De cao vo uitgelegd: je arbeidsvoorwaarden in het voortgezet onderwijs

Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 1 augustus 2026
Gebaseerd op: CAO VO 2025/2027
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.

Inhoudsopgave

  1. Wat is de cao vo en voor wie geldt hij?
  2. Arbeidsduur: de 1659 uur en je maximale lestaak
  3. Taakbeleid: hoe je jaartaak wordt verdeeld
  4. Salaris, uitkeringen en toelagen
  5. Vakantie en verlof
  6. Professionalisering: 83 uur en 600 euro per jaar
  7. Het basisbudget en de regeling vanaf 57 jaar
  8. Je arbeidsovereenkomst: tijdelijk, vast en de ketenregeling
  9. Waar vind je wat in de cao vo?
  10. Zes vragen die leraren het vaakst stellen
  11. Samenvatting

Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Een plek voor leraren, andere onderwijsprofessionals en iedereen die geïnteresseerd is in de arbeidsvoorwaarden in het voortgezet onderwijs. Vanuit mijn achtergrond als biologieleraar, onderwijskundige en lerarenopleider schrijf ik artikelen en maak ik video’s om fundamentele kennis over onderwijs, leren en lesgeven begrijpelijk aan te bieden. Op de community voor leraren vind je een overzicht van alle uitgewerkte onderwerpen geordend per thema en een groep onderwijsprofessionals waar je je vragen aan kunt stellen.

De cao vo telt ruim tweehonderd pagina’s. Bijna niemand leest hem, en dat is jammer, want er staan afspraken in die direct over jouw week gaan: hoeveel lessen je maximaal geeft, hoeveel uur je aan scholing mag besteden, wanneer je vast in dienst komt en waar je recht op hebt als je vrij nodig hebt. Dit artikel haalt die afspraken eruit en zet ze in gewoon Nederlands op een rij. Bij elk onderdeel staat het artikelnummer, zodat je het zelf kunt opzoeken en er in een gesprek met je leidinggevende naar kunt verwijzen.

Na het lezen van dit artikel weet je hoe de cao vo is opgebouwd, ken je de belangrijkste normen en bedragen voor het schooljaar, en weet je precies waar je welke afspraak terugvindt.

Illustratie bij de cao vo: een leraar houdt de cao omhoog, omringd door 1659 uur, 720 lesuren, 90 uur, 83 uur en 600 euro, verlof en salaris
De cao vo in beeld. Let op: de 720 uur lestaak zijn klokuren, wat neerkomt op ongeveer 22,9 lesuren per week.

Let op: hulpmiddel, geen juridisch advies. Aan dit artikel kun je geen rechten ontlenen. Cao-teksten worden regelmatig gewijzigd en de uitleg van een bepaling kan per situatie verschillen. Voor jouw situatie is de actuele cao-tekst leidend. Twijfel je, of gaat het ergens over? Leg het dan voor aan je werkgever, je P(G)MR of je vakbond.

Reken je door, dan blijft er van je jaartaak van 1659 uur na 720 lesuren nog 939 uur over. Daar gaan eerst 83 uur professionalisering, 16 uur basisvaardigheden en 90 uur basisbudget af, en dan houd je grofweg 750 uur over. Dat is niet allemaal voorbereidingstijd. Uit diezelfde 750 uur komen ook je mentoraat, surveillance, vergaderingen, rapportbesprekingen en ouderavonden. Bij een opslagfactor van 50 procent gaat er al 360 uur op aan voorbereiding en nawerk. De som laat dus vooral zien hoe krap de ruimte is zodra je alles optelt. Meer daarover staat in het artikel over voorbereidingstijd en de opslagfactor.

Wil je de cao vo zelf lezen of downloaden? Dat kan gratis. Dit artikel vat samen, maar bij twijfel is de brontekst leidend.

1. Wat is de cao vo en voor wie geldt hij?

De cao vo is de collectieve arbeidsovereenkomst voor het voortgezet onderwijs: het pakket afspraken tussen de VO-raad als werkgeversorganisatie en de vakbonden AOb, CNV, FvOv en FNV. De huidige versie, de CAO VO 2025/2027, is in werking getreden op 1 november 2025 en loopt tot 1 maart 2027 (artikel 1.2 lid 6).

De cao geldt voor alle werknemers in dienst van de werkgever en voor werknemers van een centrale dienst die de werkgever mede in stand houdt (artikel 1.2 lid 1). Dat is breder dan alleen leraren: ook onderwijsondersteunend personeel en directieleden vallen eronder.

Deel 1 en deel 2: waarom dat verschil telt

De cao bestaat uit twee delen, en dat onderscheid is belangrijker dan het lijkt. Van de artikelen in deel 1 mag niet worden afgeweken. De artikelen in deel 2 hebben een minimumkarakter (artikel 1.3 lid 1 en 2). Een minimumbepaling betekent dat je school er wel van mag afwijken, maar alleen ten gunste van jou. Een werkgever kan deel 2 bovendien vervangen door een ondernemings-cao, mits die is afgesloten met de vakbonden die partij zijn bij de cao vo (artikel 1.3 lid 4 en 5).

Kom je dus een schoolregeling tegen die minder biedt dan de cao, dan is die regeling in beginsel niet geldig. Vind je een regeling die méér biedt, dan mag dat gewoon.

