De cao po uitgelegd: je arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs
Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 1 augustus 2026
Gebaseerd op: CAO PO 2025-2027
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.
Inhoudsopgave
- Wat is de cao po en voor wie geldt hij?
- Arbeidsduur: 1659 uur en de veertigurige werkweek
- Het werkverdelingsplan: het hart van de cao po
- Salaris, uitkeringen en toelagen
- Vakantie en verlof
- Professionalisering: 123 uur en 525 euro
- Ouder worden in het po: het budget vanaf 57 jaar
- Je arbeidsovereenkomst: tijdelijk, vast en de ketenregeling
- Waar vind je wat in de cao po?
- Zes vragen die leraren het vaakst stellen
- Samenvatting
Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Een plek voor leraren, andere onderwijsprofessionals en iedereen die geïnteresseerd is in de arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs. Vanuit mijn achtergrond als biologieleraar, onderwijskundige en lerarenopleider schrijf ik artikelen en maak ik video’s om fundamentele kennis over onderwijs, leren en lesgeven begrijpelijk aan te bieden. Op de community voor leraren vind je een overzicht van alle uitgewerkte onderwerpen geordend per thema en een groep onderwijsprofessionals waar je je vragen aan kunt stellen.
De cao po is anders van opzet dan die van het vo en het mbo. Waar het vo met een taakbeleid werkt dat de directie vaststelt, legt het po de verdeling van het werk voor een groot deel bij het team zelf, in het werkverdelingsplan. Dat geeft je meer invloed dan je misschien denkt, maar alleen als je weet welke afspraken er verplicht in moeten staan en wie waar over gaat. Dit artikel zet de belangrijkste bepalingen op een rij, met bij elk onderdeel het artikelnummer erbij.
Na het lezen van dit artikel weet je hoe de cao po is opgebouwd, ken je de normen en bedragen die dit schooljaar gelden, en weet je precies waar je welke afspraak terugvindt.

Let op: hulpmiddel, geen juridisch advies. Aan dit artikel kun je geen rechten ontlenen. Cao-teksten worden regelmatig gewijzigd en de uitleg van een bepaling kan per situatie verschillen. Voor jouw situatie is de actuele cao-tekst leidend. Twijfel je, of gaat het ergens over? Leg het dan voor aan je werkgever, je P(G)MR of je vakbond.
Wil je de cao po zelf lezen of downloaden? Dat kan gratis. Dit artikel vat samen, maar bij twijfel is de brontekst leidend.
- Rechtstreekse pdf van de cao po 2025-2027 bij de PO-Raad
- De cao-pagina van de PO-Raad, met de laatste redactionele actualisaties
- De doorzoekbare online versie op po.cao.app, ook beschikbaar als app
1. Wat is de cao po en voor wie geldt hij?
De cao po is de collectieve arbeidsovereenkomst voor het primair onderwijs, afgesloten tussen de PO-Raad en de vakbonden AOb, AVS, CNV, FvOv en FNV. De huidige versie, de CAO PO 2025-2027, heeft een looptijd van 1 november 2025 tot en met 28 februari 2027 (artikel 1.6 lid 1). Wordt de cao niet opgezegd, dan wordt hij stilzwijgend met telkens een jaar verlengd.
Belangrijker dan de looptijd is het karakter. De cao po is een minimum-cao met standaardbepalingen (artikel 1.7). Dat werkt zo: van een minimumbepaling mag je school alleen afwijken als de afwijking ten gunste is van jou. Van een standaardbepaling mag helemaal niet worden afgeweken, tenzij er uitdrukkelijk bij staat dat het in overleg met de PGMR mag. Kom je dus een schoolregeling tegen die minder biedt dan de cao, dan houdt die in beginsel geen stand.
2. Arbeidsduur: 1659 uur en de veertigurige werkweek
Twee getallen bepalen je jaar. De formele arbeidsduur bij een voltijdbetrekking is 40 uur per week, wat gelijkstaat aan een werktijdfactor van 1,000 (artikel 6.1 lid 1). En het uitgangspunt bij het gesprek over de werkverdeling is dat een voltijder 1659 uur per schooljaar kan worden ingezet (artikel 2.2 lid 6).
Binnen die 1659 uur geldt een grens voor lesgeven die veel mensen niet kennen. Artikel 2.3 lid 6 gaat uit van 940 uur lesgevende taken; alleen met wederzijds goedvinden kan worden afgesproken dat je er meer doet, en dan nog altijd binnen de totale 1659 uur. Komen jullie er niet uit en ontstaat er een onwerkbare situatie, dan stelt de werkgever de inzet vast.
Verder geldt: een nieuw dienstverband is minimaal acht uur per week, bij incidentele vervanging van een dag of minder minimaal vijf uur, en je totale dienstverband is maximaal 48 uur per week (artikel 6.1 lid 3 en lid 5).
3. Het werkverdelingsplan: het hart van de cao po
Dit is het onderdeel waar je als teamlid de meeste invloed hebt, en tegelijk het onderdeel waar op veel scholen het minst mee gedaan wordt. Het team gaat jaarlijks vóór de zomervakantie met elkaar in gesprek over de werkverdeling voor het komende schooljaar (artikel 2.2 lid 5). De werkgever brengt daarvoor eerst in kaart wat er te doen is: het aantal groepen, het aantal (zorg)leerlingen, de overige werkzaamheden en de geplande scholing (artikel 2.2 lid 1).
