De cao hbo uitgelegd: je arbeidsvoorwaarden in het hoger beroepsonderwijs

Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 1 augustus 2026
Gebaseerd op: CAO HBO 2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.

Inhoudsopgave

  1. Wat is de cao hbo en voor wie geldt hij?
  2. Arbeidsduur: 1659 uur en de keuze tussen 36, 38 of 40 uur
  3. Voorbereidingstijd: een realistische taakopdracht in plaats van een opslagfactor
  4. Salaris, uitkeringen en het keuzemenu
  5. Vakantie en verlof
  6. Professionalisering: 40 uur basisrecht en 6 procent van de loonsom
  7. Duurzame inzetbaarheid en de seniorenregeling
  8. Je arbeidsovereenkomst: tijdelijk, vast en de ketenregeling
  9. Waar vind je wat in de cao hbo?
  10. Zes vragen die docenten het vaakst stellen
  11. Samenvatting

Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Een plek voor leraren, andere onderwijsprofessionals en iedereen die geïnteresseerd is in de arbeidsvoorwaarden in het hoger beroepsonderwijs. Vanuit mijn achtergrond als biologieleraar, onderwijskundige en lerarenopleider schrijf ik artikelen en maak ik video’s om fundamentele kennis over onderwijs, leren en lesgeven begrijpelijk aan te bieden. Op de community voor leraren vind je een overzicht van alle uitgewerkte onderwerpen geordend per thema en een groep onderwijsprofessionals waar je je vragen aan kunt stellen.

De cao hbo is het buitenbeentje van de vier onderwijs-cao’s. Hij kent geen maximale lestaak, geen opslagfactor en geen vast aantal lesuren. In plaats daarvan werkt het hbo met realistische taakopdrachten, en met het recht om je taakopdracht te laten toetsen als die niet realistisch is. Daar staan wel andere dingen tegenover die je in het po, vo en mbo niet vindt: je kiest zelf je werkweek, je salarisverhoging hangt af van je beoordeling, en je moet feestdagen zelf compenseren. Dit artikel legt uit hoe dat werkt, met bij elk onderdeel het artikelnummer erbij.

Na het lezen van dit artikel weet je hoe de cao hbo is opgebouwd, ken je de normen en bedragen die dit jaar gelden, en weet je precies waar je welke afspraak terugvindt.

Illustratie bij het artikel over de cao hbo, met de arbeidsvoorwaarden in het hoger beroepsonderwijs
De cao hbo in beeld. Anders dan het po, vo en mbo kent het hbo geen maximale lestaak, maar wel een toetsbare taakopdracht.

Let op: hulpmiddel, geen juridisch advies. Aan dit artikel kun je geen rechten ontlenen. Cao-teksten worden regelmatig gewijzigd en de uitleg van een bepaling kan per situatie verschillen. Voor jouw situatie is de actuele cao-tekst leidend. Twijfel je, of gaat het ergens over? Leg het dan voor aan je werkgever, je P(G)MR of je vakbond.

Wil je de cao hbo zelf lezen of downloaden? Dat kan gratis. Dit artikel vat samen, maar bij twijfel is de brontekst leidend.

1. Wat is de cao hbo en voor wie geldt hij?

De cao hbo is afgesloten tussen de Vereniging Hogescholen en de vakbonden AOb, FNV, CNV en FvOv, en ondertekend in Utrecht op 27 november 2025. Anders dan de andere onderwijs-cao’s loopt deze precies een kalenderjaar: hij gaat in op 1 januari 2026 en eindigt op 31 december 2026 (artikel B-3).

De cao geldt voor werknemers in dienst van hogescholen, voor zover de regelgeving uit de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek op hun werkzaamheden van toepassing is (artikel B-1 lid 1). Leden van colleges van bestuur vallen er uitdrukkelijk buiten (artikel A-1). Werk je via een uitzendbureau of ben je gedetacheerd en werk je mee aan de kernactiviteiten, dan heb je toch recht op beloning conform de cao, inclusief toelagen, onkostenvergoedingen en de werkgeversbijdrage pensioenpremie (artikel B-4). Dat is een bepaling die je in de andere onderwijs-cao’s niet zo scherp terugvindt.

Over afwijken is de cao kort: het is de werkgever niet toegestaan af te wijken van de bepalingen, tenzij daarin anders is bepaald. Wel mag je hogeschool in het lokale cao-overleg arbeidsvoorwaarden afspreken over onderwerpen die de cao niet regelt (artikel B-1 lid 4).

2. Arbeidsduur: 1659 uur en de keuze tussen 36, 38 of 40 uur

De normjaartaak bedraagt 1659 uur (artikel A-1), net als in het po, vo en mbo. Maar het hbo doet iets wat de andere drie niet doen: je kiest zelf je werkweek. Bij een voltijdaanstelling bestaat die uit 36, 38 of 40 uur, en je hebt het recht om in overleg te kiezen, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten. Dat overleg is uiterlijk drie maanden voor het begin van het cursusjaar afgerond (artikel J-2).

Let op wat die keuze betekent: de salaristabel is gebaseerd op een werkweek van 36 uur (artikel H-1 lid 6). Kies je voor 38 of 40 uur, dan werk je meer uren per week en bouw je navenant meer vakantie-uren op, waarover verderop meer.