2. Arbeidsduur: de 1659 uur en je maximale lestaak

Bij een volledige betrekking hoort een arbeidsduur van 1659 klokuren per jaar (artikel 2 lid 1). Voor wet- en regelgeving rond sociale zekerheid wordt gerekend met 36,86 uur per week (artikel 2 lid 2). Die 1659 uur is je jaartaak: alles wat je in een schooljaar doet, moet daarbinnen passen.

Binnen die jaartaak geldt een harde bovengrens voor lesgeven. De maximale lestaak bedraagt 720 klokuren op jaarbasis (artikel 8.1 lid 1). In de toelichting bij dat artikel rekenen cao-partijen dat om: bij 720 klokuren les, verspreid over maximaal 37,8 onderwijsweken en uitgaande van lessen van 50 minuten, kom je uit op ongeveer 22,9 lesuren per week.

Van die 720 uur mag worden afgeweken, maar niet zomaar: daarvoor zijn afspraken op instellingsniveau nodig, of overleg met de P(G)MR met inachtneming van de instemmingsregels uit artikel 8.1 lid 6.

De jaartaak in het voortgezet onderwijs: 1659 klokurenDe jaartaak in het voortgezet onderwijs1659 klokuren per jaar bij een volledige betrekking (cao vo 2025/2027, artikel 2 lid 1)0 uur1659 uur720 uurMaximale lestaak (artikel 8.1 lid 1)750 uurVoor- en nawerk plus overige taken. Hoe dit wordt verdeeld,bepaalt de opslagfactor in het taakbeleid (artikel 8.1 lid 4)83 uurPersoonlijk basisrecht professionalisering (artikel 16.4 lid 1)16 uurBasisvaardigheden en curriculumherziening (artikel 16.9 lid 1)90 uurBasisbudget levensfasebewust personeelsbeleid (artikel 7.1 lid 1)Startende leraren: 20 procent minder lestaak in jaar 1 en 10 procent in jaar 2 (artikel 8.3 lid 1).Vanaf 57 jaar: 170 of 340 uur verlof tegen een eigen bijdrage (artikel 7.2).Naast de jaartaak staat een scholingsbudget van 600 euro per schooljaar (artikel 16.5).eenmeesterinleren.nl
De vaste posten in de jaartaak van een leraar in het vo. Dit schema is vrij te gebruiken; link wel even naar deze pagina.

3. Taakbeleid: hoe je jaartaak wordt verdeeld

Het taakbeleid bepaalt hoe die 1659 uur over je werk wordt verdeeld: lesgeven, voorbereiden en nakijken, mentoraat, surveilleren, scholing en de rest. Je werkgever voert een taakbeleid dat gebaseerd is op de omvang van de normbetrekking en gericht is op een evenwichtige spreiding van je werkzaamheden en werkdruk over het schooljaar (artikel 8.1 lid 2 en 3).

De cao schrijft voor welke onderwerpen in elk geval in het taakbeleid geregeld moeten zijn (artikel 8.1 lid 4):

  • de lesdefinitie: wat telt als een les;
  • de honorering van voor- en nawerk, oftewel de opslagfactor, plus een omschrijving van wat daaronder valt en of die varieert naar bijvoorbeeld klassengrootte;
  • het maximumaantal lessen per week;
  • deskundigheidsbevordering;
  • de omschrijving en normering in tijd van overige taken, waaronder het mentoraat;
  • analyse en oplossingen voor de werkdruk van onderwijsondersteunend personeel;
  • structureel werkoverleg en scholing voor onderwijsondersteunend personeel;
  • een jaarlijkse evaluatie van het taakbeleid.

Je collega’s moeten met tweederde meerderheid instemmen

Dit is de bepaling die op veel scholen onbekend is. Wil je werkgever het systeem van taakbeleid wijzigen, dan worden die afspraken besproken met de werknemers binnen de instelling en ter goedkeuring voorgelegd. Voor die goedkeuring is een meerderheid van twee derde vereist. Zonder die meerderheid is wijziging van het geldende taakbeleid niet mogelijk (artikel 8.1 lid 6).

Daarnaast ligt er een sectorbrede opdracht: alle scholen richten vanuit een professionele dialoog het gesprek in over het taakbeleid, en beoordelen dat uiterlijk voor ingang van het schooljaar 2028-2029 opnieuw (artikel 8.2). Sociale partners hebben daarvoor het raamwerk ‘professioneel gesprek en taakbeleid’ ontwikkeld, met handreikingen over onder meer het mentoraat en de opslagfactor. Je vindt het op de website van Voion.

Startende leraren: 20 procent minder les

Ben je startende leraar, dan heb je recht op een reductie van je lesgevende taak met 20% in het eerste jaar en 10% in het tweede jaar van je aanstelling (artikel 8.3 lid 1). Daarnaast heb je recht op een driejarig inductieprogramma, inclusief de benodigde tijd, gericht op werkdrukvermindering, enculturatie, professionele ontwikkeling, observatie en begeleiding in de klas, en intervisie (artikel 8.3 lid 2).

Startend betekent hier: een eerste reguliere aanstelling in een leraarsfunctie, ongeacht de omvang van je betrekking. Een eerdere aanstelling als leraar in opleiding of als vervanger telt daarvoor niet mee (artikel 8.3 lid 3).

