Je scholingsbudget in het onderwijs: hoeveel uur en geld heb je echt?
Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 1 augustus 2026
Gebaseerd op: CAO PO 2025-2027, CAO VO 2025/2027, CAO MBO 2025-2026 en CAO HBO 2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.
Inhoudsopgave
- Wat een scholingsbudget wel en niet is
- Po: 123 PDI-uren en 525 euro
- Vo: 83 uur, 16 uur en 600 euro
- Mbo: 59 uur en 500 euro die niet naar rato gaat
- Hbo: 40 uur basisrecht en 6 procent van de loonsom
- De vier sectoren naast elkaar
- Waar mag je het aan besteden?
- Wat je werkgever niet mag
- Zes vragen die leraren het vaakst stellen
- Samenvatting
Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Een plek voor leraren, andere onderwijsprofessionals en iedereen die geïnteresseerd is in de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs. Vanuit mijn achtergrond als biologieleraar, onderwijskundige en lerarenopleider schrijf ik artikelen en maak ik video’s om fundamentele kennis over onderwijs, leren en lesgeven begrijpelijk aan te bieden. Op de community voor leraren vind je een overzicht van alle uitgewerkte onderwerpen geordend per thema en een groep onderwijsprofessionals waar je je vragen aan kunt stellen.
Dit is waarschijnlijk het meest onderbenutte recht in het hele onderwijs. Elke leraar in Nederland heeft jaarlijks recht op tientallen uren en honderden euro’s voor zijn eigen ontwikkeling, en in drie van de vier sectoren beslist hij daar bovendien zelf over. Toch verdwijnt een groot deel van dat budget elk jaar ongebruikt, meestal omdat mensen niet weten dat het bestaat of denken dat ze toestemming nodig hebben.
Na het lezen van dit artikel weet je precies hoeveel uur en geld je in jouw sector hebt, waar je het aan mag besteden, wat je werkgever er niet mee mag doen, en wanneer het vervalt.

Let op: hulpmiddel, geen juridisch advies. Aan dit artikel kun je geen rechten ontlenen. Cao-teksten worden regelmatig gewijzigd en de uitleg van een bepaling kan per situatie verschillen. Voor jouw situatie is de actuele cao-tekst leidend. Twijfel je, of gaat het ergens over? Leg het dan voor aan je werkgever, je P(G)MR of je vakbond.
1. Wat een scholingsbudget wel en niet is
Kort antwoord: je scholingsbudget bestaat uit twee dingen die los van elkaar staan. Een budget in tijd, uren die binnen je jaartaak zijn vrijgemaakt, en een budget in geld, waarmee je de scholing zelf betaalt. Je hebt allebei nodig, en ze vervallen op verschillende momenten.
Belangrijk is wat het niet is. Het is geen potje van de school waar jij een aanvraag voor mag indienen. In het po, vo en hbo is het een persoonlijk recht dat naar rato van je betrekkingsomvang aan jou toekomt. In het vo staat zelfs letterlijk dat jij beslist hoe je het inzet, en dat je werkgever het alleen aan opgedragen activiteiten mag koppelen als jij daarmee instemt.
En het staat los van de scholing die je werkgever jóu oplegt. Een verplichte studiedag, een schoolbrede training of een cursus die nodig is voor je functie komt in alle vier de sectoren voor rekening van je werkgever en gaat niet van je eigen budget af. Dat is de meest voorkomende fout op scholen.
Belangrijk om te weten: dit budget uit je cao is niet het enige geld dat er voor jouw scholing bestaat. Daarnaast lopen er landelijke subsidieregelingen zoals de Lerarenbeurs, de zij-instroomsubsidie en de promotiebeurs, en die staan los van wat je school je geeft. Ze zijn te combineren, en juist die combinatie maakt een dure opleiding vaak pas haalbaar. Welke regelingen er zijn en waar je ze aanvraagt, staat in het overzicht van de Lerarenbeurs en alle andere bijscholingsgelden voor leraren.
2. Po: 123 PDI-uren en 525 euro
In het primair onderwijs heet het PDI-budget, van professionalisering en duurzame inzetbaarheid. Iedere werknemer in de categorie OP of OOP heeft jaarlijks recht op:
- 123 PDI-uren per jaar, naar rato van je werktijdfactor (artikel 9.4 lid 4). Dat getal is ontstaan door de 40 uur duurzame inzetbaarheid en de 83 uur professionalisering uit de vorige cao’s samen te voegen.
