Wanneer krijg je een vast contract in het onderwijs?
Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 1 augustus 2026
Gebaseerd op: CAO PO 2025-2027, CAO VO 2025/2027, CAO MBO 2025-2026 en CAO HBO 2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.
Inhoudsopgave
- De ketenregeling in het kort
- Po: de invallersval
- Vo: twee jaar, drie contracten, en een aanzegplicht
- Mbo: gewoon het Burgerlijk Wetboek
- Hbo: onbepaalde tijd is het uitgangspunt
- De vier sectoren naast elkaar
- Opzegtermijnen per sector
- Zes vragen die leraren het vaakst stellen
- Samenvatting
Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Een plek voor leraren, andere onderwijsprofessionals en iedereen die geïnteresseerd is in de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs. Vanuit mijn achtergrond als biologieleraar, onderwijskundige en lerarenopleider schrijf ik artikelen en maak ik video’s om fundamentele kennis over onderwijs, leren en lesgeven begrijpelijk aan te bieden. Op de community voor leraren vind je een overzicht van alle uitgewerkte onderwerpen geordend per thema en een groep onderwijsprofessionals waar je je vragen aan kunt stellen.
Er is in het onderwijs geen onderwerp waarover zoveel misverstanden bestaan als de vraag wanneer een tijdelijk contract vast wordt. Dat komt doordat elke sector zijn eigen ketenregeling heeft, en doordat het primair onderwijs een uitzondering kent die maakt dat sommige invallers jaren achtereen tijdelijk blijven zonder dat er iets onwettigs gebeurt. Dit artikel zet de vier regelingen naast elkaar, met de artikelnummers erbij.
Na het lezen van dit artikel weet je hoeveel tijdelijke contracten je in jouw sector kunt krijgen, hoe lang de keten mag duren, welke onderbreking hem breekt, en wanneer je werkgever verplicht is je op tijd duidelijkheid te geven.

Let op: hulpmiddel, geen juridisch advies. Aan dit artikel kun je geen rechten ontlenen. Cao-teksten worden regelmatig gewijzigd en de uitleg van een bepaling kan per situatie verschillen. Voor jouw situatie is de actuele cao-tekst leidend. Twijfel je, of gaat het ergens over? Leg het dan voor aan je werkgever, je P(G)MR of je vakbond.
1. Wanneer krijg je een vast contract? De ketenregeling in het kort
Kort antwoord: de ketenregeling bepaalt hoeveel tijdelijke contracten je achter elkaar kunt krijgen en hoe lang die samen mogen duren. Word je daarna doorbetaald, dan geldt je contract van rechtswege als een contract voor onbepaalde tijd.
De wettelijke basis staat in artikel 7:668a van het Burgerlijk Wetboek: drie contracten in maximaal 36 maanden, waarbij contracten met een tussenpoos van ten hoogste zes maanden als opvolgend gelden. Elke cao mag daarvan afwijken, en drie van de vier onderwijs-cao’s doen dat ook, meestal ten gunste van de werknemer.
Onthoud drie begrippen, want die verklaren bijna elk misverstand. De duur is de totale periode waarin je tijdelijk mag zijn. Het aantal is hoeveel losse contracten daarin passen. En de tussenpoos is de onderbreking die de teller op nul zet. In alle vier de sectoren is die tussenpoos zes maanden: een zomervakantie ertussen breekt de keten dus niet.
2. Po: de invallersval
Kort antwoord: in het primair onderwijs word je in een gewone baan sneller vast dan elders, maar als invaller bij ziekte kun je in theorie eindeloos tijdelijk blijven.
De hoofdregel is gunstig. Doe je geen vervangingswerk en is je werk niet kennelijk tijdelijk van aard, dan is een contract voor onbepaalde tijd het uitgangspunt. Er mag dan één keer een contract voor bepaalde tijd van maximaal twaalf maanden worden gegeven, en alleen in zeer bijzondere gevallen daarna nog één keer voor maximaal twaalf maanden (artikel 3.1 lid 2). Dat is strenger dan de wet.