De jaartaak in het hoger beroepsonderwijs1659 klokuren per jaar bij een volledige betrekking (cao hbo 2026, artikel A-1)0 uur1659 uur1574 uurWerkzaamheden volgens je taakopdracht: onderwijs, begeleiding,onderzoek, ontwikkeling en overleg. De cao hbo kent geen maximumlestaak en geen opslagfactor, wel een realistische taakopdrachtbinnen je betrekkingsomvang (artikel G-4)40 uurPersoonlijk basisrecht professionalisering vanaf 0,4 fte, met eenstaffel van 10, 20 en 30 uur daaronder (artikel O-3 lid 1 en 2)45 uurDuurzame inzetbaarheid, vrijgesteld in de jaartaak (artikel M-1-b)Vakantie komt hier bovenop: 219 uur bij een werkweek van 36 uur, 323 uur bij 38 uur en 428 uur bij 40 uur (artikel J-4).Tien jaar voor je AOW en na vijf dienstjaren komen er 45 uren duurzame inzetbaarheid bij (artikel M-1-c).Uit het keuzemenu koop je maximaal 90 uur per jaar bij of verzilver je ze (hoofdstuk L).Scholing in opdracht van je werkgever gaat niet ten laste van je basisrecht (artikel O-5).eenmeesterinleren.nl
De vaste posten in de jaartaak van een docent in het hbo. Dit schema is vrij te gebruiken, link wel even naar deze pagina.

Over je werkdag zegt de cao het volgende. Een werkdag bestaat uit maximaal tien zo veel mogelijk aaneengesloten uren, waarbij als regel per dag niet meer dan acht uur wordt gewerkt (artikel G-3). Het uitgangspunt is dat je week wordt ingevuld met dagen van acht uur of dagdelen van vier uur (artikel J-3). Je hebt recht op ten minste twee aaneengesloten rustdagen per week (artikel G-5). De hogeschool is open van maandag tot en met vrijdag tussen 07.00 en 22.30 uur en op zaterdag tussen 07.00 en 18.00 uur (artikel G-1). En ben je 50 jaar of ouder, dan mag je maximaal twee dagdelen per week en veertig dagdelen per jaar in de avond worden ingezet (artikel G-7 lid 1).

3. Voorbereidingstijd: een realistische taakopdracht in plaats van een opslagfactor

Zoek je in de cao hbo naar een maximale lestaak, een aantal contacturen of een opslagfactor voor voorbereiding, dan vind je die niet. Die begrippen komen in de hele cao niet voor. In plaats daarvan staat er iets anders, en dat is sterker dan het op het eerste gezicht lijkt.

Artikel G-4 lid 1 bepaalt dat bij de planning en uitvoering van het werk wordt gewerkt met realistische taakopdrachten op individueel en op teamniveau. Dat betekent dat taakopdrachten, rekening houdend met beschikbare tijd, capaciteit en middelen, op een reële wijze moeten kunnen worden uitgevoerd binnen je betrekkingsomvang. Dat geldt zowel bij het opstellen van je takenoverzicht als bij het wijzigen ervan tijdens het studiejaar.

Bij het toedelen van taken moet bovendien uitdrukkelijk rekening worden gehouden met het bijhouden van ontwikkelingen op je vakgebied, met vervanging bij ziekte en professionalisering, en bij onderwijsgevend personeel met het geven van onderwijs én met voor- en nawerk. Voor- en nawerk staat er dus wel, alleen zonder getal erbij. En het team heeft recht op teambegeleiding om het gesprek over realistische taakopdrachten te voeren; de kosten daarvan mag de werkgever uit het professionaliseringsbudget halen.

Dat maakt het gesprek in het hbo wezenlijk anders dan in de andere sectoren. Je discussieert niet over een percentage, maar over de vraag of je hele takenoverzicht past. Zet je taken daarom uit elkaar: onderwijs geven, voor- en nawerk, toetsing en beoordeling, curriculumontwikkeling, begeleiding van studenten en stages, en overleg. Pas als al die posten een aantal uren hebben, kun je laten zien dat de optelsom niet binnen je betrekkingsomvang past. En dat is precies wat de toetsingscommissie beoordeelt.

Je kunt je taakopdracht laten toetsen

Dit is de bepaling die je moet kennen. De werkgever zorgt ervoor dat je totale werklast past binnen je betrekkingsomvang (artikel G-4 lid 2). En vervolgens: je kunt te allen tijde je individuele taakopdrachten laten toetsen door een onafhankelijke commissie die de werkgever met instemming van de PMR instelt (artikel G-4 lid 3).

Het advies van die commissie is zwaarwegend en aan een termijn gebonden, al heeft de toetsing geen opschortende werking (artikel G-4 lid 5). Afspraken over het taakbelastingbeleid worden ter instemming voorgelegd aan de PMR (lid 4). Waar een leraar in het vo of po het gesprek over werkdruk vooral collectief voert, heb je in het hbo dus een individuele route.

Wat je doet als je taakopdracht niet klopt

Het hbo kent geen opslagfactor en geen maximum lestaak, maar wel iets wat de andere drie sectoren niet hebben: het recht om je taakopdracht door een onafhankelijke commissie te laten toetsen. Dat is een zwaar middel, dus de kunst is om het niet nodig te hebben.