- € 525 per jaar, en met ingang van 1 augustus 2026 € 555 (artikel 9.4 lid 3).
Je bepaalt na overleg met je leidinggevende hoe je het budget in geld en uren inzet (artikel 9.4 lid 2). De bestedingsdoelen zijn ruim geformuleerd (lid 5): activiteiten die bijdragen aan je vakbekwaamheid en professionele ontwikkeling, activiteiten die helpen om ook op langere termijn het werk goed, gezond en met plezier te blijven doen, en activiteiten die je duurzame inzetbaarheid vergroten in de zin van breed inzetbaar en aantrekkelijk blijven voor de arbeidsmarkt.
Het po is de enige sector waar je budget niet direct vervalt: je mag het in overleg met je werkgever maximaal drie jaar sparen, mits je dat schriftelijk vastlegt (lid 6). Wel geldt bij vertrek een beperking: niet benutte uren worden bij uitdiensttreding alleen uitbetaald als het om gespaard budget gaat én je vertrek op initiatief van de werkgever is (lid 7).
Twee groepen krijgen er iets bovenop. Ben je starter, dus minder dan drie jaar werkzaam als leraar in het po, dan komt er een bijzonder inductiebudget van 40 uur per jaar bij, plus begeleiding door een coach die uitdrukkelijk niet je direct leidinggevende is (artikel 9.5). En ben je 57 jaar of ouder, dan komt er 130 uur bijzonder PDI-budget bij (artikel 9.6 lid 1). Directieleden hebben een eigen budget van € 3.150 per jaar, dat per 1 augustus 2026 € 3.330 wordt en maximaal vier jaar gespaard mag worden (artikel 9.7).
3. Vo: 83 uur, 16 uur en 600 euro
Het voortgezet onderwijs kent drie posten naast elkaar, en dat is de reden dat mensen hier het vaakst iets laten liggen.
- 83 klokuren per schooljaar voor deskundigheidsbevordering en professionalisering, als leraar. Je beslist zelf hoe je die inzet, en je werkgever mag ze alleen aan opgedragen activiteiten koppelen als jij daarmee instemt (artikel 16.4 lid 1 en 2).
- 16 uur per schooljaar extra, specifiek voor professionalisering op het gebied van basisvaardigheden en curriculumherziening, sinds het Onderwijsakkoord (artikel 16.9).
- € 600 per schooljaar, te besteden aan alle vormen van deskundigheidsbevordering en ook aan activiteiten in het kader van het lerarenregister (artikel 16.5).
Behoor je tot het onderwijsondersteunend personeel, dan is het basisrecht 40 klokuren. Dat wordt verhoogd met 43 uur als je die extra uren onderbouwt met een professionaliseringsplan (artikel 16.4 lid 3).
Let op de vervaltermijn, want die verschilt per post. Gebruik je het basisrecht in uren niet in het schooljaar waarin het is toegekend, dan vervalt het, tenzij je daar andere afspraken over hebt gemaakt. Het budget in geld kun je in overleg met je werkgever wel twee jaar sparen, mits je daarvoor vooraf een plan indient (artikel 16.6). Kortom: bespreek het aan het begin van het schooljaar, niet in juni.
Op bestuursniveau geldt bovendien dat jaarlijks ten minste 10 procent van de personele lumpsum aan deskundigheidsbevordering wordt besteed, in tijd en geld (artikel 16.2 lid 1). En je maakt ten minste eens per drie jaar afspraken met je leidinggevende in een persoonlijk professionaliseringsplan (artikel 16.3 lid 1). De volledige regeling staat in het artikel over de cao vo.
4. Mbo: 59 uur en 500 euro die niet naar rato gaat
Kort antwoord: in het mbo heb je 59 scholingsuren en € 500 per jaar, en dat bedrag krijg je volledig, ook als je in deeltijd werkt.
Bij een normbetrekking heb je jaarlijks recht op 59 uur voor scholing en professionalisering (artikel 4.1 lid 7). Die uren zitten in het compartiment van 459 uur en tellen bovendien niet mee bij de 200 dagen waarop je inzetbaar bent. Ben je direct betrokken bij het primaire proces met carrièrepatroon 7 of hoger, dan komen daar teamuren bij: per onderwijsteam een aantal gelijk aan het totale aantal fte’s maal 107, toe te delen op basis van een vooraf opgesteld scholingsplan (lid 8). Wordt de werkverdeling via de toedelingsoptie vastgesteld, dan heb je recht op ten minste 24 uur scholing (lid 9).