De algemene ketenregeling in artikel 3.1 lid 3 volgt daarna gewoon het Burgerlijk Wetboek: overschrijden opeenvolgende contracten met tussenpozen van ten hoogste zes maanden samen 36 maanden, of krijg je meer dan drie contracten voor bepaalde tijd, dan geldt het laatste contract als onbepaalde tijd.
Onbeperkt tijdelijk bij ziektevervanging
En dan komt de bepaling die de arbeidsmarkt in het po al jaren vormgeeft. Voor gewoon vervangingswerk mogen zes elkaar opvolgende tijdelijke contracten worden gegeven, met een maximale duur van 36 maanden (artikel 3.1 lid 4). Dat is al ruimer dan de wet.
Maar vervang je een collega die ziek is, in een onderwijsgevende functie of in een ondersteunende functie met lesgebonden of behandeltaken, dan mag een onbeperkt aantal tijdelijke contracten worden gegeven voor een periode van maximaal 36 maanden. En die contracten tellen bovendien niet mee bij het aantal contracten uit lid 3 en lid 4 (artikel 3.1 lid 5).
Lees die laatste zin nog een keer. Ziektevervangingscontracten tellen niet mee voor de gewone keten. Dat betekent dat een invaller die drie jaar lang zieke collega’s vervangt, formeel nog geen enkele stap richting een vast contract heeft gezet. De teller loopt pas door als de tussenpoos langer is dan zes maanden, en dan begint hij juist opnieuw. Dit is de reden dat invallers in het basisonderwijs zo lang tijdelijk blijven, en het is geen misstand maar een cao-afspraak.
Twee dingen die wél in je voordeel werken. Een proeftijd van ten hoogste twee maanden mag alleen als je eerste contract bij die werkgever meteen voor onbepaalde tijd is (artikel 3.1 lid 6). En de kosten van je VOG betaalt je werkgever (lid 7). De rest van de regeling staat in het artikel over de cao po.
Zij-instromers hebben een eigen route: een contract voor bepaalde tijd van maximaal twee jaar, dat bij het niet halen van de bevoegdheid maximaal twee keer met een jaar kan worden verlengd. Je werkgever stelt bij aanvang een plan op met facilitering in tijd en geld. Haal je de bevoegdheid binnen die maximaal vier jaar niet, dan eindigt het dienstverband van rechtswege (artikel 3.2).
3. Vo: twee jaar, drie contracten, en een aanzegplicht
Kort antwoord: in het voortgezet onderwijs is de keten korter dan de wet. Na twee jaar of drie tijdelijke contracten volgt een vast dienstverband.
De hoofdregel is duidelijker dan veel mensen denken: je arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd, tenzij een specifieke uitzondering geldt (artikel 9.1 lid 2). Een tijdelijk contract mag dus niet zomaar.
De belangrijkste uitzondering is het contract bij wijze van proef. Dat duurt hoogstens twaalf maanden en kan in bijzondere gevallen met hoogstens twaalf maanden worden verlengd (artikel 9.2 lid 1). Daarnaast mag een tijdelijk contract worden gegeven bij vervanging van een afwezige collega (telkens maximaal een jaar), voor een tijdelijke vacature (maximaal een jaar), voor contractactiviteiten (maximaal twee jaar), voor projecten met additionele gelden (maximaal vier jaar) en na het bereiken van de AOW-leeftijd (telkens maximaal een jaar) (artikel 9.2 lid 4).
De keten zelf: de totale duur van elkaar opvolgende tijdelijke contracten voor proef, vervanging, tijdelijke vacature en contractactiviteiten bedraagt ten hoogste twee jaar, met een maximum van drie contracten. Wordt de arbeidsovereenkomst daarna voortgezet, dan is dat voor onbepaalde tijd (artikel 9.2 lid 5). Voorziet je werkgever formatieve problemen, dan kan die termijn met instemming van de (P)MR worden opgerekt tot ten hoogste drie jaar (lid 6).
