Wat verdient onderwijsondersteunend personeel?

Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 1 augustus 2026
Gebaseerd op: CAO PO 2025-2027, CAO VO 2025/2027, CAO MBO 2025-2026 en CAO HBO 2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.

Inhoudsopgave

  1. Wie valt er onder onderwijsondersteunend personeel?
  2. Po en vo: de OOP-schalen
  3. Mbo: de OBP-carrièrepatronen
  4. Hbo: één reeks, met functienamen erbij
  5. Schaal 10 wordt gelijkgetrokken met LB
  6. Waar je meer krijgt dan een leraar, en waar minder
  7. Toelagen die alleen voor ondersteunend personeel gelden
  8. Zes vragen die het vaakst worden gesteld
  9. Samenvatting

Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Een plek voor leraren, andere onderwijsprofessionals en iedereen die geïnteresseerd is in de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs. Vanuit mijn achtergrond als biologieleraar, onderwijskundige en lerarenopleider schrijf ik artikelen en maak ik video’s om fundamentele kennis over onderwijs, leren en lesgeven begrijpelijk aan te bieden. Op de community voor leraren vind je een overzicht van alle uitgewerkte onderwerpen geordend per thema en een groep onderwijsprofessionals waar je je vragen aan kunt stellen.

Ongeveer een derde van het personeel op een school geeft geen les. Onderwijsassistenten, leraarondersteuners, concièrges, administratief medewerkers, instructeurs, roostermakers en ict’ers houden de boel draaiende, en over hun arbeidsvoorwaarden wordt opvallend weinig geschreven. Na het lezen van dit artikel weet je welke schalen er gelden, wat ze opleveren, waar je meer krijgt dan je collega’s voor de klas en waar juist minder, en welke toelagen alleen voor jou bestaan.

Staafdiagram met het bruto maandsalaris in de OOP-schalen 4 tot en met 11, met de leraarschaal LB ter vergelijking
Dit schema is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.

Let op: hulpmiddel, geen juridisch advies. Aan dit artikel kun je geen rechten ontlenen. Cao-teksten worden regelmatig gewijzigd en de uitleg van een bepaling kan per situatie verschillen. Voor jouw situatie is de actuele cao-tekst leidend. Twijfel je, of gaat het ergens over? Leg het dan voor aan je werkgever, je P(G)MR of je vakbond.

Let op bij de mbo-bedragen in dit artikel: de cao mbo 2025-2026 liep tot 1 maart 2026 en is nog niet vervangen. De onderhandelingen lopen. De genoemde bedragen gelden door tot er een nieuwe cao is, maar kunnen daarna met terugwerkende kracht worden aangepast. Meer daarover in het artikel over de cao mbo.

1. Wie valt er onder onderwijsondersteunend personeel?

In het po en het vo heet het onderwijsondersteunend personeel, afgekort OOP. In het mbo heet het ondersteunend en beheerspersoneel, afgekort OBP. In het hbo bestaat de term niet: daar zit iedereen in dezelfde schalen.

Wat de vier cao’s gemeen hebben: ze noemen bijna geen functienamen. De woorden onderwijsassistent, leraarondersteuner en concièrge komen in de cao vo en de cao mbo helemaal niet voor. Welke functie in welke schaal valt, bepaalt je eigen bestuur via functiewaardering. Alleen het hbo koppelt in een bijlage functies aan schalen, en daar kom ik in sectie 4 op terug.

Twee uitzonderingen zijn wel geregeld. Het po kent de onderwijsassistent in opleiding, die 50 procent verdient van OOP-schaal 4 trede 1 (artikel 3.24). En het mbo kent de instructeur die nog niet aan de wettelijke bekwaamheidseisen voldoet, met een eigen contractregeling (artikel 2.3b).

2. Po en vo: de OOP-schalen

Het po en het vo gebruiken exact dezelfde bedragen. Dit zijn de schalen waarin het meeste ondersteunend personeel valt, met het begin- en eindsalaris per maand bij een volledige betrekking.

