De cao mbo uitgelegd: je arbeidsvoorwaarden in het middelbaar beroepsonderwijs
Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 1 augustus 2026
Gebaseerd op: CAO MBO 2025-2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.
Inhoudsopgave
- Wat is de cao mbo en voor wie geldt hij?
- Arbeidsduur: 1659 uur, veertig uur per week en 200 dagen
- Het inzetbaarheidskader: 1200 en 459 uur
- Salaris, toeslagen en toelagen
- Vakantie en verlof
- Scholing: 59 uur en 500 euro per jaar
- Duurzame inzetbaarheid en seniorenverlof
- Je arbeidsovereenkomst: tijdelijk, vast en de opzegtermijn
- Waar vind je wat in de cao mbo?
- Zes vragen die docenten het vaakst stellen
- Samenvatting
Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Een plek voor leraren, andere onderwijsprofessionals en iedereen die geïnteresseerd is in de arbeidsvoorwaarden in het middelbaar beroepsonderwijs. Vanuit mijn achtergrond als biologieleraar, onderwijskundige en lerarenopleider schrijf ik artikelen en maak ik video’s om fundamentele kennis over onderwijs, leren en lesgeven begrijpelijk aan te bieden. Op de community voor leraren vind je een overzicht van alle uitgewerkte onderwerpen geordend per thema en een groep onderwijsprofessionals waar je je vragen aan kunt stellen.
De cao mbo doet iets wat het po en het vo niet doen: hij knipt je jaartaak in twee vaste compartimenten en legt daar een minimale opslagfactor onder. Dat maakt de mbo-cao op papier het meest concreet van de drie, en het geeft je een harder houvast dan collega’s in andere sectoren hebben. Voorwaarde is wel dat je weet hoe het inzetbaarheidskader werkt. Dit artikel legt dat uit, samen met de rest van de cao, met bij elk onderdeel het artikelnummer erbij.
Na het lezen van dit artikel weet je hoe de cao mbo is opgebouwd, ken je de normen en bedragen die dit cursusjaar gelden, en weet je precies waar je welke afspraak terugvindt.

Let op: hulpmiddel, geen juridisch advies. Aan dit artikel kun je geen rechten ontlenen. Cao-teksten worden regelmatig gewijzigd en de uitleg van een bepaling kan per situatie verschillen. Voor jouw situatie is de actuele cao-tekst leidend. Twijfel je, of gaat het ergens over? Leg het dan voor aan je werkgever, je P(G)MR of je vakbond.
Stand van zaken: de cao mbo is verlopen. De cao mbo 2025-2026 liep tot 1 maart 2026 en is nog niet vervangen. De onderhandelingen over een nieuwe cao begonnen op 24 maart 2026 en lopen op dit moment nog; de laatste ronde voor de zomer was eind juni. Tot er een akkoord is, blijven de bedragen en regelingen uit de cao 2025-2026 gewoon gelden. Houd er wel rekening mee dat salarissen en vergoedingen met terugwerkende kracht kunnen worden aangepast zodra er een nieuwe cao ligt. Dit artikel wordt bijgewerkt zodra dat gebeurt.
Wil je de cao mbo zelf lezen of downloaden? Dat kan gratis. Dit artikel vat samen, maar bij twijfel is de brontekst leidend.
- Rechtstreekse pdf van de cao mbo 2025-2026 bij de MBO Raad
- De cao-pagina van de MBO Raad, waar een eventuele opvolger als eerste verschijnt
- Let op: de site mbo-cao.nl toont nog de cao 2023-2024 en is dus verouderd. Gebruik die niet als bron.
1. Wat is de cao mbo en voor wie geldt hij?
De cao mbo is afgesloten tussen de MBO Raad en de vakbonden AOb, CNV, FvOv en FNV Overheid, en ondertekend in Woerden op 28 augustus 2025. De looptijd is 1 augustus 2025 tot 1 maart 2026 (artikel 1.2). Die datum is inmiddels gepasseerd: de cao is stilzwijgend verlengd tot 1 oktober 2026, en er wordt onderhandeld over een opvolger. Check bij de MBO Raad of er inmiddels een nieuw akkoord ligt.
De cao geldt voor alle werknemers met een arbeidsovereenkomst bij de werkgever (artikel 1.3 lid 1). Belangrijk is het onderscheid tussen twee soorten bepalingen (artikel 1.3 lid 2). Een aantal artikelen heeft een standaardkarakter: daarvan mag helemaal niet worden afgeweken. Dat geldt onder meer voor de begripsbepalingen, hoofdstuk 2 over de arbeidsovereenkomst, artikel 3.1 lid 1 over de normjaartaak, grote delen van hoofdstuk 5 over belonen, de artikelen 6.1 en 6.2 over vakantietoeslag en eindejaarsuitkering, en de hoofdstukken 14 en 15. Alle overige bepalingen hebben een minimumkarakter: daarvan mag je instelling alleen ten gunste van jou afwijken.
Werk je in deeltijd, dan geldt de cao naar rato, met een paar uitzonderingen die in je voordeel werken (artikel 1.4). De belangrijkste: het scholingsbedrag van € 500 uit artikel 4.2 lid 4 sub a wordt niet naar rato berekend. Daar kom ik verderop op terug.
