Ontslag in het onderwijs: de routes, de transitievergoeding en de bovenwettelijke uitkering

Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 4 september 2026
Gebaseerd op: het Burgerlijk Wetboek, de CAO PO 2025-2027, CAO VO 2025/2027, CAO MBO 2025-2026 en CAO HBO 2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.

Inhoudsopgave

  1. Wie mag jou ontslaan, en waarvoor?
  2. De negen ontslaggronden
  3. Welke route: UWV of kantonrechter?
  4. Wat de commissie van beroep nog wel en niet doet
  5. De transitievergoeding
  6. De billijke vergoeding
  7. De bovenwettelijke uitkering: het onderwijsgeheim
  8. De vaststellingsovereenkomst
  9. Ontslag en ziekte
  10. Zes vragen die vaak terugkomen
  11. Samenvatting

Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Een plek voor leraren, andere onderwijsprofessionals en iedereen die geïnteresseerd is in de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs. Vanuit mijn achtergrond als biologieleraar, onderwijskundige en lerarenopleider schrijf ik artikelen en maak ik video’s om fundamentele kennis over onderwijs, leren en lesgeven begrijpelijk aan te bieden. Op de community voor leraren vind je een overzicht van alle uitgewerkte onderwerpen geordend per thema en een groep onderwijsprofessionals waar je je vragen aan kunt stellen.

Ontslag is het onderwerp waar het minste over wordt geschreven en het meeste over wordt gefluisterd. Dat is jammer, want de regels zijn goed te volgen en het verschil tussen wel of niet weten kost of levert al snel tienduizenden euro’s. Vooral de bovenwettelijke uitkering, een regeling die het onderwijs kent en de meeste andere sectoren niet, wordt regelmatig gewoon vergeten aan te vragen.

Na het lezen van dit artikel weet je welke ontslaggronden er zijn, wie erover gaat, hoe de transitievergoeding wordt berekend, wat de bovenwettelijke uitkering daar bovenop doet, en waar je op moet letten bij een vaststellingsovereenkomst.

Overzicht van transitievergoeding, WW en de bovenwettelijke uitkering in het onderwijs
Dit schema is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.

Let op: hulpmiddel, geen juridisch advies. Aan dit artikel kun je geen rechten ontlenen. Cao-teksten en wetgeving worden regelmatig gewijzigd en de uitleg van een bepaling kan per situatie verschillen. Voor jouw situatie is de actuele tekst leidend. Twijfel je, of gaat het ergens over? Leg het dan voor aan je werkgever, je P(G)MR of je vakbond.

Deze waarschuwing geldt hier zwaarder dan bij de andere artikelen in deze reeks. Ontslagrecht staat grotendeels niet in de cao maar in het Burgerlijk Wetboek, en de uitkomst hangt sterk af van de omstandigheden. Zit je in een ontslagsituatie, schakel dan je vakbond of een arbeidsrechtjurist in vóórdat je iets tekent. Dit artikel helpt je het gesprek te voeren; het vervangt dat gesprek niet.

1. Wie mag jou ontslaan, en waarvoor?

Kort antwoord: je werkgever kan je niet zomaar ontslaan. Er moet een wettelijke grond zijn, en behalve in een paar uitzonderingsgevallen moet iemand anders daar eerst naar kijken: het UWV of de kantonrechter.

Sinds de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren geldt dit ook in het openbaar onderwijs. Personeel in het openbaar po, (v)so en vo had tot 1 januari 2020 een ambtelijke aanstelling, met bezwaar en beroep bij de bestuursrechter. Sindsdien heb je een gewone arbeidsovereenkomst en gelden dezelfde regels als in het bijzonder onderwijs. Mbo en hbo vielen daar altijd al onder, omdat die sectoren alleen private instellingen kennen.

Vooraf toestemming is niet nodig bij ontslag in de proeftijd, bij het bereiken van de AOW-leeftijd, bij faillissement van je werkgever, en bij ontslag op staande voet wegens een dringende reden. In alle andere gevallen wel.

2. De negen ontslaggronden

Kort antwoord: artikel 7:669 van het Burgerlijk Wetboek kent negen gronden, aangeduid met de letters a tot en met i. Welke grond je werkgever kiest, bepaalt waar de zaak terechtkomt.