  • Begin bij je eigen administratie. Houd een paar weken bij hoeveel tijd je waaraan kwijt bent. Zonder die cijfers is het jouw gevoel tegen de planning van je leidinggevende, en die discussie verlies je.
  • Leg het naast je jaartaak van 1659 uur, naar rato van je betrekkingsomvang (artikel J-1). Vergeet niet dat je vakantie daar niet in zit en dat je 45 uur duurzame inzetbaarheid ervan vrijgesteld is.
  • Bespreek het eerst gewoon. De cao vraagt om een realistische taakopdracht binnen je betrekkingsomvang; dat is een norm waar je je leidinggevende op mag aanspreken zonder dat het meteen een conflict is (artikel G-4).
  • Komen jullie er niet uit, dan kun je de taakopdracht laten toetsen door een onafhankelijke commissie (artikel G-4 lid 3). Zeg dat je die stap overweegt vóórdat je hem zet; vaak is dat al genoeg.

Deze route werkt het best als je hem samen met een collega loopt. Twee mensen met dezelfde urenregistratie is geen incident meer.

4. Salaris, uitkeringen en het keuzemenu

De salarissen zijn per 1 januari 2026 met 5% verhoogd, en de bovenwettelijke uitkeringen zijn met hetzelfde percentage geïndexeerd. Daarnaast is in december 2025 een eenmalige, pensioengevende uitkering van € 700 bruto toegekend, naar rato van de betrekkingsomvang, aan iedereen die op 1 december 2025 in dienst was (artikel H-1 lid 1).

Wat verdien je in het hbo? De salaristabel

Kort antwoord: als docent in het hbo verdien je bruto per maand tussen € 4.632,17 en € 8.687,82, afhankelijk van je schaal en je trede. Anders dan het po, vo en mbo werkt het hbo niet met L-schalen maar met genummerde functieschalen 1 tot en met 18. Dit zijn de schalen waarin onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel doorgaans valt, per 1 januari 2026 (bijlage III).

SchaalBeginsalaris (trede 0)EindsalarisNormpercentage
6€ 2.770,87€ 3.793,292,99%
7€ 3.064,08€ 4.084,932,78%
8€ 3.477,51€ 4.595,292,70%
9€ 3.667,97€ 5.154,673,20%
10€ 3.826,54€ 5.699,763,29%
11€ 4.632,17€ 6.677,443,06%
12€ 5.761,13€ 7.534,612,35%
13€ 6.461,91€ 8.020,601,94%
14€ 6.783,11€ 8.687,822,19%
15€ 7.357,11€ 9.544,162,29%
16€ 7.975,66€ 10.438,622,36%

De volledige tabel loopt van € 2.558,32 in schaal 1 tot € 12.605,84 in schaal 18. Alle bedragen zijn gebaseerd op een werkweek van 36 uur (artikel H-1 lid 6 en de voetnoot bij bijlage III). Kies je voor 38 of 40 uur, dan verandert je maandsalaris dus niet; je vakantie-urensaldo wel.

Die laatste kolom is belangrijker dan hij eruitziet. Het normpercentage is de jaarlijkse salarisverhoging binnen je schaal, berekend over het maximum van die schaal. Bij een goede beoordeling krijg je dat percentage eenmaal, bij een uitstekende beoordeling twee maal, en bij een onvoldoende beoordeling helemaal niets (artikel H-3 lid 2 en 3). Zit je in schaal 13, dan is dat 1,94 procent per jaar; in schaal 10 is het 3,29 procent. Je klimt in de ene schaal dus veel sneller door je tabel heen dan in de andere.

Anders dan het po, vo en mbo koppelt de cao hbo wél een aantal functies aan schalen. Docentfuncties waarvoor een volledige basiskwalificatie didactische bekwaamheid vereist is, moeten minimaal op schaal 11 worden gewaardeerd (artikel F-2 lid 4). Voldoet een functie daar niet aan, dan mag het woord docent er sinds 1 oktober 2023 niet meer in voorkomen voor nieuwe werknemers in schaal 10 of lager (lid 5). De functiematrix in bijlage IX geeft de maximumschalen: docent schaal 11, 12, 13 of 14, lector kenniskring schaal 15 of 16, instructeur schaal 8, 9 of 10, en onderwijsassistent schaal 6 of 7. Bijlage XV bevat bovendien een aparte lijst met onderscheidende criteria voor schaal 10 tegenover schaal 11.

Nog twee bedragen om te onthouden: de minimum vakantie-uitkering is € 221,67 per maand oftewel € 2.660,03 per jaar (bijlage III), en er geldt voor schaal 6 tot en met 18 maximaal één aanloopjaar met een lager aanloopsalaris; voor schaal 1 tot en met 5 bestaat dat aanloopjaar niet (artikel H-3 lid 5 en bijlage III).

  • Vakantie-uitkering: 8% per kalendermaand, eenmaal per jaar uitbetaald in mei over de twaalf maanden die met mei eindigen. Het minimum is € 221,67 per maand, oftewel € 2.660,03 per jaar (artikel H-1 lid 4 en bijlage III).
  • Eindejaarsuitkering: 8,3%, structureel toegekend in december en berekend over het jaarsalaris. Deze uitkering werkt door in de pensioengrondslag (artikel H-1 lid 5).
  • Jubileumgratificatie: bij een 25-jarig ambtsjubileum 50% van je maandinkomen, bij 40 en 50 jaar 100% (artikel H-5 lid 2).

