Taaldoelen stellen in je vakles
Gebaseerd op: Mirjam de Bruijne
Gepubliceerd: [datum invullen bij publicatie]
Redacteur: Basten Berg
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.
Inhoudsopgave
- Wat zijn taaldoelen?
- Waarom expliciete taaldoelen stellen?
- Voorbeelden van taaldoelen
- De twee dimensies van een taaldoel
- Denkhandelingen: zoek de handelingswerkwoorden
- Hoe formuleer je taaldoelen voor jouw les?
- Samenvatting
Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Dit is deel 3 van de reeks over taalgericht vakonderwijs, geschreven door gastauteur Mirjam de Bruijne. Heb je wel eens stilgestaan bij alle taal die je in je vakles overdraagt, en bij de verwachtingen die je hebt van leerlingen tijdens een onderwijsleergesprek of bij het maken van opdrachten en toetsen? Of je nu geschiedenis, economie of wiskunde geeft: waarschijnlijk stel je, bewust of onbewust, voortdurend taaldoelen.
Deze video is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.
Mijn naam is Mirjam de Bruijne. Ik ben lerarenopleider aan de Hogeschool Rotterdam bij de masteropleiding Taalbewust Leren en lid van het Platform Taalgericht Vakonderwijs. Meer over mijn werk vind je op mijn LinkedIn-pagina.
Na het lezen van dit artikel weet je wat taaldoelen zijn, waarom het belangrijk is ze op te stellen, en hoe je goede taaldoelen formuleert of achterhaalt welke er al verborgen in je les zitten. Dit deel bouwt voort op de introductie en op het deel over DAT en CAT.
Deze artikelenreeks hoort bij de kennisclips van het Platform Taalgericht Vakonderwijs. Op taalgerichtvakonderwijs.org vind je de volledige reeks video’s en meer verdieping.
Op de community voor leraren vind je informatie over de volledige reeks kennisclips en wissel je ervaringen uit met andere docenten.
Wat zijn taaldoelen?
Taaldoelen zijn talige vakleerdoelen: leer- en lesdoelen die aangeven welke taal leerlingen nodig hebben. Ze gaan over drie dingen. Ten eerste de lessen kunnen volgen en de vakinhoud begrijpen: teksten en een vakhandboek lezen, weten wat instructies en opdrachten bedoelen, en de belangrijke vaktermen kennen. Ten tweede hun kennis correct kunnen verwoorden, bijvoorbeeld in toetsen, op stage of bij het uitleggen van hun aanpak. Ten derde de talige taken kunnen uitvoeren die typerend zijn voor het vak, zoals het verloop van een grafiek beschrijven of waarnemingen in een practicum noteren.
Taaldoelen kennen verschillende vormen. De kleinste en bekendste zijn doelwoorden: de kernbegrippen en vaktermen die leerlingen moeten kennen. Maar woorden gebruik je zelden los; we lezen, spreken en schrijven in zinnen en teksten, waarin vaak belangrijke verbanden zitten (hoe verloopt een proces, wat zijn oorzaken en gevolgen). Die verbanden druk je uit met algemene schooltaal, zoals doordat, waardoor, gedurende of de werking van. Ook die algemene schooltaal hoort bij je taaldoelen.
Waarom expliciete taaldoelen stellen?
Taaldoelen zijn belangrijk voor jou als docent en voor je leerlingen. Voor jou vormen ze een kader om gericht te letten op het taalgebruik van leerlingen: wat kunnen ze al benoemen of uitleggen, en wat nog niet? Op basis daarvan verzamel je voorbeeldmateriaal, ontwerp je opdrachten die het gewenste taalgebruik uitlokken, en bied je taalsteun door goed taalgebruik te modelen of antwoorden te laten herformuleren.
- Voor leraren: het helpt bij het plannen van taalleeractiviteiten en taalsteun, en bij het geven van feedback op taalgebruik tijdens de les en bij het nakijken.
- Voor leerlingen: ze worden zich bewust van de talige eisen, weten dat ook de vorm telt, en worden eerlijker getoetst omdat ze vooraf weten wat er van hun formulering wordt verwacht.
De grootste winst zijn betere prestaties: door gericht aan taaldoelen te werken, doorgronden leerlingen de leerstof beter en kunnen ze die adequater onder woorden brengen. Dat is pas echt win-win.
Voorbeelden van taaldoelen
Bij een verkoopgesprek is het taaldoel meteen duidelijk. Bij andere vakken zitten de taaldoelen vaak verweven met de kennisdoelen. Neem een wiskundeles over statistiek, waarin leerlingen vaktermen als data, frequentie en staafdiagram leren. Daarmee gaan ze iets doen: gegevens vergelijken, conclusies trekken en die met anderen bespreken. Een taaldoel kan dan luiden: “Je leert data uit een onderzoek te verwerken en analyseren, je kunt uitleggen welke diagrammen en tabellen daarbij geschikt zijn, en je kunt de resultaten deskundig presenteren.”