Artikel 2.2 lid 7 schrijft voor wat er ten minste in het werkverdelingsplan geregeld moet zijn:
- de verdeling van de te geven lessen en groepen over de individuele teamleden;
- het voor- en nawerk: het voorbereiden van lessen en het nakijken van toetsen en opdrachten, inclusief de administratieve verwerking;
- of het team een opslagfactor gebruikt, en zo ja welke werkzaamheden daar wel en niet onder vallen;
- tijd voor de begeleiding van startende collega’s en zij-instromers;
- de momenten van gezamenlijke professionalisering;
- de tijd die onderwijsondersteunend personeel nodig heeft voor werk binnen en buiten de klas;
- welke taken worden uitgevoerd, hoeveel tijd die kosten en hoe ze worden verdeeld;
- de momenten waarop pauze wordt genoten;
- de momenten waarop het team vindt dat je aanwezig moet zijn op school;
- de besteding van de werkdrukmiddelen;
- de besteding van de professionaliseringsmiddelen uit het Onderwijsakkoord.
Merk op wat er in die lijst staat: de werkdrukmiddelen én de aanwezigheidsverplichting. Twee onderwerpen waarover op scholen veel discussie is, en waarvan de cao dus zegt dat ze in het werkverdelingsplan thuishoren en niet eenzijdig door de directie worden bepaald.
Het team beslist, de PMR stemt in
Voor invoering van het werkverdelingsplan is voldoende draagvlak binnen het team nodig, en het team stelt vooraf zélf vast hoe wordt bepaald of dat draagvlak er is (artikel 2.2 lid 4). In de voetnoot bij dat artikel staat dat het streven naar consensus daarbij het uitgangspunt is.
Daarna gaat het concept naar de PMR, die instemmingsrecht heeft op het werkverdelingsplan en ook toetst of de procedure goed is doorlopen en of het plan draagvlak geniet (artikel 2.2 lid 11). Met die instemming is meteen instemming verleend op artikel 12 lid 1 sub d, f en h van de WMS (artikel 2.2 lid 12). Voor jou persoonlijk geldt vervolgens: het werkverdelingsplan is het uitgangspunt voor je inzet (artikel 2.3 lid 1), en je werkgever bespreekt die inzet vóór de zomervakantie met je (artikel 2.3 lid 2).
Nog een bepaling die het onthouden waard is: je hebt het recht onbereikbaar te zijn voor ouders en verzorgers op niet-werkdagen en op werkdagen na 18.00 uur (artikel 2.3 lid 4).
Voorbereidingstijd: de opslagfactor staat niet in de cao
Zoek je in de cao po naar een getal voor de opslagfactor, dan vind je het niet. Artikel 2.2 lid 7 bepaalt alleen dát het team afspreekt óf er een opslagfactor wordt gebruikt om te bepalen hoeveel tijd een leraar beschikbaar heeft voor werk dat samenhangt met de lesgevende taak. Wordt er een gebruikt, dan legt het team vast welke werkzaamheden er wel en niet onder vallen en welke factoren meewegen in de hoogte ervan.
Dat is een wezenlijk verschil met het mbo, waar de cao bij een bepaalde route een opslagfactor van ten minste 40% voorschrijft. In het po is het getal dus onderhandelbaar binnen je eigen team, en dat maakt het gesprek vóór de zomervakantie belangrijker dan het vaak krijgt.
Let wel op wat er précies onder die opslagfactor valt. Van je jaartaak van 1659 uur gaat een groot deel op aan lesgeven, en wat overblijft is niet allemaal voorbereidingstijd: pauzesurveillance, oudergesprekken, teamvergaderingen, zorgoverleg en administratie komen er ook uit. Juist daarom schrijft artikel 2.2 lid 7 voor dat het team vastlegt welke werkzaamheden er wel en niet onder vallen. Ontbreekt dat lijstje, dan is de opslagfactor een getal zonder betekenis.
Hoe je de werkverdeling ter sprake brengt
Het werkverdelingsplan is in het po het enige stuk waar het team echt aan zet is, en het is tegelijk het stuk dat het vaakst als een mededeling langskomt. Je hoeft er geen strijd van te maken om er invloed op te krijgen.
- Vraag naar het teamgesprek. De cao schrijft voor dat het team eerst met elkaar bespreekt of het werk binnen de beschikbare formatie past, uitgaande van 1659 uur bij een voltijdbaan. Als dat gesprek er niet is geweest, is de procedure niet gevolgd.
- Reken het samen na in plaats van er een gevoel over te hebben. Als het team tot de conclusie komt dat het werk niet past, moet dat in overleg met schoolleider en werkgever in balans worden gebracht. Dat is geen wens maar de afgesproken route.
- Betrek je PMR op tijd. Die heeft instemmingsrecht op het werkverdelingsplan en toetst ook of het draagvlak heeft. Achteraf klagen helpt niet; vooraf even melden dat het wringt wel.
