komen exact overeen. Naar het mbo lever je aan de bovenkant in maar win je aan de onderkant fors: LD begint daar € 1.158 hoger. In het hbo begint een docent in schaal 11 op € 4.632,17, hoger dan LD in het vo, maar daar is je jaarlijkse verhoging niet automatisch en hangt hij af van je beoordeling.
12. Samenvatting
- Je schaal hangt aan je functie, niet aan jou. Alleen een gecertificeerde adviseur mag waarderen, en tegen de uitkomst kun je in alle vier de sectoren bezwaar maken.
- Po: LB scoort 46 punten, LC-A en LC-B allebei 50, LD 52. Het scharnierpunt is adviseren tegenover beleid ontwikkelen. Je hebt recht op een gesprek over de aansluiting tussen je werk en je functiebeschrijving zodra je erom vraagt (artikel 5.1 lid 8).
- Vo: LB 46, LC 49 of 50, LD 52. Er staan geen streefpercentages in de cao; de functiemix loopt via je formatieplan en je P(G)MR. De verdeling stond in oktober 2025 op 42,3 procent LB, 34,7 procent LC en 22,1 procent LD.
- Mbo: lesgevende functies zijn minimaal LB (artikel 5.1 lid 2) en je hebt recht op inzage in je scoreprofiel (lid 3). Artikel 1.6a houdt de verhouding LB tegenover LC en LD sectoraal minimaal stabiel.
- Hbo: docentfuncties zijn minimaal schaal 11 (artikel F-2 lid 4), met concrete criteria in bijlage XV. Wie daar niet aan voldoet mag sinds 1 oktober 2023 geen docent meer heten.
- LE bestaat wel als salaristabel maar nergens als functiebeschrijving. In het vo zit 0,2 procent van de leraren erin.
- Er zijn drie routes: herwaardering van je huidige functie, solliciteren op een hoger gewaardeerde functie, en bezwaar bij de bezwarencommissie. Voor alle drie geldt: je hebt een schriftelijk besluit nodig.
- Waarnemen is de snelste route: in het mbo en hbo krijg je vanaf dag 31 het volledige salaris van de hogere functie. In het po maak je vooraf een afspraak, in het vo is er niets geregeld.
- Extra taken zonder herwaardering leveren niets op. Maak de herwaardering onderdeel van de afspraak.
Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?
“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een plek beantwoord door
collega’s en andere experts”
Lees ook
- FUWA uitgelegd: hoe je functie wordt gewaardeerd en hoe je bezwaar maakt
- Wat verdient een leraar? Salaris in po, vo, mbo en hbo vergeleken, met alle salaristabellen per trede
- De cao po uitgelegd, de cao vo uitgelegd, de cao mbo uitgelegd en de cao hbo uitgelegd
- Je scholingsbudget in het onderwijs en de lerarenbeurs en alle andere bijscholingsgelden, voor als je een opleiding nodig hebt
- Hoeveel voorbereidingstijd hoor je te krijgen? De opslagfactor per sector
- Wat mag de mr eigenlijk? Instemmingsrecht en adviesrecht
- Onbevoegd voor de klas en zij-instroom: hoelang mag dat?
- Vakantiegeld en eindejaarsuitkering in het onderwijs
- Werktijdfactor en fte berekenen: van uren naar wtf en terug
- Wat verdient een teamleider, directeur of schoolleider?
- Wat verdient onderwijsondersteunend personeel?
- Bekijk de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.
Bronnen
- PO-Raad, AOb, AVS, CNV Onderwijs, FvOv & FNV (2025). CAO PO 2025-2027. Hoofdstuk 5 en 6, bijlage A2.
- VO-raad, AOb, CNV Onderwijs, FvOv & FNV (2025). CAO VO 2025/2027. Artikel 5.1, 5.2, hoofdstuk 11, 12 en 19.
- MBO Raad, AOb, CNV, FvOv & FNV Overheid (2025). CAO MBO 2025-2026. Artikel 1.6a, 5.1, 5.4, 6.7 en 12.4.
- Vereniging Hogescholen, AOb, FNV, CNV & FvOv (2025). CAO HBO 2026. Hoofdstuk F, artikel H-4 en H-10, bijlage V, IX en XV.
- Voorbeeldfunctiebeschrijvingen primair onderwijs. PO-Raad. De openbare beschrijvingen van leraar LB, LC-A, LC-B en LD.
- Wat is het grootste verschil tussen een leraar LB, LC en LD?. PO-Raad.
- Voorbeeldfuncties FUWA-VO. Voion.
- Functiemix voortgezet onderwijs. OCW in cijfers. De actuele verdeling over LB, LC, LD en LE.
- Functiemix vo: ontwikkelingen 2018-2023. Voion en CAOP.
- Database functiemix. Streefpercentages en realisatie per school en bestuur.
- Landelijke Bezwarencommissie functiewaardering PO, VO en MBO. Onderwijsgeschillen, met een praktische handleiding en een modelbezwaarschrift.
- Procedure bezwarencommissies. GCBO, voor scholen in het bijzonder onderwijs.
- Functies en functiewaardering. PO-Raad, over FUWA PO en gecertificeerde adviseurs.
Dit artikel is gebaseerd op de tekst van de CAO PO 2025-2027, de CAO VO 2025/2027, de CAO MBO 2025-2026 en de CAO HBO 2026, en op openbaar gepubliceerde voorbeeldfuncties en cijfers. Dit is geen juridisch advies; leg een concreet geschil over je inschaling voor aan een onderwijsbond of een jurist. Advies en technische realisatie: Basten Berg, eenmeesterinleren.nl.