Hoe je het taakbeleid ter sprake brengt

In je eentje verander je hier weinig aan, en precies daarom blijft het meestal zoals het is. Met een paar collega’s erbij ligt het anders, want de cao geeft het team hier meer te zeggen dan de meeste mensen weten.

  • Begin klein en vraag gewoon eens of het taakbeleid ergens op papier staat. Op veel scholen is dat een document dat niemand ooit heeft gezien, en dat is op zichzelf al een gespreksonderwerp. Er horen acht dingen in geregeld te zijn, waaronder de opslagfactor voor voorbereidingstijd en het maximumaantal lessen per week (artikel 8.1 lid 4).
  • Wacht op het juiste moment. Het taakbeleid moet elk jaar worden geévalueerd (artikel 8.1 lid 4 onder h). Dan hoef je niet uit te leggen waarom je er nu ineens over begint.
  • Doe het niet alleen. Het systeem van taakbeleid kan alleen wijzigen als tweederde van de werknemers akkoord gaat (artikel 8.1 lid 6). Een paar collega’s die er hetzelfde over denken zijn dus geen klaagclubje, maar een groep die iets kan tegenhouden.
  • Kom met een som, niet met een gevoel. “Het is te veel” is makkelijk weg te wuiven. “We hebben nagerekend dat er per week ongeveer twee uur ontbreekt, kunnen we dat meenemen in de evaluatie?” niet.

Loopt het spaak, dan is je PMR de volgende stap. Die praat sowieso mee over het taakbeleid, en heeft de cijfers van jullie hard nodig.

4. Salaris, uitkeringen en toelagen

Je wordt betaald volgens het carrièrepatroon dat bij je functie hoort; de patronen staan in bijlage 9 van de cao (artikel 3.1). In deze cao zijn twee salarisverhogingen afgesproken: 4,6% per 1 november 2025 en 1,2% per 1 november 2026 (artikel 3.2).

Wat verdien je in het vo? De salaristabel

Kort antwoord: als leraar in het vo verdien je bruto per maand tussen € 3.622 en € 8.065, afhankelijk van je schaal en je trede. De volledige tabellen staan in bijlage 9 van de cao. Dit zijn de leraarschalen per 1 november 2025, bij een normbetrekking.

SchaalBeginsalaris (trede 1)Eindsalaris (trede 12)
LB€ 3.622€ 5.520
LC€ 3.644€ 6.432
LD€ 3.659€ 7.313
LE€ 4.695€ 8.065

Elke leraarschaal telt twaalf treden. Je gaat jaarlijks op 1 augustus met ten minste één periodiek omhoog volgens je carrièrepatroon, tenzij je werkgever daar na twee opeenvolgende negatieve beoordelingen van afwijkt (artikel 12.1 lid 3 en lid 5). Een leraar in opleiding met een arbeidsovereenkomst verdient 1.829 euro bruto per maand bij een volledige betrekking. Dat bedrag is in de cao vastgelegd als de helft van de eerste trede van LD; die schaal dient hier alleen als rekenmaat, je wordt er niet in benoemd (artikel 3.4).

Per 1 november 2026 komt daar 1,2 procent bovenop. LB loopt dan van € 3.665 tot € 5.586, LC van € 3.688 tot € 6.509 en LD van € 3.703 tot € 7.401.

Hoor je bij het onderwijsondersteunend personeel of de directie, dan val je in de schalen 1 tot en met 17 uit onderdeel B van bijlage 9. Die lopen van € 2.416 tot € 2.743 in schaal 1 tot € 8.036 tot € 11.537 in schaal 17. Let op dat schaal 11 en schaal 12 qua bedragen precies gelijklopen met LC en LD.

En dan iets wat op de meeste salarissites ontbreekt: de cao vo koppelt geen functienamen aan schalen. Nergens staat dat een docent Nederlands in LB hoort of een teamleider in schaal 12. De cao onderscheidt alleen de functiecategorieën directie, leraar, onderwijsondersteunend personeel en leraar in opleiding (artikel 11.1 lid 3). Welke schaal bij jouw functie hoort, volgt uit de beschrijving en waardering met FUWA-VO door je werkgever (artikel 5.1) en uit het functiebouwwerk van je school. Vind je je functie te laag gewaardeerd, dan is dat dus geen cao-discussie maar een functiewaarderingsdiscussie, en daarvoor loopt de route via bezwaar tegen de waardering.

Bovenop je maandsalaris staan drie vaste bedragen die veel mensen over het hoofd zien:

  • Eindejaarsuitkering: 8,33% van je salaris. Werk je maar een deel van het jaar, dan krijg je het naar rato; bij ontslag volgt de uitbetaling aansluitend (artikel 3.5).
  • Vakantie-uitkering: 8% per kalendermaand, in één keer uitbetaald in mei over de twaalf maanden die met mei eindigen. Er geldt een minimum van € 137,61 per maand (artikel 3.6).
  • Oktobertoelage: € 1640 per jaar als je in de hoogste trede van je schaal zit, of onder de garantieregeling valt, of tot het onderwijsondersteunend personeel in schaal 1 tot en met 8 behoort. Voor alle anderen, dus de OOP- en directieschalen 9 en hoger en de leraarschalen, is het € 302,50 per jaar. Uitbetaling is in oktober (artikel 3.7).