SchaalBeginEindAantal treden
12.416 euro2.743 euro7
22.458 euro2.886 euro8
32.496 euro3.116 euro9
42.524 euro3.270 euro11
52.551 euro3.412 euro11
62.672 euro3.610 euro11
72.798 euro3.937 euro12
83.022 euro4.449 euro12
93.326 euro5.025 euro10
103.326 euro5.520 euro13
113.644 euro6.432 euro12

Bedragen per 1 november 2025 (cao po bijlage A3, cao vo bijlage 9 onderdeel B). Per 1 november 2026 komt daar 1,2 procent bij. De reeks loopt in beide sectoren door tot schaal 17, maar daarboven gaat het vrijwel altijd om leidinggevende functies; die staan in het artikel over wat een teamleider of schoolleider verdient.

Let op de onderkant. Het po heeft een correctiebepaling: schaaltreden die onder het wettelijk minimumloon uitkomen worden opgetrokken naar het minimumsalaris, dat per 1 januari 2026 op 2.559,54 euro per maand ligt (bijlage A4). Dat raakt de eerste treden van schaal 1 en 2, die op papier lager staan. In de cao vo staat zo’n correctiebepaling niet.

3. Mbo: de OBP-carrièrepatronen

In het mbo heten de schalen carrièrepatronen. Voor ondersteunend en beheerspersoneel lopen de laagste acht als volgt.

CarrièrepatroonBeginEindAantal treden
12.466 euro2.654 euro7
22.466 euro2.891 euro8
32.466 euro3.126 euro9
42.466 euro3.277 euro11
52.466 euro3.431 euro12
62.494 euro3.578 euro12
72.650 euro3.920 euro13
82.965 euro4.403 euro14
93.344 euro4.948 euro11
103.713 euro5.495 euro12

Bedragen per 1 januari 2025 uit bijlage A1, met terugwerkende kracht per die datum met 5,1 procent verhoogd (artikel 5.8 lid 1). Opvallend: de carrièrepatronen 1 tot en met 5 beginnen alle vijf op hetzelfde bedrag van 2.466 euro. Het verschil zit dus niet in waar je begint, maar in hoe ver je kunt doorgroeien en in hoeveel jaar.

Carrièrepatroon 10 is precies gelijk aan de docentschaal LB. Wie in het mbo in cp 10 zit, verdient dus hetzelfde als een beginnende docent.

4. Hbo: één reeks, met functienamen erbij

Het hbo maakt geen onderscheid tussen onderwijzend en ondersteunend personeel: iedereen zit in dezelfde functieschalen 1 tot en met 18. En het is de enige cao waarin je kunt opzoeken welke functie in welke schaal hoort.

FunctieMaximumschaal
Instructeur8, 9 of 10, afhankelijk van het profiel
Onderwijsassistent6 of 7
Medewerker roosterplanning, netwerk- en systeembeheerder8
Mediathecaris, studiebegeleider, facilitair beheerder9
Decaan, personeelsadviseur, financieel medewerker10
Managementassistent, medewerker studentenadministratie7 respectievelijk 5
Concièrge, onderhoudsmedewerker4
SchaalMinimumMaximumNormpercentage
42.649,52 euro3.514,61 euro2,73 procent
52.697,03 euro3.616,48 euro2,82 procent
62.770,87 euro3.793,29 euro2,99 procent
73.064,08 euro4.084,93 euro2,78 procent
83.477,51 euro4.595,29 euro2,70 procent
93.667,97 euro5.154,67 euro3,20 procent
103.826,54 euro5.699,76 euro3,29 procent

Bedragen per 1 januari 2026 uit bijlage III, op basis van een werkweek van 36 uur. De functie-indeling staat in bijlage IX, het conversiebestand met een vijftigtal functieprofielen. Je hogeschool gebruikt vaak andere functienamen, dus kijk naar de inhoud en niet naar het etiket.

Het hbo kent geen vaste treden maar beoordelingsgestuurde groei: bij een goede beoordeling ga je jaarlijks met het normpercentage omhoog, bij een uitstekende met het dubbele, en bij een onvoldoende met niets (artikel H-3). Voor wie vanaf 1 juli 2026 in dienst komt geldt wel een tredentabel.