- Weet dat er ook kleine dingen in staan waar je meteen iets aan hebt. Je hebt bijvoorbeeld het recht om onbereikbaar te zijn voor ouders op je niet-werkdagen en na zes uur ’s avonds (artikel 2.3 lid 4). Dat mag je gewoon zeggen.
Kom je er in het team niet uit, dan is dit precies waarvoor je PMR bestaat. Geef ze wel iets concreets mee: een rekensom werkt beter dan een klacht.
4. Salaris, uitkeringen en toelagen
In deze cao zijn twee salarisverhogingen afgesproken: 4,6% per 1 november 2025 en 1,2% per 1 november 2026, met doorwerking in de pensioenopbouw en de bovenwettelijke uitkeringen (artikel 6.1a). Je maandsalaris gaat verder jaarlijks op 1 augustus met één periodiek omhoog (artikel 6.1 lid 10).
Wat verdien je in het po? De salaristabel
Kort antwoord: als leraar in het po verdien je bruto per maand tussen € 3.622 en € 8.065, afhankelijk van je schaal en je trede. Sinds de harmonisatie met het voortgezet onderwijs zijn de bedragen in beide sectoren gelijk. Dit zijn de leraarschalen uit bijlage A2, per 1 november 2025 bij een voltijdbetrekking.
| Schaal | Beginsalaris (trede 1) | Eindsalaris (trede 12) |
|---|---|---|
| LB | € 3.622 | € 5.520 |
| LC | € 3.644 | € 6.432 |
| LD | € 3.659 | € 7.313 |
| LE | € 4.695 | € 8.065 |
Let op de namen. De oude aanduidingen LA, L10, L11 en L12 komen in deze cao niet meer voor. De lerarenschalen heten nu LB, LC, LD en LE, precies zoals in het vo. Kom je die oude namen nog tegen in een schoolsysteem of op een salarisstrook, dan gaat het om een verouderde aanduiding.
Per 1 november 2026 komt er 1,2 procent bij: LB loopt dan van € 3.665 tot € 5.586, LC van € 3.688 tot € 6.509, LD van € 3.703 tot € 7.401 en LE van € 4.752 tot € 8.162. Je gaat jaarlijks op 1 augustus een periodiek omhoog, tenzij je werkgever met de P(G)MR ander beloningsbeleid heeft afgesproken (artikel 6.1 lid 9 en 10).
Voor directieleden gelden aparte tabellen in bijlage A1. Adjunct-directeuren zitten in A11 (€ 3.644 tot € 6.432), A12 (€ 3.659 tot € 7.313) of A13 (€ 5.691 tot € 8.065). Directeuren zitten in D12 (€ 3.659 tot € 7.313), D13 (€ 5.691 tot € 8.065), D14 (€ 6.517 tot € 8.708) of D15 (€ 6.841 tot € 9.562). Onderwijsondersteunend personeel valt in de schalen 1 tot en met 17 uit bijlage A3, van € 2.416 tot € 2.743 in schaal 1 tot € 8.036 tot € 11.537 in schaal 17.
Twee dingen om in de gaten te houden. Het sectorale minimumsalaris bedraagt € 2.505,60 per maand vanaf 1 juli 2025 en € 2.559,54 vanaf 1 januari 2026; schaaltreden die daaronder uitkomen worden naar dat bedrag gecorrigeerd. En het minimum voor de vakantie-uitkering staat in bijlage A4: € 200,45 vanaf 1 juli 2025 en € 204,76 vanaf 1 januari 2026, naar rato van je werktijdfactor (artikel 6.12 lid 6).
En dan iets wat op de meeste salarissites ontbreekt: de cao po koppelt geen functienamen aan schalen. Er staat nergens in welke schaal een groepsleerkracht, een intern begeleider of een leraarondersteuner hoort. De cao onderscheidt alleen de functiecategorieën directie, leraar en onderwijsondersteunend personeel, en bepaalt dat alle functies worden beschreven en gewaardeerd met FUWA PO (artikel 5.1). Je werkgever kán daarbij de voorbeeldfuncties van sociale partners gebruiken, maar hoeft dat niet. Vind je je functie te laag gewaardeerd, dan is dat dus geen cao-discussie maar een functiewaarderingsdiscussie.
Bovenop je salaris staan vier vaste posten:
- Eindejaarsuitkering: 8,33%, uitbetaald in december. Bij ontslag volgt de uitbetaling uiterlijk een maand na je uitdiensttreding (artikel 6.11).
- Vakantie-uitkering: 8% per kalendermaand, uitbetaald in mei over de twaalf maanden die met mei eindigen. Er geldt een minimumbedrag, dat in bijlage A9 staat en naar rato van je werktijdfactor wordt berekend (artikel 6.12).
- Oktobertoelage: € 1640 per jaar als je in de hoogste trede van je schaal zit, onder de garantieregeling valt, of tot het onderwijsondersteunend personeel in de schalen 1 tot en met 8 behoort. Zit je niet in de hoogste trede van de OOP-schalen 9 en hoger, de L-schalen of de A- en D-schalen, dan is het € 302,50 per jaar. Uitbetaling in oktober (artikel 6.9).
- Jubileumgratificatie: bij 25 dienstjaren in het onderwijs 50% van je salaris, bij 40 en 50 jaar 100%, uitgekeerd in de maand van je jubileum (artikel 6.14).