2. Arbeidsduur: 1659 uur, veertig uur per week en 200 dagen
De normjaartaak bedraagt 1659 uur (artikel 3.1 lid 1). Dat is een standaardbepaling, dus daar mag niet van worden afgeweken. Voor de sociale zekerheidswetgeving wordt dat geacht 36,86 uur per week te zijn, en je uursalaris is 1/160e deel van je maandsalaris bij een normbetrekking (artikel 1.1).
Ben je direct betrokken bij het primaire proces en benoemd in een functie met carrièrepatroon 9 of hoger, dan heb je bij een normbetrekking een werkweek van 40 uur (artikel 3.1 lid 2). En dan volgt de bepaling die het mbo uniek maakt: je kunt op ten hoogste 200 dagen per jaar worden ingezet voor het verrichten van werkzaamheden (artikel 3.1 lid 3). De 59 uur voor scholing en professionalisering tellen daar uitdrukkelijk niet in mee. Voor alle overige werknemers geldt dat de werkweek ten hoogste 40 uur bedraagt (lid 4).
Over je werkdag zegt artikel 3.2 iets concreets: die bestaat uit maximaal negen zo veel mogelijk aaneengesloten uren, onderbroken door voldoende rustperioden (lid 3). Je werkgever mag je maximaal twee avonden per week werk opdragen; meer alleen met jouw instemming (lid 6). En buiten werktijd hoef je niet bereikbaar te zijn, tenzij daar specifieke afspraken over zijn of er sprake is van een calamiteit (lid 7).
3. Het inzetbaarheidskader: 1200 en 459 uur
Dit is het hart van de cao mbo. Ben je lid van een onderwijsteam, direct betrokken bij het primaire proces en benoemd in een functie met carrièrepatroon 7 of hoger, dan is je normjaartaak van 1659 uur verdeeld in twee compartimenten (artikel 3.3 lid 1):
- 1200 uur voor werkzaamheden die verband houden met de uitvoering van het onderwijs en wat daar direct uit voortkomt;
- 459 uur voor werkzaamheden die verband houden met de organisatie en ontwikkeling van het onderwijs, waaronder professionalisering, overleg, afstemming en coördinatie.
De toelichting bij dat artikel maakt concreet wat er in beide potten zit. In de 1200 uur vallen de ingeroosterde groepsgebonden contactactiviteiten én de daarbij behorende voorbereiding en nazorg, de begeleiding van de beroepspraktijkvorming, studieloopbaanbegeleiding, mentoraat en het afnemen van toetsen en examens. In de 459 uur zitten de 59 uur scholing en professionalisering, 107 uur teamontwikkeling per fte per cursusjaar, onderwijsontwikkeling en innovatie, werkoverleg, teamoverleg, coördinatie, peer review, bedrijvenstages en open dagen. Beide opsommingen zijn nadrukkelijk niet limitatief.
Wil je team van die 1200/459-verdeling afwijken, dan kan dat alleen bij schriftelijke stemming onder alle teamleden en alleen als die stemming unaniem is. Zo’n besluit geldt bovendien maar voor de duur van één cursusjaar (artikel 3.3 lid 2).
Voorbereidingstijd: de opslagfactor van ten minste 40 procent
Hier heeft het mbo iets wat het po en het vo missen: een cao-minimum voor de opslagfactor. Komt het team er niet uit en valt de verdeling terug op de toedelingsoptie, dan past de leidinggevende een opslagfactor toe van ten minste 40%, berekend over de groepslessen, ten behoeve van voorbereiding en nazorg (artikel 3.4 lid 6 onder a). De cao definieert groepslessen daarbij als ingeroosterde groepsgebonden contactactiviteiten gericht op het realiseren van begeleide onderwijstijd.
De toelichting is er helder over: een lager percentage dan 40% is in strijd met de cao. Hanteert jouw instelling al een hogere opslagfactor, dan blijft die gewoon bestaan. Als je dus één cijfer uit dit artikel onthoudt, laat het dan deze zijn.
Eén nuance erbij, want die 40 procent wordt vaak te ruim gelezen. De opslagfactor gaat over voorbereiding en nazorg van je groepslessen. Alles wat daarnaast in je jaartaak zit, zoals mentoraat, examinering, ontwikkelwerk, teamoverleg en stagebegeleiding, hoort in de overige uren en niet in die 40 procent. Vraag daarom niet alleen naar je opslagfactor maar naar je hele urenverdeling: hoeveel uur groepslessen, hoeveel opslag daarover, en hoeveel uur staat er voor de rest.
Het team stemt, en dat is afdwingbaar
Artikel 3.4 lid 2 bevat een zin die je kunt citeren als het spannend wordt: het inzetbaarheidskader is een individueel afdwingbaar recht. Niet een streven, niet een richtlijn.
De procedure eromheen is net zo strak (artikel 3.4 lid 5). Alle werknemers met een taak in de uitvoering hebben één stem. De werkverdeling wordt vastgesteld bij ten minste een meerderheid. De stemming moet ten minste vijf werkdagen van tevoren geagendeerd zijn, en wel zo dat ten minste 80% van de betrokken werknemers aanwezig kan zijn. Tussen het definitieve voorstel en de stemming zitten ten minste drie werkdagen. Wordt die procedure niet gevolgd, dan is er dus geen geldig vastgestelde werkverdeling.