5. Schaal 10 wordt gelijkgetrokken met LB

Er staat een verbetering aan te komen die veel mensen raakt. Per 1 juli 2026 krijgt OOP-schaal 10 in het po en het vo hetzelfde aantal treden en dezelfde bedragen als de docentschaal LB.

  • Zit je op 30 juni 2026 in trede 1 tot en met 9, dan ga je één trede omhoog.
  • Zit je in trede 10 tot en met 12, dan blijf je in dezelfde trede staan.
  • Zit je in trede 13, dan word je ingepast in de hoogste trede van de nieuwe schaal, trede 12.
  • Zit je in trede 3 of 4, dan krijg je 24 maanden lang 25 euro per maand extra. Bij trede 5 of 6 is dat 12 maanden. Bij trede 10 krijg je eenmalig 50 euro in juli 2026. Alles naar rato van je werktijdfactor.

Die tijdelijke toelage werkt bovendien door in je eindejaarsuitkering, je vakantiegeld, de overlijdensuitkering en je jubileumgratificatie (cao po artikel 6.1b, cao vo artikel 3.1 onder B). Het is dus meer dan die 25 euro alleen. Hoe die uitkeringen precies werken staat in het artikel over vakantiegeld en de eindejaarsuitkering.

6. Waar je meer krijgt dan een leraar, en waar minder

Het beeld is gemengder dan je zou denken. Op een paar punten is de regeling voor ondersteunend personeel juist ruimer.

Waar je meer krijgt. In het po heb je als ondersteuner zonder lesgebonden taken recht op maximaal vier uur vakantieverlof per week buíten de schoolvakanties, plus acht uur extra vanaf schaal 8, plus leeftijdsverlof dat oploopt van acht uur op je dertigste tot achtenveertig uur vanaf je zestigste (artikel 8.3). Leraren hebben dat allemaal niet. In het mbo krijg je meer seniorendagen dan docenten, en vanaf zestig jaar heb je in carrièrepatroon 1 tot en met 8 recht op een half uur werktijdverkorting per dag (artikel 9.16 en 9.17). Ook de oktobertoelage pakt gunstig uit: in het po en het vo krijg je als OOP’er in schaal 1 tot en met 8 het hoge bedrag van 1.640 euro per jaar, ongeacht in welke trede je zit.

Waar je minder krijgt. De uitlooptoeslag is in alle drie de sectoren die hem kennen uitdrukkelijk voorbehouden aan onderwijzend personeel. De cao mbo zegt het met zoveel woorden: overige werknemers hebben geen recht op een uitlooptoeslag (artikel 15.2). Ook de bindingstoelage in het mbo geldt alleen voor de docentschalen. En in het vo krijg je 40 professionaliseringsuren tegenover 83 voor een leraar, al kun je dat aanvullen met 43 uur als je die met een plan onderbouwt (artikel 16.4 lid 3). In geld is het wel gelijk: 600 euro per jaar voor iedereen.

Waar het echt anders werkt: vakantie in het vo. Leraren en directie hebben daar de schoolvakanties plus vijf dagen en daarbuiten niets. Als OOP’er heb je een eigen urenregeling die afhangt van je werkweek: bij 40 uur per week 160 uur wettelijk plus 266 uur bovenwettelijk, bij 38 uur 152 plus 170, en bij 36 uur 144 plus 74 (artikel 14.2). Je wettelijke uren vervallen zes maanden na het kalenderjaar, dus daar wil je op letten. Wijst je werkgever dagen aan waarop je verlof moet opnemen, dan hoort daar een compensatieregeling tegenover te staan.

7. Toelagen die alleen voor ondersteunend personeel gelden

Er staan in de cao’s een paar regelingen die leraren niet hebben en die vaak onbenut blijven.

