Wat mag de MR eigenlijk? Instemmingsrechten in de cao van po, vo, mbo en hbo
Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 1 augustus 2026
Gebaseerd op: CAO PO 2025-2027, CAO VO 2025/2027, CAO MBO 2025-2026 en CAO HBO 2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.
Inhoudsopgave
- Waarom de cao belangrijker is dan je denkt voor je MR
- Vo: het overleg is op instemming gericht
- Po: de lange lijst instemmingsrechten
- Mbo: de OR met twaalf extra instemmingsonderwerpen
- Hbo: lokaal overleg en de PMR
- De zwaarste bepaling: de tweederde meerderheid in het vo
- Uren, geld en scholing voor MR-leden
- Wat je kunt doen als instemming wordt genegeerd
- Waar de mr niet over gaat
- Waar je hulp en scholing vindt
- Zes vragen die MR-leden het vaakst stellen
- Samenvatting
Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Een plek voor leraren, andere onderwijsprofessionals en iedereen die geïnteresseerd is in de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs. Vanuit mijn achtergrond als biologieleraar, onderwijskundige en lerarenopleider schrijf ik artikelen en maak ik video’s om fundamentele kennis over onderwijs, leren en lesgeven begrijpelijk aan te bieden. Op de community voor leraren vind je een overzicht van alle uitgewerkte onderwerpen geordend per thema en een groep onderwijsprofessionals waar je je vragen aan kunt stellen.
Als je in een van mijn andere artikelen over werkdruk, taakbeleid of promotie kijkt waar de route heen loopt, kom je steeds bij hetzelfde punt uit: de medezeggenschapsraad. Bijna alles wat je individueel niet kunt afdwingen, is collectief wél geregeld. Maar dan moet je wel weten waar je raad over gaat, en dat staat lang niet allemaal in de Wet medezeggenschap op scholen. Een flink deel staat in de cao.
Na het lezen van dit artikel weet je welke onderwerpen in jouw sector instemming van de P(G)MR of de OR vereisen, hoeveel uren en scholing je als raadslid krijgt, en wat je kunt doen als je werkgever een besluit toch doorzet.

Let op: hulpmiddel, geen juridisch advies. Aan dit artikel kun je geen rechten ontlenen. Cao-teksten worden regelmatig gewijzigd en de uitleg van een bepaling kan per situatie verschillen. Voor jouw situatie is de actuele cao-tekst leidend. Twijfel je, of gaat het ergens over? Leg het dan voor aan je werkgever, je P(G)MR of je vakbond.
1. Waarom de cao belangrijker is dan je denkt voor je MR
Kort antwoord: de wet regelt de basis, de cao legt daar per sector een flinke stapel bovenop. En die cao-bepalingen zijn vaak juist de onderwerpen waar het op scholen echt over gaat: taakbeleid, werkverdeling, formatie, beloningsbeleid en professionalisering.
De structuur verschilt per sector. Het po en vo werken met een medezeggenschapsraad en een personeelsgeleding daarvan, de P(G)MR. Het mbo heeft geen MR maar een ondernemingsraad op grond van de Wet op de ondernemingsraden. Het hbo werkt met lokaal cao-overleg naast de medezeggenschap, en kent daarnaast de PMR.
Eén praktisch punt vooraf voor het po: is jouw bestuur een eenpitter, dus een werkgever met één school, dan moet je overal waar PGMR staat gewoon PMR lezen. De PMR functioneert dan tevens als PGMR (artikel 1.1).
2. Vo: het overleg is op instemming gericht
Het voortgezet onderwijs doet iets slims: in plaats van bij elk onderwerp apart te vermelden of het om instemming of om overleg gaat, staat er één hoofdregel in artikel 20.2 lid 1: “Het overleg tussen werkgever en P(G)MR dat binnen de kaders van deze cao wordt gevoerd, is op instemming gericht.”