Geef je les aan vo-leerlingen op een door de WVO bekostigde school, dan komt daar nog 16 uur per schooljaar bij voor basisvaardigheden en curriculumherziening (artikel 4.1a).
En dan het detail dat veel deeltijders geld kost omdat ze het niet weten. Iedere werknemer heeft jaarlijks recht op besteding van € 500 ten laste van het scholingsbudget van de instelling (artikel 4.1 lid 4 onder a), en artikel 1.4 zondert dat bedrag uitdrukkelijk uit van de regel dat de cao naar rato geldt. Werk je 0,4 fte, dan heb je dus geen € 200 maar gewoon € 500. De 59 scholingsuren gaan wél naar rato, want die zijn gekoppeld aan de normbetrekking.
Wat je niet besteedt, vervalt na dat jaar. Meerjarige afspraken zijn wel mogelijk. Daarnaast kent artikel 4.2 een aparte regeling voor studiefaciliteiten die los staat van je eigen € 500. Is de scholing in opdracht van je werkgever, verplicht, of gericht op het voorkomen van werkloosheid, dan krijg je 100 procent vergoeding van cursus-, examen-, materiaal-, reis- en verblijfkosten en is studieverlof arbeidstijd; een verrekenbeding is in dat geval nietig. Volg je scholing op eigen verzoek maar mede in het belang van de instelling, dan is het 50 procent, of in bijzondere gevallen 75 procent, van het cursusgeld en studiemateriaal, plus studieverlof van maximaal één dag per week en vijf halve dagen per jaar voor tentamenvoorbereiding. Zie ook het artikel over de cao mbo.
5. Hbo: 40 uur basisrecht en 6 procent van de loonsom
Op dit punt is het hbo het scherpst geformuleerd van alle vier de sectoren. Je werkgever moet jaarlijks minimaal 6 procent van het getotaliseerde jaarinkomen besteden aan professionalisering, en de helft daarvan, dus 3 procent, gaat naar een basisrecht in uren (artikel O-1 lid 2). De andere helft is voor reis- en verblijfkosten, collegegeld, materiaalkosten, vervangingskosten en scholing in opdracht van de werkgever. Het professionaliseringsplan gaat ter instemming naar de PMR.
Heb je een arbeidsovereenkomst vanaf 0,4 fte, dan heb je jaarlijks een basisrecht van ten minste 40 uren om je bekwaamheid bij te houden. Daaronder geldt een staffel: vanaf 0,1 fte tien uur, vanaf 0,2 fte twintig uur en vanaf 0,3 fte dertig uur (artikel O-3 lid 1 en 2).
Twee zinnen uit dat artikel zijn goud waard. Ten eerste: de werkgever zorgt ervoor dat dit basisrecht aan uren in de jaartaak wordt vrijgesteld (lid 3). Die 40 uur komen er dus niet bovenop je werk, maar gaan eraf. Ten tweede: de werknemer bepaalt hoe deze uren worden ingezet (lid 4). Je legt achteraf verantwoording af in de gebruikelijke gesprekscyclus, maar je vraagt vooraf geen toestemming.
Volg je een opleiding die in het professionaliseringsplan past, dan wordt die voor 100 procent in tijd van de officiële studielast en 100 procent in geld gefaciliteerd. Past de opleiding niet in het plan, dan is het 25 procent in tijd (artikel O-4 lid 1). Ook die uren worden in je jaartaak vrijgesteld. Als richtlijn geldt dat niet meer dan 40 procent van je betrekkingsomvang per jaar aan professionalisering opgaat. Scholing in opdracht van je werkgever wordt voor 100 procent in tijd en geld vergoed en komt uitdrukkelijk niet ten laste van je eigen uren uit artikel O-3 en O-4 (artikel O-5).
Daarnaast heb je in het hbo nog 45 DI-uren voor duurzame inzetbaarheid, die eveneens in je jaartaak worden vrijgesteld (artikel M-1-b). Die kun je onder meer besteden aan je vakbekwaamheid en professionele ontwikkeling. Zie het artikel over de cao hbo.