  • Toelage onregelmatige dienst. In het po voor schaal 1 tot en met 10 (artikel 6.22), in het mbo voor carrièrepatroon 1 tot en met 10 (artikel 6.4). Percentages van 20 procent voor vroege en late uren doordeweeks tot 100 procent op erkende feestdagen. Werk je regelmatig buiten kantooruren, kijk dan of dit klopt op je strook.
  • Overwerkvergoeding. Ook alleen voor de lagere schalen: po artikel 6.24, mbo artikel 6.3, vo artikel 6.3 en 6.4 voor de schalen 1 tot en met 8. Leraren hebben geen overwerkregeling.
  • Waarnemingstoelage in het po. Nieuw, en per 1 februari 2026 in werking. Neem je als ondersteuner minimaal een halve dag de taak van een leraar over, dan hoort daar een bedrag per dag tegenover te staan, van 14 tot 45 euro afhankelijk van je schaal en trede (artikel 6.3 en bijlage A5). Je mag waarnemen weigeren, en bij structurele waarneming van 26 weken of meer moet je werkgever je actief een deeltijdopleiding aanbieden, met vergoeding van de kosten en lesdagen als werktijd.
  • Uitkering ondersteunend personeel vo in het mbo. Werk je in het mbo op een school die vo-leerlingen bekostigt en ben je geen docent, dan krijg je jaarlijks in oktober 275 euro bruto naar rato (artikel 6.10).

Wat je kunt doen als je vindt dat je te laag zit

De schaal waar je in zit is niet gekozen op basis van je functienaam maar op basis van een functiebeschrijving. Daar zit dus je ingang.

  • Vraag je functiebeschrijving op en lees wat er staat. Als ondersteuner groeit je takenpakket vaak sneller dan je papieren functie: je begon met begeleiden en doet er inmiddels administratie, oudercontact of toetsafname bij.
  • Schrijf op wat je erbij hebt gekregen en sinds wanneer. Dat is het materiaal waarmee een herwaardering wordt onderbouwd.
  • Werk je in het mbo, vraag dan je scoreprofiel op. Daar heb je recht op (artikel 5.1 lid 3), en je ziet er per kenmerk in hoe je functie is beoordeeld.
  • Neem je regelmatig een klas over? Kijk dan in het po naar de nieuwe waarnemingstoelage, en vraag of er een opleidingsroute bij hoort. Dat is precies waar die regeling voor bedoeld is.
  • Kijk ook of er op jouw school überhaupt ruimte is. Een hogere schaal moet in het formatieplan passen. Vraag hoe de ondersteunende functies op jouw school over de schalen verdeeld zijn en wat er voor komend jaar begroot is. Is er niets gepland, dan is jouw verzoek geen inschalingsvraag maar een formatievraag, en die hoort ook bij de p(g)mr thuis.
  • Sluit het gesprek af met een afspraak op papier: wat er precies bekeken wordt, door wie, en wanneer je antwoord krijgt. Halve afspraken zijn de belangrijkste oorzaak van uitstel en afstel. Een mail van drie regels na afloop is genoeg.

Kom je er niet uit, dan kun je bezwaar maken tegen de functiewaardering bij een landelijke commissie. In het po en het mbo heb je daar zes weken voor, en die uitspraak is bindend.

8. Zes vragen die het vaakst worden gesteld

Wat verdient een onderwijsassistent?

Dat hangt af van de schaal waarin je school de functie heeft gewaardeerd, meestal schaal 4 tot en met 6 in het po en vo. Dat is 2.524 tot 3.610 euro bruto per maand bij een volledige betrekking, per 1 november 2025. In het hbo staat de onderwijsassistent in bijlage IX op schaal 6 of 7.

Verdien ik als ondersteuner minder dan een leraar?

In de meeste gevallen wel, omdat de functies lager worden gewaardeerd. Maar de schalen overlappen: OOP-schaal 11 loopt tot 6.432 euro en dat is meer dan het maximum van LB. En in het mbo is carrièrepatroon 10 exact gelijk aan LB.

Klopt het dat schaal 10 omhoog gaat?