Elke keer dat de cao vo zegt dat iets “in overleg met de P(G)MR” gebeurt, gaat het dus om een op instemming gericht overleg. Dat scheelt discussie. Dit zijn de belangrijkste onderwerpen.
| Onderwerp | Artikel |
|---|---|
| Taakbeleid en de maximale lestaak van 720 klokuren | 8.1 lid 1, 5, 6 en 7 |
| Herbeoordeling van het taakbeleid vóór schooljaar 2028-2029 | 8.2 |
| Onderwijstijd | 8.5 |
| De functiemix als uitgangspunt voor het meerjarenformatieplan | 5.2 lid 1 |
| Het functiebouwwerk vaststellen | 11.1 lid 1 en 2 |
| Arbeids- en rusttijdenregeling en het arbeidstijdenmodel | 6.2 |
| Afwijken van de ketenregeling bij vervangingsproblemen | 9.2 lid 2 |
| Kaders voor extra periodieken en de regeling beloningsdifferentiatie | 12.1 lid 4 en 12.9 lid 2 |
| Het collectieve professionaliseringsplan | 16.2 lid 2 en 3 |
| Verhogen van het maximum spaarverlof boven 60 uur | 15.8 lid 1 |
| Bevordering van de werkgelegenheid van jonge en startende werknemers | 17.3 lid 3 |
| De regeling gesprekkencyclus | 18.3 |
| Beleid rond veiligheid en het voorkomen van seksuele intimidatie | 18.7 lid 1 |
| Het niveau van de faciliteiten voor de medezeggenschap | 20.4 lid 1 |
| Arbeidsmarkttoelagen voor scholen met veel kwetsbare leerlingen | 3.8 |
Twee dingen springen eruit. De vastgestelde vakantiedagen voor directie en leraren worden met de (G)MR vastgesteld, dus met de hele raad en niet alleen met de personeelsgeleding (artikel 14.1 lid 1). En bij het niveau van de faciliteiten geldt een terugvalregel die je moet kennen: krijgt je werkgever geen instemming voor zijn voorstel, dan is hij gehouden bijlage 7 uit te voeren (artikel 20.4 lid 3). Geen instemming betekent daar dus niet dat er niets gebeurt, maar dat het cao-minimum geldt.
3. Po: de lange lijst instemmingsrechten
Het primair onderwijs kiest voor het omgekeerde: geen hoofdregel maar per artikel benoemen wat er nodig is. Dat maakt de lijst lang, en het maakt het ook makkelijker om iets over het hoofd te zien. Dit zijn de onderwerpen waarvoor de cao po instemming vraagt.
| Onderwerp | Artikel |
|---|---|
| Meerjarenformatiebeleid en bestuursformatieplan, vóór 1 mei | 2.1 lid 1 |
| Regelingen voor introductie en begeleiding van startende werknemers, en de kaders van het vervangingsbeleid | 2.1 lid 4 |
| Het werkverdelingsplan op school | 2.2 lid 11 en 12 |
| Besluiten over herwaardering en nieuwe functiebeschrijvingen FUWA PO 2024 | 5.6 lid 1 |
| Beleid rond waarneming en vervanging (vervalt per 1 februari 2026) | 6.2 lid 4 |
| Toekennen van de arbeidsmarkttoelage aan andere scholen | 6.10 lid 3 |
| De vergoedingsregeling verhuiskosten en de regeling zakelijke reis- en verblijfkosten | 7.1 en 7.3 |
| Een eigen vergoedingsregeling woon-werkverkeer | 7.2 lid 13 |
| Een afwijkende leasefietsregeling | 7.6 lid 3 |
| Een afwijkende opbouwperiode voor vakantieverlof | 8.1 lid 2a en 8.3 lid 5 |
| De volgorde van opname bij spaarverlof | 8.20 lid 3 |
| Beleid voor de begeleiding van startende leraren | 9.5 lid 2 |
| Aanwijzing van de preventiemedewerker | 11.6 |
| Beleid arbeidsomstandigheden en ziekteverzuimpreventie | 11.7 |
Daarnaast is er een reeks onderwerpen waarvoor de cao overleg voorschrijft in plaats van instemming: het inrichten van de interne bezwarenprocedure functiewaardering (artikel 5.4), het beleid beloningsdifferentiatie (artikel 6.15 lid 2), het professionaliseringsbeleid en -plan (artikel 9.1 lid 2), de regeling gesprekkencyclus (artikel 9.2 lid 2) en het veiligheidsbeleid (artikel 11.5 lid 1). Het beloningsbeleid inclusief de toekenning van periodieke verhogingen wordt met de P(G)MR overeengekomen (artikel 6.1 lid 9), wat sterker is dan overleg.