LetterGrondRoute
aBedrijfseconomische redenen, bijvoorbeeld krimp of het vervallen van arbeidsplaatsenUWV
bLangdurige arbeidsongeschiktheid: meer dan twee jaar ziek en geen herstel binnen 26 wekenUWV
cFrequent ziekteverzuim met onaanvaardbare gevolgen voor de organisatieKantonrechter
dDisfunctioneren, dus ongeschiktheid die niet door ziekte komtKantonrechter
eVerwijtbaar handelen of nalaten van de werknemerKantonrechter
fWerkweigering wegens ernstige gewetensbezwarenKantonrechter
gEen verstoorde arbeidsverhoudingKantonrechter
hRestgrond: andere omstandigheden, bijvoorbeeld detentieKantonrechter
iCumulatiegrond: een combinatie van de gronden c tot en met hKantonrechter

In het onderwijs zie je vooral de a-grond bij leerlingendaling en formatieve boventalligheid, en de d- en g-grond bij conflicten over functioneren. Die laatste twee komen vaak samen voor, en dat maakt de i-grond relevant.

De i-grond bestaat sinds 2020 en werkt zo: is geen van de gronden op zichzelf sterk genoeg, dan mag de rechter er twee of meer combineren. Dat kan alleen met de gronden c tot en met h; de UWV-gronden a en b tellen niet mee. Er staat wel een prijskaartje aan: de rechter kan bovenop de transitievergoeding een extra vergoeding toekennen van maximaal de helft daarvan.

3. Welke route: UWV of kantonrechter?

Kort antwoord: bedrijfseconomisch ontslag en ontslag na twee jaar ziekte lopen via het UWV, de rest via de kantonrechter. In het hbo geldt daarop één uitzondering die weinig mensen kennen.

Bij de a- en b-grond vraagt je werkgever toestemming aan het UWV. Jij mag daarop reageren. Geeft het UWV toestemming, dan zegt je werkgever op met inachtneming van de opzegtermijn. Bij de gronden c tot en met i vraagt je werkgever de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden, en daar is een zitting bij.

De uitzondering zit in het hbo. Daar gaat bedrijfseconomisch ontslag niet naar het UWV maar naar de sectorale ontslagcommissie hbo bij Onderwijsgeschillen. Alle hogescholen zijn daarbij aangesloten. Voor po, vo en mbo bestaat zo’n sectorale commissie niet.

4. Wat de commissie van beroep nog wel en niet doet

Kort antwoord: bij de commissie van beroep kun je géén ontslag meer aanvechten. Dat is de grootste misvatting over ontslag in het onderwijs.

Vroeger was de commissie van beroep in het bijzonder onderwijs de plek waar je ontslag aanvocht, en aansluiting was een bekostigingsvoorwaarde. Dat is veranderd: de verplichte aansluiting verviel in 2015, en sinds de preventieve toetsing door UWV en kantonrechter spelen de commissies bij ontslag geen rol meer. De reglementen zeggen het inmiddels met zoveel woorden: beroep staat open tegen een disciplinaire maatregel met uitzondering van ontslag.

Waar de commissie van beroep wél over gaat: schorsing, disciplinaire maatregelen, het onthouden van promotie of salarisverhoging, overplaatsing, en de afwijzing van een verzoek om vermindering van je uren. De termijn is zes weken en de uitspraak is bindend voor beide partijen. Meer daarover bij Onderwijsgeschillen, dat deze commissies huisvest.

5. De transitievergoeding

Kort antwoord: een derde maandsalaris per gewerkt jaar, vanaf je eerste werkdag, met een maximum van 102.000 euro bruto in 2026.

De opbouw is sinds 2020 eenvoudig geworden. Je krijgt een derde bruto maandsalaris per vol dienstjaar, en over de resterende periode naar rato. Er is geen wachttijd meer: de opbouw begint op dag één. Er is ook geen hogere opbouw meer na tien dienstjaren, wat voor langdurig onderwijspersoneel een verslechtering was ten opzichte van de oude regeling.