Let dit schooljaar op één wijziging: per 1 juli 2026 wordt schaal OOP10 gelijkgetrokken met schaal LB. Zit je op 30 juni 2026 in trede 1 tot en met 9, dan ga je een trede omhoog. Voor wie in trede 3 tot en met 6 zit, geldt een tijdelijke toelage van € 25 per maand, respectievelijk 24 en 12 maanden lang; wie in trede 10 zit krijgt in juli 2026 eenmalig € 50 (artikel 6.1b).
Dit is de volledige tabel per 1 november 2025, met alle twaalf treden (bijlage A2). Alle bedragen zijn bruto per maand bij een voltijdbetrekking. Ze zijn identiek aan die van het voortgezet onderwijs: alle 96 bedragen komen exact overeen.
| Trede | LB | LC | LD | LE |
|---|---|---|---|---|
| 1 | € 3.622 | € 3.644 | € 3.659 | € 4.695 |
| 2 | € 3.710 | € 3.817 | € 3.874 | € 4.870 |
| 3 | € 3.821 | € 4.015 | € 4.125 | € 5.025 |
| 4 | € 3.933 | € 4.213 | € 4.376 | € 5.341 |
| 5 | € 4.046 | € 4.409 | € 4.627 | € 5.691 |
| 6 | € 4.185 | € 4.629 | € 4.910 | € 6.011 |
| 7 | € 4.348 | € 4.873 | € 5.225 | € 6.329 |
| 8 | € 4.533 | € 5.138 | € 5.577 | € 6.649 |
| 9 | € 4.742 | € 5.427 | € 5.960 | € 6.969 |
| 10 | € 4.975 | € 5.740 | € 6.378 | € 7.287 |
| 11 | € 5.234 | € 6.074 | € 6.828 | € 7.605 |
| 12 | € 5.520 | € 6.432 | € 7.313 | € 8.065 |
Per 1 november 2026 komen daar de afgesproken 1,2 procent bij. Dit is dezelfde tabel per die datum.
| Trede | LB | LC | LD | LE |
|---|---|---|---|---|
| 1 | € 3.665 | € 3.688 | € 3.703 | € 4.752 |
| 2 | € 3.754 | € 3.863 | € 3.921 | € 4.928 |
| 3 | € 3.867 | € 4.063 | € 4.174 | € 5.086 |
| 4 | € 3.980 | € 4.264 | € 4.428 | € 5.405 |
| 5 | € 4.094 | € 4.462 | € 4.682 | € 5.760 |
| 6 | € 4.235 | € 4.685 | € 4.968 | € 6.083 |
| 7 | € 4.400 | € 4.931 | € 5.288 | € 6.405 |
| 8 | € 4.587 | € 5.200 | € 5.644 | € 6.729 |
| 9 | € 4.799 | € 5.492 | € 6.031 | € 7.052 |
| 10 | € 5.035 | € 5.809 | € 6.454 | € 7.374 |
| 11 | € 5.296 | € 6.147 | € 6.910 | € 7.696 |
| 12 | € 5.586 | € 6.509 | € 7.401 | € 8.162 |
Let op de schaalnamen. De aanduidingen LA, LB en LC uit de oude cao’s werden in de cao po 2018 L10, L11 en L12, en per 1 augustus 2022 zijn ze LB, LC en LD geworden, gelijk met het vo. Kom je op internet nog L10, L11 of LA tegen, dan lees je verouderde informatie.
Wat je kunt doen als je vindt dat je in een hogere schaal hoort
Dit is de vraag die het vaakst wordt gesteld en het slechtst wordt beantwoord. Het korte antwoord is niet leuk maar wel bruikbaar: je gaat niet omhoog doordat je meer doet, je gaat omhoog doordat je functie anders wordt beschreven en gewaardeerd. Dat is bureaucratisch, maar het is de enige route die werkt.
- Pak je functiebeschrijving erbij en lees wat er staat, niet wat je doet. Het verschil tussen die twee is precies je ingang.
- Schrijf op wat je erbij hebt gekregen sinds die beschrijving is opgesteld. Denk aan coördinatie, het ontwikkelen van een leerlijn, het begeleiden van collega’s of stagiairs. Dat zijn de dingen die in een functiewaardering meetellen; extra klassen of een volle agenda niet.
- Vraag hoe je functie is gewaardeerd. In het po gebeurt dat met FUWA PO, sinds oktober 2024 in een vernieuwde versie, en altijd door een gecertificeerde adviseur (artikel 5.1 lid 5). Het functiegebouw wordt vastgesteld door je werkgever samen met de PGMR (artikel 5.1 lid 2), dus daar valt iets te halen.
- Zet daarna twee routes naast elkaar: je eigen functie laten herwaarderen, of solliciteren op een functie die al hoger is gewaardeerd. Dat tweede is bijna altijd sneller, ook binnen je eigen school.
- Kijk eerst of er op jouw school überhaupt ruimte is. Een hogere schaal moet in het formatieplan passen. Vraag naar de verdeling van je school over L10, L11 en L12 en naar wat er voor komend schooljaar begroot is. Is er geen enkele plek in een hogere schaal gepland, dan is jouw verzoek geen inschalingsvraag maar een formatievraag, en die hoort ook bij de p(g)mr thuis.