En dan een bepaling die veel PGMR’s niet kennen: artikel 13.2 lid 6 tot en met 8 geeft de PGMR het recht om het beloningsbeleid en de personele gevolgen van een bovenschoolse directiestructuur door te verwijzen naar het decentraal georganiseerd overleg met de vakbonden. Kom je er met je bestuur niet uit, dan is dat een route die je hebt.
4. Mbo: de OR met twaalf extra instemmingsonderwerpen
Het mbo werkt met een ondernemingsraad, en kent net als het vo een hoofdregel. Artikel 13.3 lid 1: “Daar waar in de cao wordt gesproken over overleg met de OR heeft de OR ten aanzien van de desbetreffende aangelegenheden instemmingsrecht conform artikel 27 WOR.” Elk “in overleg met de OR” in de cao mbo is dus feitelijk een instemmingsrecht.
Maar het interessantste staat in artikel 13.4. Daar breidt de cao de wettelijke bevoegdheden van de OR uit met een adviesrecht op vijf onderwerpen en een instemmingsrecht op twaalf onderwerpen die niet in de WOR staan.
Extra instemmingsbevoegdheid (artikel 13.4 lid 2):
- een belangrijke verandering van de onderwijskundige doelstelling
- de personele gevolgen van onderwijskundige experimenten
- wijziging van het aanstellings- en ontslagbeleid
- de organisatie van de examens
- het formatiebeleid
- het taakbelastingsbeleid
- het taakverdelingsbeleid
- het reglement werkoverleg
- het medezeggenschapsstatuut
- aanvulling van het professioneel statuut
- de criteria voor de vaststelling van onderwijsteams
- het werkdrukplan
Extra adviesbevoegdheid (lid 1): het aanbod van opleidingen, het onderwijskwaliteitsbeleid, deelneming aan onderwijskundige experimenten voor het personeel, het meerjarig financieel beleid, en het generiek vastleggen of wijzigen van de omvang van roostertijden voor deelnemers.
Let op de combinatie van taakbelastingsbeleid, taakverdelingsbeleid en het werkdrukplan in die instemmingslijst. Dat zijn precies de drie documenten waarin je werkverdeling en je opslagfactor landen. Wordt er over die documenten geen instemming gevraagd, dan klopt de procedure niet.
Verder vraagt de cao mbo instemming voor de regeling functioneringsgesprekken en beoordelen (artikel 5.2 lid 2), de regeling startende werknemers (artikel 2.3c lid 2), de besteding van de vo-middelen uit het Onderwijsakkoord (artikel 3.5) en het voorgenomen besluit over arbeidsomstandigheden en verzuim (artikel 11.1 lid 2). Een eigen vakantieregeling kom je met de OR overeen (artikel 8.1 lid 14).
5. Hbo: lokaal overleg en de PMR
Het hbo kent twee sporen naast elkaar. Er is lokaal cao-overleg met de vakbonden over de decentrale arbeidsvoorwaardenmiddelen en het keuzemenu, en er is de PMR met instemmingsrechten op een aantal cao-onderwerpen.
De PMR-instemmingen die er in de praktijk toe doen:
- Het taakbelastingsbeleid. Afspraken daarover worden ter instemming voorgelegd aan de PMR (artikel G-4 lid 4), en over de uitvoering brengt de PMR een zwaarwegend advies uit (lid 5).
- De onafhankelijke toetsingscommissie waar je je taakopdracht kunt laten toetsen, wordt door de werkgever ingesteld met instemming van de PMR (artikel G-4 lid 3).
- Het professionaliseringsplan gaat ter instemming naar de PMR (hoofdstuk O).
- Verplichte vakantie: je werkgever kan pas na instemming van de PMR maximaal een week en vier dagen als verplichte vakantie aanwijzen (artikel J-8 lid 4).