Eén ding werkt in het hbo wezenlijk anders dan in de andere sectoren: je periodiek is niet automatisch. De jaarlijkse salarisverhoging hangt af van je beoordeling. Bij een uitstekende beoordeling krijg je twee maal het normpercentage van je schaal, bij goed eenmaal, en bij onvoldoende geen salarisaanpassing (artikel H-3). De normpercentages staan per schaal in bijlage III en liggen rond de 2,5%. Daarnaast kan een buitengewone toelage worden toegekend van ten hoogste 15% van je salaris (artikel H-4).

Het hbo kent geen individueel keuzebudget zoals andere sectoren dat opzetten, maar wel een keuzemenu arbeidsvoorwaarden (hoofdstuk L). Je kunt uren die je boven je normjaartaak werkt inzetten als bron, tot een maximum van 90 uur per jaar, en die omzetten in doelen als sabbatsverlof, verlenging van je ouderschapsverlof, studieverlof, extra verlofuren of geld. Ook geld kan een bron zijn: eenmalige uitkeringen, je eindejaarsuitkering of je salaris. De waarde van één uur is 1/138e deel van je maandsalaris, oftewel 0,725%, inclusief vakantietoeslag (artikel L, lid 3). Sabbatsverlof kun je bij voorkeur eenmaal per vier jaar opnemen voor twee maanden, met een maximum van eenmaal per zes jaar voor drie maanden.

Tot slot: je hogeschool besteedt 1,41% van het getotaliseerde jaarinkomen aan decentrale arbeidsvoorwaarden, waarover lokaal wordt onderhandeld (hoofdstuk K).

De cao hbo bevat twee tabellen, en het verschil is belangrijk. De tabel hierboven met minimum, maximum en normpercentage geldt per 1 januari 2026. De volledige tredetabel hieronder geldt volgens bijlage III vanaf 1 juli 2026 voor nieuw in dienst tredende werknemers. Voor zittende werknemers legt de cao alleen het minimum en maximum vast plus het normpercentage waarmee je binnen die bandbreedte doorgroeit. Rekenkundig zijn de treden hieronder precies het minimum plus een aantal normstappen, dus als tussenstand kloppen ze ook voor jou.

De docentschalen 10 tot en met 14, per trede:

TredeSchaal 10Schaal 11Schaal 12Schaal 13Schaal 14
Aanlooptrede€ 3.639,22€ 4.427,64€ 5.583,78€ 6.306,04€ 6.592,64
0€ 3.826,54€ 4.632,17€ 5.761,13€ 6.461,91€ 6.783,11
1€ 4.013,86€ 4.836,70€ 5.938,47€ 6.617,78€ 6.973,59
2€ 4.201,19€ 5.041,23€ 6.115,82€ 6.773,65€ 7.164,06
3€ 4.388,51€ 5.245,75€ 6.293,17€ 6.929,52€ 7.354,53
4€ 4.575,83€ 5.450,28€ 6.470,52€ 7.085,39€ 7.545,00
5€ 4.763,15€ 5.654,81€ 6.647,87€ 7.241,26€ 7.735,47
6€ 4.950,47€ 5.859,33€ 6.825,22€ 7.397,13€ 7.925,94
7€ 5.137,80€ 6.063,86€ 7.002,56€ 7.553,00€ 8.116,41
8€ 5.325,12€ 6.268,39€ 7.179,91€ 7.708,86€ 8.306,88
9€ 5.512,44€ 6.472,91€ 7.357,26€ 7.864,73€ 8.497,35
10€ 5.699,76€ 6.677,44€ 7.534,61€ 8.020,60€ 8.687,82

De ondersteunende schalen 6 tot en met 9, per trede:

TredeSchaal 6Schaal 7Schaal 8Schaal 9
Aanlooptrede€ 2.657,27€ 2.950,65€ 3.353,32€ 3.502,78
0€ 2.770,87€ 3.064,08€ 3.477,51€ 3.667,97
1€ 2.884,47€ 3.177,50€ 3.601,71€ 3.833,16
2€ 2.998,07€ 3.290,93€ 3.725,91€ 3.998,35
3€ 3.111,67€ 3.404,36€ 3.850,10€ 4.163,54
4€ 3.225,28€ 3.517,79€ 3.974,30€ 4.328,73
5€ 3.338,88€ 3.631,22€ 4.098,50€ 4.493,92
6€ 3.452,48€ 3.744,65€ 4.222,69€ 4.659,11
7€ 3.566,08€ 3.858,08€ 4.346,89€ 4.824,30
8€ 3.679,68€ 3.971,50€ 4.471,09€ 4.989,48
9€ 3.793,29€ 4.084,93€ 4.595,29€ 5.154,67

De aanlooptrede is geen trede binnen de schaal maar ligt eronder. Voor de schalen 1 tot en met 5 bestaat geen aanloopjaar, voor de schalen 6 tot en met 18 geldt maximaal één aanloopjaar (artikel H-3 lid 5). De schalen 1 tot en met 9 tellen minder treden; de volledige tabel loopt van € 2.558,32 in schaal 1 tot € 12.605,84 in schaal 18. Heb je de hoogste trede bereikt, dan stopt de jaarlijkse verhoging: uitloopschalen kent het hbo niet. Wat er dan nog is, is de buitengewone toelage van ten hoogste 15 procent uit artikel H-4, en dat is een kan-bepaling.