Let op het verschil met het po: in het vo tellen vervangingscontracten wel gewoon mee in de keten. Een vo-invaller komt dus na twee jaar of drie contracten aan een vast dienstverband, waar een po-invaller bij ziektevervanging in theorie eindeloos tijdelijk blijft.
En dan de bepaling die je moet kennen: de aanzegplicht. Had je contract een duur van ten minste twaalf maanden en is je schriftelijk uitzicht gegeven op een vast dienstverband, dan moet je werkgever uiterlijk twee maanden voor de einddatum beslissen of je een vast contract, nog één verlenging of niets krijgt (artikel 9.2 lid 2). Vergeet je werkgever dat, dan word je geacht te zijn benoemd in een verlengd tijdelijk contract onder dezelfde voorwaarden (lid 3).
Twee bijzondere gevallen tot slot. Een startende leraar wordt benoemd in een contract van minimaal 0,5 fte (artikel 9.3). En een onbevoegde leraar wordt voor hoogstens twee jaar benoemd in maximaal drie contracten; je werkgever stelt samen met jou een studieplan op met facilitering in tijd en geld, gericht op het behalen van je bevoegdheid binnen twee jaar, en verleent studieverlof voor studieactiviteiten onder werktijd (artikel 9.4). Meer hierover in het artikel over de cao vo.
4. Mbo: gewoon het Burgerlijk Wetboek
Kort antwoord: het mbo maakt geen eigen ketenafspraken. De cao verwijst voor opeenvolgende tijdelijke contracten rechtstreeks naar artikel 7:668a BW, en eigen afspraken over het maximale aantal contracten of de onderbrekingstermijn zijn er niet (artikel 2.3 lid 3).
Wat de cao mbo wél regelt, is de maximale duur van één contract: een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd duurt ten hoogste drie jaar (artikel 2.3 lid 2). En er zijn twee uitzonderingen die de keten mogen verlengen. Een docent zonder volledige onderwijsbevoegdheid krijgt een inspanningsverplichting om het getuigschrift binnen 24 maanden te halen, te verlengen tot 36 maanden (artikel 2.3a). Voor instructeurs geldt eenzelfde verlenging van maximaal twaalf maanden (artikel 2.3b). Bij een verkorte lerarenopleiding kan de keten met maximaal twaalf maanden worden verlengd.
Verder regelt hoofdstuk 2 een paar dingen die stevig in je voordeel werken en die je in de andere cao’s niet zo scherp terugvindt:
- Nulurencontracten zijn niet toegestaan.
- Een min-maxcontract mag alleen bij uitzondering, en het aantal niet-gegarandeerde uren mag maximaal 75 procent zijn van het aantal gegarandeerde uren (artikel 2.11 lid 2).
- Uitzendarbeid mag maximaal twaalf maanden (lid 3).
- Je werktijdfactor is in beginsel niet groter dan 1. Een uitbreiding tot maximaal 1,2 kan alleen voor bepaalde tijd en wordt nooit omgezet in een uitbreiding voor onbepaalde tijd (artikel 2.3 lid 5).
- Je werkgever kan geen deeltijdontslag toepassen (artikel 2.10 lid 5).
5. Hbo: onbepaalde tijd is het uitgangspunt
Kort antwoord: in het hbo is de keten met twee jaar en drie contracten net zo kort als in het vo, maar er zijn drie varianten die daarvan afwijken.
Het uitgangspunt is helder: je treedt in dienst voor onbepaalde tijd, tenzij artikel D-3 of D-4 van toepassing is (artikel D-2). Een contract voor bepaalde tijd op grond van artikel D-3 duurt maximaal twaalf maanden en wordt daarna omgezet naar onbepaalde tijd, tenzij er sprake is van onvoldoende functioneren of zwaarwegende bedrijfsmatige belangen. Bij langdurige afwezigheid of een onvoldoende beoordeling kan met maximaal twaalf maanden worden verlengd (artikel D-3 lid 1 en 3).