Het lokaal overleg gaat volgens artikel V-1 onder meer over loopbaanbeleid, scholing, beloning en de relatie tussen functiedifferentiatie, loopbaanbeleid en systematische personeelsbeoordeling. Daar wordt ook het keuzemenu arbeidsvoorwaarden ingevuld en de 1,41 procent decentrale arbeidsvoorwaardenmiddelen belegd.
Eén punt waarop het hbo afwijkt en dat voor individuele medewerkers ongunstig uitpakt: het bezwaar tegen functieordening loopt niet via een bindende commissie maar via een adviserende. De landelijke bezwarencommissie functie ordenen adviseert, en je werkgever mag daarvan afwijken bij gewichtige redenen. Wel is de lokale heroverweging paritair samengesteld, dus met vertegenwoordiging van beide kanten.
6. De zwaarste bepaling: de tweederde meerderheid in het vo
Als je één bepaling uit dit artikel onthoudt, laat het deze zijn. Artikel 8.1 lid 6 van de cao vo bepaalt dat afspraken over wijziging van het systeem van taakbeleid worden besproken met de werknemers binnen de instelling en hun ter goedkeuring worden voorgelegd. En dan: “Voor deze goedkeuring is een meerderheid van twee derde vereist (…). Zonder deze meerderheid is wijziging van het geldend taakbeleid niet mogelijk.”
Dat is uniek in de vier cao’s. Instemming van de P(G)MR is hier niet genoeg: er moet daarnaast een tweederde meerderheid van het personeel zijn. En het werkt twee kanten op. Het beschermt je tegen een eenzijdige verslechtering, want een derde plus één kan een wijziging blokkeren. Maar het betekent ook dat je zelf geen verbetering doordrukt zonder een ruime meerderheid mee te krijgen.
Vergelijk dat met het mbo, waar de stemprocedure van artikel 3.4 lid 5 een gewone meerderheid vraagt, maar met harde vormvoorschriften: de stemming staat ten minste vijf werkdagen van tevoren op de agenda, zo gepland dat ten minste 80 procent van de betrokken werknemers aanwezig kan zijn, en tussen het definitieve voorstel en de stemming zitten ten minste drie werkdagen. Het verschil met het vo zit in de terugvaloptie: haalt het mbo-voorstel geen meerderheid, dan verdeelt de leidinggevende zelf via de toedelingsoptie, met een opslagfactor van ten minste 40 procent. In het vo blijft bij het ontbreken van tweederde simpelweg het oude taakbeleid staan.
En in het po weer anders: daar stelt het team zelf vooraf vast hoe wordt bepaald of er voldoende draagvlak is, met consensus als uitgangspunt (artikel 2.2 lid 4). De PMR toetst vervolgens niet alleen de inhoud maar ook of die procedure goed is doorlopen en of het plan draagvlak geniet (lid 11). Meer daarover staat in het artikel over de opslagfactor en het taakbeleid.
7. Uren, geld en scholing voor MR-leden
Kort antwoord: het vo geeft de meeste uren, het po geeft er als enige een geldbedrag naast, en het mbo regelt in de cao helemaal niets.
| Po (artikel 13.3) | Vo (bijlage 7) | Mbo | |
|---|---|---|---|
| Gewoon lid | 60 uur per schooljaar | 100 klokuren per jaar | niet geregeld in de cao |
| Lid van PMR en (G)MR | 100 uur | 160 uur | niet geregeld |
| Voorzitter | 20 uur extra | 150 klokuren extra | niet geregeld |
| Secretaris of vicevoorzitter | geen extra, tenzij de voorzitter uit de oudergeleding komt | 50 klokuren extra per persoon | niet geregeld |
| Scholing | drie dagen in twee jaar per lid | vijf dagen per jaar per lid | niet geregeld |
| Budget | € 927 tot € 3.023 per PMR, afhankelijk van schoolgrootte en soort onderwijs | geen bedrag in de cao | geen bedrag |
| Ondersteuningsplanraad | 60 uur per schooljaar (artikel 13.3a) | niet van toepassing | niet van toepassing |
In het po komen alle redelijkerwijs noodzakelijke kosten voor rekening van het bevoegd gezag: scholing, advies, juridische bijstand, en uitdrukkelijk ook alle andere kosten die het functioneren van de MR en het contact met de achterban bevorderen. Voor deskundigen en rechtsgedingen geldt wel een voorafgaande kennisgeving. De P(G)MR laat vóór 1 mei weten hoe hij de uren inzet en legt achteraf verantwoording af.