Wat je kunt doen als je vindt dat je in een hogere schaal hoort

Dit is de vraag die het vaakst wordt gesteld en het slechtst wordt beantwoord. Het korte antwoord is niet leuk maar wel bruikbaar: je gaat niet omhoog doordat je meer doet, je gaat omhoog doordat je functie anders wordt beschreven en gewaardeerd. Dat is bureaucratisch, maar het is de enige route die werkt.

  • Pak je functiebeschrijving erbij en lees wat er staat, niet wat je doet. Het verschil tussen die twee is precies je ingang.
  • Schrijf op wat je erbij hebt gekregen sinds die beschrijving is opgesteld. Denk aan coördinatie, het ontwikkelen van een leerlijn, het begeleiden van collega’s of stagiairs. Dat zijn de dingen die in een functiewaardering meetellen; extra klassen of een volle agenda niet.
  • Vraag hoe je functie is geordend. In het hbo mag je hogeschool kiezen tussen Fuwa-hbo en de Hay-methodiek (artikel F-2 lid 1), en de verhoudingen liggen vast in het landelijke conversiebestand. Voor docentfuncties geldt schaal 11 als bodem (artikel F-2 lid 4).
  • Zet daarna twee routes naast elkaar: je eigen functie laten herwaarderen, of solliciteren op een functie die al hoger is gewaardeerd. Dat tweede is bijna altijd sneller, ook binnen je eigen school.
  • Kijk eerst of er op jouw hogeschool überhaupt ruimte is. Een hogere schaal moet in de formatie van je academie of instituut passen. Vraag hoe de verdeling over schaal 10, 11 en 12 binnen jouw team ligt en of er voor komend jaar iets begroot is. Zo niet, dan is jouw verzoek geen inschalingsvraag maar een formatievraag, en die hoort ook bij de medezeggenschap thuis.
  • Sluit het gesprek af met een afspraak op papier: wat er precies bekeken wordt, door wie, en wanneer je antwoord krijgt. Halve afspraken zijn de belangrijkste oorzaak van uitstel en afstel. Een mail van drie regels na afloop is genoeg.

Ben je het er niet mee eens, dan kun je te allen tijde bezwaar maken; er staat geen termijn in de cao. Dat loopt via het landelijke bezwarenreglement functie ordenen hbo (artikel F-2 lid 3).

5. Vakantie en verlof

Hoeveel vakantie je hebt, hangt af van de werkweek die je hebt gekozen (artikel J-4). Bij 36 uur per week is dat 219 uur per kalenderjaar, bij 38 uur 323 uur, en bij 40 uur 428 uur. Werk je in deeltijd, dan geldt dat naar evenredigheid, en gedeeltes van uren worden naar boven op halve uren afgerond.

En dan een bepaling die veel hbo’ers verrast: valt een feestdag niet in het weekend, dan compenseer je die dag zelf (artikel J-1 lid 3). Feestdagen zijn in het hbo dus geen cadeautje bovenop je vakantie, maar gaan ten laste van je eigen uren. Dat is anders dan in het po, waar de 428 uur juist inclusief de feestdagen is, en anders dan in het mbo, waar feestdagen uitdrukkelijk niet als vakantiedag mogen worden aangemerkt.

Je werkgever kan, na instemming van de PMR, per jaar maximaal een week en vier dagen als verplichte vakantie aanwijzen (artikel J-8 lid 4). Word je ziek, dan bouw je vakantie-uren volledig op over het wettelijk minimum van viermaal je wekelijkse arbeidsduur; over het bovenwettelijke deel bouw je alleen op gedurende de eerste zes maanden van je ziekteverlof (artikel J-7 lid 1).

Kort buitengewoon verlof

Artikel J-9 lid 1 geeft je verlof met behoud van inkomen voor onder meer:

  • overlijden van je partner, ouders of kinderen, stief-, schoon- en pleegfamilie daaronder begrepen: vier dagen;
  • overlijden van familie in de tweede graad: twee dagen, of ten hoogste vier dagen als je de begrafenis of nalatenschap regelt;
  • verhuizing bij verandering van standplaats: twee dagen, in bijzondere gevallen ten hoogste vier;
  • het zoeken van een woning bij verandering van standplaats: ten hoogste twee dagen;
  • je eigen huwelijk, notarieel samenlevingscontract of partnerregistratie: in totaal twee dagen;
  • huwelijk of partnerregistratie van familie in de eerste of tweede graad: één dag;
  • lidmaatschap van een rijkserkende examencommissie of optreden als rijksgecommitteerde: ten hoogste veertien dagen per jaar.

Vraag dit verlof ten minste een week van tevoren aan (artikel J-9 lid 3). Let op dat een aantal gebeurtenissen dat in het po, vo en mbo wél betaald verlof oplevert, in het hbo juist onbetaald is of van je eigen verlofdagen afgaat: ondertrouw, een verhuizing die niets met je standplaats te maken heeft, overlijden van familie in de derde en vierde graad, en alle huwelijks- en ambtsjubilea (artikel J-9 lid 4).