- Sluit het gesprek af met een afspraak op papier: wat er precies bekeken wordt, door wie, en wanneer je antwoord krijgt. Halve afspraken zijn de belangrijkste oorzaak van uitstel en afstel. Een mail van drie regels na afloop is genoeg.
Vind je de uitkomst onjuist, dan heb je zes weken om bezwaar te maken bij een landelijke bezwarencommissie. Je kunt bezwaar maken tegen de waardering, maar ook tegen de beschrijving zelf als die niet klopt met wat je is opgedragen. De uitspraak is bindend (artikel 5.5).
5. Vakantie en verlof
Je hebt recht op 428 uur vakantieverlof per jaar, en let op het detail dat vaak wordt gemist: dat is inclusief de algemeen erkende feestdagen (artikel 8.1 lid 1). Van die 428 uur is vier maal je wekelijkse arbeidsduur wettelijk vakantieverlof, bij een voltijder dus 160 uur; de rest is bovenwettelijk (artikel 8.1 lid 2). De opbouw loopt van 1 oktober tot 1 oktober, tenzij je werkgever met instemming van de PGMR iets anders bepaalt.
Het verlof wordt in de schoolvakanties verleend. Heb je meer verlofuren dan nodig om alle schoolvakanties op te vullen, dan wordt het restant in overleg op andere momenten opgenomen (artikel 8.1 lid 1 onder b). Onderwijsondersteunend personeel zonder lesgebonden of behandeltaken heeft meer ruimte: dat mag na overleg maximaal vier uur per week buiten de schoolvakanties opnemen, en krijgt bovendien extra uren op basis van leeftijd, oplopend van 8 uur tot 48 uur per jaar, plus acht uur extra bij een salaris boven het maximum van schaal 8 (artikel 8.3).
Kort buitengewoon verlof: de belangrijkste dagen
Artikel 8.6 somt op waarvoor je betaald kort buitengewoon verlof krijgt. De meest voorkomende:
- verhuizing: twee dagen;
- je eigen huwelijk of partnerregistratie: in totaal twee dagen;
- huwelijk van familie in de eerste of tweede graad: één dag;
- overlijden van je partner, ouders of kinderen: vier dagen; tweede graad twee dagen; ben je belast met de begrafenis of nalatenschap, dan ten hoogste vier dagen;
- geboorteverlof: eenmaal je wekelijkse arbeidsduur, op te nemen binnen vier weken na de bevalling;
- aanvullend geboorteverlof: ten hoogste vijf hele weken binnen zes maanden, waarbij je werkgever je salaris aanvult tot 100%;
- adoptie of opname van een pleegkind: maximaal zes weken;
- kortdurend zorgverlof volgens de Wet arbeid en zorg.
Dat aanvullend geboorteverlof is het gunstigste van de drie onderwijssectoren: in het vo en het mbo blijft datzelfde verlof op de wettelijke 70% steken. Verder heb je per twaalf maanden recht op maximaal tweemaal je wekelijkse arbeidsduur aan betaald verlof voor omstandigheden die je in redelijkheid verhinderen je werk te doen (artikel 8.7), en op onbetaald langdurend zorgverlof van maximaal zesmaal je wekelijkse arbeidsduur per twaalf maanden (artikel 8.8).
Eén valkuil: spaarverlof. Artikel 8.20 geldt alleen nog voor werknemers die vóór 1 juli 2016 met hun werkgever hadden afgesproken verlof te sparen. Nieuwe deelname is niet meer mogelijk, terwijl je in het vo nog wel jaarlijks 60 uur mag sparen.
Over zwangerschapsverlof, geboorteverlof en ouderschapsverlof schreef ik een apart en uitgebreider artikel, waarin het po naast het vo en het mbo wordt gelegd: zwangerschapsverlof en ouderschapsverlof in het onderwijs.
6. Professionalisering: 123 uur en 525 euro
In het po heet dit het PDI-budget, van professionalisering en duurzame inzetbaarheid. Iedere werknemer in de categorie OP of OOP heeft jaarlijks recht op een individueel PDI-budget van € 525 per jaar; met ingang van 1 augustus 2026 wordt dat € 555 (artikel 9.4 lid 3). Daarnaast heb je naar rato van je werktijdfactor recht op 123 PDI-uren per jaar (artikel 9.4 lid 4). Dat getal is ontstaan door de 40 uur duurzame inzetbaarheid en de 83 uur professionalisering uit de vorige cao’s samen te voegen.
Jij beslist waar het aan opgaat
Je bepaalt na overleg met je leidinggevende hoe je het budget in geld en uren inzet (artikel 9.4 lid 2). De bestedingsdoelen zijn ruim geformuleerd (artikel 9.4 lid 5): activiteiten die bijdragen aan je vakbekwaamheid en professionele ontwikkeling, activiteiten die helpen om ook op langere termijn het werk goed, gezond en met plezier te blijven doen, en activiteiten die je duurzame inzetbaarheid vergroten, in de zin van breed inzetbaar en aantrekkelijk blijven voor de arbeidsmarkt.