Twee bijzondere gevallen: een leraar in opleiding met een arbeidsovereenkomst verdient 50% van het salaris bij de eerste trede van de LD-functie (artikel 3.4). En scholen met relatief veel kwetsbare leerlingen ontvangen extra bekostiging voor arbeidsmarkttoelagen; hoe die op jouw vestiging wordt verdeeld, spreken het bevoegd gezag en de P(G)MR samen af (artikel 3.8).

Dit is de volledige tabel per 1 november 2025, met alle twaalf treden (bijlage 9, onderdeel A). Alle bedragen zijn bruto per maand bij een normbetrekking.

TredeLBLCLDLE
1€ 3.622€ 3.644€ 3.659€ 4.695
2€ 3.710€ 3.817€ 3.874€ 4.870
3€ 3.821€ 4.015€ 4.125€ 5.025
4€ 3.933€ 4.213€ 4.376€ 5.341
5€ 4.046€ 4.409€ 4.627€ 5.691
6€ 4.185€ 4.629€ 4.910€ 6.011
7€ 4.348€ 4.873€ 5.225€ 6.329
8€ 4.533€ 5.138€ 5.577€ 6.649
9€ 4.742€ 5.427€ 5.960€ 6.969
10€ 4.975€ 5.740€ 6.378€ 7.287
11€ 5.234€ 6.074€ 6.828€ 7.605
12€ 5.520€ 6.432€ 7.313€ 8.065

Per 1 november 2026 komen daar de afgesproken 1,2 procent bij. Dit is dezelfde tabel per die datum.

TredeLBLCLDLE
1€ 3.665€ 3.688€ 3.703€ 4.752
2€ 3.754€ 3.863€ 3.921€ 4.928
3€ 3.867€ 4.063€ 4.174€ 5.086
4€ 3.980€ 4.264€ 4.428€ 5.405
5€ 4.094€ 4.462€ 4.682€ 5.760
6€ 4.235€ 4.685€ 4.968€ 6.083
7€ 4.400€ 4.931€ 5.288€ 6.405
8€ 4.587€ 5.200€ 5.644€ 6.729
9€ 4.799€ 5.492€ 6.031€ 7.052
10€ 5.035€ 5.809€ 6.454€ 7.374
11€ 5.296€ 6.147€ 6.910€ 7.696
12€ 5.586€ 6.509€ 7.401€ 8.162

Een leraar in opleiding met een arbeidsovereenkomst verdient € 1.829 per 1 november 2025 en € 1.851 per 1 november 2026, oftewel 50 procent van de eerste trede van de LD-functie (artikel 3.4).

Wat je kunt doen als je vindt dat je in een hogere schaal hoort

Dit is de vraag die het vaakst wordt gesteld en het slechtst wordt beantwoord. Het korte antwoord is niet leuk maar wel bruikbaar: je gaat niet omhoog doordat je meer doet, je gaat omhoog doordat je functie anders wordt beschreven en gewaardeerd. Dat is bureaucratisch, maar het is de enige route die werkt.

  • Pak je functiebeschrijving erbij en lees wat er staat, niet wat je doet. Het verschil tussen die twee is precies je ingang.
  • Schrijf op wat je erbij hebt gekregen sinds die beschrijving is opgesteld. Denk aan coördinatie, het ontwikkelen van een leerlijn, het begeleiden van collega’s of stagiairs. Dat zijn de dingen die in een functiewaardering meetellen; extra klassen of een volle agenda niet.
  • Vraag hoe je functie is gewaardeerd. In het vo gebeurt dat met FUWA-VO 2010, en voor functies die geen voorbeeldfunctie zijn moet dat door een gecertificeerde adviseur (artikel 11.3 lid 2). Vraag ook of het functiebouwwerk recent met de P(G)MR is besproken; dat is het moment waarop er nieuwe functies bij kunnen komen (artikel 11.1 lid 1).
  • Zet daarna twee routes naast elkaar: je eigen functie laten herwaarderen, of solliciteren op een functie die al hoger is gewaardeerd. Dat tweede is bijna altijd sneller, ook binnen je eigen school.
  • Kijk eerst of er op jouw school überhaupt ruimte is. Een hogere schaal moet in het formatieplan passen. In het vo laat de functiemix zien hoe de verhouding tussen LB, LC en LD op jouw school ligt, en die cijfers zijn openbaar: je vindt ze in de database functiemix. Zit je school onder het gemiddelde, dan heb je een argument. Zit hij erboven, dan weet je dat het krap wordt en kun je je pijlen beter op een vacature richten.
  • Sluit het gesprek af met een afspraak op papier: wat er precies bekeken wordt, door wie, en wanneer je antwoord krijgt. Halve afspraken zijn de belangrijkste oorzaak van uitstel en afstel. Een mail van drie regels na afloop is genoeg.

Vind je de uitkomst onjuist, dan kun je bezwaar maken bij een landelijke bezwarencommissie. Die toetst naar redelijkheid en billijkheid en haar uitspraak is bindend (artikel 11.4).

5. Vakantie en verlof

Voor leraren en directieleden bestaat het vakantieverlof uit de schoolvakanties plus vijf extra dagen die de werkgever in overleg met de (G)MR vaststelt. Buiten die periodes heb je geen vakantieverlof (artikel 14.1 lid 1). Wel kan je werkgever je in bijzondere omstandigheden vragen je tijdens het vakantieverlof beschikbaar te houden: voor directieleden maximaal een week, voor leraren maximaal 2 dagen, en die dagen mogen alleen de eerste en de laatste dagen van de zomervakantie zijn (artikel 14.1 lid 4).