6. De vier sectoren naast elkaar
| Po | Vo | Mbo | Hbo | |
|---|---|---|---|---|
| Uren per jaar | 123 PDI-uren | 83 uur plus 16 uur basisvaardigheden | 59 uur plus 107 teamuren per fte | 40 uur vanaf 0,4 fte, plus 45 DI-uren |
| Geld per jaar | € 525, vanaf augustus 2026 € 555 | € 600 | € 500 | geen vast bedrag, maar 6% van de loonsom |
| Naar rato bij deeltijd | ja | ja | uren wel, het bedrag van € 500 niet | ja, via een staffel van 10, 20 en 30 uur |
| Wie beslist | jij, na overleg met je leidinggevende | jij, instemming nodig voor koppeling | jij, binnen het scholingsplan | jij (artikel O-3 lid 4) |
| Sparen | maximaal 3 jaar, schriftelijk vastgelegd | geld 2 jaar met plan, uren vervallen | vervalt, meerjarige afspraken mogelijk | niet geregeld |
| Artikel | 9.4 tot en met 9.7 | 16.1 tot en met 16.9 | 4.1, 4.1a en 4.2 | O-1 tot en met O-5, M-1-b |
Twee dingen springen eruit. Het vo heeft in absolute zin de meeste uren (83 plus 16 is 99) en het hoogste bedrag, maar de strengste vervaltermijn. Het po heeft het meeste aantal uren op papier (123), maar dat getal bevat ook de duurzame inzetbaarheid die vroeger apart stond, dus vergelijk het niet een-op-een met de 83 uur uit het vo.
7. Waar mag je het aan besteden?
Ruimer dan de meeste mensen denken. De cao vo is hier het meest expliciet: artikel 16.1 rekent tot deskundigheidsbevordering en professionalisering in elk geval:
- formele scholing: cursussen, trainingen, conferenties en daarmee gelijk te stellen activiteiten, op school-, team-, afdelings- of sectieniveau;
- activiteiten gericht op het verbeteren van je werk: intervisie, peer review, coaching en vergelijkbare vormen;
- deelname aan (digitale) netwerken en aan activiteiten van vak- en beroepsverenigingen;
- literatuurstudie en het bestuderen van vakliteratuur.
Een vakvereniging, een congres, een coachtraject, een boekenbudget of een online leeromgeving passen daar dus allemaal binnen. Het po formuleert het doelgerichter (vakbekwaamheid, duurzaam en gezond blijven werken, breed inzetbaar blijven), het mbo spreekt van scholing en professionalisering, en het hbo van het bijhouden van je bekwaamheid. In alle vier de gevallen is de omschrijving zo ruim dat de vraag niet is óf iets past, maar of je het kunt uitleggen.
Wat je met dat budget kunt doen. Deelname aan een digitale leeromgeving of een vaknetwerk valt in alle vier de sectoren binnen de bestedingsdoelen, en jij beslist zelf. In Een Meester in Leeromgeving zitten inmiddels ruim 1300 leraren en lerarenopleiders die zich evidence based blijven ontwikkelen. Je kunt gratis meedoen; bij het aanmelden zie je de prijzen en kies je tussen het gratis lidmaatschap en het betaalde lidmaatschap met verdieping. Dat betaalde lidmaatschap past binnen je scholingsbudget, in elke sector.
Zoek je financiering voor een grotere opleiding, dan is je scholingsbudget te klein en moet je bij de landelijke regelingen zijn. Die zette ik op een rij in het artikel over de lerarenbeurs en alle andere bijscholingsgelden.
8. Wat je werkgever niet mag
Kort antwoord: je budget oormerken, het verrekenen met opgedragen scholing, of het laten opgaan in het taakbeleid zonder dat het herkenbaar terugkomt.
Oormerken mag niet. De cao vo zegt letterlijk dat jij zelf beslist hoe je het basisrecht in tijd en in geld inzet. Je werkgever mag het alleen aan opgedragen professionaliseringsactiviteiten koppelen als jij daarmee instemt (artikel 16.4 lid 2 en artikel 16.5 lid 2). In het hbo staat het net zo helder: de werknemer bepaalt hoe deze uren worden ingezet (artikel O-3 lid 4).
Verrekenen met opgedragen scholing mag niet. Opgedragen professionalisering, zoals een verplichte studiedag of een schoolbrede training, vindt plaats binnen je jaartaak en de kosten in tijd en geld komen voor rekening van je werkgever (cao vo artikel 16.7). In het hbo is het nog explicieter: scholing in opdracht van je werkgever wordt voor 100 procent in tijd en geld vergoed en komt uitdrukkelijk niet ten laste van je eigen uren uit artikel O-3 en O-4 (artikel O-5). In het mbo geldt bij opgedragen of verplichte scholing 100 procent vergoeding van cursus-, examen-, materiaal-, reis- en verblijfkosten, en is studieverlof arbeidstijd (artikel 4.2).
