Minder werken vanaf 57 jaar: de seniorenregelingen in po, vo, mbo en hbo

Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 1 augustus 2026
Gebaseerd op: CAO PO 2025-2027, CAO VO 2025/2027, CAO MBO 2025-2026 en CAO HBO 2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.

Inhoudsopgave

  1. Hoe de seniorenregelingen werken
  2. Po: 130 uur bijzonder PDI-budget vanaf 57 jaar
  3. Vo: 170 of 340 uur vanaf 57 jaar
  4. Mbo: 170 uur vanaf 57, en nog eens 170 vanaf 60
  5. Hbo: de WS-regeling met een addertje
  6. De vier sectoren naast elkaar
  7. Wat er met je pensioen en je uitkeringen gebeurt
  8. Wat het je kost: een rekenvoorbeeld
  9. Zes vragen die leraren het vaakst stellen
  10. Samenvatting

Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Een plek voor leraren, andere onderwijsprofessionals en iedereen die geïnteresseerd is in de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs. Vanuit mijn achtergrond als biologieleraar, onderwijskundige en lerarenopleider schrijf ik artikelen en maak ik video’s om fundamentele kennis over onderwijs, leren en lesgeven begrijpelijk aan te bieden. Op de community voor leraren vind je een overzicht van alle uitgewerkte onderwerpen geordend per thema en een groep onderwijsprofessionals waar je je vragen aan kunt stellen.

De BAPO is al jaren verdwenen, maar er is in alle vier de onderwijssectoren nog steeds een regeling om in de laatste jaren van je loopbaan minder te gaan werken. Ze heten overal anders, ze beginnen op verschillende momenten en de eigen bijdrage loopt uiteen van 25 tot 50 procent. Dit artikel legt de vier naast elkaar, met per onderdeel het artikelnummer.

Na het lezen van dit artikel weet je vanaf wanneer je in jouw sector in aanmerking komt, hoeveel uur je kunt inleveren, wat het je kost, en welke voorwaarde je in het hbo goed moet lezen voordat je tekent.

Tabel met de seniorenregeling vanaf 57 jaar in po, vo, mbo en hbo
Dit schema is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.

Let op: hulpmiddel, geen juridisch advies. Aan dit artikel kun je geen rechten ontlenen. Cao-teksten worden regelmatig gewijzigd en de uitleg van een bepaling kan per situatie verschillen. Voor jouw situatie is de actuele cao-tekst leidend. Twijfel je, of gaat het ergens over? Leg het dan voor aan je werkgever, je P(G)MR of je vakbond.

1. Hoe de seniorenregelingen werken

Kort antwoord: je levert uren in, je krijgt daarvoor verlof, en je betaalt een deel van het salaris over die uren zelf. Je pensioenopbouw en je uitkeringen lopen ondertussen door alsof je gewoon voltijd werkt. Dat laatste is de kern van de regeling en de reden om hem te gebruiken in plaats van simpelweg minder te gaan werken.

Alle vier de cao’s werken volgens dat principe, maar met andere getallen en andere namen. In het po heet het het bijzonder PDI-budget, in het vo het aanvullend verlofbudget, in het mbo seniorenverlof en in het hbo de regeling werktijdvermindering senioren, kortweg de WS-regeling.

Drie begrippen die je nodig hebt. Het aantal uren is hoeveel je maximaal kunt inleveren. De eigen bijdrage is het percentage van het salaris over die uren dat je zelf betaalt; de rest betaalt je werkgever. En de ingangsleeftijd is het moment waarop je in aanmerking komt, in drie sectoren een vaste leeftijd en in het hbo gekoppeld aan je AOW-datum.

2. Po: 130 uur bijzonder PDI-budget vanaf 57 jaar

Ben je 57 jaar of ouder, dan krijg je bovenop je gewone 123 PDI-uren een bijzonder PDI-budget van 130 uur per jaar, naar rato van je werktijdfactor (artikel 9.6 lid 1). Je mag die uren inzetten voor de gewone bestedingsdoelen, maar ook voor verlof: de cao noemt zelf een sabbatical, extra zorgverlof of recuperatieverlof (lid 2).