De ketenregeling zelf kent drie varianten (artikel D-5 lid 1):
- Algemeen: twee jaar, waarbinnen drie arbeidsovereenkomsten mogelijk zijn.
- Kunstonderwijs: vier jaar en zes contracten, voor onderwijsgevenden die tevens uitvoerend beroepsbeoefenaar zijn met een betrekking van 0,4 fte of kleiner.
- Promotieonderzoek: voor de duur van het onderzoek, zowel bij een Professional Doctorate als een PhD, met een maximum van drie arbeidsovereenkomsten.
Voor wie de AOW-leeftijd heeft bereikt geldt vier jaar en maximaal zes contracten (lid 2). Contracten die elkaar opvolgen met een tussenpoos van niet meer dan zes maanden gelden als een voortgezette dienstbetrekking (lid 5). Bij een tijdelijk contract van langer dan een jaar wordt tussentijdse opzegging opgenomen, met een opzegtermijn van twee maanden voor beide partijen (lid 3).
Nog twee bepalingen die het hbo onderscheiden. Uitzendarbeid mag alleen bij vervanging wegens ziekte of buitengewoon verlof, of voor activiteiten van kennelijk kort tijdelijke aard (artikel D-8). En je hebt recht op vermindering van je betrekkingsomvang, met voorrang bij een latere uitbreiding (artikel D-7). Zie ook het artikel over de cao hbo.
6. De vier sectoren naast elkaar
| Po | Vo | Mbo | Hbo | |
|---|---|---|---|---|
| Uitgangspunt | Onbepaalde tijd, behalve bij vervanging of kennelijk tijdelijk werk | Onbepaalde tijd tenzij (artikel 9.1 lid 2) | Bepaalde of onbepaalde tijd | Onbepaalde tijd tenzij (artikel D-2) |
| Duur van de keten | 36 maanden | 2 jaar, uitbreidbaar tot 3 met instemming (P)MR | 36 maanden (BW) | 2 jaar, kunstonderwijs 4 jaar |
| Aantal contracten | 3 regulier, 6 bij vervanging, onbeperkt bij ziektevervanging | 3 | 3 (BW) | 3, kunstonderwijs 6 |
| Tussenpoos die de keten breekt | langer dan 6 maanden | langer dan 6 maanden | langer dan 6 maanden | langer dan 6 maanden |
| Maximale duur eerste contract | 12 maanden | 12 maanden, eenmaal verlengbaar | 3 jaar | 12 maanden |
| Aanzegplicht in de cao | ja, 2 maanden (artikel 3.3 lid 2) | ja, 2 maanden (artikel 9.2 lid 2) | wettelijke aanzegtermijn | niet apart geregeld |
De belangrijkste conclusie uit die tabel staat in de derde rij: het po is de enige sector waar het aantal tijdelijke contracten onbeperkt kan zijn, en dan alleen bij vervanging wegens ziekte. In alle andere gevallen en in alle andere sectoren loop je binnen twee tot drie jaar tegen een vast contract aan.
Uitzendwerk, payroll en detachering
Niet elk tijdelijk werk is een tijdelijk contract. Werk je via een uitzendbureau of een payrollconstructie, dan sta je formeel niet bij de school op de loonlijst en loopt je keten daar in beginsel niet. Drie van de vier cao’s hebben dat aan banden gelegd.
- Mbo: uitzendarbeid mag maximaal twaalf maanden (artikel 2.11 lid 3). Nulurencontracten zijn niet toegestaan, en een min-maxcontract mag alleen bij uitzondering, waarbij het aantal niet-gegarandeerde uren maximaal 75 procent mag zijn van het aantal gegarandeerde uren (lid 2).