Voor onderwijsondersteunend personeel werkt het anders: daar geldt een vast aantal uren. Bij een werkweek van 40 uur is dat 160 uur wettelijk vakantieverlof plus 266 uur bovenwettelijk verlof; bij 38 uur is dat 152 plus 170 uur, en bij 36 uur 144 plus 74 uur (artikel 14.2 lid 4 en 6).

Kortdurend verlof: de belangrijkste dagen op een rij

Artikel 15.1 lid 2 somt op waarvoor je kortdurend verlof met behoud van bezoldiging krijgt. De meest voorkomende:

  • verhuizing: 2 dagen, in bijzondere gevallen 4 dagen;
  • je eigen huwelijk of partnerregistratie: in totaal 4 dagen;
  • huwelijk van familie in de eerste of tweede graad: 1 dag, of hoogstens 2 dagen buiten je woonplaats;
  • overlijden van je partner, ouders of kinderen: 4 dagen; tweede graad 2 dagen; derde of vierde graad 1 dag;
  • bevalling van je partner: 2 dagen;
  • geboorteverlof: 5 dagen bij een normbetrekking, op te nemen binnen vier weken na de bevalling;
  • een ambts- of huwelijksjubileum: 1 dag;
  • adoptie of opname van een pleegkind: 6 weken;
  • andere religieuze feestdagen uit bijlage 4: ten hoogste 2 dagen.

Let op een detail dat gunstig voor je uitpakt: dit kortdurend verlof wordt niet naar rato van je betrekkingsomvang berekend. Werk je in deeltijd, dan krijg je bij een sterfgeval dus gewoon vier dagen. De enige uitzondering is het geboorteverlof, dat wél naar rato gaat (artikel 15.1 lid 3).

Kortdurend zorgverlof voor een ziek gezinslid krijg je in het vo met behoud van bezoldiging, tot tweemaal je wekelijkse arbeidsduur per twaalf maanden (artikel 15.1.a). Dat is gunstiger dan de wettelijke 70% die in het po en het mbo geldt. Verder kun je per jaar maximaal 60 uur verlof sparen (artikel 15.8), en zijn er regelingen voor lang buitengewoon verlof (artikel 15.2 en 15.3) en ouderschapsverlof (artikel 15.6 en 15.7).

Over zwangerschapsverlof, geboorteverlof en ouderschapsverlof schreef ik een apart en uitgebreider artikel, waarin ook het po en het mbo naast het vo worden gelegd: zwangerschapsverlof en ouderschapsverlof in het onderwijs.

6. Professionalisering: 83 uur en 600 euro per jaar

Dit is misschien wel het meest onderbenutte recht in de hele cao. Als leraar heb je per schooljaar recht op 83 klokuren voor deskundigheidsbevordering en professionalisering, en je beslist zelf hoe je die inzet. Je werkgever mag die uren alleen aan opgedragen activiteiten koppelen als jij daarmee instemt (artikel 16.4 lid 1 en 2).

Behoor je tot het onderwijsondersteunend personeel, dan is het basisrecht 40 klokuren. Dat wordt verhoogd met 43 uur als je die extra uren onderbouwt met een professionaliseringsplan (artikel 16.4 lid 3).

Daarnaast heb je recht op € 600 per schooljaar voor professionalisering, te besteden aan alle vormen van deskundigheidsbevordering en ook aan activiteiten in het kader van het lerarenregister (artikel 16.5). Sinds het Onderwijsakkoord komt daar voor leraren nog eens 16 uur per schooljaar bij, specifiek voor professionalisering op het gebied van basisvaardigheden en curriculumherziening (artikel 16.9).

Waar mag je die € 600 en die 83 uur precies aan besteden? Ruimer dan de meeste mensen denken. Artikel 16.1 rekent tot deskundigheidsbevordering en professionalisering in elk geval:

  • formele scholing: cursussen, trainingen, conferenties en daarmee gelijk te stellen activiteiten, op school-, team-, afdelings- of sectieniveau;
  • activiteiten gericht op het verbeteren van je werk: intervisie, peer review, coaching en vergelijkbare vormen;
  • deelname aan (digitale) netwerken en aan activiteiten van vak- en beroepsverenigingen;
  • literatuurstudie en het bestuderen van vakliteratuur.

Een vakvereniging, een congres, een coachtraject, een boekenbudget of een online leeromgeving passen daar dus allemaal binnen. En het budget mag ook worden ingezet voor activiteiten in het kader van het lerarenregister (artikel 16.5 lid 1).

Jij beslist, en je school mag het niet oormerken

Dit is het deel dat vaak misgaat. De cao zegt letterlijk dat jij zelf beslist hoe je het basisrecht in tijd en in geld inzet. Je werkgever mag het alleen aan opgedragen professionaliseringsactiviteiten koppelen als jij daarmee instemt (artikel 16.4 lid 2 en artikel 16.5 lid 2).