Zet je ze in voor verlof, dan betaal je een eigen bijdrage over het salaris van die uren: 40 procent als je functie schaal 8 of lager heeft, en 50 procent voor de overige werknemers (lid 3).

En dan een detail dat geld waard is: alleen wanneer je die 130 uur voor verlof inzet, mag je er nog eens maximaal 40 uur uit je gewone PDI-uren aan toevoegen, en over díe uren betaal je geen eigen bijdrage (lid 4). Dat is dus 40 uur gratis verlof, mits je de 130 uur ook echt als verlof gebruikt.

Vier dingen om op te letten. Kom je onder de 45 uur uit, bijvoorbeeld door een kleine betrekking, dan vervalt het recht op deze uren (lid 9). Je mag die 40 uur uit artikel 9.4 lid 4 in overleg maximaal vijf jaar sparen op basis van een vooraf ingediend plan (lid 10). Het totale verlof kan nooit meer dan 340 uur per jaar bedragen, naar rato (lid 11). En word je ziek, dan wordt het verlof niet opgeschort en betaal je de eigen bijdrage het eerste ziektejaar door; daarna vervalt die (lid 7).

Maakte je al gebruik van de oude BAPO-regeling, dan blijft het overgangsrecht uit artikel 8A.8 van de cao 2023/2024 op je van toepassing en geldt hoofdstuk 9 juist níet (artikel 9.9).

3. Vo: 170 of 340 uur vanaf 57 jaar

In het vo loopt de regeling via het basisbudget. Iedere werknemer krijgt jaarlijks een basisbudget van 90 klokuren (artikel 7.1 lid 1). Ben je 57 jaar of ouder, dan kun je 50 uur daarvan inzetten voor verlof en dat combineren met een aanvullend verlofbudget van maximaal 120 uur per jaar. Samen is dat 170 uur (artikel 7.2 lid 2 onder a).

De eigen bijdrage: 40 procent van je salaris over die uren als je functie een maximumschaal 1 tot en met 8 heeft, en 50 procent bij maximumschaal 9 of hoger (lid 2 onder b).

Wil je meer, dan kun je aan die 170 uur nog eens maximaal 170 verlofuren toevoegen, tot 340 uur per jaar. Maar let op: over dat extra deel is de eigen bijdrage 100 procent (artikel 7.2 lid 5). Je koopt die uren dan feitelijk zelf. Voor een leraar komt 340 uur neer op een vermindering van de maximumlestaak met zes lesuren van 50 minuten.

Twee bepalingen die in je voordeel werken. Alle aan je salaris gerelateerde aanspraken worden berekend over het salaris dat je zonder deze regeling zou hebben verdiend (lid 2 onder c). En je pensioenopbouw loopt over die uren gewoon door alsof je geen gebruik van de regeling maakt (lid 5 onder e). Word je ziek tijdens dit verlof, dan houd je het eerste jaar 100 procent van je oorspronkelijke salaris minus de eigen bijdrage, daarna 70 procent zonder eigen bijdrage (lid 12).

Eén groep is uitgesloten: startende leraren met 20 of 10 procent lesreductie hebben geen recht op het basisbudget (artikel 7.1 lid 2). En wie een zieke collega vervangt, heeft in de eerste twaalf maanden wél het budget maar zonder keuzemogelijkheden: die uren worden uitgekeerd als een verhoging van het uurloon met de factor 1,05.

4. Mbo: 170 uur vanaf 57, en nog eens 170 vanaf 60

Kort antwoord: het mbo kent de laagste eigen bijdrage van de vier sectoren en bouwt de regeling in drie stappen op.

Je komt in aanmerking als je 57 jaar of ouder bent, direct daaraan voorafgaand ten minste vijf aaneengesloten jaren in dienst was bij een werkgever onder deze cao, en een werktijdfactor van ten minste 0,4 hebt (artikel 9.5 lid 1). Die leeftijd van 57 is in de cao gekoppeld aan tien jaar vóór je verwachte AOW-leeftijd.