Een tweede voorbeeld komt uit gymnastiek. Rond honkbal leren leerlingen niet alleen technieken uitvoeren; je wilt ook dat ze in taal kunnen uitleggen hoe een vang- of werptechniek werkt, welke vangpositie gunstig is, en dat ze een spelanalyse onder woorden brengen. Ook hier gaat het om losse vaktermen en om het verwoorden van processen op een manier die bij het vak past.
De twee dimensies van een taaldoel
Deze voorbeelden laten zien dat een taaldoel meestal twee dimensies heeft: kennis opdoen van vakwoorden en begrippen, en goed vakmatig redeneren en handelen. Naast het benoemen van doelwoorden geef je in je taaldoel dus ook aan wat leerlingen met die begrippen moeten kunnen doen, tijdens of aan het eind van de les.
Denkhandelingen: zoek de handelingswerkwoorden
Dingen doen in taal gaat vaak over cognitieve handelingen of denkactiviteiten, zoals beschrijven, classificeren en ordenen, oorzakelijke verbanden leggen en verklaren, en evalueren. Zoek in je vakleerdoelen naar zulke handelingswerkwoorden; zo kom je de talige doelen op het spoor.
Voor een geschiedenisles kan een doel zijn: “Je leert verklaren en beschrijven hoe het christendom door de islam werd verdrongen rond de val van Constantinopel.” Een breder taaldoel daarbij is: “Je leert beschrijven hoe een historisch fenomeen zich in de tijd verspreidt.” Daarvoor moet de leerling de chronologische ordening doorzien en uitdrukken met verbindingswoorden als allereerst, vervolgens en sindsdien, en proceswoorden als toenemen of plaatsvinden kennen. Ook die verbindings- en proceswoorden horen dus bij je taaldoelen.
Hoe formuleer je taaldoelen voor jouw les?
Het denken over taaldoelen begint bovenaan de taaltrap, bij de school- en vaktaal die je aan het eind van een lessenserie wilt horen of lezen. Kijk daarbij naar drie dingen: de formulering van de vakleerdoelen in je lesmateriaal (welke taal en denkhandelingen noemen die al?), de authentieke toepassingscontext waarin leerlingen de kennis nodig hebben, en de toetsing (in welke vorm of met welk product moeten ze hun kennis bewijzen?).
- Tip 1: bekijk leerlingwerk uit eerdere jaren. Hoe formuleren leerlingen nu, en waar komen ze dus vandaan?
- Tip 2: noteer concrete zinnen die je zou willen terugzien op een toets, en formuleer daarop je taaldoelen. Van welke antwoorden zou je blij worden, en welke zijn ontoereikend?
Wil je dat leerlingen bepaalde dingen doen in taal of correct formuleren, dan moet je je taaldoelen expliciteren. Dan kun je activiteiten plannen waarin de vaktaal logisch aan bod komt, en leerlingen tijdens de les feedback geven op hun taalgebruik.
Samenvatting
Taaldoelen zijn talige vakleerdoelen: welke taal hebben leerlingen nodig om de les te volgen, hun kennis te verwoorden en vaktypische taaltaken uit te voeren? Ze bestaan uit vakwoorden en uit algemene schooltaal om verbanden uit te drukken, en hebben twee dimensies: kennis van begrippen en vakmatig redeneren en handelen. Door je taaldoelen expliciet te maken, plan je gerichte taalsteun, geef je eerlijker feedback en behalen leerlingen betere prestaties. In het volgende deel gaan we dieper in op het werken aan woordenschat in de les.
Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?
“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel beantwoord door
collega’s en andere experts”
Lees ook
- Taalgericht vakonderwijs: een introductie (deel 1)
- DAT en CAT: van dagelijkse taal naar schooltaal (deel 2)
- Bekijk de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.
Interne links naar nog niet gepubliceerde delen van deze reeks werken pas na publicatie.
Bronnen
- Hajer, M. & Meestringa, T. (2026). Handboek taalgericht vakonderwijs (5e editie). Amsterdam: Boom.
- SLO. Publicatie en format voor het formuleren van taaldoelen. slo.nl
- Platform Taalgericht Vakonderwijs. taalgerichtvakonderwijs.org
Deze video’s en artikelen zijn ontwikkeld door opleiders vanuit het Platform Taalgericht Vakonderwijs: Ankie Bakker en Roeland Harms (Hogeschool Arnhem Nijmegen), Mirjam de Bruijne (Hogeschool Rotterdam), Cindy Kuiper (Hogeschool Utrecht) en Maaike Hajer. Advies en technische realisatie: Basten Berg, meesterinleren.nl.