Daar hoort een tweede regel bij die net zo belangrijk is: opgedragen professionalisering, zoals een verplichte studiedag of een schoolbrede training, vindt plaats binnen je jaartaak en de kosten in tijd en geld komen voor rekening van je werkgever (artikel 16.7). Die uren en dat geld mogen dus niet van jouw 83 uur of jouw € 600 worden afgetrokken.

En als je school zegt dat het basisrecht al in het taakbeleid verwerkt zit? Dan geldt artikel 16.8. Het basisrecht is een individueel minimumrecht, toe te kennen naar rato van je betrekkingsomvang. Zit het niet als apart onderdeel in je taakbeleid, dan moet aantoonbaar zijn dat je over dat aantal uren beschikt en dat je die naar eigen keuze kunt inzetten. Die uren moeten dus herkenbaar terugkomen bij het voor- en nawerk of bij de overige taken.

Achteraf leg je in de reguliere gesprekkencyclus uit waar je het aan hebt besteed (artikel 16.4 lid 4). Vooraf toestemming vragen hoeft dus niet; verantwoorden achteraf wel.

Let op de vervaltermijn. Gebruik je het basisrecht niet in het schooljaar waarin het is toegekend, dan vervalt het, tenzij je daar andere afspraken over hebt gemaakt. Het budget in geld kun je in overleg met je werkgever wel twee jaar sparen, mits je daarvoor vooraf een plan indient (artikel 16.6). Kortom: bespreek het aan het begin van het schooljaar, niet in juni.

Op bestuursniveau geldt bovendien dat jaarlijks ten minste 10% van de personele lumpsum aan deskundigheidsbevordering wordt besteed, in tijd en geld (artikel 16.2 lid 1). En je maakt ten minste eens per drie jaar afspraken met je leidinggevende in een persoonlijk professionaliseringsplan (artikel 16.3 lid 1).

Zoek je financiering voor een grotere opleiding, kijk dan ook naar de landelijke regelingen. Die zette ik op een rij in het artikel over de lerarenbeurs en alle andere bijscholingsgelden.

Wat je met dat budget kunt doen. Deelname aan een (digitale) leeromgeving of een vaknetwerk valt expliciet onder de activiteiten uit artikel 16.1, en jij beslist zelf waar je je basisrecht aan besteedt. In Een Meester in Leeromgeving zitten inmiddels ruim 1300 leraren en lerarenopleiders die zich evidence based blijven ontwikkelen. Je kunt gratis meedoen; bij het aanmelden zie je de prijzen en kies je tussen het gratis lidmaatschap en het betaalde lidmaatschap met verdieping. Dat betaalde lidmaatschap past binnen je scholingsbudget van € 600, dus het kost je in principe niets uit eigen zak.

7. Het basisbudget en de regeling vanaf 57 jaar

Iedere werknemer krijgt jaarlijks een basisbudget van 90 klokuren (artikel 7.1 lid 1). Dat budget is bedoeld om keuzes te maken die passen bij je levensfase en die je duurzame inzetbaarheid vergroten of je werkdruk verminderen.

Als leraar mag je het basisbudget naar eigen inzicht gebruiken om je werk aan te passen: door je lestaak te verminderen of je werkzaamheden anders in te richten. Bij een fulltime dienstverband en lesuren van 50 minuten geldt daarbij een concrete rekenregel: kies je voor vermindering van je lestaak, dan levert 50 uur uit je basisbudget het recht op om je lestaak met één lesuur per week te verminderen (artikel 7.2 lid 1 onder a en b). Voor onderwijsondersteunend personeel en directie geldt dat het budget jaarlijks kan worden ingezet voor werkdrukverlichting, in overleg over de invulling (artikel 7.2 lid 1 onder d).

Twee uitzonderingen: startende leraren met 20% of 10% lesreductie hebben geen recht op het basisbudget, en wie een zieke collega vervangt heeft in de eerste twaalf maanden van de arbeidsovereenkomst wél het budget, maar zonder de keuzemogelijkheden: die uren worden uitgekeerd als een verhoging van het uurloon met de factor 1,05 (artikel 7.1 lid 2).

Vanaf 57 jaar: 170 of 340 uur verlof

Ben je 57 jaar of ouder, dan kun je 50 uur uit je basisbudget inzetten voor verlof en dat combineren met een aanvullend verlofbudget van maximaal 120 uur per jaar. Samen is dat 170 uur (artikel 7.2 lid 2 onder a). Daar staat een eigen bijdrage tegenover: 40% van je salaris over die uren als je functie een maximumschaal 1 tot en met 8 heeft, en 50% bij maximumschaal 9 of hoger (artikel 7.2 lid 2 onder b).

Wil je meer, dan kun je aan die 170 uur nog eens maximaal 170 verlofuren toevoegen, tot 340 uur per jaar. Over dat extra deel is de eigen bijdrage 100% (artikel 7.2 lid 5). Voor een leraar komt 340 uur neer op een vermindering van de maximumlestaak met zes lesuren van 50 minuten. Je pensioenopbouw loopt over die uren gewoon door alsof je geen gebruik van de regeling maakt (artikel 7.2 lid 5 onder e).

Belangrijk om te weten: alle aan je salaris gerelateerde aanspraken worden berekend over het salaris dat je zonder deze regeling zou hebben verdiend (artikel 7.2 lid 2 onder c). En word je ziek tijdens dit verlof, dan houd je het eerste jaar 100% van je oorspronkelijke salaris minus de eigen bijdrage; daarna 70% zonder eigen bijdrage (artikel 7.2 lid 12).