In het vo worden de faciliteiten als geheel aan de P(G)MR toegekend, die zelf over de verdeling beslist. De overlegvergaderingen met je werkgever maken deel uit van je normjaartaak en komen daar dus bóvenop; die twee worden cumulatief toegekend.
In het mbo staat in hoofdstuk 13 alleen een regeling voor vakbondswerk: vergaderfaciliteiten, het verspreiden van publicaties, en maximaal drie dagdelen per cursusjaar voor ledenraadplegingen, mits je werkgever toestemming geeft. Over uren, geld of scholing voor OR-leden staat er niets. De OR valt daarvoor volledig terug op de artikelen 17 en 18 van de Wet op de ondernemingsraden.
8. Wat je kunt doen als instemming wordt genegeerd
Kort antwoord: elke sector heeft een route, en ze verschillen sterk in kracht.
- Vo: de Bezwarencommissie CAO VO bij Onderwijsgeschillen. Die oordeelt of instemming terecht is onthouden en beslecht ook interpretatiegeschillen over de cao. De uitspraak is bindend. En voor twee onderwerpen is de gang ernaartoe zelfs verplicht als er geen instemming is: het taakbeleid en de invulling van het functiebouwwerk (artikel 20.2 en 20.3).
- Po: geschillen tussen werkgever en PGMR gaan naar de geschillencommissie (artikel 13.2 lid 4). Daarnaast heeft de PGMR het eerdergenoemde recht om het beloningsbeleid en de personele gevolgen van een bovenschoolse directiestructuur naar het decentraal georganiseerd overleg met de vakbonden te verwijzen.
- Mbo: de gewone WOR-route via de bedrijfscommissie en de kantonrechter, plus de interne geschillencommissie uit artikel 12.3 voor individuele geschillen. Let daar op de korte termijn: een bezwaarschrift moet binnen tien werkdagen na de mededeling van het besluit binnen zijn.
- Hbo: de commissie van beroep personeel is hier niet voor bedoeld; die is beperkt tot schorsing en disciplinaire maatregelen. Voor functieordening loopt het via de landelijke bezwarencommissie functie ordenen, en dat advies is niet bindend.
Individueel is er in het vo nog een route die de andere sectoren niet kennen. Hoofdstuk 19 geeft je het recht in beroep te gaan bij de Commissie van Beroep tegen onder meer een disciplinaire maatregel, schorsing, aanwijzing van een andere instelling, een eenmalige inhouding van de periodieke verhoging, en het direct of indirect onthouden van promotie. De beroepstermijn is zes weken en de uitspraak is bindend.
En als het over de Wms gaat in plaats van over de cao
Neemt je school een besluit waarvoor instemming nodig was zonder die instemming te vragen, dan kun je binnen zes weken de nietigheid van dat besluit inroepen. Gebeurt er daarna niets, dan ligt de weg naar de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS bij Onderwijsgeschillen open. Ook het bevoegd gezag zelf moet binnen zes weken naar die commissie als de mr instemming onthoudt en het besluit toch doorgaat. De uitspraak is bindend; alleen bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam kun je nog in beroep, en dan binnen één maand na kennisneming van de uitspraak. Daarna is het klaar.
9. Waar de mr niet over gaat
Kort antwoord: de mr gaat over beleid, niet over personen, en niet over wat al in de wet of de cao geregeld is. Dat klinkt beperkend, maar het is vooral nuttig om te weten. Het scheelt je vergaderingen over zaken waar je toch niets kunt.
Voor de goede orde: dit gaat over de Wet medezeggenschap op scholen, en die geldt in po en vo. In het mbo loopt het via de Wet op de ondernemingsraden en in het hbo via het eigen medezeggenschapsreglement. De grote lijn is vergelijkbaar, de artikelnummers niet.