Rond geboorte en zorg is het hbo juist gunstig. Je hebt recht op geboorteverlof van eenmaal je wekelijkse arbeidsduur binnen vier weken na de bevalling, niet per se aaneengesloten (artikel J-10 lid 6). Bij het aanvullend geboorteverlof wordt de UWV-uitkering aangevuld tot 100% van je salaris per dag, gemaximeerd op het wettelijk maximumdagloon (artikel J-10 lid 7). Dat is beduidend beter dan in het vo en het mbo, waar je op de wettelijke 70% blijft steken. Adoptie- en pleegzorgverlof duurt ten hoogste zes weken tegen 100% loondoorbetaling (artikel J-13), en betaald zorgverlof bedraagt ten hoogste tweemaal je werktijd per week per jaar, met verlenging op basis van een geneeskundige verklaring (artikel J-11).

Twee regelingen die je in de andere onderwijs-cao’s niet vindt: gendertransitieverlof van in totaal maximaal 33 weken betaald verlof met behoud van salaris en toelagen, te bespreken minstens een half jaar van tevoren en met een artsverklaring (artikel J-16), en een mantelzorgregeling waarbij de werkgever extra betaald verlof kan toekennen wanneer ander bijzonder verlof niet meer beschikbaar is (artikel J-17).

Over zwangerschapsverlof, geboorteverlof en ouderschapsverlof schreef ik een apart artikel waarin het po, vo en mbo naast elkaar worden gelegd: zwangerschapsverlof en ouderschapsverlof in het onderwijs. Voor het hbo geldt dat de cao voor ouderschapsverlof volledig naar de Wet arbeid en zorg verwijst (artikel J-10 lid 5); een bovenwettelijke aanvulling zoals in het po en vo kent de cao hbo niet.

6. Professionalisering: 40 uur basisrecht en 6 procent van de loonsom

Op dit punt is het hbo het scherpst geformuleerd van alle vier de sectoren. Je werkgever moet jaarlijks minimaal 6% van het getotaliseerde jaarinkomen besteden aan professionalisering, en de helft daarvan, dus 3%, gaat naar een basisrecht in uren (artikel O-1 lid 2). De andere helft is voor reis- en verblijfkosten, collegegeld, materiaalkosten, vervangingskosten en scholing in opdracht van de werkgever. Het professionaliseringsplan gaat ter instemming naar de PMR.

Jij bepaalt hoe je die uren inzet

Heb je een arbeidsovereenkomst vanaf 0,4 fte, dan heb je jaarlijks een basisrecht van ten minste 40 uren om je bekwaamheid bij te houden. Daaronder geldt een staffel: vanaf 0,1 fte tien uur, vanaf 0,2 fte twintig uur en vanaf 0,3 fte dertig uur (artikel O-3 lid 1 en 2).

Twee zinnen uit dat artikel zijn goud waard. Ten eerste: de werkgever zorgt ervoor dat dit basisrecht aan uren in de jaartaak wordt vrijgesteld (lid 3). Die 40 uur komen er dus niet bovenop je werk, maar gaan eraf. Ten tweede: de werknemer bepaalt hoe deze uren worden ingezet (lid 4). Je legt achteraf verantwoording af in de gebruikelijke gesprekscyclus, maar je vraagt vooraf geen toestemming.

Volg je een opleiding die in het professionaliseringsplan past, dan wordt die voor 100% in tijd van de officiële studielast en 100% in geld gefaciliteerd. Past de opleiding niet in het plan, dan is het 25% in tijd (artikel O-4 lid 1). Ook die uren worden in je jaartaak vrijgesteld. Als richtlijn geldt dat niet meer dan 40% van je betrekkingsomvang per jaar aan professionalisering opgaat. Scholing in opdracht van je werkgever wordt voor 100% in tijd en geld vergoed en komt uitdrukkelijk niet ten laste van je eigen uren uit artikel O-3 en O-4 (artikel O-5).

Wat je met die uren kunt doen. Je bekwaamheid bijhouden via een vaknetwerk of digitale leeromgeving valt hier zonder meer onder, en jij beslist zelf. In Een Meester in Leeromgeving zitten inmiddels ruim 1300 leraren en lerarenopleiders die zich evidence based blijven ontwikkelen. Je kunt gratis meedoen; bij het aanmelden zie je de prijzen en kies je tussen het gratis lidmaatschap en het betaalde lidmaatschap met verdieping.

7. Duurzame inzetbaarheid en de seniorenregeling

Naast je professionaliseringsuren heb je bij een volledige arbeidsovereenkomst jaarlijks recht op 45 DI-uren, uren voor duurzame inzetbaarheid (artikel M-1-b lid 2). Ook die worden in je jaartaak vrijgesteld (lid 4), en bij deeltijd gelden ze naar rato. Je kunt ze besteden aan je werk-privébalans en mantelzorg, aan employability, aan je vakbekwaamheid en professionele ontwikkeling, en als aanvulling op het introductiebeleid gedurende je eerste drie jaar (artikel M-1-a).

Twee beperkingen: DI-uren kunnen niet worden omgezet in loon, en bij het einde van je dienstverband worden gespaarde DI-uren niet uitbetaald maar vervallen ze (artikel M-1-e). Bereik je de AOW-gerechtigde leeftijd min tien jaar en heb je vijf aaneengesloten dienstjaren bij een hogeschool, dan komen er jaarlijks 45 extra DI-uren bij (artikel M-1-c lid 1).

Daarnaast is er de regeling werktijdvermindering senioren, de WS-regeling (artikel M-2-a). Je komt ervoor in aanmerking als je de AOW-leeftijd min tien jaar bereikt, een arbeidsovereenkomst van 0,4 fte of meer hebt en vijf aaneengesloten dienstjaren achter de rug hebt. Je kunt dan eenmalig kiezen om je werktijd te verminderen met een vast percentage van maximaal 20% van je jaartaak, in herkenbare dagdelen, gedurende maximaal vijf jaar.

De eigen bijdrage loopt af naarmate je dichter bij je AOW komt: 45% in de periode tussen tien en vijf jaar voor je AOW-leeftijd, en 25% in de vijf jaar daarna. Zit je in schaal 1 tot en met 7, dan is dat 35% respectievelijk 20% (artikel M-2-a lid 3 en 4). Je kunt daar nog maximaal 20% extra werktijdvermindering bovenop krijgen, onbetaald, mits je minimaal 0,4 fte inzetbaar blijft; je pensioen loopt dan door over je oorspronkelijke betrekkingsomvang (lid 5).

Lees lid 2 goed voordat je tekent. Wie gebruikmaakt van de WS-regeling verplicht zich schriftelijk om na afloop van die periode uit dienst te treden, voor een omvang die minimaal gelijk is aan de werktijdvermindering. Verder geldt dat je in de vrijgekomen tijd geen nieuwe inkomsten uit arbeid of bedrijf mag verwerven (lid 9), en dat je geen aanspraak meer kunt maken op de extra DI-uren uit artikel M-1-c (lid 8). Gunstig is dan weer dat deelname geen invloed heeft op de hoogte van je vakantie- en eindejaarsuitkering, en dat de eigen bijdrage in het tweede ziektejaar op nul wordt gezet (lid 6 en 9).

8. Je arbeidsovereenkomst: tijdelijk, vast en de ketenregeling

Het uitgangspunt is helder: je treedt in dienst voor onbepaalde tijd, tenzij artikel D-3 of D-4 van toepassing is (artikel D-2). Een contract voor bepaalde tijd op grond van artikel D-3 duurt maximaal twaalf maanden, en wordt daarna omgezet naar onbepaalde tijd tenzij er sprake is van onvoldoende functioneren of zwaarwegende bedrijfsmatige belangen. Bij langdurige afwezigheid of een onvoldoende beoordeling kan met maximaal twaalf maanden worden verlengd (artikel D-3 lid 1 en 3).

De ketenregeling wijkt af van het Burgerlijk Wetboek en kent drie varianten (artikel D-5 lid 1):

  • Algemeen: twee jaar, waarbinnen drie arbeidsovereenkomsten mogelijk zijn.
  • Kunstonderwijs: vier jaar en zes contracten, voor onderwijsgevenden die tevens uitvoerend beroepsbeoefenaar zijn met een betrekking van 0,4 fte of kleiner.
  • Promotieonderzoek: voor de duur van het onderzoek, zowel bij een Professional Doctorate als een PhD, met een maximum van drie arbeidsovereenkomsten.

Voor wie de AOW-leeftijd heeft bereikt geldt vier jaar en maximaal zes contracten (lid 2). Contracten die elkaar opvolgen met een tussenpoos van niet meer dan zes maanden gelden als een voortgezette dienstbetrekking (lid 5). Bij een tijdelijk contract van langer dan een jaar wordt tussentijdse opzegging opgenomen, met een opzegtermijn van twee maanden voor beide partijen (lid 3).

De reguliere opzegtermijn bedraagt drie maanden voor zowel werkgever als werknemer. Voor de werkgever wordt die verlengd met een week voor elk vol jaar dat je na je 45e in dienst bent, tot een maximum van dertien weken (artikel Q-2 lid 2). Ontslag gaat in op de eerste van de kalendermaand. Uitzendarbeid mag alleen bij vervanging wegens ziekte of buitengewoon verlof, of voor activiteiten van kennelijk kort tijdelijke aard (artikel D-8). En je hebt recht op vermindering van je betrekkingsomvang, met voorrang bij een latere uitbreiding (artikel D-7).

9. Waar vind je wat in de cao hbo?

De cao hbo werkt met letters in plaats van hoofdstuknummers. Deze wegwijzer helpt je snel op weg.

Waar je naar zoektHoofdstuk
Begrippen, waaronder de normjaartaakA
Werkingssfeer, inwerkingtreding en looptijdB
ArbeidsovereenkomstC
Aard en duur van de arbeidsovereenkomst, ketenregelingD
Verplichtingen van werkgever en werknemerE
Functie en functieordeningF
Arbeidsduur, werktijden en realistische taakopdrachtenG
Salaris, toelagen, vakantie- en eindejaarsuitkering, jubileumH
Vergoedingen en voorzieningenI
Werk, vakantie, verlof en buitengewoon verlofJ
Decentrale arbeidsvoorwaardenmiddelenK
Keuzemenu arbeidsvoorwaarden en sabbatsverlofL
Duurzame inzetbaarheid en werktijdvermindering seniorenM
Functionerings- en beoordelingsgesprekkenN
Professionalisering en het basisrecht in urenO
Disciplinaire maatregelen en schorsingP
Ontslag en opzegtermijnenQ
ReorganisatieR
Bezwaar en beroepS
Sociale zekerheid en sociale voorzieningenT
Sociale veiligheidU
Lokaal overleg en faciliteiten medezeggenschapV
Overgangs- en slotbepalingenW
Model arbeidsovereenkomst en proeftijdbijlage II
Functieschalen en salaristabelbijlage III
Regeling vakbondscontributiebijlage IV
Gezondheidsbeleidbijlage X

10. Zes vragen die docenten het vaakst stellen

Hoeveel voorbereidingstijd hoor ik per les te krijgen?