8. Je arbeidsovereenkomst: tijdelijk, vast en de ketenregeling

De hoofdregel is duidelijker dan veel mensen denken: je arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd, tenzij er een specifieke uitzondering geldt (artikel 9.1 lid 2). Een tijdelijk contract mag dus niet zomaar.

De belangrijkste uitzondering is het contract bij wijze van proef. Dat duurt hoogstens 12 maanden, en kan in bijzondere gevallen met hoogstens 12 maanden worden verlengd (artikel 9.2 lid 1). Daarnaast mag een tijdelijk contract worden gegeven bij vervanging van een afwezige collega (telkens maximaal 1 jaar), voor een tijdelijke vacature (maximaal 1 jaar), voor contractactiviteiten (maximaal 2 jaar), voor projecten met additionele gelden (maximaal 4 jaar) en na het bereiken van de AOW-leeftijd (telkens maximaal 1 jaar) (artikel 9.2 lid 4).

Wanneer krijg je een vast contract?

De totale duur van elkaar opvolgende tijdelijke contracten voor proef, vervanging, tijdelijke vacature en contractactiviteiten bedraagt ten hoogste 2 jaar, met een maximum van 3 contracten. Wordt de arbeidsovereenkomst daarna voortgezet, dan is dat voor onbepaalde tijd (artikel 9.2 lid 5). Voorziet je werkgever formatieve problemen, dan kan die termijn met instemming van de (P)MR worden opgerekt tot ten hoogste 3 jaar (artikel 9.2 lid 6).

Twee dingen om scherp op te zijn. Ten eerste: contracten met een onderbreking van 6 maanden of minder tellen als opvolgend (artikel 9.2 lid 9). Een zomer ertussen breekt de keten dus niet. Ten tweede geldt er een aanzegplicht. Had je contract een duur van ten minste 12 maanden en is je schriftelijk uitzicht gegeven op een vast dienstverband, dan moet je werkgever uiterlijk 2 maanden voor de einddatum beslissen of je een vast contract, nog één verlenging of niets krijgt (artikel 9.2 lid 2). Vergeet je werkgever dat, dan word je geacht te zijn benoemd in een verlengd tijdelijk contract onder dezelfde voorwaarden (artikel 9.2 lid 3).

Twee bijzondere gevallen. Een startende leraar wordt benoemd in een contract van minimaal 0,5 fte (artikel 9.3). En een onbevoegde leraar wordt voor hoogstens 2 jaar benoemd, in maximaal 3 contracten; je werkgever stelt samen met jou een studieplan op met facilitering in tijd en geld, gericht op het behalen van je bevoegdheid binnen 2 jaar, en verleent studieverlof voor studieactiviteiten onder werktijd (artikel 9.4).

9. Waar vind je wat in de cao vo?

Zoek je iets op dat hierboven niet aan bod komt, gebruik dan deze wegwijzer. De nummers verwijzen naar de hoofdstukken van de CAO VO 2025/2027.

Waar je naar zoektHoofdstuk
Begrippen, werkingssfeer en looptijd1
Algemene arbeidsduur (1659 uur)2
Salaris, eindejaarsuitkering, vakantie-uitkering, oktobertoelage3
Pensioen, ziekte, re-integratie en werkloosheid4
Functiewaardering en functiemix5
Betrekkingsomvang, werktijden en compensatie6
Basisbudget, keuzemogelijkheden en de 57-plusregeling7
Taakbeleid, startende leraren en werkdrukmiddelen8
Arbeidsovereenkomst, ketenregeling, LIO en uitzendarbeid9
Beëindiging, opzegtermijn, schorsing en disciplinaire maatregelen10
Functies en benoeming in twee functies11
Salarisvaststelling, toelagen en jubileumgratificatie12
Verplaatsingskosten, vakbondscontributie, stagevergoedingen13
Vakantieverlof14
Verlof: kortdurend, zorg, buitengewoon, ouderschap, sparen15
Professionalisering: 83 uur, 600 euro, basisvaardigheden16
Werkgelegenheidsbeleid en overplaatsing17
Gesprekkencyclus, nevenwerkzaamheden, veiligheid18
Beroepsrecht en medezeggenschap19 en 20
Ziekte en arbeidsongeschiktheid (Zavo)bijlage 11
Salarisbedragen en carrièrepatronenbijlage 9
Feestdagenbijlage 4
Spaarverlofbijlage 5

10. Zes vragen die leraren het vaakst stellen

Hoeveel voorbereidingstijd krijg je? De opslagfactor uitgelegd

De opslagfactor is de tijd die je krijgt voor voor- en nawerk per lesuur: voorbereiden, nakijken, leerlingcontact. Het antwoord dat veel mensen niet verwachten: de cao noemt geen getal. Artikel 8.1 lid 4 onder b bepaalt alleen dát de honorering van voor- en nawerk in het taakbeleid geregeld moet zijn, inclusief een omschrijving van wat eronder valt en of die factor varieert naar omstandigheden zoals klassengrootte.

Het getal staat dus in het taakbeleid van jouw school, niet in de cao. Wil je het veranderen, dan loopt dat via een wijziging van het taakbeleid, en daarvoor is de tweederde meerderheid van artikel 8.1 lid 6 nodig. Sociale partners hebben hier een handreiking voor gemaakt, als onderdeel van het raamwerk professioneel gesprek en taakbeleid dat via Voion te vinden is (artikel 8.2 lid 2).