  • Vanaf 57 jaar: 170 uur verlof per cursusjaar bij een normbetrekking (artikel 9.6 lid 1). Je eigen bijdrage is 30 procent voor carrièrepatroon 1 tot en met 8 en 45 procent voor patroon 9 of hoger (artikel 9.7 lid 1).
  • Vanaf 60 jaar: 170 uur extra verlof per cursusjaar, met een eigen bijdrage van 100 procent over die extra uren (artikel 9.8).
  • Vijf jaar of minder voor je AOW: 340 uur verlof per cursusjaar, met een eigen bijdrage van 30 of 45 procent (artikel 9.8a).

Die 30 procent voor de lagere patronen is het gunstigste tarief in het hele onderwijs. Ter vergelijking: in het po en vo betaal je in dezelfde situatie 40 procent, en in het hbo tussen de 25 en 45 procent afhankelijk van hoe dicht je bij je AOW zit.

Twee dingen die gunstig uitpakken. Je werktijdfactor verandert niet door het opnemen van seniorenverlof, en alle aan je maandsalaris gekoppelde aanspraken, waaronder je eindejaarsuitkering, vakantietoeslag en pensioenopbouw, blijven berekend over het salaris dat je zonder het verlof zou hebben verdiend (artikel 9.7 lid 2 en 3).

Praktisch: je neemt het verlof op in hele of halve dagen, evenwichtig gespreid over het cursusjaar, en het kan niet worden gespaard (artikel 9.9). Melden doe je maximaal zes en uiterlijk drie maanden voor de gewenste ingangsdatum (artikel 9.10). Neem je seniorenverlof op, dan wordt je inzetbaarheidskader naar rato herrekend; de toelichting geeft het voorbeeld: 1659 min 170 is 1489 uur, wat neerkomt op 1077 uur onderwijs en 412 uur organisatie en ontwikkeling.

Naast het seniorenverlof kent het mbo een persoonlijk budget van 50 uur per cursusjaar voor wie lid is van een onderwijsteam, direct betrokken bij het primaire proces en benoemd in carrièrepatroon 7 of hoger (artikel 9.1 en 9.2). Let op de beperking: die uren kunnen niet worden gespaard, niet worden gebruikt voor verlof en niet worden omgezet in salaris (artikel 9.3). Wil je verlof, dan is seniorenverlof de enige route.

5. Hbo: de WS-regeling met een addertje

Kort antwoord: het hbo koppelt de regeling niet aan een leeftijd maar aan je AOW-datum, en stelt als enige sector een tegenprestatie: je verplicht je om na afloop uit dienst te treden.

Je komt in aanmerking voor de regeling werktijdvermindering senioren als je de AOW-leeftijd min tien jaar bereikt, een arbeidsovereenkomst van 0,4 fte of meer hebt en vijf aaneengesloten dienstjaren achter de rug hebt (artikel M-2-a). Je kunt dan eenmalig kiezen om je werktijd te verminderen met een vast percentage van maximaal 20 procent van je jaartaak, in herkenbare dagdelen, gedurende maximaal vijf jaar.

De eigen bijdrage loopt af naarmate je dichter bij je AOW komt: 45 procent in de periode tussen tien en vijf jaar voor je AOW-leeftijd, en 25 procent in de vijf jaar daarna. Zit je in schaal 1 tot en met 7, dan is dat 35 procent respectievelijk 20 procent (artikel M-2-a lid 3 en 4). Je kunt daar nog maximaal 20 procent extra werktijdvermindering bovenop krijgen, onbetaald, mits je minimaal 0,4 fte inzetbaar blijft; je pensioen loopt dan door over je oorspronkelijke betrekkingsomvang (lid 5).

En dan lid 2, dat je moet lezen voordat je tekent. Wie gebruikmaakt van de WS-regeling verplicht zich schriftelijk om na afloop van die periode uit dienst te treden, voor een omvang die minimaal gelijk is aan de werktijdvermindering. Verder mag je in de vrijgekomen tijd geen nieuwe inkomsten uit arbeid of bedrijf verwerven (lid 9), en kun je geen aanspraak meer maken op de extra DI-uren uit artikel M-1-c (lid 8).

Gunstig is dan weer dat deelname geen invloed heeft op de hoogte van je vakantie- en eindejaarsuitkering, en dat de eigen bijdrage in het tweede ziektejaar op nul wordt gezet (lid 6 en 9).

Los van de WS-regeling heeft het hbo nog een leeftijdsvoorziening: bereik je de AOW-gerechtigde leeftijd min tien jaar en heb je vijf aaneengesloten dienstjaren bij een hogeschool, dan komen er jaarlijks 45 extra DI-uren bij bovenop je gewone 45 uur duurzame inzetbaarheid (artikel M-1-c lid 1). Die uren kun je niet omzetten in loon en ze vervallen bij het einde van je dienstverband (artikel M-1-e).

6. De vier sectoren naast elkaar

PoVoMboHbo
NaamBijzonder PDI-budgetBasisbudget plus aanvullend verlofbudgetSeniorenverlofRegeling werktijdvermindering senioren
Vanaf57 jaar57 jaar57 jaartien jaar voor je AOW
Extra voorwaardengeengeen5 dienstjaren en minimaal 0,4 wtf5 dienstjaren en minimaal 0,4 fte
Uren130 uur, plus 40 uur zonder eigen bijdrage170 uur, uit te breiden tot 340170 uur, plus 170 vanaf 60 jaar, of 340 in de laatste vijf jaarmaximaal 20 procent van je jaartaak, plus 20 procent onbetaald
Eigen bijdrage40 procent tot schaal 8, daarboven 5040 procent tot schaal 8, daarboven 50; over het deel boven 170 uur 10030 procent tot patroon 8, daarboven 45; over het deel vanaf 60 jaar 10045 procent, daarna 25; schaal 1 tot 7: 35 en 20
Maximale duurgeengeengeenvijf jaar
Pensioen loopt doorjajajaja
Bijzonderheid40 uur gratis mits je de 130 uur als verlof inzet340 uur is zes lesuren minder per weeklaagste eigen bijdrage van de vierje verplicht je daarna uit dienst te treden
Artikel9.67.1 en 7.29.5 tot en met 9.10M-2-a

Wat opvalt: het mbo is financieel het gunstigst, het hbo het strengst maar met de langste horizon, en het po heeft als enige een stuk verlof waarover je niets betaalt. En alleen het hbo koppelt er een verplichting aan.

7. Wat er met je pensioen en je uitkeringen gebeurt

Dit is de reden waarom de regeling bestaat en waarom hij bijna altijd gunstiger is dan gewoon minder gaan werken. In alle vier de sectoren geldt hetzelfde principe: je bouwt pensioen op over je oorspronkelijke betrekkingsomvang, en je vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering en overige aan je salaris gekoppelde aanspraken worden berekend over het salaris dat je zonder de regeling zou hebben verdiend.

Reken het verschil eens door. Ga je van 1,0 naar 0,8 fte door je uren te verlagen, dan daalt je pensioenopbouw met 20 procent en je eindejaarsuitkering ook. Doe je hetzelfde via de seniorenregeling, dan blijven allebei op het oude niveau en betaal je alleen de eigen bijdrage over de ingeleverde uren. Bij een eigen bijdrage van 40 procent kost 20 procent minder werken je dus ongeveer 8 procent van je salaris in plaats van 20 procent, en je pensioen blijft intact.

Word je ziek tijdens het verlof, dan verschilt het per sector. In het po wordt het verlof niet opgeschort en betaal je de eigen bijdrage het eerste ziektejaar door, daarna vervalt die (artikel 9.6 lid 7). In het vo houd je het eerste jaar 100 procent van je oorspronkelijke salaris minus de eigen bijdrage en daarna 70 procent zonder eigen bijdrage (artikel 7.2 lid 12). In het hbo wordt de eigen bijdrage in het tweede ziektejaar op nul gezet.

8. Wat het je kost: een rekenvoorbeeld

Neem een leraar in LD, trede 12, met € 7.313 bruto per maand bij een volledige betrekking in het vo. De jaartaak is 1659 uur, dus een uur is grofweg € 52,90 bruto aan salaris.