Hoe je je taakverdeling ter sprake brengt
Het mbo is de enige sector waar je hier als individu iets kunt afdwingen. Dat weten weinig docenten, en het scheelt nogal of je met een verzoek komt of met een recht.
- Zoek eerst uit welke route jouw team gebruikt. Werkt je team met de toedelingsoptie, dan heb je recht op ten minste veertig procent van je groepslessen aan voorbereidingstijd en nawerk (artikel 3.4 lid 6). Werkt het met de andere optie, dan gelden er andere afspraken.
- Vraag je taakomvang op papier. Je jaartaak is 1659 uur, en voor onderwijsteamleden vanaf carrièrepatroon 7 is die verdeeld in 1200 uur onderwijsuitvoering en 459 uur organisatie en ontwikkeling (artikel 3.3 lid 1). Zie je dat je ver over die 1200 gaat, dan heb je een concreet gespreksonderwerp.
- Ga het gesprek aan vóór het jaar begint, niet in november. Wijziging van de gekozen optie loopt via een stemming in het team met vormvoorschriften (artikel 3.4 lid 5); dat kost tijd.
- Kom je er niet uit, dan kun je het individueel voorleggen. In het mbo is dat geen collectieve kwestie zoals in po en vo (artikel 3.4 lid 2).
Zet voor dat gesprek je eigen uren op een rij: lessen, voorbereiding, nakijken, overleg en overige taken. Zonder die optelsom wordt het een welles-nietes.
4. Salaris, toeslagen en toelagen
Functies worden beschreven en gewaardeerd op basis van FUWA-MBO (artikel 5.1 lid 1). Een belangrijke ondergrens: functies met lesgevende taken waarvoor de wettelijke benoembaarheidseisen gelden, moeten minimaal op LB-niveau worden gewaardeerd (artikel 5.1 lid 2). Je maandsalaris gaat jaarlijks op 1 augustus met één periodiek omhoog (artikel 5.3 lid 7), tenzij een negatieve beoordeling dat in de weg staat.
In deze cao is één salarisverhoging afgesproken: de bedragen in de carrièrepatronen zijn met terugwerkende kracht per 1 januari 2025 verhoogd met 5,1%, met doorwerking in de uitkeringen (artikel 5.8).
Wat verdien je in het mbo? De salaristabel
Kort antwoord: als docent in het mbo verdien je bruto per maand tussen € 3.713 en € 7.600, afhankelijk van je carrièrepatroon en je trede. Dit zijn de patronen voor onderwijzend personeel uit bijlage A2, inclusief de verhoging van 5,1 procent met terugwerkende kracht per 1 januari 2025, bij een normbetrekking.
| Carrièrepatroon | Beginsalaris | Eindsalaris | Treden |
|---|---|---|---|
| LB | € 3.713 | € 5.495 | 12 |
| LC | € 4.226 | € 6.210 | 12 |
| LD | € 4.817 | € 7.020 | 12 |
| LE | € 5.492 | € 7.600 | 13 |
Hier zit een verschil dat de moeite waard is om te kennen: de mbo-schalen liggen structureel hoger dan de po- en vo-schalen met dezelfde naam. Een LC in het mbo begint op € 4.226, een LC in het vo op € 3.644. Het eindbedrag ligt in het mbo juist iets láger (€ 6.210 tegen € 6.432). Je begint in het mbo dus hoger en je loopt korter door. Voor wie overweegt over te stappen is dat een relevante rekensom, zeker in combinatie met de kortere opzegtermijn en de 200-dagennorm.
Ondersteunend personeel valt in de genummerde carrièrepatronen. Die lopen van € 2.466 tot € 2.654 in patroon 1 tot € 8.336 tot € 12.081 in patroon 18 (bijlage A1). De patronen 10, 11, 12 en 13 zijn qua bedragen identiek aan respectievelijk LB, LC, LD en LE. Een leraar in opleiding verdient € 1.857 (bijlage A5).
Je maandsalaris gaat jaarlijks op 1 augustus met één periodiek omhoog, tenzij een negatieve beoordeling dat in de weg staat (artikel 5.3 lid 7). De minimum vakantietoeslag bedraagt € 206,57 per maand voor werknemers van 22 jaar en ouder (bijlage B1).
En dan iets wat op de meeste salarissites ontbreekt. De cao mbo koppelt maar één functie hard aan een niveau: functies met lesgevende taken waarvoor de wettelijke benoembaarheidseisen voor docenten gelden, moeten minimaal op LB-niveau worden gewaardeerd (artikel 5.1 lid 2). Instructeurs vallen daar niet onder, want die hebben eigen bekwaamheidseisen. Voor alle andere functies geldt dat ze worden beschreven en gewaardeerd met FUWA-MBO en zijn vastgelegd in het functieboek van je eigen instelling. In welk patroon een instructeur of onderwijsassistent hoort, staat dus niet in de cao maar in dat functieboek.
Naast je salaris staan deze vaste posten:
- Vakantietoeslag: 8%, jaarlijks betaald in mei, over de periode van 1 juni van het vorige jaar tot 1 juni van het lopende jaar. Er geldt een minimumbedrag uit bijlage B1, dat per 1 januari 2025 voor 22 jaar en ouder € 206,57 bedraagt (artikel 6.1).