- Hbo: uitzendarbeid mag alleen bij vervanging wegens ziekte of buitengewoon verlof, of voor activiteiten van kennelijk kort tijdelijke aard (artikel D-8). En dan het artikel dat je moet kennen als je zelf via een bureau werkt: uitzendkrachten en gedetacheerden die meewerken aan de kernactiviteiten hebben recht op beloning conform de cao, inclusief toelagen, onkostenvergoedingen en de werkgeversbijdrage pensioenpremie (artikel B-4). Dat is een bepaling die je in de andere onderwijs-cao’s niet zo scherp terugvindt.
- Vo: uitzendarbeid is geregeld in hoofdstuk 9, naast de gewone benoemingsgronden.
- Po: de cao regelt geen aparte uitzendbepaling, maar wel dat de VOG-kosten voor rekening van de werkgever komen en dat een proeftijd alleen mag bij een eerste contract voor onbepaalde tijd (artikel 3.1 lid 6 en 7).
Een aparte categorie is de leraar in opleiding. In het vo verdient een lio met een arbeidsovereenkomst de helft van de eerste trede van LD, een schaal die hier alleen als rekenmaat dient, oftewel € 1.829 (artikel 3.4); in het mbo is dat € 1.857 (bijlage A5). Het po kent daarnaast de onderwijsassistent in opleiding met een eigen regeling (artikel 3.22 en verder). Een lio-periode telt niet als een eerste reguliere aanstelling: voor de startersregeling in het vo bijvoorbeeld telt een eerdere aanstelling als leraar in opleiding of als vervanger niet mee (artikel 8.3 lid 3).
7. Opzegtermijnen per sector
Kort antwoord: het mbo heeft de kortste opzegtermijn en het hbo de langste, en in het vo en po verschilt de termijn tussen jou en je werkgever.
| Sector | Jouw opzegtermijn | Die van je werkgever | Artikel |
|---|---|---|---|
| Po | 1 maand tot 12 maanden dienst, daarna 2 maanden | 1 maand tot 12 maanden, 2 maanden tot 5 jaar, 3 maanden vanaf 5 jaar | 3.9 |
| Vo | 1 maand tot 6 maanden dienst, 2 maanden tot 12 maanden, 3 maanden daarna | gelijk aan die van de werknemer, 1 maand bij een AOW-gerechtigde werknemer | 10.5 |
| Mbo | 1 maand tot 6 maanden dienst, 2 maanden tot 12 maanden, 3 maanden daarna | gelijk aan die van de werknemer | 2.10 lid 3 |
| Hbo | 3 maanden | 3 maanden, plus 1 week per vol jaar na je 45e, tot maximaal 13 weken | Q-2 lid 2 |
Twee details die je kunnen verrassen. In het mbo en het vo is de opzegtermijn voor beide partijen gelijk, wat ongebruikelijk is. In allebei die sectoren zeg je bovendien op tegen de eerste van de maand en niet, zoals de wet als hoofdregel geeft, tegen het einde ervan (cao vo artikel 10.4 lid 2, cao mbo artikel 2.10 lid 3). In het hbo loopt de termijn voor je werkgever op met je leeftijd en dienstjaren: drie maanden basis, plus een week voor elk vol jaar dat je na je 45e in dienst bent, tot maximaal dertien weken. Ontslag gaat daar in op de eerste van de kalendermaand.
Nog twee dingen die veel mensen niet weten over het vo. Een tijdelijk contract kan daar gewoon tussentijds worden beëindigd; daarvoor is geen apart beding nodig, want de cao regelt het collectief (artikel 10.1 lid 1). En naast de aanzegplicht uit artikel 9.2 geldt de wettelijke aanzegtermijn uit artikel 10.3: je werkgever informeert je uiterlijk een maand voor het van rechtswege eindigen schriftelijk over voortzetting en voorwaarden, en betaalt bij nalatigheid een vergoeding van een maandloon.
Hoe je zelf zicht houdt op je contract
Bij tijdelijke contracten gaat het bijna nooit mis door onwil, maar door slordigheid. Een dag te laat aanzeggen, een contract dat stilzwijgend doorloopt: dat soort dingen. Jij bent de enige die er belang bij heeft om het bij te houden.
