Taalgericht vakonderwijs: een introductie

Auteur: Maaike Hajer
Gepubliceerd: [datum invullen bij publicatie]
Redacteur: Basten Berg
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.

Inhoudsopgave

  1. Wat is taalgericht vakonderwijs?
  2. Waarom is taal de sleutel in elk vak?
  3. De drie pijlers van taalgericht vakonderwijs
    1. Pijler 1: Context
    2. Pijler 2: Interactie
    3. Pijler 3: Taalsteun
  4. Hoe voorkom je een neerwaartse spiraal?
  5. Van dagelijkse taal (DAT) naar schooltaal (CAT): de taaltrap
  6. Zo pak je het aan in de klas
  7. Samenvatting

Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Dit artikel is het eerste deel van de reeks over taalgericht vakonderwijs, geschreven door gastauteur Maaike Hajer. Taal is de bouwsteen van ons denken: in elk vak, bij elk onderwerp gebruik je als leraar taal als instructiemiddel. Taalgerichte vakdidactiek geeft je handvatten om daar bewuste, goede keuzes in te maken.

Deze video is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.

Mijn naam is Maaike Hajer. Ik was lector aan de Hogeschool Utrecht en schreef samen met Theun Meestringa het Handboek Taalgericht Vakonderwijs. Al jaren zet ik me in voor onderwijs waarin vakleren en taalleren hand in hand gaan. Meer over mijn werk vind je op mijn LinkedIn-pagina.

Na het lezen van dit artikel weet je waarom het zo belangrijk is om taalgericht te werken binnen je eigen vak. Je kent de definitie van taalgericht vakonderwijs en je herkent de drie pijlers van deze didactiek: context, interactie en taalsteun. Dit deel vormt de introductie op de hele reeks; in de volgende delen gaan we per onderdeel de diepte in.

Deze artikelenreeks hoort bij de kennisclips van het Platform Taalgericht Vakonderwijs. Op taalgerichtvakonderwijs.org vind je de volledige reeks video’s en meer verdieping over taalgericht werken in je vak.

Op de community voor leraren vind je informatie over de volledige reeks kennisclips en wissel je ervaringen uit met andere docenten die taalgericht werken.

Wat is taalgericht vakonderwijs?

Taalgericht vakonderwijs is vakonderwijs waarin de taalontwikkeling van leerlingen expliciet aandacht krijgt. Je werkt aan de vaktaal die leerlingen nodig hebben vanuit rijke contexten, met veel gelegenheid tot interactie (praten en schrijven) en met gerichte taalsteun. Het doel is niet taal om de taal, maar betere resultaten in je eigen vak.

In het handboek wordt het zo omschreven: taalgericht vakonderwijs is vakonderwijs waarin relevante vaktaal expliciet als doel wordt geformuleerd. Vakdoelen en vaktaaldoelen worden samen ontwikkeld, in onderwijs dat gerichte taalsteun biedt, vol interactiemogelijkheden zit en contextrijk is.

Waarom is taal de sleutel in elk vak?

Omdat elk vak zijn eigen taal heeft, en zonder die taal komen leerlingen niet verder. Je denkt misschien: “Ik geef geen Nederlands, maar wiskunde, taal leren ze wel in de talenles.” Maar de taal van wiskunde is net zo cruciaal. Denk aan woorden als worteltrekken, hypotenusa of exponentieel, en aan alle taal die je nodig hebt om zulke vakbegrippen uit te leggen.

Als je die taal te simpel maakt of vaktaal vermijdt, ontstaat er een kloof in plaats van een brug tussen de dagelijkse taal van leerlingen en de vaktaal. En als leerlingen die school- en vaktaal niet meekrijgen, kunnen ze op termijn niet verder in je vak. Jij bent de expert en helpt ze groeien: reik ze dus de hand. Dit geldt voor elk vak, de ontwikkeling van vaktaal is de sleutel tot succes en groei.