Anders dan in het vo vervalt je budget niet direct aan het eind van het schooljaar: je mag het in overleg met je werkgever maximaal drie jaar sparen, mits je dat schriftelijk vastlegt (artikel 9.4 lid 6). Wel geldt bij vertrek een beperking: niet benutte uren worden bij uitdiensttreding alleen uitbetaald als het om gespaard budget gaat én je vertrek op initiatief van de werkgever is (artikel 9.4 lid 7).
Ben je starter, dus minder dan drie jaar werkzaam als leraar in het po, dan komt er bovenop die 123 uur een bijzonder inductiebudget van 40 uur per jaar bij, naar rato van je werktijdfactor. Je hebt bovendien recht op begeleiding door een coach die uitdrukkelijk niet je direct leidinggevende is (artikel 9.5). Directieleden hebben een eigen professionaliseringsbudget van € 3.150 per jaar, dat per 1 augustus 2026 € 3.330 wordt en maximaal vier jaar gespaard mag worden (artikel 9.7).
Wat je met dat budget kunt doen. Deelname aan een digitale leeromgeving of een vaknetwerk past binnen die bestedingsdoelen, en jij beslist zelf. In Een Meester in Leeromgeving zitten inmiddels ruim 1300 leraren en lerarenopleiders die zich evidence based blijven ontwikkelen. Je kunt gratis meedoen; bij het aanmelden zie je de prijzen en kies je tussen het gratis lidmaatschap en het betaalde lidmaatschap met verdieping. Dat betaalde lidmaatschap past binnen je PDI-budget.
7. Ouder worden in het po: het budget vanaf 57 jaar
Ben je 57 jaar of ouder, dan krijg je bovenop de 123 PDI-uren een bijzonder PDI-budget van 130 uur per jaar, naar rato van je werktijdfactor (artikel 9.6 lid 1). Je mag die uren inzetten voor de gewone bestedingsdoelen, maar ook voor verlof: de cao noemt zelf een sabbatical, extra zorgverlof of recuperatieverlof (artikel 9.6 lid 2).
Zet je ze in voor verlof, dan betaal je een eigen bijdrage over het salaris van die uren: 40% als je functie schaal 8 of lager heeft, en 50% voor de overige werknemers (artikel 9.6 lid 3). Alleen wanneer je die 130 uur voor verlof inzet, mag je daar nog eens maximaal 40 uur uit je gewone PDI-uren aan toevoegen, en over díe uren betaal je géén eigen bijdrage (artikel 9.6 lid 4).
Drie dingen om op te letten. Kom je onder de 45 uur uit, dan vervalt het recht op deze uren (artikel 9.6 lid 9). Je mag de 40 uur uit artikel 9.4 lid 4 in overleg maximaal vijf jaar sparen op basis van een vooraf ingediend plan (lid 10). En het totale verlof kan nooit meer dan 340 uur per jaar bedragen, naar rato van je werktijdfactor (lid 11). Word je ziek, dan wordt het verlof niet opgeschort en betaal je de eigen bijdrage het eerste ziektejaar door; daarna vervalt die (lid 7). Maakte je al gebruik van de oude BAPO-regeling, dan blijft het overgangsrecht uit artikel 8A.8 van de cao 2023/2024 op je van toepassing en geldt hoofdstuk 9 juist niet (artikel 9.9).
8. Je arbeidsovereenkomst: tijdelijk, vast en de ketenregeling
De hoofdregel: als je geen vervangingswerk doet en je werk niet kennelijk tijdelijk van aard is, is een contract voor onbepaalde tijd het uitgangspunt. Er mag dan één keer een contract voor bepaalde tijd van maximaal twaalf maanden worden gegeven, en alleen in zeer bijzondere gevallen daarna nog één keer voor maximaal twaalf maanden (artikel 3.1 lid 2).
Wanneer krijg je een vast contract?
De ketenregeling in artikel 3.1 lid 3 volgt artikel 7:668a BW: overschrijden opeenvolgende contracten met tussenpozen van ten hoogste zes maanden samen een periode van 36 maanden, of krijg je meer dan drie contracten voor bepaalde tijd, dan geldt het laatste contract als onbepaalde tijd.
Voor vervangingswerk gelden ruimere regels, en dat is precies waar veel invallers op stuklopen. Bij vervanging mogen zes elkaar opvolgende tijdelijke contracten worden gegeven, met een maximale duur van 36 maanden (artikel 3.1 lid 4). En vervang je een collega die ziek is, in een onderwijsgevende functie of een ondersteunende functie met lesgebonden of behandeltaken, dan mag een onbeperkt aantal tijdelijke contracten worden gegeven voor een periode van maximaal 36 maanden. Die contracten tellen bovendien niet mee bij het aantal contracten uit lid 3 en lid 4 (artikel 3.1 lid 5).
Verder: een proeftijd van ten hoogste twee maanden mag alleen als je eerste contract bij die werkgever meteen voor onbepaalde tijd is (artikel 3.1 lid 6). Bij een contract van twaalf maanden beslist je werkgever ten minste twee maanden voor de einddatum of je een vast contract krijgt, nog één verlenging, of niets; vergeet die dat, dan word je geacht in een verlengd tijdelijk dienstverband onder dezelfde voorwaarden te werken (artikel 3.3 lid 2 en 3). En de kosten van je VOG betaalt je werkgever (artikel 3.1 lid 7).
Zij-instromers hebben een eigen route: een contract voor bepaalde tijd van maximaal twee jaar, dat bij het niet halen van de bevoegdheid maximaal twee keer met een jaar kan worden verlengd. Je werkgever stelt bij aanvang een plan op met facilitering in tijd en geld. Haal je de bevoegdheid binnen die maximaal vier jaar niet, dan eindigt het dienstverband van rechtswege (artikel 3.2).
De opzegtermijnen staan in artikel 3.9. Voor je werkgever: één maand bij een dienstverband van twaalf maanden of korter, twee maanden bij langer dan twaalf maanden maar korter dan vijf jaar, en drie maanden bij vijf jaar of langer. Voor jou: één maand bij korter dan twaalf maanden en twee maanden daarna. Opzeggen gebeurt tegen het einde van de maand.
9. Waar vind je wat in de cao po?
Zoek je iets op dat hierboven niet aan bod komt, gebruik dan deze wegwijzer. De nummers verwijzen naar de hoofdstukken van de CAO PO 2025-2027.
| Waar je naar zoekt | Hoofdstuk |
|---|---|
| Begrippen, werkingssfeer, looptijd en karakter van de cao | 1 |
| Formatiebeleid, werkverdelingsplan en je inzet | 2 |
| Arbeidsovereenkomst, ketenregeling, zij-instroom, schorsing, LIO | 3 |
| Dienstverband openbaar onderwijs | 4 |
| Functiegebouw, FUWA PO en bezwaar tegen je waardering | 5 |
| Salaris, oktobertoelage, eindejaarsuitkering, jubileum, overwerk | 6 |
| Reis- en verhuiskosten, fiets, studieschuld, stagevergoeding | 7 |
| Vakantieverlof en alle vormen van buitengewoon verlof | 8 |
| Professionalisering, PDI-budget, starters en 57-plus | 9 |
| Van werk naar werk, transitievergoeding en overplaatsing | 10 |
| Nevenwerkzaamheden, veiligheid, arbeidsomstandigheden | 11 |
| Beroepsrecht en de Commissie van Beroep | 12 |
| Medezeggenschap en DGO | 13 |
| Ziekte, arbeidsongeschiktheid en zwangerschapsverlof (ZAPO) | bijlage XVII |
| Werkloosheid en bovenwettelijke uitkeringen (WOPO) | bijlage XVI |
| Spaarverlof | bijlage IX |
| Overgangsregeling BAPO | bijlage X |
| Diensttijd voor de jubileumgratificatie | bijlage VI |
10. Zes vragen die leraren het vaakst stellen
Hoeveel uur mag ik maximaal voor de klas staan?
Artikel 2.3 lid 6 gaat uit van 940 uur lesgevende taken per jaar bij een voltijdbetrekking. Meer mag alleen met wederzijds goedvinden, en altijd binnen de totale 1659 uur. In de voetnoot bij dat artikel staat de achterliggende rekensom: leerlingen krijgen over een periode van acht jaar minimaal 7520 uur les.
Moet ik ’s avonds bereikbaar zijn voor ouders?
Nee. Artikel 2.3 lid 4 geeft je uitdrukkelijk het recht om onbereikbaar te zijn voor ouders en verzorgers op niet-werkdagen en op werkdagen na 18.00 uur. Dat is een van de weinige bepalingen in het onderwijs die je grens zo expliciet vastlegt.
Wie beslist waar de werkdrukmiddelen naartoe gaan?
Het team, via het werkverdelingsplan. De besteding van de werkdrukmiddelen is een van de onderwerpen die volgens artikel 2.2 lid 7 verplicht in dat plan geregeld moet zijn. Vervolgens heeft de PMR instemmingsrecht op het plan (artikel 2.2 lid 11). Een directie die dit eenzijdig invult, houdt zich niet aan de cao.
Hoeveel vakantie heb ik nu echt?
428 uur per jaar, inclusief de algemeen erkende feestdagen (artikel 8.1 lid 1). Dat is minder ruim dan het lijkt, want de feestdagen gaan er dus vanaf. Van die 428 uur is 160 uur wettelijk vakantieverlof bij een voltijder; heb je in een jaar 160 uur opgenomen, dan word je geacht het wettelijk minimum te hebben genoten (artikel 8.1 lid 4).
Ik val al jaren in. Wanneer krijg ik een vast contract?
Dit is de pijnlijkste bepaling uit de cao po. Bij gewoon vervangingswerk mogen zes opeenvolgende tijdelijke contracten worden gegeven binnen maximaal 36 maanden (artikel 3.1 lid 4). Maar vervang je zieke collega’s in een onderwijsgevende functie, dan mag een onbeperkt aantal contracten worden gegeven binnen die 36 maanden, en die tellen niet mee voor de gewone ketenregeling (artikel 3.1 lid 5). De teller loopt pas door als de tussenpoos langer is dan zes maanden.
Wat als het team het niet eens wordt over de werkverdeling?
Het team stelt zélf vooraf vast hoe wordt bepaald of er voldoende draagvlak is, met consensus als uitgangspunt (artikel 2.2 lid 4). Komt het plan er, dan toetst de PMR niet alleen de inhoud maar ook of de procedure goed is doorlopen en of er draagvlak is (artikel 2.2 lid 11). Zonder die instemming is er geen werkverdelingsplan.