Hoeveel lesuren mag mijn school mij maximaal geven?

De maximale lestaak is 720 klokuren op jaarbasis (artikel 8.1 lid 1). Reken je dat om zoals cao-partijen dat in de toelichting doen, dan kom je bij lessen van 50 minuten en maximaal 37,8 onderwijsweken uit op ongeveer 22,9 lesuren per week. Daarnaast moet het maximumaantal lessen per week apart in je taakbeleid staan (artikel 8.1 lid 4 onder c). Werk je in deeltijd, dan geldt die 720 uur naar rato.

Wie beslist waar de werkdrukmiddelen naartoe gaan?

Sinds het Onderwijsakkoord van 2022 gaat er jaarlijks € 300 miljoen naar de aanpak van werkdruk in het vo. De helft daarvan, € 150 miljoen, is bestemd voor een collectieve aanpak op de scholen. En dan volgt de zin die je kunt citeren: de werknemers zijn hierbij gezamenlijk aan zet en gaan met elkaar in overleg over de maatregelen om de werkdruk te verminderen (artikel 8.6). Het is dus niet aan de directie alleen.

Mag mijn school mijn rooster op het laatste moment wijzigen?

Wijzigen mag, maar er staat compensatie tegenover, met een belangrijke beperking: die regeling geldt alleen voor functies die gewaardeerd zijn in de schalen 1 tot en met 8, dus in de praktijk voor onderwijsondersteunend personeel en niet voor leraren. Wordt je werk onverwacht verschoven naar een ander tijdstip dan oorspronkelijk ingeroosterd, dan heb je recht op compensatie. Onverwacht betekent hier: minder dan 96 klokuren van tevoren opgedragen (artikel 6.4 lid 1). Je kiest zelf of je de uren als verlof opneemt of laat uitbetalen tegen 1/138ste van je brutomaandsalaris (artikel 6.4 lid 2).

Hoe kom ik van LB naar LC?

Eerlijk antwoord: de cao geeft je geen individueel recht op promotie. Functies worden beschreven en gewaardeerd met FUWA-VO (artikel 5.1). De functiemix, en eventuele maatwerkafspraken daarover, vormen het uitgangspunt voor het overleg met de P(G)MR als onderdeel van het meerjarenformatieplan (artikel 5.2 lid 1). Jouw route loopt dus via twee dingen: de functiebeschrijving die bij jouw taken hoort, en het formatieplan van je school. Sociale partners monitoren de functiemixpercentages op sectorniveau en maken passende afspraken bij een dalende landelijke trend (artikel 5.2 lid 2).

Hoe de functiemix er op jouw eigen school voor staat, kun je gewoon opzoeken. In de database functiemix vind je per school welk deel van de leraren in LB, LC en LD zit. Zit jouw school onder het landelijk gemiddelde in LD, dan is dat een concreet argument voor een gesprek over promotie.

Moet ik in de zomervakantie bereikbaar zijn?

Alleen in bijzondere omstandigheden, en dan nog begrensd. Je werkgever kan je opdragen je beschikbaar te houden voor werkzaamheden tijdens het vakantieverlof, maar bepaalt dat tijdig en na overleg met jou. Voor directieleden gaat het om ten hoogste een week, voor leraren om ten hoogste 2 dagen, en daarvoor komen alleen de eerste en de laatste dagen van de zomervakantie in aanmerking (artikel 14.1 lid 4).

11. Samenvatting

  • De CAO VO 2025/2027 loopt van 1 november 2025 tot 1 maart 2027. Deel 1 is hard, deel 2 is een minimum waarvan alleen in jouw voordeel mag worden afgeweken.
  • Je jaartaak is 1659 klokuren, met een maximale lestaak van 720 klokuren, ongeveer 22,9 lesuren per week.
  • Wijziging van het taakbeleid vraagt goedkeuring van tweederde van je collega’s.
  • Startende leraren krijgen 20% lesreductie in jaar één en 10% in jaar twee, plus een driejarig inductieprogramma.
  • Naast je salaris krijg je 8,33% eindejaarsuitkering, 8% vakantie-uitkering in mei en een oktobertoelage van € 1640 of € 302,50.
  • Je hebt jaarlijks recht op 83 uur en € 600 voor professionalisering, plus 16 uur voor basisvaardigheden. Ongebruikte uren vervallen aan het eind van het schooljaar.
  • Iedereen krijgt een basisbudget van 90 uur; vanaf 57 jaar kun je 170 of 340 uur verlof opnemen tegen een eigen bijdrage.
  • Na 2 jaar of 3 tijdelijke contracten volgt een vast dienstverband. Een onderbreking van zes maanden of minder breekt die keten niet.

Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?

“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een plek beantwoord door
collega’s en andere experts”

Lees ook

Bronnen

Dit artikel is gebaseerd op de tekst van de CAO VO 2025/2027 zoals die geldt per 1 november 2025. Cao’s veranderen; controleer bij twijfel altijd de actuele tekst bij de VO-raad of leg je situatie voor aan je HR-afdeling of een onderwijsbond. Advies en technische realisatie: Basten Berg, eenmeesterinleren.nl.