Onzichtbaar wegwerken in het taakbeleid mag ook niet. Zegt je school dat het basisrecht al in het taakbeleid verwerkt zit, dan geldt in het vo artikel 16.8: het basisrecht is een individueel minimumrecht, toe te kennen naar rato van je betrekkingsomvang. Zit het niet als apart onderdeel in je taakbeleid, dan moet aantoonbaar zijn dat je over dat aantal uren beschikt en dat je die naar eigen keuze kunt inzetten. Die uren moeten dus herkenbaar terugkomen bij het voor- en nawerk of bij de overige taken.
Wat wel mag, en wat vaak voor verwarring zorgt: achteraf verantwoording vragen. In het vo leg je in de reguliere gesprekkencyclus uit waar je het aan hebt besteed (artikel 16.4 lid 4), in het hbo in de gebruikelijke gesprekscyclus, en in het po bepaal je de inzet na overleg met je leidinggevende (artikel 9.4 lid 2). Vooraf toestemming vragen hoeft in het vo en hbo dus niet; verantwoorden achteraf wel.
Hoe je je scholingsbudget daadwerkelijk gebruikt
Dit is het best bewaarde geheim van je cao: je hebt elk jaar recht op uren én geld voor je eigen ontwikkeling, en het grootste deel ervan wordt nooit opgemaakt. Niet omdat het geweigerd wordt, maar omdat er niet om gevraagd wordt.
- Zoek op wat je krijgt. Het staat per sector anders in de cao, in uren en in euro’s, en het is echt jouw budget en niet dat van je school.
- Bedenk eerst wat je wilt en zoek daar dan iets bij, niet andersom. Een aanvraag met een reden erbij wordt zelden afgewezen; een aanvraag voor “een cursus” wel.
- Vraag het schriftelijk aan, al is het maar per mail. Niet uit wantrouwen, maar omdat een mail een datum heeft en een gesprek in de gang niet.
- Kijk of sparen kan. In het po mag je tot drie jaar sparen als je het schriftelijk vastlegt, in het vo blijft het geld twee jaar staan als er een plan bij zit. Voor een duurdere opleiding is dat het verschil tussen wel en niet.
Scholing die je werkgever je opdraagt gaat niet van dit budget af. Dat is een belangrijk verschil om te weten voordat je ja zegt tegen een verplichte cursus.
9. Zes vragen die leraren het vaakst stellen
Moet ik toestemming vragen om mijn scholingsbudget te gebruiken?
In het vo en het hbo niet. Daar bepaal jij de inzet en leg je achteraf verantwoording af (cao vo artikel 16.4, cao hbo artikel O-3 lid 4). In het po bepaal je het na overleg met je leidinggevende (artikel 9.4 lid 2), wat iets anders is dan toestemming. In het mbo loopt het via het scholingsplan.
Ik werk in deeltijd. Krijg ik minder scholingsgeld?
Overal wel, behalve in het mbo. Daar zondert artikel 1.4 het bedrag van € 500 uitdrukkelijk uit van de naar-ratoregel. Werk je 0,4 fte in het mbo, dan heb je gewoon € 500. Je 59 scholingsuren gaan wél naar rato. In het hbo geldt een staffel: 10 uur vanaf 0,1 fte, 20 vanaf 0,2, 30 vanaf 0,3 en 40 vanaf 0,4 fte.
Mag mijn school mijn budget gebruiken voor een verplichte studiedag?
Nee. Opgedragen professionalisering komt in alle vier de sectoren voor rekening van je werkgever en gaat niet van je eigen budget af. In het hbo staat dat het scherpst: scholing in opdracht komt uitdrukkelijk niet ten laste van je uren uit artikel O-3 en O-4 (artikel O-5).
Kan ik mijn budget sparen?
In het po maximaal drie jaar, schriftelijk vastgelegd (artikel 9.4 lid 6). In het vo kun je het budget in geld twee jaar sparen met een vooraf ingediend plan, maar de uren vervallen aan het eind van het schooljaar (artikel 16.6). In het mbo vervalt wat je niet besteedt, al zijn meerjarige afspraken mogelijk. Het hbo regelt sparen niet.