- Eindejaarsuitkering: 8,33%, jaarlijks betaald in december, berekend over je maandsalaris en de uitlooptoeslag (artikel 6.2).
- Individueel keuzebudget: met ingang van 1 januari 2026, uiterlijk 1 januari 2027, kun je één keer per jaar kiezen om je vakantietoeslag en eindejaarsuitkering maandelijks in plaats van jaarlijks te laten uitbetalen (artikel 6.2a). Meer bestedingsdoelen kent het IKB nog niet; sociale partners onderzoeken in 2026 of dat kan worden uitgebreid.
- EHBO-toelage: € 13,11 per maand per 1 januari 2025, jaarlijks geïndexeerd (artikel 6.9).
Werk je onregelmatig, dan gelden vaste percentages van je uursalaris (artikel 6.4 voor ondersteunend personeel en artikel 6.6 voor onderwijzend personeel tot en met LC): 45% op zaterdag, 70% op zondag en 100% op een feestdag. Voor ondersteunend personeel komen daar de doordeweekse randuren bij: 20% tussen 6.00 en 8.00 uur en tussen 18.00 en 22.00 uur, en 40% tussen 22.00 en 6.00 uur. Het uursalaris wordt daarbij gemaximeerd op carrièrepatroon 7.10.
Word je onverwacht verschoven, dan is er een verschuivingstoeslag voor ondersteunend personeel tot en met carrièrepatroon 10.12, als de opdracht minder dan 96 uur van tevoren komt. Die toeslag bedraagt 50% van de overwerkpercentages uit artikel 6.3 lid 7 (artikel 6.8).
Dit is de volledige tabel met alle treden uit bijlage A2, inclusief de verhoging van 5,1 procent die met terugwerkende kracht per 1 januari 2025 is doorgevoerd (artikel 5.8). Alle bedragen zijn bruto per maand bij een normbetrekking. Let op dat LE als enige dertien treden heeft.
| Trede | LB | LC | LD | LE |
|---|---|---|---|---|
| 1 | € 3.713 | € 4.226 | € 4.817 | € 5.492 |
| 2 | € 3.873 | € 4.407 | € 5.017 | € 5.667 |
| 3 | € 4.036 | € 4.587 | € 5.217 | € 5.844 |
| 4 | € 4.198 | € 4.768 | € 5.418 | € 6.019 |
| 5 | € 4.360 | € 4.947 | € 5.618 | € 6.194 |
| 6 | € 4.523 | € 5.128 | € 5.818 | € 6.371 |
| 7 | € 4.685 | € 5.309 | € 6.019 | € 6.546 |
| 8 | € 4.846 | € 5.488 | € 6.218 | € 6.721 |
| 9 | € 5.008 | € 5.669 | € 6.419 | € 6.897 |
| 10 | € 5.170 | € 5.848 | € 6.620 | € 7.073 |
| 11 | € 5.333 | € 6.029 | € 6.819 | € 7.249 |
| 12 | € 5.495 | € 6.210 | € 7.020 | € 7.424 |
| 13 | € 7.600 |
Twee dingen om te weten bij deze tabel. De enige ingangsdatum in bijlage A2 is 1 januari 2025; er is geen tweede tabel voor 2026, omdat de cao daarna is verlengd zonder nieuwe loonafspraak. En deze bedragen zijn identiek aan de genummerde carrièrepatronen 10 tot en met 13 uit bijlage A1. Een leraar in opleiding verdient € 1.857 (bijlage A5).
Wat je kunt doen als je vindt dat je in een hogere schaal hoort
Dit is de vraag die het vaakst wordt gesteld en het slechtst wordt beantwoord. Het korte antwoord is niet leuk maar wel bruikbaar: je gaat niet omhoog doordat je meer doet, je gaat omhoog doordat je functie anders wordt beschreven en gewaardeerd. Dat is bureaucratisch, maar het is de enige route die werkt.
- Pak je functiebeschrijving erbij en lees wat er staat, niet wat je doet. Het verschil tussen die twee is precies je ingang.
- Schrijf op wat je erbij hebt gekregen sinds die beschrijving is opgesteld. Denk aan coördinatie, het ontwikkelen van een leerlijn, het begeleiden van collega’s of stagiairs. Dat zijn de dingen die in een functiewaardering meetellen; extra klassen of een volle agenda niet.
- Vraag je scoreprofiel op. In het mbo heb je daar recht op: op aanvraag verstrekt je werkgever het scoreprofiel van je functie op basis van FUWA MBO (artikel 5.1 lid 3). Daarin zie je zwart op wit waarop je functie is beoordeeld, en dus ook waar de ruimte zit.
- Zet daarna twee routes naast elkaar: je eigen functie laten herwaarderen, of solliciteren op een functie die al hoger is gewaardeerd. Dat tweede is bijna altijd sneller, ook binnen je eigen school.
- Kijk eerst of er in jouw team überhaupt ruimte is. Een hoger carrièrepatroon moet in de formatie passen. Vraag hoe de verdeling over de carrièrepatronen binnen jouw team ligt en wat er voor komend jaar begroot is. Is er niets gepland, dan is jouw verzoek geen inschalingsvraag maar een formatievraag, en die hoort ook bij de medezeggenschap thuis.
- Sluit het gesprek af met een afspraak op papier: wat er precies bekeken wordt, door wie, en wanneer je antwoord krijgt. Halve afspraken zijn de belangrijkste oorzaak van uitstel en afstel. Een mail van drie regels na afloop is genoeg.
Vind je de uitkomst onjuist, dan heb je zes weken om bezwaar te maken. Je mag kiezen: meteen naar de externe bezwarencommissie, of eerst intern. De uitspraak van de commissie is bindend voor beide partijen (artikel 12.4).
5. Vakantie en verlof
Anders dan in het po en het vo rekent het mbo in dagen. Je hebt recht op 30 vakantiedagen per kalenderjaar: 20 wettelijke en 10 bovenwettelijke (artikel 8.1 lid 1). Feestdagen kunnen niet als vakantiedag worden aangemerkt (lid 2). Je wettelijke dagen vervallen zes maanden na het einde van het kalenderjaar waarin je ze opbouwde; je bovenwettelijke dagen verjaren pas na vijf jaar (lid 6 en 7).
Ben je betrokken bij het primaire proces en benoemd in carrièrepatroon 9 of hoger, dan neem je je vakantiedagen op in de periodes waarin je geen directe onderwijstaken hebt ingeroosterd (lid 5). Val je ziek tijdens verleend vakantieverlof, dan trekt je werkgever dat verlof in tot ten hoogste 23 dagen per kalenderjaar, tenzij je schriftelijk instemt met opnemen (lid 8). Neem je tijdens ziekte vakantieverlof op, dan houd je over die uren 100% van je loon (lid 12).
Artikel 8.2a somt het buitengewoon verlof op waarop je recht hebt met behoud van bezoldiging. De meest voorkomende: verhuizing bij wijziging van standplaats twee dagen en anders één dag, het zoeken van een woning bij standplaatswijziging één dag, ondertrouw één dag, je eigen huwelijk of partnerregistratie vier dagen, het huwelijk van familie in de eerste of tweede graad één of ten hoogste twee dagen, ernstige ziekte van partner, ouders of kinderen ten hoogste twee weken, overlijden van diezelfde naasten vier dagen en van familie in de tweede graad twee dagen, een jubileum één dag, en een calamiteit één dag met de mogelijkheid van één dag verlenging.
Verder: geboorteverlof van eenmaal je wekelijkse arbeidsduur met behoud van loon binnen vier weken na de bevalling (artikel 8.2b lid 1), adoptie- of pleegzorgverlof van ten hoogste zes aaneengesloten weken (lid 2), kortdurend zorgverlof van tweemaal je wekelijkse arbeidsduur per twaalf maanden tegen 70% van je loon en onbetaald langdurend zorgverlof van zesmaal je wekelijkse arbeidsduur (artikel 8.2c). Voor een religieuze feestdag kan de werkgever ten hoogste vier dagen buitengewoon verlof verlenen (artikel 8.3 lid 2).
Onbetaald verlof is geregeld in bijlage I: je vraagt het ten minste drie maanden van tevoren aan, je werkgever beslist binnen een maand, en voortijdige beëindiging is in beginsel niet mogelijk. Bij verlof tot zes maanden verhaalt je werkgever 40% van de pensioenpremie op je, bij zes tot twaalf maanden 60%.
Over zwangerschapsverlof, geboorteverlof en ouderschapsverlof schreef ik een apart en uitgebreider artikel, waarin het mbo naast het po en het vo wordt gelegd: zwangerschapsverlof en ouderschapsverlof in het onderwijs.
6. Scholing: 59 uur en 500 euro per jaar
Bij een normbetrekking heb je jaarlijks recht op 59 uur voor scholing en professionalisering (artikel 4.1 lid 7). Die uren zitten in het compartiment van 459 uur en tellen niet mee bij de 200 dagen waarop je inzetbaar bent. Ben je direct betrokken bij het primaire proces met carrièrepatroon 7 of hoger, dan komen daar teamuren bij: per onderwijsteam een aantal gelijk aan het totale aantal fte’s maal 107, toe te delen op basis van een vooraf opgesteld scholingsplan (artikel 4.1 lid 8). Wordt de werkverdeling via de toedelingsoptie vastgesteld, dan heb je recht op ten minste 24 uur scholing (lid 9).
Geef je les aan vo-leerlingen op een door de WVO bekostigde school, dan komt daar nog 16 uur per schooljaar bij voor professionalisering op het gebied van basisvaardigheden en curriculumherziening (artikel 4.1a).
Het bedrag geldt niet naar rato
Iedere werknemer heeft jaarlijks recht op besteding van € 500 ten laste van het scholingsbudget van de instelling (artikel 4.1 lid 4 onder a). En nu het detail dat veel deeltijders geld kost omdat ze het niet weten: artikel 1.4 sluit dit bedrag uitdrukkelijk uit van de regel dat de cao naar rato geldt. Werk je 0,4 fte, dan heb je dus geen € 200 maar gewoon € 500.
Let wel op de vervaltermijn: wat je niet besteedt, vervalt na dat jaar. Meerjarige afspraken zijn wel mogelijk. Daarnaast kent artikel 4.2 een aparte regeling voor studiefaciliteiten. Is de scholing in opdracht van je werkgever, verplicht, of gericht op het voorkomen van werkloosheid, dan krijg je 100% vergoeding van cursus-, examen-, materiaal-, reis- en verblijfkosten en is studieverlof arbeidstijd; een verrekenbeding is in dat geval nietig. Volg je scholing op eigen verzoek maar mede in het belang van de instelling, dan is het 50% of in bijzondere gevallen 75% van het cursusgeld en studiemateriaal, plus studieverlof van maximaal één dag per week en vijf halve dagen per jaar voor tentamenvoorbereiding.
Wat je met dat budget kunt doen. Deelname aan een digitale leeromgeving of een vaknetwerk past binnen scholing en professionalisering, en je hebt er een eigen jaarlijks bedrag voor. In Een Meester in Leeromgeving zitten inmiddels ruim 1300 leraren en lerarenopleiders die zich evidence based blijven ontwikkelen. Je kunt gratis meedoen; bij het aanmelden zie je de prijzen en kies je tussen het gratis lidmaatschap en het betaalde lidmaatschap met verdieping. Dat betaalde lidmaatschap past binnen je scholingsbedrag van € 500.
7. Duurzame inzetbaarheid en seniorenverlof
Hoofdstuk 9 kent twee losse regelingen. De eerste is het persoonlijk budget: ben je lid van een onderwijsteam, direct betrokken bij het primaire proces en benoemd in carrièrepatroon 7 of hoger, dan heb je bij een normbetrekking recht op 50 uur per cursusjaar (artikel 9.1 en 9.2). Let op twee beperkingen die het mbo onderscheiden van het vo: deze uren kunnen niet worden gespaard en niet worden gebruikt voor het opnemen van verlof of worden omgezet in salaris (artikel 9.3). Je zet ze in voor niet tijd- en plaatsgebonden werkzaamheden binnen het compartiment van 459 uur.
De tweede is het seniorenverlof. Je komt ervoor in aanmerking als je 57 jaar of ouder bent, direct daaraan voorafgaand ten minste vijf aaneengesloten jaren in dienst was bij een werkgever onder deze cao, en een werktijdfactor van ten minste 0,4 hebt (artikel 9.5 lid 1). Die leeftijd van 57 is in de cao gekoppeld aan tien jaar vóór je verwachte AOW-leeftijd.
- Vanaf 57 jaar: 170 uur verlof per cursusjaar bij een normbetrekking (artikel 9.6 lid 1). Je eigen bijdrage over die uren is 30% voor carrièrepatroon 1 tot en met 8 en 45% voor carrièrepatroon 9 of hoger (artikel 9.7 lid 1).
- Vanaf 60 jaar: 170 uur extra verlof per cursusjaar, met een eigen bijdrage van 100% over die extra uren (artikel 9.8).
- Vijf jaar of minder voor je AOW: 340 uur verlof per cursusjaar, met een eigen bijdrage van 30 of 45% (artikel 9.8a).
Twee dingen die gunstig uitpakken. Je werktijdfactor verandert niet door het opnemen van seniorenverlof, en alle aan je maandsalaris gekoppelde aanspraken, waaronder je eindejaarsuitkering, vakantietoeslag en pensioenopbouw, blijven berekend over het salaris dat je zonder het verlof zou hebben verdiend (artikel 9.7 lid 2 en 3). Je neemt het verlof op in hele of halve dagen, evenwichtig gespreid over het cursusjaar, en het kan niet worden gespaard (artikel 9.9). Melden doe je maximaal zes en uiterlijk drie maanden voor de gewenste ingangsdatum (artikel 9.10).
Neem je seniorenverlof op, dan wordt je inzetbaarheidskader naar rato herrekend. De toelichting geeft het voorbeeld: 1659 min 170 is 1489 uur, wat neerkomt op 1077 uur onderwijs en 412 uur organisatie en ontwikkeling.
8. Je arbeidsovereenkomst: tijdelijk, vast en de opzegtermijn
Je arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde of voor bepaalde tijd, en een contract voor bepaalde tijd duurt ten hoogste drie jaar (artikel 2.3 lid 1 en 2). Voor opeenvolgende tijdelijke contracten verwijst de cao naar artikel 7:668a van het Burgerlijk Wetboek; eigen cao-afspraken over het maximale aantal contracten of de onderbrekingstermijn zijn er niet (artikel 2.3 lid 3).
Twee uitzonderingen die de keten mogen verlengen: een docent zonder volledige onderwijsbevoegdheid krijgt een inspanningsverplichting om het getuigschrift binnen 24 maanden te halen, te verlengen tot 36 maanden, en bij een verkorte lerarenopleiding kan de keten met maximaal twaalf maanden worden verlengd (artikel 2.3a). Voor instructeurs geldt eenzelfde verlenging van maximaal twaalf maanden (artikel 2.3b).
Verder regelt hoofdstuk 2 een paar dingen die in je voordeel werken. Nulurencontracten zijn niet toegestaan. Een min-maxcontract mag alleen bij uitzondering, en het aantal niet-gegarandeerde uren mag maximaal 75% zijn van het aantal gegarandeerde uren (artikel 2.11 lid 2). Uitzendarbeid mag maximaal twaalf maanden (lid 3). Je werktijdfactor is in beginsel niet groter dan 1; een uitbreiding tot maximaal 1,2 kan alleen voor bepaalde tijd en wordt nooit omgezet in een uitbreiding voor onbepaalde tijd (artikel 2.3 lid 5).