- Wat al in de wet of de cao staat. Artikel 18 Wms bepaalt dat de bevoegdheden uit de artikelen 10 tot en met 14 niet gelden voor zover de aangelegenheid voor de school al inhoudelijk is geregeld in een wettelijk voorschrift; een cao-regeling valt eveneens onder de uitzonderingen. De inhoud van de cao maak je dus niet aan de mr-tafel maar aan de cao-tafel. Wat de mr wél doet, is bewaken hoe je school de ruimte invult die de cao openlaat, en dat is zoals hierboven bleek een hoop.
- Individuele zaken. Jouw inschaling, jouw taakbrief, een conflict met een collega: dat hoort bij je leidinggevende, de klachtencommissie, de vertrouwenspersoon of je vakbond. De mr kan een individueel signaal wel gebruiken om het onderliggende beleid te agenderen, en dat is vaak de effectiefste route.
- Benoeming en ontslag, met een verrassing. Op de aanstelling of het ontslag van de schoolleiding en van bestuursleden heeft de mr juist wél adviesrecht (artikel 11), en dat gaat om concrete besluiten over personen. Voor het overige personeel is het beperkter: adviesrecht op een regeling rond aanstellings- en ontslagbeleid, en dan nog alleen voor zover die samenhangt met de grondslag van de school. Individuele benoemingen van collega’s zijn dus geen mr-zaak.
- MR of GMR. Artikel 16: gaat het om een aangelegenheid die van gemeenschappelijk belang is voor alle scholen of voor de meerderheid van de scholen, dan treedt de gmr in de plaats van de afzonderlijke mr’en. Raakt beleid maar vier van de achttien scholen, dan hoort het bij die vier mr’en en niet bij de gmr.
- Het interne toezicht. De mr controleert de raad van toezicht niet. Er is wel recht op overleg: de interne toezichthouder overlegt ten minste twee keer per jaar met de mr (artikel 17c lid 3 WPO, artikel 3.3 lid 5 WVO 2020). Dat is een van de meest onderbenutte momenten in het hele stelsel.
10. Waar je hulp en scholing vindt
Kort antwoord: je hoeft dit niet zelf uit te zoeken, en je hoeft het ook niet zelf te betalen. Artikel 28 lid 2 Wms bepaalt dat de kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor het werk van de mr voor rekening van het bevoegd gezag komen. Voor het inschakelen van een deskundige of het voeren van een rechtsgeding geldt één extra voorwaarde: je moet je werkgever daarvan vóóraf op de hoogte stellen, inclusief een raming van de kosten. Doe dat schriftelijk, dan hoef je die discussie achteraf niet te voeren.
- AOb Medezeggenschap: cursussen en maatwerktrainingen voor po en vo, coaching, en een servicepakket met juridische ondersteuning.
- Helpdesk van de VOO: elke schooldag tussen tien en één uur bereikbaar voor aangesloten (g)mr’en, met daarnaast een cursusreeks van beginnend tot gevorderd mr-lid.
- Leerlijn medezeggenschap van CNV Academie: modulair opgebouwd en na een behoeftescan samengesteld, ook voor de gmr.
- Infowms, het platform Versterking medezeggenschap van tien onderwijsorganisaties: modelstatuten, modelreglementen en handreikingen. Dit is de plek om te beginnen als je statuut of reglement toe is aan een opfrisbeurt.
- Onderwijsgeschillen: hier zit de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS, en hier staan alle uitspraken. Die database is vooral nuttig vóórdat je een geschil begint: de kans is groot dat jouw vraag er al eens langs is gekomen.
Ben je lid van een vakbond, begin daar; het advies zit meestal in je lidmaatschap. Ben je dat niet, dan zijn de helpdesk van de VOO en de kennisbank van Infowms de snelste ingang.
Hoe je iets voor elkaar krijgt in de mr
Veel mr-leden zitten er met goede bedoelingen in en lopen na een jaar vast op vergaderingen waarin alles al besloten lijkt. Dat ligt zelden aan de mensen en meestal aan het moment waarop de mr wordt betrokken.