Bedenk daarom bij elk lesthema: welke taal hebben leerlingen hier nodig? Wat zou ik ze straks willen horen uitleggen, vergelijken of verklaren? Zo maak je de taaldoelen in je les zichtbaar. Nu zijn ze vaak nog verstopt en impliciet.

De drie pijlers van taalgericht vakonderwijs

Taalgericht vakonderwijs rust op drie pijlers waarmee je taaldoelen in je lesopzet verweeft: context, interactie en taalsteun. Over elke pijler verschijnt in deze reeks een eigen, uitgebreider deel.

Pijler 1: Context

Nieuwe kennis moet aansluiten bij wat een leerling al weet en bij de taal die hij daarvoor al beschikbaar heeft. In een aardrijkskundeles kunnen bijvoorbeeld de abstracte begrippen ‘waterbeheer’ en ‘wateroverlast’ voorkomen. Maar kennen leerlingen die concepten al? Waarschijnlijk hebben ze wel eens te maken gehad met te veel nattigheid na zware regenval. Die link met de leerstof help je ze leggen: laat foto’s zien van ondergelopen straten, van dijken en waterkeringen, en lok uit dat leerlingen over hun eigen ervaringen vertellen. Aan die voorkennis kun je vervolgens nieuwe begrippen ophangen: “Dit noemen we samen waterbeheer.” Zo bouw je vanuit concrete contexten abstracte begrippen op.

Pijler 2: Interactie

Om zich begrippen en inzichten eigen te maken, moeten leerlingen taal actief gebruiken door te praten en te schrijven. Begrippen leer je namelijk niet alleen door te luisteren en te lezen, maar al pratend en denkend. Dat kan klassikaal, maar vooral in kleinere groepjes via samenwerkingsvormen zoals denken-delen-uitwisselen, of opdrachten waarbij leerlingen in tweetallen samen een antwoord formuleren of een begrip aan elkaar uitleggen. Door met elkaar over de vakinhoud te praten, denken ze hardop, en daar kun jij als leraar op aansluiten met de nieuwe taal die hen verder helpt. Een placemat kan zo’n gesprek mooi structureren. Meer over deze aanpak lees je bij activerende didactiek op dit platform.

Pijler 3: Taalsteun

Taalsteun is een breed begrip: het staat voor alle hulp waarmee leerlingen nieuwe vaktaal leren begrijpen en zelf gaan gebruiken. Zie het als een tijdelijke steiger die hen op een hoger taal- en denkniveau helpt werken en formuleren. Lezen leerlingen bijvoorbeeld over verschillende waterproblemen, dan kan een venndiagram helpen om overeenkomsten en verschillen tussen rijke en arme landen uiteen te rafelen. Noteren ze die verschillen daarna, dan biedt een schrijfkader een kant-en-klare tekststructuur om verder te komen dan losse zinnen. En feedback op hun taal helpt leerlingen om steeds beter te formuleren zoals bij het vak past.

Hoe voorkom je een neerwaartse spiraal?

Door vaktaal niet te vermijden, maar leerlingen er stap voor stap in mee te nemen. “Kan die schoolboektaal niet gewoon wat simpeler?” denk je misschien: wat minder moeilijke woorden, wat minder teksten, en die vervangen door leuke video’s. Maar pas op: wanneer we taal te veel versimpelen of vaktaal uit de weg gaan, belanden we in een gevaarlijke neerwaartse spiraal. Op de lange termijn leren leerlingen dan niet meer om zelf teksten te begrijpen of kennis goed onder woorden te brengen. Ze missen cruciale begrippen en raken zo steeds verder achterop, terwijl dat niet nodig is.

Taalgericht vakonderwijs is juist de sleutel tot een opwaartse spiraal. Door leerlingen het taalgebruik van je vak stap voor stap binnen te leiden, gekoppeld aan kennis en vaardigheden, geef je ze de instrumenten om zelf na te denken. Vaktaal wordt zo geen drempel, maar een denkinstrument.