Ben je startende docent, dan heb je de eerste 24 maanden per jaar recht op 6,25% van de normjaartaak voor inwerkactiviteiten, exclusief de 59 uur professionalisering (artikel 2.3c lid 3). De toelichting rekent dat percentage over een jaartaak van 1600 uur, wat neerkomt op ongeveer 100 uur per jaar.
De opzegtermijn is in het mbo opvallend kort en voor beide partijen gelijk (artikel 2.10 lid 3): ten minste één maand als je zes maanden of korter in dienst bent, ten minste twee maanden bij meer dan zes maar minder dan twaalf maanden, en drie maanden bij twaalf maanden of meer. Opzeggen gebeurt tegen de eerste dag van een kalendermaand. En een bepaling die je moet kennen: je werkgever kan geen deeltijdontslag toepassen (artikel 2.10 lid 5).
9. Waar vind je wat in de cao mbo?
Zoek je iets op dat hierboven niet aan bod komt, gebruik dan deze wegwijzer. De nummers verwijzen naar de hoofdstukken van de CAO MBO 2025-2026.
| Waar je naar zoekt | Hoofdstuk |
|---|---|
| Begrippen, looptijd, werkingssfeer en deeltijd | 1 |
| Arbeidsovereenkomst, ketenregeling, LIO, schorsing, opzegtermijn | 2 |
| Normjaartaak, werktijden, inzetbaarheidskader en werkverdeling | 3 |
| Scholing, professionalisering en studiefaciliteiten | 4 |
| Functiewaardering, inschaling en beloningsdifferentiatie | 5 |
| Vakantietoeslag, eindejaarsuitkering, IKB, overwerk en onregelmatige dienst | 6 |
| Reis- en verhuiskosten, jubileum, fiets, overlijdensuitkering | 7 |
| Vakantie en alle vormen van verlof | 8 |
| Persoonlijk budget, seniorenverlof en BAPO-overgangsrecht | 9 |
| Arbo, privacy, nevenwerkzaamheden, thuiswerken, stagevergoeding | 10 |
| Beroepsrecht en geschillenregelingen | 12 |
| Medezeggenschap en de ondernemingsraad | 13 |
| Ziekte, werkloosheid, re-integratie en pensioen | 14 |
| Salarisbedragen en carrièrepatronen | bijlage A |
| Toelagen, toeslagen en vergoedingen | bijlage B |
| BAPO-regeling | bijlage D |
| Betaald en onbetaald ouderschapsverlof | bijlage E |
| Ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregeling | bijlage F |
| Onbetaald verlof | bijlage I |
| Professioneel Statuut | los onderdeel achterin |
10. Zes vragen die docenten het vaakst stellen
Hoeveel voorbereidingstijd hoor ik per les te krijgen?
Ten minste 40% opslag over je groepslessen, als de werkverdeling via de toedelingsoptie loopt (artikel 3.4 lid 6 onder a). De toelichting zegt er expliciet bij dat een lager percentage in strijd is met de cao. Hanteert je instelling al meer, dan blijft dat staan. In het po en het vo staat zo’n minimum niet in de cao.
Op hoeveel dagen mag mijn instelling mij inroosteren?
Op ten hoogste 200 dagen per jaar, als je direct betrokken bent bij het primaire proces en benoemd bent in carrièrepatroon 9 of hoger (artikel 3.1 lid 3). De 59 uur voor scholing en professionalisering vallen daar buiten. Je werkdag telt maximaal negen uur (artikel 3.2 lid 3) en je hoeft maximaal twee avonden per week te werken (lid 6).
Ik werk in deeltijd. Krijg ik dan minder scholingsgeld?
Nee, en dit is waarschijnlijk het best bewaarde geheim van de cao mbo. De cao geldt in principe naar rato voor deeltijders, maar artikel 1.4 zondert het scholingsbedrag van € 500 uitdrukkelijk uit. Ongeacht je werktijdfactor heb je dus recht op het volledige bedrag. De 59 scholingsuren gelden wél naar rato, want die zijn gekoppeld aan de normbetrekking.
Mag mijn team van het 1200/459-kader afwijken?
Ja, maar alleen unaniem en alleen voor één cursusjaar (artikel 3.3 lid 2). Eén tegenstem in het team en de standaardverdeling blijft staan. Dat is een stevige bescherming, want het inzetbaarheidskader is volgens artikel 3.4 lid 2 een individueel afdwingbaar recht.
Kan ik mijn persoonlijk budget van 50 uur opsparen of opnemen als verlof?
Geen van beide. Artikel 9.3 is er duidelijk over: het persoonlijk budget wordt aangewend in het cursusjaar waarin het recht is ontstaan, de uren kunnen niet worden gespaard, ze kunnen niet worden aangewend voor het opnemen van verlof en ze kunnen niet worden omgezet in salaris. Je zet ze in voor niet tijd- en plaatsgebonden werkzaamheden binnen het compartiment van 459 uur. Wil je wel verlof, dan is seniorenverlof vanaf 57 jaar de route.
Hoe lang is mijn opzegtermijn?
Korter dan veel mensen denken, en gelijk voor jou en je werkgever: één maand bij een dienstverband van zes maanden of korter, twee maanden bij zes tot twaalf maanden, en drie maanden vanaf twaalf maanden (artikel 2.10 lid 3). Je zegt op tegen de eerste dag van een kalendermaand.
11. Samenvatting
- De CAO MBO 2025-2026 liep van 1 augustus 2025 tot 1 maart 2026 en is stilzwijgend verlengd tot 1 oktober 2026.
- Je normjaartaak is 1659 uur, je werkweek 40 uur, en je bent op ten hoogste 200 dagen per jaar inzetbaar.
- Het inzetbaarheidskader verdeelt die 1659 uur in 1200 uur onderwijs en 459 uur organisatie en ontwikkeling. Afwijken kan alleen unaniem en voor één cursusjaar.
- De opslagfactor is ten minste 40% bij de toedelingsoptie. Minder is in strijd met de cao.
- Naast je salaris: 8% vakantietoeslag in mei en 8,33% eindejaarsuitkering in december. Vanaf 2026 kun je die maandelijks laten uitbetalen.
- Je hebt 30 vakantiedagen, 59 scholingsuren en € 500 scholingsgeld, dat laatste ongeacht je werktijdfactor.
- Het persoonlijk budget van 50 uur kun je niet sparen en niet als verlof opnemen.
- Vanaf 57 jaar is er 170 uur seniorenverlof, vanaf 60 jaar 170 uur extra, en in de laatste vijf jaar voor je AOW 340 uur.
Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?
“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een plek beantwoord door
collega’s en andere experts”
Lees ook
- FUWA uitgelegd: hoe je functie wordt gewaardeerd en hoe je bezwaar maakt
- Je taakbrief lezen: wat er in je jaartaak hoort te staan
- De cao vo uitgelegd, de cao po uitgelegd en de cao hbo uitgelegd, handig als je met vo-leerlingen werkt of overweegt van sector te wisselen
- Zwangerschapsverlof en ouderschapsverlof in het onderwijs, met po, vo en mbo naast elkaar
- De lerarenbeurs en alle andere bijscholingsgelden voor leraren op een rij, inclusief de instructeursbeurs voor het mbo
- Wat verdient een leraar? Salaris in po, vo, mbo en hbo vergeleken
- Van LB naar LC, LD en LE: zo kom je in een hogere salarisschaal
- Hoeveel voorbereidingstijd hoor je te krijgen? De opslagfactor per sector
- Wanneer krijg je een vast contract in het onderwijs?
- Je scholingsbudget in het onderwijs: uren, geld en waar je het aan mag besteden
- Verlof in het onderwijs: alle soorten verlof op een rij
- Minder werken vanaf 57 jaar: de seniorenregeling per sector
- Ziek in het onderwijs: wat er met je salaris gebeurt
- Wat mag de mr eigenlijk? Instemmingsrecht en adviesrecht
- Onbevoegd voor de klas en zij-instroom: hoelang mag dat?
- Werktijdfactor en fte berekenen: van uren naar wtf en terug
- Reiskostenvergoeding in het onderwijs: wat krijg je per kilometer?
- Vakantiegeld en eindejaarsuitkering in het onderwijs
- Je ABP-pensioen in het onderwijs, en hoe je eerder kunt stoppen
- Schoolvakanties 2026-2027: alle data per regio
- Wat verdient een teamleider, directeur of schoolleider?
- Wat verdient onderwijsondersteunend personeel?
- Bekijk de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.
Bronnen
- MBO Raad, AOb, CNV, FvOv & FNV Overheid (2025). CAO MBO 2025-2026. Woerden, 28 augustus 2025. Alle artikelverwijzingen in dit artikel verwijzen naar deze uitgave.
- MBO Raad. CAO MBO, hoofdstuk 8: Vakantie en verlof.
- MBO Raad. CAO MBO, bijlage I: Regeling onbetaald verlof.
- MBO Raad (2026). Cao mbo: stand van zaken.
- Wet arbeid en zorg. Overheid.nl. Wettelijke basis onder de verlofbepalingen in hoofdstuk 8.
- Landelijke Bezwarencommissie functiewaardering PO, VO en MBO. Onderwijsgeschillen. Met een praktische handleiding en een modelbezwaarschrift.
- Wet arbeid en zorg. Overheid.nl. De wettelijke basis onder de verlofbepalingen.
- Lerarenbeleid. MBO Raad. Over het professioneel statuut en de professionele ruimte van docenten en instructeurs.
- Werkdruk. Stichting Onderwijsarbeidsmarktfonds MBO. Praktijkvoorbeelden uit veertig werkdrukplannen.
- Alles wat je moet weten over de cao mbo. CNV Onderwijs.
- Cao mbo 2025-2026. Onderwijsgeschillen.
Dit artikel is gebaseerd op de tekst van de CAO MBO 2025-2026. Die cao is stilzwijgend verlengd en er wordt onderhandeld over een opvolger; controleer bij twijfel altijd de actuele tekst bij de MBO Raad of leg je situatie voor aan je HR-afdeling of een onderwijsbond. Advies en technische realisatie: Basten Berg, eenmeesterinleren.nl.