Ja. Per 1 juli 2026 wordt OOP-schaal 10 in het po en het vo gelijkgetrokken met LB. De meeste mensen gaan een trede omhoog, en wie in trede 3 tot en met 6 zit krijgt daarnaast tijdelijk 25 euro per maand extra.

Heb ik recht op vakantie buiten de schoolvakanties?

In het po als ondersteuner zonder lesgebonden taken wel: maximaal vier uur per week (artikel 8.3 lid 1). In het vo heb je als OOP’er een eigen urenregeling die losstaat van de schoolvakanties (artikel 14.2). In de praktijk hangt het af van wat er op school geregeld moet worden.

Krijg ik een uitlooptoeslag?

Nee. De uitlooptoeslag is in het po, vo en mbo uitdrukkelijk voorbehouden aan onderwijzend personeel. Hetzelfde geldt voor de bindingstoelage in het mbo. In het hbo bestaat de uitlooptoeslag helemaal niet.

Ik neem regelmatig een klas over. Mag dat, en krijg ik er iets voor?

In het po is dat sinds kort geregeld. Vanaf 1 februari 2026 hoort er een waarnemingstoelage per dag tegenover te staan, je mag het weigeren, en bij structurele waarneming moet je werkgever je een opleiding aanbieden (artikel 6.3). In de andere sectoren staat zo’n regeling niet in de cao.

9. Samenvatting

  • In het po en het vo gelden dezelfde OOP-bedragen: schaal 1 begint op 2.416 euro, schaal 11 loopt tot 6.432 euro per maand (per 1 november 2025).
  • In het mbo heet het OBP en beginnen de carrièrepatronen 1 tot en met 5 alle vijf op 2.466 euro; het verschil zit in hoe ver je doorgroeit.
  • In het hbo zit iedereen in dezelfde reeks, en is het de enige cao waarin je functienamen aan schalen kunt koppelen.
  • Per 1 juli 2026 wordt OOP-schaal 10 in po en vo gelijkgetrokken met de docentschaal LB, met tijdelijke toelagen voor de treden 3 tot en met 6 en 10.
  • Je krijgt op sommige punten meer dan een leraar: extra verlofuren en leeftijdsverlof in het po, meer seniorendagen in het mbo, en de hoge oktobertoelage in schaal 1 tot en met 8.
  • De uitlooptoeslag en de bindingstoelage zijn uitdrukkelijk niet voor ondersteunend personeel.
  • Toelagen voor onregelmatige dienst, overwerk en waarneming bestaan juist wél voor jou en niet voor leraren.

Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?

“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een plek beantwoord door
collega’s en andere experts”

Lees ook

Bronnen

  • PO-Raad, AOb, AVS, CNV Onderwijs, FvOv & FNV (2025). CAO PO 2025-2027. Artikel 3.24, 6.1b, 6.3, 6.9, 6.22, 6.24, 8.3 en 9.4 en bijlage A3, A4, A5 en A8.
  • VO-raad, AOb, CNV Onderwijs, FvOv & FNV (2025). CAO VO 2025/2027. Artikel 3.1, 3.7, 6.2, 6.3, 6.4, 14.2, 14.3, 16.4, 16.5 en 24.2 en bijlage 8 en 9.
  • MBO Raad, AOb, CNV, FvOv & FNV Overheid (2025). CAO MBO 2025-2026. Artikel 2.3b, 3.1, 4.1, 5.1, 5.8, 6.3, 6.4, 6.10, 9.16, 9.17 en 15.2 en bijlage A1, B3 en B4.
  • Vereniging Hogescholen, AOb, FNV, CNV & FvOv (2025). CAO HBO 2026. Artikel F-2, H-1, H-3, J-2, J-4 en O-3 en bijlage III en IX.

Dit artikel is gebaseerd op de tekst van de CAO PO 2025-2027, de CAO VO 2025/2027, de CAO MBO 2025-2026 en de CAO HBO 2026. Cao’s veranderen; controleer bij twijfel altijd de actuele tekst of leg je situatie voor aan je HR-afdeling of een onderwijsbond. Advies en technische realisatie: Basten Berg, eenmeesterinleren.nl.