Het maximum is per 1 januari 2026 102.000 euro bruto. Verdien je meer dan dat per jaar, dan geldt maximaal één bruto jaarsalaris.

Waar leraren geld laten liggen: het maandsalaris

De rekensom gaat niet over je kale maandsalaris. Meetellen: je bruto maandsalaris, de vakantietoeslag en een twaalfde van de vaste eindejaarsuitkering, plus vaste toeslagen zoals onregelmatigheidstoeslag en overwerkvergoeding. In het onderwijs is dat samen ruim zestien procent bovenop je maandsalaris, en dat werkt door in elk dienstjaar van de berekening. Reken dus niet met het bedrag op je loonstrook alleen.

Geen recht op de transitievergoeding heb je bij ontslag wegens ernstig verwijtbaar handelen van jouw kant, bij het bereiken van de AOW-leeftijd, bij faillissement van je werkgever, en als je zelf ontslag neemt. Op dat laatste bestaat een belangrijke uitzondering: neem je ontslag omdat je werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, dan houd je het recht wel.

6. De billijke vergoeding

Kort antwoord: een extra vergoeding bovenop de transitievergoeding, alleen als je werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Er zit geen formule en geen maximum aan.

Dit wordt in de rechtspraak het muizengaatje genoemd, omdat de lat hoog ligt. Je moet denken aan een werkgever die de arbeidsrelatie bewust op scherp heeft gezet, die de re-integratie ernstig heeft verwaarloosd, die grensoverschrijdend gedrag heeft laten lopen, of die heeft opgezegd zonder de vereiste toestemming. De rechter bepaalt de hoogte naar de omstandigheden van het geval.

7. De bovenwettelijke uitkering: het onderwijsgeheim

Kort antwoord: bovenop je WW kent elke onderwijssector een eigen aanvullende werkloosheidsregeling. Die moet je apart aanvragen, en wie dat vergeet laat veel geld liggen.

Dit is het onderdeel van dit artikel dat het meeste oplevert en het minst bekend is. Elke sector heeft de regeling in een bijlage bij de cao staan: in het po is dat de WOPO in bijlage XVI, in het vo de Wovo in bijlage 10, in het mbo de bovenwettelijke werkloosheidsregeling in bijlage G, en in het hbo de BWRHBO, een aparte regeling waarnaar de cao verwijst en die per 1 januari 2026 met 5 procent is geïndexeerd.

De opbouw is in alle sectoren hetzelfde en bestaat uit vier onderdelen.

  • De aanvulling op je WW. Je WW wordt aangevuld tot 75 procent van de berekeningsgrondslag gedurende de eerste zes maanden, en daarna tot 70 procent. Dat staat zo in de WOPO (artikel 4), in de Wovo en in bijlage G van de cao mbo.
  • De reparatie-uitkering. Die repareert de verkorting van de WW-duur uit 2016, zodat je terugkomt op de duur van het oude regime. Hoogte: 70 procent.
  • De aansluitende uitkering. Die loopt dóór nadat je WW is afgelopen. In het po is de duur voor de eerste 30 dienstjaren één maand per vol dienstjaar, daarna een halve maand per jaar, met een maximum van 34 maanden. Hoogte: 70 procent.
  • De extra aansluitende uitkering. De wachtgeldachtige regeling voor wie dicht bij zijn pensioen zit: die loopt door tot je AOW-leeftijd, tegen 65 procent.

Op dat laatste punt verschillen de sectoren, en dat verschil is groot genoeg om te onthouden. In het po heb je recht op de extra aansluitende uitkering bij ten minste 12 dienstjaren en 8 jaar of minder tot je AOW-leeftijd. In het vo en het mbo ligt die drempel op 15 dienstjaren en 10 jaar of minder tot je AOW.

Twee dingen die je moet weten over de praktijk. Ten eerste: de bovenwettelijke uitkering hangt aan je WW-recht. Krijg je geen WW, dan krijg je deze aanvulling ook niet, en dat maakt de formulering van een vaststellingsovereenkomst zo belangrijk. Ten tweede: in po en vo loopt de uitvoering via WWplus en vraag je de bovenwettelijke uitkering apart aan, naast je WW-aanvraag bij het UWV. Er is geen instantie die dat voor je doet. Zie ook de uitleg van de Rijksoverheid over de bovenwettelijke uitkering in het onderwijs.