11. Samenvatting
- De CAO PO 2025-2027 loopt van 1 november 2025 tot en met 28 februari 2027. Het is een minimum-cao met standaardbepalingen.
- Je werkweek is 40 uur, je jaartaak 1659 uur, en het uitgangspunt voor lesgevende taken is 940 uur.
- Het werkverdelingsplan regelt elf verplichte onderwerpen, waaronder de werkdrukmiddelen en de aanwezigheidsverplichting. Het team bepaalt zelf hoe draagvlak wordt gemeten; de PMR heeft instemmingsrecht.
- De opslagfactor staat niet in de cao po. Of die er is en hoe hoog, spreekt het team af.
- Naast je salaris: 8,33% eindejaarsuitkering, 8% vakantie-uitkering in mei, een oktobertoelage van € 1640 of € 302,50 en een jubileumgratificatie van 50% bij 25 jaar en 100% bij 40 en 50 jaar.
- Je hebt 428 uur vakantieverlof, inclusief feestdagen, en per jaar 123 PDI-uren en € 525 (€ 555 vanaf augustus 2026).
- Vanaf 57 jaar komt daar 130 uur bij, in te zetten voor verlof tegen een eigen bijdrage van 40 of 50%.
- Bij vervanging wegens ziekte mag een onbeperkt aantal tijdelijke contracten worden gegeven binnen 36 maanden. Dat is de reden dat invallers zo lang tijdelijk blijven.
Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?
“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een plek beantwoord door
collega’s en andere experts”
Lees ook
- FUWA uitgelegd: hoe je functie wordt gewaardeerd en hoe je bezwaar maakt
- Je taakbrief lezen: wat er in je jaartaak hoort te staan
- De cao vo uitgelegd, de cao mbo uitgelegd en de cao hbo uitgelegd, voor wie in een andere sector werkt of daarheen wil
- Zwangerschapsverlof en ouderschapsverlof in het onderwijs, met po, vo en mbo naast elkaar
- De lerarenbeurs en alle andere bijscholingsgelden voor leraren op een rij
- Wat verdient een leraar? Salaris in po, vo, mbo en hbo vergeleken
- Van LB naar LC, LD en LE: zo kom je in een hogere salarisschaal
- Hoeveel voorbereidingstijd hoor je te krijgen? De opslagfactor per sector
- Wanneer krijg je een vast contract in het onderwijs?
- Je scholingsbudget in het onderwijs: uren, geld en waar je het aan mag besteden
- Verlof in het onderwijs: alle soorten verlof op een rij
- Minder werken vanaf 57 jaar: de seniorenregeling per sector
- Ziek in het onderwijs: wat er met je salaris gebeurt
- Wat mag de mr eigenlijk? Instemmingsrecht en adviesrecht
- Onbevoegd voor de klas en zij-instroom: hoelang mag dat?
- Werktijdfactor en fte berekenen: van uren naar wtf en terug
- Reiskostenvergoeding in het onderwijs: wat krijg je per kilometer?
- Vakantiegeld en eindejaarsuitkering in het onderwijs
- Je ABP-pensioen in het onderwijs, en hoe je eerder kunt stoppen
- Schoolvakanties 2026-2027: alle data per regio
- Wat verdient een teamleider, directeur of schoolleider?
- Wat verdient onderwijsondersteunend personeel?
- Bekijk de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.
Bronnen
- PO-Raad, AOb, AVS, CNV Onderwijs, FvOv & FNV (2025). CAO PO 2025-2027. PO-Raad, Utrecht. Alle artikelverwijzingen in dit artikel verwijzen naar deze uitgave.
- Wet arbeid en zorg. Overheid.nl. Wettelijke basis onder de verlofbepalingen in hoofdstuk 8.
- Landelijke Bezwarencommissie functiewaardering PO, VO en MBO. Onderwijsgeschillen. Met een praktische handleiding en een modelbezwaarschrift.
- Wet arbeid en zorg. Overheid.nl. De wettelijke basis onder de verlofbepalingen.
- Voorbeeldfunctiebeschrijvingen primair onderwijs. PO-Raad. De openbare beschrijvingen van leraar LB, LC-A, LC-B en LD.
- Wat is het grootste verschil tussen een leraar LB, LC en LD?. PO-Raad.
- Actuele salaristabellen. PO-Raad. Losse tabellen per ingangsdatum, met archief.
- Het werkverdelingsplan. Arbeidsmarktplatform PO. Stappenplan bij artikel 2.2.
- CAO PO. AVS. Met salaristabellen, functiereeksen voor schoolleiders en een uitgebreide vraagbaak.
- Alles over de cao primair onderwijs. CNV Onderwijs.
- Cao primair onderwijs 2025-2027. Onderwijsgeschillen. Inclusief de Wopo en de Zapo.
Dit artikel is gebaseerd op de tekst van de CAO PO 2025-2027 zoals die geldt per 1 november 2025. Cao’s veranderen; controleer bij twijfel altijd de actuele tekst bij de PO-Raad of leg je situatie voor aan je HR-afdeling of een onderwijsbond. Advies en technische realisatie: Basten Berg, eenmeesterinleren.nl.