Woordenschat in de vakles: de basis van taalvaardigheid en leren
Auteur: Ankie Bakker
Gepubliceerd: [datum invullen bij publicatie]
Redacteur: Basten Berg
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.
Inhoudsopgave
- Waarom aandacht voor woordenschat in de vakles?
- Om welke woorden gaat het?
- Hoe worden woorden onthouden?
- Zo besteed je effectief aandacht aan woorden
- Zes didactische adviezen
- Samenvatting
Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Dit is deel 4 van de reeks over taalgericht vakonderwijs, geschreven door gastauteur Ankie Bakker. Leerlingen komen in alle vakken woorden tegen die ze niet kennen. Hoe ga jij daarmee om? Dit artikel gaat over woordenschat als basis van taalvaardigheid en leren, want zonder woorden kun je niet lezen en schrijven, en wordt het moeilijk om kennis uit te breiden.
Deze video is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.
Mijn naam is Ankie Bakker. Ik ben lerarenopleider Nederlands aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en lid van het Platform Taalgericht Vakonderwijs. Meer over mijn werk vind je op mijn LinkedIn-pagina.
Na het lezen van dit artikel weet je hoe je op een natuurlijke manier belangrijke woorden aan bod laat komen in de vakles, door de pijlers van taalgericht vakonderwijs toe te passen. Dit deel bouwt voort op de introductie, het deel over DAT en CAT en het deel over taaldoelen.
Deze artikelenreeks hoort bij de kennisclips van het Platform Taalgericht Vakonderwijs. Op taalgerichtvakonderwijs.org vind je de volledige reeks video’s en meer verdieping.
Op de community voor leraren vind je informatie over de volledige reeks kennisclips en wissel je ervaringen uit met andere docenten.
Waarom aandacht voor woordenschat in de vakles?
Leerlingen hebben woorden nodig om nieuwe kennis te begrijpen, te onthouden en toe te passen. Leerlingen met een grote woordenschat hebben minder moeite met teksten en leren er zelf gemakkelijker nieuwe woorden bij. Als leraar maak je de vakinhoud toegankelijk en breid je tegelijk de woordenschat uit, door aandacht te besteden aan onbekende en belangrijke woorden.
Om welke woorden gaat het?
Naast alledaagse woorden komen in de vakles vooral school- en vaktaalwoorden voor. Vaktaalwoorden zijn specifiek voor een vakgebied, zoals ciseleren (consumptief), ampere (natuurkunde), fotosynthese (biologie) of publieke sector (economie). Vaak vormen enkele vaktaalwoorden de kern van een thema of hoofdstuk. Schooltaalwoorden zijn abstracte, formele woorden die in veel vakken voorkomen, zoals eigenschappen, kenmerken, opsomming en rubriceren. Ook functiewoorden horen erbij: daarentegen, ten gevolge van, bovendien, kortom. Die geven structuur en verbanden aan; ze vormen de lijm in teksten. Beide soorten verdienen je aandacht.
Hoe worden woorden onthouden?
Onze woordenschat is in het brein niet alfabetisch geordend zoals in een woordenboek, maar opgeslagen in een netwerk met veel onderlinge relaties: het mentale lexicon. Hoe meer relaties je legt, hoe steviger dat netwerk wordt. Verbind nieuwe woorden daarom altijd aan woorden die leerlingen al kennen.
Zo besteed je effectief aandacht aan woorden
Effectieve woordenschatdidactiek verloopt in een aantal stappen. Kies eerst bewust de woorden waar je op ingaat: een vakles is geen woordenschatles, dus kies woorden die de kern van het thema weergeven en logisch samenhangen. Rond een vulkaanuitbarsting kies je bijvoorbeeld: de korst, de druk, oplopen tot, magma, lava, stromen, de schade en ontstaan.
Betrek leerlingen daarna actief bij het bespreken, bijvoorbeeld met een woordspin, zodat je merkt wat ze al weten en ze meedenken over de betekenis. Maak de vakinhoud toegankelijk in een rijke, betekenisvolle context. Bij natuurkunde laat je twee leerlingen een zwaar voorwerp optillen, de een sneller dan de ander, en je zegt: “Reza heeft een groter vermogen dan Enzo. Vermogen is dus de mogelijkheid om snel arbeid te verrichten.” Zo koppel je het kernwoord aan een ervaring en aan andere begrippen.
Maak vervolgens de stap van concreet naar abstract, naar de taal van het vak: “Vermogen is de hoeveelheid opgewekte of verbruikte energie in een bepaalde tijd.” Die schoolse taal hebben leerlingen nodig om de leerstof zelfstandig te verwerken.
Laat leerlingen de woorden ten slotte zelf gebruiken bij spreken en schrijven. Voer gesprekken waarin je vaktaal uitlokt (“Hoe zeg je dat in vaktaal? Weet je daar nog een ander woord voor?”) en laat ze in duo’s of groepjes samenwerken, bijvoorbeeld met denken-delen-uitwisselen. Stimuleer eigenaarschap met een woorddossier waarin leerlingen zelf omschrijvingen, illustraties, voorbeeldzinnen en (voor meertalige leerlingen) de vertaling in hun eerste taal noteren. Deze aanpak sluit aan bij de woordenschatdidactiek van Verhallen: voorbewerken, semantiseren, consolideren en controleren.
Zes didactische adviezen
- Kies bij een thema zowel vak- als schooltaalwoorden die logisch samenhangen.
- Gebruik alledaagse, herkenbare contexten.
- Maak de stap naar de gewenste vaktaal.
- Betrek leerlingen actief bij het bespreken van de woorden.
- Laat ze de woorden gebruiken bij spreken en schrijven.
- Stimuleer eigenaarschap met een woorddossier.
Samenvatting
Woordenschat is de basis van taalvaardigheid en leren. In de vakles gaat het vooral om vaktaal- en schooltaalwoorden, die leerlingen het beste onthouden wanneer ze die verbinden met wat ze al weten. Je ondersteunt dat door woorden bewust te kiezen, ze in een rijke context aan te bieden, de stap naar vaktaal te maken, interactie te stimuleren en eigenaarschap te bevorderen met een woorddossier. In het volgende deel gaan we dieper in op de pijler context.
Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?
“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel beantwoord door
collega’s en andere experts”
Lees ook
- Taalgericht vakonderwijs: een introductie (deel 1)
- Taaldoelen stellen in je vakles (deel 3)
- Bekijk de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.
Interne links naar nog niet gepubliceerde delen van deze reeks werken pas na publicatie.
Bronnen
- Hajer, M. & Meestringa, T. (2026). Handboek taalgericht vakonderwijs (5e editie). Amsterdam: Boom.
- Verhallen, M. Viertakt woordenschatdidactiek: voorbewerken, semantiseren, consolideren en controleren.
- Platform Taalgericht Vakonderwijs. taalgerichtvakonderwijs.org
Deze video’s en artikelen zijn ontwikkeld door opleiders vanuit het Platform Taalgericht Vakonderwijs: Ankie Bakker en Roeland Harms (Hogeschool Arnhem Nijmegen), Mirjam de Bruijne (Hogeschool Rotterdam), Cindy Kuiper (Hogeschool Utrecht) en Maaike Hajer. Advies en technische realisatie: Basten Berg, meesterinleren.nl.