En nog iets: de bovenwettelijke uitkering is géén vervanging van de transitievergoeding. Je hebt recht op allebei, mits je aan de voorwaarden van elk voldoet.

8. De vaststellingsovereenkomst

Kort antwoord: teken nooit meteen. Je hebt twee weken bedenktijd, en de formulering over verwijtbaarheid bepaalt of je WW krijgt.

Een vaststellingsovereenkomst is een beëindiging met wederzijds goedvinden. Er komt geen UWV en geen rechter aan te pas, en dat maakt hem populair bij werkgevers. Na ondertekening heb je veertien dagen om de overeenkomst zonder opgaaf van reden schriftelijk te ontbinden. Heeft je werkgever je niet op dat recht gewezen, dan wordt die termijn 21 dagen.

Waar het echt om draait, is wat er in de overeenkomst staat. Het UWV toetst bij je WW-aanvraag of je verwijtbaar werkloos bent. Is dat zo, dan krijg je geen WW, en daarmee ook geen bovenwettelijke uitkering. Voor iemand met veel onderwijsdienstjaren gaat dat om tienduizenden euro’s.

Waar ik naar zou kijken voordat ik teken

Je hoeft geen jurist te zijn om de gevaarlijke zinnen te herkennen. Deze punten bepalen samen of je je WW en je bovenwettelijke uitkering houdt.

  • Staat er dat het initiatief bij de werkgever lag? Dat is de kern. Een overeenkomst waarin staat dat jij wilde vertrekken, kost je je WW.
  • Staat er een neutrale reden, bijvoorbeeld bedrijfseconomische omstandigheden of een verschil van inzicht? Elke verwijzing naar disfunctioneren, verwijtbaarheid of een dringende reden is een probleem.
  • Is de opzegtermijn gerespecteerd? De einddatum moet minstens de fictieve opzegtermijn respecteren, anders begint je WW later dan je denkt.
  • Staat de transitievergoeding erin, en is die berekend inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering? Dat is geen detail: het scheelt ruim zestien procent.
  • Is er iets geregeld over je bovenwettelijke uitkering, outplacement of scholing? Dat is onderhandelbaar, zeker in het mbo en het vo, waar het schoolbestuur zelf meebetaalt aan de uitkeringslasten.
  • Laat de tekst vóór ondertekening lezen door je vakbond of een arbeidsrechtjurist. Ben je lid, dan zit dat in je lidmaatschap en kost het je niets.

Voel je haast? Dat is precies het moment om niet te tekenen. De bedenktermijn van twee weken bestaat omdat mensen onder druk tekenen.

9. Ontslag en ziekte

Kort antwoord: tijdens de eerste twee ziektejaren mag je werkgever de arbeidsovereenkomst niet opzeggen. Er zijn uitzonderingen, en de belangrijkste heb je zelf in de hand.

Het opzegverbod bij ziekte geldt de eerste twee jaar. Het geldt niet in de proeftijd, niet bij ontslag op staande voet wegens een dringende reden, niet bij bedrijfsbeëindiging, en niet meer na twee jaar arbeidsongeschiktheid, want dan opent de b-grond via het UWV. En het belet niet dat een tijdelijk contract gewoon van rechtswege afloopt: je werkgever hoeft alleen niet te verlengen.

De belangrijkste uitzondering is deze: weiger je zonder deugdelijke grond mee te werken aan je re-integratie, dan vervalt de bescherming. In de praktijk is dat de meest voorkomende valkuil. Wat er tijdens die twee jaar met je salaris gebeurt, staat in het artikel over ziek zijn in het onderwijs. Meer over de regels rond ontslag tijdens ziekte staat bij het UWV.

Twee dingen om te onthouden. Je houdt gewoon recht op de transitievergoeding als je ziek bent of bent geweest. En teken nooit een vaststellingsovereenkomst terwijl je ziek bent zonder juridisch advies: je verliest dan doorgaans je loondoorbetaling én je Ziektewetrecht.