Telt een boek of een abonnement mee?
Ja. De cao vo noemt literatuurstudie en het bestuderen van vakliteratuur expliciet als professionalisering (artikel 16.1). Ook deelname aan digitale netwerken en aan activiteiten van vak- en beroepsverenigingen staat er letterlijk in.
Wat als mijn school zegt dat het al in mijn taakbeleid zit?
Dan geldt in het vo artikel 16.8. Het basisrecht is een individueel minimumrecht en als het niet als apart onderdeel in het taakbeleid staat, moet aantoonbaar zijn dat je over dat aantal uren beschikt en dat je die naar eigen keuze kunt inzetten. Vraag dus hoe dat aantoonbaar is; dat is een vraag die de cao je uitdrukkelijk geeft.
10. Samenvatting
- Po: 123 PDI-uren en € 525 per jaar, vanaf augustus 2026 € 555. Drie jaar te sparen, schriftelijk vastgelegd. Starters krijgen er 40 uur bij, 57-plussers 130 uur.
- Vo: 83 uur plus 16 uur basisvaardigheden en € 600 per jaar. De uren vervallen aan het eind van het schooljaar, het geld kun je twee jaar sparen met een plan.
- Mbo: 59 uur plus teamuren, en € 500 dat niet naar rato gaat. Een deeltijder krijgt het volledige bedrag.
- Hbo: 40 uur basisrecht vanaf 0,4 fte plus 45 DI-uren, allebei vrijgesteld in je jaartaak. Je werkgever besteedt minimaal 6 procent van de loonsom aan professionalisering.
- In het vo en hbo bepaal jij de inzet en vraag je vooraf geen toestemming. Je verantwoordt achteraf in de gesprekkencyclus.
- Opgedragen scholing komt overal voor rekening van je werkgever en gaat niet van je eigen budget af.
- Zit je basisrecht onzichtbaar in het taakbeleid, dan moet aantoonbaar zijn dat je over die uren beschikt en ze naar eigen keuze kunt inzetten (cao vo artikel 16.8).
Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?
“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een plek beantwoord door
collega’s en andere experts”
Lees ook
- De lerarenbeurs en alle andere bijscholingsgelden voor leraren op een rij, voor als je scholingsbudget te klein is
- De cao po uitgelegd, de cao vo uitgelegd, de cao mbo uitgelegd en de cao hbo uitgelegd
- Wat verdient een leraar? Salaris in po, vo, mbo en hbo vergeleken
- Van LB naar LC, LD en LE: zo kom je in een hogere salarisschaal
- Hoeveel voorbereidingstijd hoor je te krijgen? De opslagfactor per sector
- Minder werken vanaf 57 jaar: de seniorenregeling per sector
- Onbevoegd voor de klas en zij-instroom: hoelang mag dat?
- Werktijdfactor en fte berekenen: van uren naar wtf en terug
- Wat verdient een teamleider, directeur of schoolleider?
- Bekijk de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.
Bronnen
- PO-Raad, AOb, AVS, CNV Onderwijs, FvOv & FNV (2025). CAO PO 2025-2027. Hoofdstuk 9.
- VO-raad, AOb, CNV Onderwijs, FvOv & FNV (2025). CAO VO 2025/2027. Hoofdstuk 16.
- MBO Raad, AOb, CNV, FvOv & FNV Overheid (2025). CAO MBO 2025-2026. Artikel 1.4, 4.1, 4.1a en 4.2.
- Vereniging Hogescholen, AOb, FNV, CNV & FvOv (2025). CAO HBO 2026. Hoofdstuk O en artikel M-1-b.
- Raamwerk Het professionele gesprek en taakbeleid. Voion. Bevat een handreiking over professionalisering binnen het taakbeleid.
- Lerarenbeleid. MBO Raad. Over professionele ruimte en het professioneel statuut.
- Zestor. Arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor het hbo, met programma’s voor professionalisering.
- Aanpak werkdruk. Arbeidsmarktplatform PO.
Dit artikel is gebaseerd op de tekst van de CAO PO 2025-2027, de CAO VO 2025/2027, de CAO MBO 2025-2026 en de CAO HBO 2026. Cao’s veranderen; controleer bij twijfel altijd de actuele tekst of leg je situatie voor aan je HR-afdeling of een onderwijsbond. Advies en technische realisatie: Basten Berg, eenmeesterinleren.nl.