- Schrijf van elk contract op wanneer het is begonnen en wanneer het afloopt, ook van je invalklussen. Bij een keten gaat het om de optelsom, en die kan niemand anders voor je maken.
- Let op de tussenpozen. Een onderbreking van langer dan zes maanden breekt de keten in alle vier de sectoren. Zit je er net onder, dan tellen je oude contracten gewoon mee.
- Zet een herinnering drie maanden voor je einddatum. In het po en het vo moet je werkgever je twee maanden van tevoren laten weten of hij verlengt. Gebeurt dat niet, dan kun je daar iets van vinden, maar alleen als je het merkt.
- Vraag het gewoon als je het niet weet. “Is dit mijn tweede of mijn derde contract?” is een normale vraag, en het antwoord bepaalt hoe je erin staat.
Krijg je te horen dat je “nog even” wordt verlengd en het is je derde contract, controleer dan of het niet automatisch een vast contract wordt. Dat gebeurt vaker dan je denkt.
Loop je vast in de discussie of je nu wel of geen recht hebt op een vast contract, dan helpt het om de wettelijke hoofdregel ernaast te leggen. Die geldt namelijk ook in het onderwijs, en waar je cao afwijkt mag dat alleen ten gunste van jou. Zie de uitleg van de Rijksoverheid over wanneer een tijdelijk contract vast wordt.
8. Zes vragen die leraren het vaakst stellen
Ik val al jaren in in het basisonderwijs. Wanneer word ik vast?
Als je zieke collega’s vervangt in een onderwijsgevende functie: mogelijk nooit langs die route. Artikel 3.1 lid 5 staat een onbeperkt aantal tijdelijke contracten toe binnen maximaal 36 maanden, en die contracten tellen niet mee voor de gewone ketenregeling. Val je in om een andere reden dan ziekte, dan gelden zes contracten binnen 36 maanden (lid 4) en kom je er dus wel doorheen.
Breekt de zomervakantie mijn keten?
Nee. In alle vier de sectoren is de tussenpoos zes maanden. Een zomervakantie van zes tot acht weken breekt de keten dus niet, en contracten voor en na de zomer gelden als opvolgend.
Hoeveel tijdelijke contracten mag ik in het vo krijgen?
Drie, binnen een totale duur van twee jaar (artikel 9.2 lid 5). Voorziet je werkgever formatieve problemen, dan kan die termijn met instemming van de (P)MR worden opgerekt tot drie jaar (lid 6). Daarna is het van rechtswege onbepaalde tijd.
Mag mijn werkgever een proeftijd afspreken?
In het po alleen als je eerste contract bij die werkgever meteen voor onbepaalde tijd is, en dan maximaal twee maanden (artikel 3.1 lid 6). In de andere sectoren gelden de gewone wettelijke regels. Een proeftijd in een contract van zes maanden of korter is sowieso nietig.
Wat als ik onbevoegd voor de klas sta?
Dan zit er een klok op. In het vo word je voor hoogstens twee jaar benoemd in maximaal drie contracten, met een studieplan en facilitering in tijd en geld (artikel 9.4). In het mbo krijg je een inspanningsverplichting om je getuigschrift binnen 24 maanden te halen, verlengbaar tot 36 maanden (artikel 2.3a). Als zij-instromer in het po heb je maximaal vier jaar; haal je de bevoegdheid niet, dan eindigt het dienstverband van rechtswege (artikel 3.2).
Kan mijn werkgever mijn uren eenzijdig verlagen?
In het mbo niet: deeltijdontslag is uitdrukkelijk uitgesloten (artikel 2.10 lid 5). In het hbo heb je juist een recht op vérmindering van je betrekkingsomvang, met voorrang als er later weer wordt uitgebreid (artikel D-7). In het po en vo loopt dat via de gewone regels voor wijziging van de arbeidsovereenkomst en het werkgelegenheidsbeleid.
9. Samenvatting
- De ketenregeling bepaalt hoeveel tijdelijke contracten je kunt krijgen en hoe lang ze samen mogen duren. In alle vier de sectoren breekt alleen een onderbreking van meer dan zes maanden de keten.
- Po: drie contracten in 36 maanden regulier, zes bij gewone vervanging, en onbeperkt bij vervanging wegens ziekte in een onderwijsgevende functie. Die laatste tellen bovendien niet mee voor de gewone keten (artikel 3.1 lid 3 tot en met 5).
- Vo: twee jaar en drie contracten, uitbreidbaar tot drie jaar met instemming van de (P)MR. Vervangingscontracten tellen hier wél mee (artikel 9.2 lid 5 en 6).
- Mbo: geen eigen ketenafspraken, de cao volgt artikel 7:668a BW. Wel een verbod op nulurencontracten en op deeltijdontslag.
- Hbo: twee jaar en drie contracten, met vier jaar en zes contracten voor het kunstonderwijs en een aparte variant voor promotieonderzoek (artikel D-5).
- In het po en vo geldt een aanzegplicht: bij een contract van twaalf maanden moet je werkgever uiterlijk twee maanden voor de einddatum beslissen. Doet die dat niet, dan loopt je contract onder dezelfde voorwaarden door.
- De opzegtermijn is in het vo en mbo voor beide partijen gelijk en loopt op met de duur van je dienstverband. In het hbo is hij drie maanden, plus een week per vol jaar na je 45e voor je werkgever.
Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?
“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een plek beantwoord door
collega’s en andere experts”
Lees ook
- Ontslag in het onderwijs: de routes, de transitievergoeding en de bovenwettelijke uitkering
- De cao po uitgelegd, de cao vo uitgelegd, de cao mbo uitgelegd en de cao hbo uitgelegd
- Wat verdient een leraar? Salaris in po, vo, mbo en hbo vergeleken
- De lerarenbeurs en alle andere bijscholingsgelden voor leraren op een rij, handig als je nog een bevoegdheid moet halen
- Onbevoegd voor de klas en zij-instroom: hoelang mag dat?
- Ziek in het onderwijs: wat er met je salaris gebeurt
- Verlof in het onderwijs: alle soorten verlof op een rij
- Wat mag de mr eigenlijk? Instemmingsrecht en adviesrecht
- Werktijdfactor en fte berekenen: van uren naar wtf en terug
- Bekijk de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.
Bronnen
- PO-Raad, AOb, AVS, CNV Onderwijs, FvOv & FNV (2025). CAO PO 2025-2027. Artikel 3.1 tot en met 3.9.
- VO-raad, AOb, CNV Onderwijs, FvOv & FNV (2025). CAO VO 2025/2027. Artikel 9.1 tot en met 9.4 en hoofdstuk 10.
- MBO Raad, AOb, CNV, FvOv & FNV Overheid (2025). CAO MBO 2025-2026. Artikel 2.3, 2.3a, 2.3b, 2.10 en 2.11.
- Vereniging Hogescholen, AOb, FNV, CNV & FvOv (2025). CAO HBO 2026. Artikel D-2 tot en met D-8 en Q-2.
- Burgerlijk Wetboek Boek 7. Overheid.nl. Artikel 7:668a bevat de wettelijke ketenregeling waarnaar de cao mbo verwijst.
- CAO PO. AVS. Uitgebreide vragen en antwoorden over onder meer tijdelijke contracten en vervanging.
- Alles over de cao voortgezet onderwijs. CNV Onderwijs.
- Onderwijsgeschillen. Publicatiepagina’s met de cao-teksten van po, vo, mbo en hbo.
Dit artikel is gebaseerd op de tekst van de CAO PO 2025-2027, de CAO VO 2025/2027, de CAO MBO 2025-2026 en de CAO HBO 2026. Dit is geen juridisch advies; bij een concreet geschil over je contract leg je je situatie voor aan een onderwijsbond of een jurist. Advies en technische realisatie: Basten Berg, eenmeesterinleren.nl.