  • 170 uur verlof vertegenwoordigt ongeveer € 8.993 aan salaris op jaarbasis. Bij een eigen bijdrage van 50 procent, want LD zit boven schaal 8, kost dat je ongeveer € 4.497 bruto per jaar, oftewel zo’n € 375 bruto per maand. Je werkt daarvoor ruim 10 procent minder.
  • 340 uur verlof kost je die € 4.497 plus 100 procent over de tweede 170 uur, dus nog eens ongeveer € 8.993. Samen ruim € 13.400 bruto per jaar voor 20 procent minder werken. Dat tweede deel is dus veel duurder dan het eerste.

Diezelfde leraar in het mbo, in LD trede 12 met € 7.020, betaalt over de eerste 170 uur 45 procent. Dat scheelt ongeveer € 400 per jaar ten opzichte van het vo, plus dat het mbo een derde tranche kent in de laatste vijf jaar voor de AOW tegen datzelfde tarief.

Dit zijn indicatieve bedragen op basis van een simpele deling van het jaarsalaris door de jaartaak. Je eigen situatie hangt af van je schaal, je trede, je werktijdfactor en hoe je werkgever de berekening precies uitvoert. Vraag altijd een berekening op voordat je tekent.

Hoe je dit aanpakt als je erover nadenkt

Minder werken vanaf je 57ste is geen aanvraag die je even indient. Het kost geld, het is meestal niet terug te draaien, en het raakt aan dingen waar je zelden met iemand over praat. Neem er de tijd voor.

  • Reken eerst uit wat het je netto kost. Je eigen bijdrage is 30 tot 50 procent van de uren die je opneemt, afhankelijk van je sector en je schaal. Dat is iets anders dan wat je aan bruto salaris inlevert.
  • Kijk of je aan de voorwaarden voldoet voordat je erover begint. In het mbo en het hbo heb je vijf dienstjaren nodig en minimaal 0,4 fte; in het po en het vo gelden die eisen niet.
  • Bedenk hoe je die uren wilt opnemen: een vaste dag, kortere dagen, of gespaard voor later. Dat maakt voor het rooster nogal wat uit, en dus voor het antwoord dat je krijgt.
  • Weet dat je pensioenopbouw doorloopt over je oude omvang. Dat is precies het punt waar mensen op afhaken terwijl het juist geregeld is.

Praat er met iemand over die de stap al heeft gezet. Dat levert meestal meer op dan de regeling nog een keer doorlezen.

9. Zes vragen die leraren het vaakst stellen

Bestaat de BAPO nog?

Nee, de BAPO is vervangen. Wel geldt in het po nog overgangsrecht: maakte je al gebruik van de oude regeling, dan blijft artikel 8A.8 van de cao 2023/2024 op je van toepassing en geldt hoofdstuk 9 juist niet (artikel 9.9). In het mbo staat de BAPO-overgangsregeling in bijlage D.

Vanaf welke leeftijd kan ik minder gaan werken?

In het po, vo en mbo vanaf je 57e. In het hbo is er geen vaste leeftijd: daar is het tien jaar voor je AOW-gerechtigde leeftijd, wat voor de meeste mensen later valt. In het mbo en hbo moet je bovendien vijf aaneengesloten dienstjaren hebben en minimaal 0,4 fte werken.

Wat kost het me?

De eigen bijdrage is een percentage van het salaris over de ingeleverde uren, niet van je hele salaris. In het mbo betaal je 30 procent tot patroon 8 en 45 procent daarboven, in het po en vo 40 of 50 procent, en in het hbo 45 procent dat later daalt naar 25 procent. Over het extra deel bovenop de basisregeling betaal je in het vo en mbo 100 procent.

Bouw ik minder pensioen op?

Nee. In alle vier de sectoren loopt je pensioenopbouw door over je oorspronkelijke betrekkingsomvang. Dat is precies het verschil met gewoon minder uren gaan werken, en de belangrijkste reden om de regeling te gebruiken.

Kan ik de uren opsparen voor later?