- Vraag om stukken vóór het besluit, niet erbij. Instemmingsrecht op een plan dat al is uitgevoerd is een formaliteit. Instemmingsrecht op een concept is invloed.
- Weet waar je instemmingsrecht hebt en waar alleen adviesrecht. Op die eerste categorie kun je nee zeggen, en dat weegt zwaar. Op de tweede kun je alleen goed beargumenteerd van mening verschillen.
- Claim je uren. In het po en het vo staat in de cao hoeveel tijd je voor het mr-werk krijgt, en die uren horen in je taakverdeling te staan en niet in je vrije tijd.
- Kies twee onderwerpen per jaar en laat de rest gaan. Een mr die overal iets van vindt wordt beleefd aangehoord; een mr die op twee punten goed voorbereid is, wordt serieus genomen.
Kom je er met de werkgever niet uit, dan is er de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS. Het bestaan daarvan noemen helpt soms al.
Kom je er met je werkgever echt niet uit, dan is er een landelijke commissie die geschillen over medezeggenschap beslecht. Op de site van de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS staat welke geschillen zij behandelt, hoe je een geschil aanhangig maakt en wat eerdere uitspraken waren. Alleen al het feit dat die route bestaat, verandert vaak de toon van het overleg.
11. Zes vragen die MR-leden het vaakst stellen
Heeft de MR instemmingsrecht op het taakbeleid?
In het vo ja, en meer dan dat: naast instemming van de P(G)MR is er een tweederde meerderheid van het personeel nodig om het systeem van taakbeleid te wijzigen (artikel 8.1 lid 6). In het po loopt het via het werkverdelingsplan, waarop de PMR instemmingsrecht heeft (artikel 2.2 lid 11). In het mbo staat het taakbelastingsbeleid in de instemmingslijst van artikel 13.4 lid 2. In het hbo gaan afspraken over taakbelastingsbeleid ter instemming naar de PMR (artikel G-4 lid 4).
Hoeveel uren krijg ik als MR-lid?
In het vo ten minste 100 klokuren per jaar, 160 als je ook in de GMR zit, plus 150 uur extra als je voorzitter bent en 50 uur voor de secretaris en de vicevoorzitter. In het po 60 uur, 100 als je in beide raden zit, en 20 uur extra voor de voorzitter. In het mbo staat er niets in de cao.
Mag mijn werkgever een besluit doorzetten zonder instemming?
Nee, en in het vo is de gang naar de Bezwarencommissie CAO VO bij taakbeleid en functiebouwwerk zelfs verplicht als instemming ontbreekt. De uitspraak van die commissie is bindend. Bij de facilitering van de medezeggenschap geldt een andere terugval: zonder instemming moet je werkgever bijlage 7 uitvoeren, het cao-minimum.
Gaat de MR over het formatieplan?
In het po heeft de P(G)MR instemmingsrecht op het meerjarenformatiebeleid en het bestuursformatieplan, dat vóór 1 mei moet liggen (artikel 2.1 lid 1). In het mbo staat het formatiebeleid in de instemmingslijst van artikel 13.4 lid 2. In het vo is de functiemix uitgangspunt voor het overleg over het meerjarenformatieplan (artikel 5.2 lid 1), en dat overleg is op instemming gericht.
Wie beslist waar de werkdrukmiddelen naartoe gaan?
In het po het team, want de besteding is een verplicht onderdeel van het werkverdelingsplan waarop de PMR instemmingsrecht heeft. In het mbo staat het werkdrukplan letterlijk in de instemmingslijst (artikel 13.4 lid 2 onder l). In het vo bepaalt artikel 8.6 dat de werknemers hierbij gezamenlijk aan zet zijn en met elkaar in overleg gaan over de maatregelen.
Krijg ik scholing als MR-lid?
In het vo vijf dagen per jaar per lid van de PMR. In het po drie dagen in twee jaar, en die scholing mag mede in lestijd plaatsvinden. In het mbo regelt de cao het niet en val je terug op de WOR.