10. Zes vragen die vaak terugkomen

Kan ik ontslagen worden omdat er te weinig leerlingen zijn?

Ja, dat is de a-grond: bedrijfseconomische redenen. Je werkgever moet daarvoor toestemming vragen aan het UWV (in het hbo aan de sectorale ontslagcommissie) en aantonen dat de arbeidsplaats echt vervalt en dat de volgorde van ontslag klopt.

Hoeveel transitievergoeding krijg ik na twaalf jaar in het onderwijs?

Een derde maandsalaris per dienstjaar, dus grofweg vier maandsalarissen. Reken daarbij met je maandsalaris inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering, want dat scheelt ruim zestien procent.

Kan ik naar de commissie van beroep als ik het niet eens ben met mijn ontslag?

Nee. Bij de commissie van beroep kun je sinds de invoering van de preventieve toetsing geen ontslag meer aanvechten. Wel schorsing, disciplinaire maatregelen, het onthouden van promotie en een afgewezen verzoek om urenvermindering. Voor ontslag is de rechter of het UWV de route.

Moet ik de bovenwettelijke uitkering zelf aanvragen?

Ja. In po en vo loopt dat via WWplus, apart van je WW-aanvraag bij het UWV. Er is geen instantie die het automatisch voor je regelt, en dat is precies waarom mensen het missen.

Is een vaststellingsovereenkomst slechter dan ontslag via de rechter?

Niet per se, en vaak is hij juist rustiger en sneller. Maar de bescherming die het UWV en de rechter bieden valt weg, dus alles hangt af van wat er in het document staat. Laat het lezen voordat je tekent.

Ik ben ziek en mijn werkgever wil van me af. Wat nu?

De eerste twee ziektejaren mag je niet worden opgezegd, maar blijf wel meewerken aan je re-integratie, want dat is de uitzondering die je zelf in de hand hebt. Ga niet in op een voorstel tot beëindiging zonder juridisch advies: je verliest dan doorgaans zowel je loondoorbetaling als je Ziektewetrecht.

11. Samenvatting

  • Ontslag kan alleen op een van de negen wettelijke gronden. De a- en b-grond lopen via het UWV, de rest via de kantonrechter. In het hbo gaat bedrijfseconomisch ontslag naar de sectorale ontslagcommissie.
  • Sinds 2020 geldt dit ook in het openbaar onderwijs: je hebt een gewone arbeidsovereenkomst, geen ambtelijke aanstelling.
  • Bij de commissie van beroep kun je géén ontslag meer aanvechten. Wel schorsing, disciplinaire maatregelen en het onthouden van promotie.
  • De transitievergoeding is een derde maandsalaris per dienstjaar vanaf dag één, met een maximum van 102.000 euro bruto in 2026. Reken met je maandsalaris inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering.
  • De billijke vergoeding komt er alleen bovenop bij ernstig verwijtbaar handelen van je werkgever.
  • Elke sector kent een bovenwettelijke werkloosheidsregeling: WOPO, Wovo, bijlage G en de BWRHBO. Aanvulling tot 75 procent en daarna 70 procent, plus een reparatie-uitkering, een aansluitende uitkering en, dicht bij je AOW, een extra aansluitende uitkering. Zelf aanvragen.
  • Bij een vaststellingsovereenkomst heb je twee weken bedenktijd. De formulering over verwijtbaarheid bepaalt of je WW en dus je bovenwettelijke uitkering krijgt.

Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?

“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een plek beantwoord door
collega’s en andere experts”

Lees ook

Bronnen

Dit artikel is gebaseerd op het Burgerlijk Wetboek, op de uitleg van de Rijksoverheid, het UWV en Onderwijsgeschillen, en op de tekst van de CAO PO 2025-2027, de CAO VO 2025/2027, de CAO MBO 2025-2026 en de CAO HBO 2026. Wetgeving, bedragen en cao-teksten veranderen; controleer bij twijfel de actuele tekst. Zit je in een ontslagsituatie, leg je zaak dan voor aan je vakbond of een arbeidsrechtjurist voordat je iets tekent. Advies en technische realisatie: Basten Berg, eenmeesterinleren.nl.