In het mbo niet: het seniorenverlof kan niet worden gespaard (artikel 9.9 lid 3) en het persoonlijk budget van 50 uur evenmin (artikel 9.3). In het po mag je die 40 uur uit artikel 9.4 lid 4 in overleg maximaal vijf jaar sparen op basis van een vooraf ingediend plan. In het vo loopt sparen via de spaarverlofregeling, maar wie in een schooljaar seniorenverlof opneemt, kan dat jaar niet sparen.

Moet ik daarna echt stoppen met werken?

Alleen in het hbo. Artikel M-2-a lid 2 verplicht je schriftelijk om na afloop van de WS-periode uit dienst te treden, voor een omvang die minimaal gelijk is aan de werktijdvermindering. Je mag in de vrijgekomen tijd bovendien geen nieuwe inkomsten uit arbeid of bedrijf verwerven. In het po, vo en mbo bestaat zo’n verplichting niet.

10. Samenvatting

  • In alle vier de sectoren kun je in de laatste jaren van je loopbaan minder werken tegen een eigen bijdrage, terwijl je pensioenopbouw en je uitkeringen op het oude niveau doorlopen.
  • Po: 130 uur bijzonder PDI-budget vanaf 57 jaar, plus 40 uur zonder eigen bijdrage als je de 130 uur echt als verlof inzet. Eigen bijdrage 40 of 50 procent, maximaal 340 uur totaal (artikel 9.6).
  • Vo: 170 uur vanaf 57 jaar tegen 40 of 50 procent, uit te breiden tot 340 uur waarbij je over het tweede deel 100 procent betaalt (artikel 7.2).
  • Mbo: 170 uur vanaf 57 jaar tegen 30 of 45 procent, nog eens 170 uur vanaf 60 jaar tegen 100 procent, en 340 uur in de laatste vijf jaar voor je AOW. De laagste eigen bijdrage van de vier.
  • Hbo: maximaal 20 procent minder werken gedurende maximaal vijf jaar, vanaf tien jaar voor je AOW, tegen 45 procent dat later daalt naar 25 procent. Maar je verplicht je daarna uit dienst te treden.
  • De regeling is bijna altijd gunstiger dan gewoon je betrekkingsomvang verlagen, omdat je pensioen en uitkeringen intact blijven.
  • Vraag altijd beide berekeningen op voordat je tekent, en let in het hbo op artikel M-2-a lid 2.

Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?

“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een plek beantwoord door
collega’s en andere experts”

Lees ook

Bronnen

  • PO-Raad, AOb, AVS, CNV Onderwijs, FvOv & FNV (2025). CAO PO 2025-2027. Hoofdstuk 9, in het bijzonder artikel 9.6 en 9.9.
  • VO-raad, AOb, CNV Onderwijs, FvOv & FNV (2025). CAO VO 2025/2027. Artikel 7.1 en 7.2.
  • MBO Raad, AOb, CNV, FvOv & FNV Overheid (2025). CAO MBO 2025-2026. Hoofdstuk 9 en bijlage D.
  • Vereniging Hogescholen, AOb, FNV, CNV & FvOv (2025). CAO HBO 2026. Artikel M-1-a tot en met M-1-e en M-2-a.
  • ABP. Voor je persoonlijke pensioenoverzicht en de gevolgen van minder werken.
  • Wanneer krijg ik AOW?. Sociale Verzekeringsbank. Nodig om te bepalen wanneer je in het hbo in aanmerking komt.
  • CAO PO. AVS, met vragen en antwoorden over onder meer het PDI-budget.
  • Alles over de cao voortgezet onderwijs. CNV Onderwijs.
  • Zestor. Arbeidsmarkt- en opleidingsfonds hbo, met programma’s rond duurzame inzetbaarheid.

Dit artikel is gebaseerd op de tekst van de CAO PO 2025-2027, de CAO VO 2025/2027, de CAO MBO 2025-2026 en de CAO HBO 2026. De rekenvoorbeelden zijn indicatief. Vraag altijd een berekening op bij je werkgever en controleer de gevolgen voor je pensioen bij het ABP voordat je een keuze maakt. Advies en technische realisatie: Basten Berg, eenmeesterinleren.nl.