12. Samenvatting
- De wet regelt de basis, maar een flink deel van je bevoegdheden staat in de cao, en juist op de onderwerpen die er op school toe doen.
- In het vo geldt één hoofdregel: elk cao-overleg met de P(G)MR is op instemming gericht (artikel 20.2 lid 1).
- In het mbo geldt hetzelfde principe voor de OR (artikel 13.3 lid 1), en artikel 13.4 voegt daar twaalf extra instemmingsonderwerpen aan toe, waaronder het formatiebeleid, het taakbelastingsbeleid en het werkdrukplan.
- Het po benoemt per artikel wat er nodig is. De lijst met instemmingsrechten is lang en loopt van het bestuursformatieplan tot de aanwijzing van de preventiemedewerker.
- De zwaarste bepaling staat in het vo: wijziging van het systeem van taakbeleid vraagt naast instemming ook een tweederde meerderheid van het personeel (artikel 8.1 lid 6).
- Faciliteiten: 100 uur en vijf scholingsdagen per jaar in het vo, 60 uur en drie dagen per twee jaar plus een budget in het po, en niets in de cao mbo.
- Wordt instemming genegeerd, dan is de route in het vo de bindende Bezwarencommissie CAO VO, in het po de geschillencommissie of het DGO, en in het mbo de WOR-route.
- Individueel kun je in het vo bij de Commissie van Beroep terecht tegen onder meer het direct of indirect onthouden van promotie, binnen zes weken.
Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?
“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een plek beantwoord door
collega’s en andere experts”
Lees ook
- Ontslag in het onderwijs: de routes, de transitievergoeding en de bovenwettelijke uitkering
- Hoeveel voorbereidingstijd hoor je te krijgen? De opslagfactor, want daar loopt de route via je MR
- Van LB naar LC, LD en LE: hoe kom je in een hogere salarisschaal?
- De cao po uitgelegd, de cao vo uitgelegd, de cao mbo uitgelegd en de cao hbo uitgelegd
- Je scholingsbudget in het onderwijs: uren, geld en waar je het aan mag besteden
- Verlof in het onderwijs: alle soorten verlof op een rij
- Minder werken vanaf 57 jaar: de seniorenregeling per sector
- Reiskostenvergoeding in het onderwijs: wat krijg je per kilometer?
- Wat verdient een teamleider, directeur of schoolleider?
- Wat verdient onderwijsondersteunend personeel?
- Bekijk de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.
Bronnen
- PO-Raad, AOb, AVS, CNV Onderwijs, FvOv & FNV (2025). CAO PO 2025-2027. Hoofdstuk 13 en bijlage A11 en XIII.
- VO-raad, AOb, CNV Onderwijs, FvOv & FNV (2025). CAO VO 2025/2027. Hoofdstuk 19 en 20 en bijlage 7.
- MBO Raad, AOb, CNV, FvOv & FNV Overheid (2025). CAO MBO 2025-2026. Hoofdstuk 12 en 13, en artikel 3.4.
- Vereniging Hogescholen, AOb, FNV, CNV & FvOv (2025). CAO HBO 2026. Artikel G-4, hoofdstuk S en V, en bijlage V.
- Wet medezeggenschap op scholen. Overheid.nl. De wettelijke basis onder de MR in het po en vo.
- Wet op de ondernemingsraden. Overheid.nl. De basis onder de OR in het mbo, met de artikelen 25 en 27.
- Onderwijsgeschillen. Onder meer de Bezwarencommissie CAO VO, de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS en de bezwarencommissies functiewaardering.
- Info WMS. Informatiepunt over medezeggenschap in het funderend onderwijs.
- Voion. Arbeidsmarkt- en opleidingsfonds vo, met instrumenten voor het gesprek over taakbeleid.
Dit artikel is gebaseerd op de tekst van de CAO PO 2025-2027, de CAO VO 2025/2027, de CAO MBO 2025-2026 en de CAO HBO 2026, en beschrijft alleen de cao-bevoegdheden. De wettelijke bevoegdheden uit de WMS en de WOR komen daar bovenop. Advies en technische realisatie: Basten Berg, eenmeesterinleren.nl.