Pijler interactie: leerlingen leren het vak door erover te praten

Auteur: Roeland Harms
Gepubliceerd: [datum invullen bij publicatie]
Redacteur: Basten Berg
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.

Inhoudsopgave

  1. Waarom is interactie zo belangrijk?
  2. Zo lok je echte interactie uit
  3. Samenwerkend leren als motor voor taal
  4. Maak vak- en taaldoelen expliciet
  5. Interactieve taalsteun en pendelen tussen DAT en CAT
  6. Samenvatting

Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Dit is deel 6 van de reeks over taalgericht vakonderwijs, geschreven door gastauteur Roeland Harms. Veel leraren herkennen het: zonder dat je het merkt ben je in de les veel aan het woord. Uitleggen is nodig, maar het helpt leerlingen niet per se bij hun eigen taalontwikkeling. Zij moeten ook zelf over de leerstof spreken. Dit artikel gaat daarom over interactie.

Deze video is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.

Mijn naam is Roeland Harms. Ik ben lerarenopleider aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en aangesloten bij het Platform Taalgericht Vakonderwijs. Meer over mijn werk vind je op mijn LinkedIn-pagina.

Na het lezen van dit artikel weet je waarom interactie een essentiele pijler is, hoe je interactie uitlokt met samenwerkend leren, en hoe je als docent taalsteun en feedback geeft. Dit deel bouwt voort op de introductie, het deel over DAT en CAT en het deel over context.

Deze artikelenreeks hoort bij de kennisclips van het Platform Taalgericht Vakonderwijs. Op taalgerichtvakonderwijs.org vind je de volledige reeks video’s en meer verdieping.

Op de community voor leraren vind je informatie over de volledige reeks kennisclips en wissel je ervaringen uit met andere docenten.

Waarom is interactie zo belangrijk?

Leerlingen ontwikkelen nieuwe kennis over de leerstof door erover te praten. Zo oefenen ze met vaktaal en krijgen ze zicht op wat ze wel en nog niet begrijpen. Zonder interactie blijft taal passief; met interactie wordt taal een instrument om het vak te leren. Leg je bij wiskunde het begrip significantie uit of bij economie het begrip vermogen, dan helpt het om leerlingen die begrippen zelf te laten gebruiken in gesprek. Bovendien maakt interactie voor jou zichtbaar en hoorbaar wat leerlingen begrijpen en waar ondersteuning nodig is.

Zo lok je echte interactie uit

Interactie ontstaat niet door af en toe een vraag te stellen, maar door betekenisvolle uitwisseling tussen jou en de leerlingen en tussen leerlingen onderling. Dat vraagt om open, echte vragen en om ruimte voor denken en doorvragen. Bij natuurkunde: “Hoe zou de wereld eruitzien zonder zwaartekracht?” Bij economie: “Welke gevolgen heeft inflatie voor spaarders en voor mensen met schulden?” Niet het snelle juiste antwoord staat centraal, maar het denkproces.

Leerlingen hebben tijd nodig om hun gedachten onder woorden te brengen, zeker bij nieuwe vaktaal. Geef die denktijd, onderbreek niet te snel, luister actief en neem antwoorden serieus. Dat vergroot hun taalproductie en hun zelfvertrouwen.

Samenwerkend leren als motor voor taal

Een sterke manier om interactie te organiseren is samenwerkend leren. Door te overleggen, uitleg te geven en samen tot een resultaat te komen, gebruiken leerlingen taal functioneel. Kies opdrachten waarin praten noodzakelijk is om de taak te volbrengen, en zorg dat leerlingen individueel aanspreekbaar en wederzijds van elkaar afhankelijk zijn. Enkele beproefde werkvormen:

  • Denken-delen-uitwisselen: leerlingen denken eerst zelf na, bespreken daarna in tweetallen en wisselen ten slotte klassikaal uit.
  • De placemat-methode: in groepjes van vier schrijft elke leerling eerst eigen ideeen op, waarna de groep de belangrijkste in een gezamenlijk middenvak noteert.
  • De expertmethode: leerlingen verdiepen zich in een deelonderwerp en leren het daarna aan de rest van de klas.

Beantwoord vragen van individuele leerlingen niet meteen zelf; laat leerlingen elkaar eerst helpen. Zo leren ze actief luisteren, doorvragen en vaktaal gebruiken. Zorg wel voor individuele aanspreekbaarheid, zodat iedereen bijdraagt.

Maak vak- en taaldoelen expliciet

Maak bij samenwerkend leren altijd duidelijk wat het doel van de taak of het gesprek is: wat moeten leerlingen leren, begrijpen of kunnen verwoorden? Door de vak- en taaldoelen expliciet te maken, weten leerlingen waar ze in hun taalgebruik op moeten letten. Kom tijdens en na de activiteit op die doelen terug.

Interactieve taalsteun en pendelen tussen DAT en CAT

Bied taalsteun bij het formuleren, bijvoorbeeld met zinsstarters of voorbeeldvragen. Zo verlaag je de drempel om deel te nemen. Pendel in de interactie voortdurend tussen dagelijkse taal en vaktaal: sluit aan bij de woorden van leerlingen en help ze die stap voor stap om te zetten. Zegt een leerling over inflatie “alles wordt duurder en dat is gewoon niet goed”, vraag dan door: “Kun je dat preciezer maken? Werkt inflatie hetzelfde voor de koopkracht van spaargeld als voor de reele waarde van schulden?” Zo ontwikkelen leerlingen steeds rijkere vaktaal.

Samenvatting

Interactie is essentieel voor taalontwikkeling. Door leerlingen actief over vakinhoud te laten praten, verwerken ze de leerstof dieper en ontwikkelen ze hun vaktaal, terwijl jij ziet wat ze begrijpen. Effectieve interactie vraagt om open vragen, denktijd en samenwerkend leren, met expliciete vak- en taaldoelen en gerichte taalsteun. Pendel bewust tussen dagelijkse taal en vaktaal. In het volgende deel gaan we dieper in op de pijler taalsteun.

Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?

“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel beantwoord door
collega’s en andere experts”

Lees ook

Interne links naar nog niet gepubliceerde delen van deze reeks werken pas na publicatie.

Bronnen

Deze video’s en artikelen zijn ontwikkeld door opleiders vanuit het Platform Taalgericht Vakonderwijs: Ankie Bakker en Roeland Harms (Hogeschool Arnhem Nijmegen), Mirjam de Bruijne (Hogeschool Rotterdam), Cindy Kuiper (Hogeschool Utrecht) en Maaike Hajer. Advies en technische realisatie: Basten Berg, meesterinleren.nl.