De cao hbo noemt geen getal en kent geen opslagfactor. Wat er wel staat is dat bij de taaktoedeling rekening moet worden gehouden met het geven van onderwijs én met voor- en nawerk, en dat je taakopdracht realistisch moet zijn binnen je betrekkingsomvang (artikel G-4 lid 1). Vind je van niet, dan is de route niet onderhandelen over een factor, maar je taakopdracht laten toetsen door de onafhankelijke commissie uit artikel G-4 lid 3.

Krijg ik feestdagen erbij of gaan ze van mijn uren af?

Ze gaan van je eigen uren af. Artikel J-1 lid 3 zegt het onomwonden: valt een feestdag niet in een weekend, dan wordt die dag door de werknemer gecompenseerd. Dat is een van de scherpste verschillen met de andere onderwijs-cao’s en het verklaart waarom je vakantie-urensaldo in het hbo in de praktijk krapper aanvoelt dan het getal doet vermoeden.

Kan ik zelf kiezen of ik 36, 38 of 40 uur werk?

Ja. Artikel J-2 lid 2 geeft je dat recht, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich ertegen verzetten. Het overleg daarover is uiterlijk drie maanden voor het begin van het cursusjaar afgerond. Je normjaartaak blijft 1659 uur, maar je vakantierecht schuift mee: 219 uur bij een 36-urige week, 323 uur bij 38 uur en 428 uur bij 40 uur (artikel J-4).

Krijg ik automatisch elk jaar een periodiek?

Nee, en dat is het grootste verschil met het po, vo en mbo. Je jaarlijkse salarisverhoging hangt af van je beoordeling: uitstekend levert twee maal het normpercentage op, goed eenmaal, en bij onvoldoende krijg je geen verhoging (artikel H-3). De normpercentages per schaal staan in bijlage III.

Moet ik mijn 40 professionaliseringsuren erbij doen of gaan ze van mijn taak af?

Ze gaan eraf. Artikel O-3 lid 3 bepaalt dat de werkgever ervoor zorgt dat het basisrecht aan uren in de jaartaak wordt vrijgesteld. Datzelfde geldt voor de studie-uren uit artikel O-4 en voor je 45 DI-uren (artikel M-1-b lid 4). Bovendien bepaal jij zelf hoe je die 40 uur inzet (artikel O-3 lid 4). Scholing in opdracht van je werkgever komt daar niet ten laste van (artikel O-5).

Wanneer krijg ik een vast contract?

Onbepaalde tijd is het uitgangspunt (artikel D-2). Een tijdelijk contract duurt maximaal twaalf maanden en wordt daarna omgezet, tenzij je onvoldoende functioneert of er zwaarwegende bedrijfsmatige belangen zijn (artikel D-3). De keten is korter dan de wettelijke: twee jaar en drie contracten, met uitzonderingen voor het kunstonderwijs (vier jaar, zes contracten) en promotieonderzoek. Een onderbreking van zes maanden of minder breekt de keten niet (artikel D-5).

11. Samenvatting

  • De cao hbo 2026 loopt van 1 januari tot en met 31 december 2026 en is gesloten tussen de Vereniging Hogescholen en AOb, FNV, CNV en FvOv.
  • Je normjaartaak is 1659 uur en je kiest zelf een werkweek van 36, 38 of 40 uur. De salaristabel is gebaseerd op 36 uur.
  • Er is geen maximale lestaak en geen opslagfactor. In plaats daarvan gelden realistische taakopdrachten, en je kunt je taakopdracht laten toetsen door een onafhankelijke commissie.
  • Salarissen zijn per 1 januari 2026 met 5% verhoogd. Je krijgt 8% vakantie-uitkering in mei en 8,3% eindejaarsuitkering in december.
  • Je periodiek is niet automatisch: die hangt af van je beoordeling.
  • Vakantie is 219, 323 of 428 uur, afhankelijk van je werkweek. Feestdagen compenseer je zelf als ze niet in een weekend vallen.
  • Je hebt 40 uur professionalisering en 45 DI-uren per jaar, allebei vrijgesteld in je jaartaak. Je werkgever besteedt minimaal 6% van de loonsom aan professionalisering.
  • Vanaf tien jaar voor je AOW kun je via de WS-regeling tot 20% minder werken, met een eigen bijdrage van 45% of 25%. Je verplicht je dan wel om daarna uit dienst te treden.

Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?

“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een plek beantwoord door
collega’s en andere experts”

Lees ook

Bronnen

Dit artikel is gebaseerd op de tekst van de cao hbo 2026, die loopt tot en met 31 december 2026. Cao’s veranderen; controleer bij twijfel altijd de actuele tekst bij de Vereniging Hogescholen of leg je situatie voor aan je HR-afdeling of een vakbond. Advies en technische realisatie: Basten Berg, eenmeesterinleren.nl.