Van dagelijkse taal (DAT) naar schooltaal (CAT): de taaltrap

Taal en leren zijn onlosmakelijk verbonden. Vanuit dat inzicht help je leerlingen de taaltrap op: van dagelijkse algemene taal (DAT) naar cognitief-academische taal (CAT), oftewel school- en vaktaal. Je reikt ze de hand en werkt vanuit context, interactie en taalsteun, op een manier die past bij jouw vak: van geschiedenis tot houtbewerken.

Dat verschil in taalgebruik is mooi te zien in het kwadrant van Cummins. Dagelijkse taal is concreet en leunt sterk op de context (“Wat eten we?”). School- en vaktaal is abstracter en cognitief veeleisender, met minder steun uit de context (“Verteringsprocessen vinden plaats in organen…”). Als leraar help je leerlingen om stap voor stap van links-onder naar rechts-boven te bewegen: van alledaagse woorden als eten en kauwen, via schooltaal als functie en proces, naar echte vaktaal als voedingsstelsel en speeksel.

Zo pak je het aan in de klas

Taalgericht werken hoeft geen extra vak te zijn naast je eigen vak: het zit in de keuzes die je toch al maakt. Een concreet voorbeeld uit de aardrijkskundeles laat zien hoe de drie pijlers samenkomen.

  • Context: je start met foto’s van ondergelopen straten en dijken en laat leerlingen vertellen over hun eigen ervaringen met wateroverlast. Vanuit die voorkennis introduceer je het begrip ‘waterbeheer’.
  • Interactie: in tweetallen leggen leerlingen elkaar uit wat waterbeheer inhoudt, bijvoorbeeld met denken-delen-uitwisselen of een placemat, zodat ze de nieuwe taal actief gebruiken.
  • Taalsteun: bij het lezen over waterproblemen in rijke en arme landen geef je een venndiagram om verschillen te ordenen, en een schrijfkader om hun bevindingen in hele teksten op te schrijven.

Juist wanneer de taalverschillen in een klas groot zijn, bijvoorbeeld in een meertalige groep, ondersteunt taalgerichte vakdidactiek je werk. Combineer het gerust met differentiëren, zodat je aansluit bij wat elke leerling nodig heeft.

Samenvatting

Taalgericht vakonderwijs is vakonderwijs met expliciete taaldoelen: contextrijk, met veel gelegenheid tot interactie en met gerichte taalsteun. Zo geef je leerlingen de sleutel tot succes in jouw vak. Je helpt ze de taaltrap op, van dagelijkse taal naar schooltaal en vaktaal, en voorkomt daarmee de neerwaartse spiraal van versimpeling. Juist bij grote taalverschillen in de klas is deze aanpak waardevol. In de volgende delen van deze reeks werken we de drie pijlers, context, interactie en taalsteun, verder uit. Deze reeks is een inleiding op het Handboek Taalgericht Vakonderwijs; de volledige reeks video’s vind je op taalgerichtvakonderwijs.org.

Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?

“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel beantwoord door
collega’s en andere experts”

Lees ook

De overige delen van de reeks Taalgericht vakonderwijs (deel 2 tot en met 9) verschijnen binnenkort; zodra ze online staan, komen ze hier als reekslijst te staan.

Bronnen

Deze video’s en artikelen zijn ontwikkeld door opleiders vanuit het Platform Taalgericht Vakonderwijs: Ankie Bakker en Roeland Harms (Hogeschool Arnhem Nijmegen), Mirjam de Bruijne (Hogeschool Rotterdam), Cindy Kuiper (Hogeschool Utrecht) en Maaike Hajer. Advies en technische realisatie: Basten Berg, meesterinleren.nl.

Werk je in het onderwijs en wil je meeschrijven of feedback geven op de artikelen in deze reeks? Mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl.