Ticstoornissen en Tourette: herkennen en ondersteunen in de klas

Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 25 juli 2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.

Inhoudsopgave

  1. Wat is een ticstoornis en Tourette?
  2. De vier soorten ticstoornis
  3. Hoe zie je het in de klas?
  4. Wat wél helpt: accepteren, stimuleren, compenseren en dispenseren
  5. Wat je beter niet doet
  6. Samenvatting

Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl, dé plek voor leraren die zich willen blijven ontwikkelen. In dit artikel lees je wat een ticstoornis en het syndroom van Gilles de la Tourette zijn, hoe je ze herkent in de klas en vooral: wat wél en niet helpt in je omgang met deze leerlingen.

Deze video is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.

Na het lezen van dit artikel ken je de definitie van een ticstoornis en je rol als docent, weet je hoe je een ticstoornis herkent in de klas, en weet je wat je wel en niet doet met deze leerlingen in de praktijk.

Ik ben Basten, oud-docent biologie en onderwijskundige met bijna twintig jaar ervaring in het onderwijs. Eerst als vmbo-docent in projectgestuurd onderwijs en probleemklassen, later als lerarenopleider in het hbo, waar ik meer dan 2000 docenten begeleidde bij hun start voor de klas.

Op de community voor leraren staat een gratis cursus met alle video’s over passend onderwijs en SEN. Je vindt er meer bruikbare theorie én een groep gelijkgestemde collega’s om samen mee te leren.

Wat is een ticstoornis en Tourette?

Een tic is een plotselinge, snelle, herhaalde en niet-ritmische beweging of klank; bij het syndroom van Gilles de la Tourette zijn er meerdere motorische tics én minstens één vocale tic.

Een motorische tic is een beweging, zoals schoppen, met de armen trekken of de buik intrekken. Een vocale tic is een klank, zoals piepen, brommen of soms hele woorden. In de DSM-5 (het classificatiehandboek voor psychische stoornissen) vallen ticstoornissen onder de neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. Als leraar stel je nooit zelf de diagnose, maar je hebt een belangrijke rol in het signaleren en ondersteunen.

De vier soorten ticstoornis

Er zijn vier vormen, afhankelijk van hoe lang de tics duren en of ze motorisch, vocaal of beide zijn.

  • Voorlopige ticstoornis: de tics zijn nog geen jaar aanwezig.
  • Gilles de la Tourette: chronisch (langer dan een jaar), met zowel motorische als vocale tics.
  • Chronische motorische ticstoornis: alleen motorische tics.
  • Chronische vocale ticstoornis: alleen vocale tics.

De tics beginnen voor het achttiende jaar, vaak al voor het tiende, en de frequentie kan sterk wisselen.

Hoe zie je het in de klas?

De last verschilt sterk per leerling; tics raken vaak het handschrift, het tempo en de concentratie, en nemen toe bij stress en verandering.

Een ticstoornis gaat meestal samen met een andere stoornis; dat heet comorbiditeit. Vaak gaat het om ADHD of dwang (OCS), en om angst en somberheid, deels als gevolg van de last van de tics zelf. Ook slaap-, lees- en schrijfproblemen komen vaker voor.

Sommige leerlingen houden hun tics op school juist in en hebben er thuis meer last van; bij anderen is het omgekeerd. Tics kunnen het handschrift en het schrijftempo raken en het leerproces telkens onderbreken (denk aan lezen met oogknipper- of hoofdschudtics). Ze leiden tot vermoeidheid, wat de tics weer verergert. Belangrijk: veranderingen en afwijkingen van het schema, zoals vakanties, een schoolreisje of een nieuwe docent, geven vaak een tijdelijke toename. Structuur van buitenaf is voor deze leerlingen houvast.

Wat wél helpt: accepteren, stimuleren, compenseren en dispenseren

Structuur, rust en begrip helpen het meest, samen met compenseren en dispenseren.

  • Accepteer het probleem en toon begrip. Leg, in overleg met de leerling en ouders, in de klas uit wat er speelt, of laat de leerling er zelf iets over vertellen.
  • Stimuleer en begeleid: geef een plek vooraan en aan de zijkant (minder afleiding, minder hinder voor anderen), bied de stof in korte, duidelijke blokken, geef één opdracht tegelijk en houd pesten in de gaten.
  • Zorg voor voorspelbaarheid: vaste routines geven houvast; kondig veranderingen op tijd aan. Spreek eventueel een vaste plek buiten de klas af waar de leerling even naartoe kan bij veel tics.
  • Compenseer: sta hulpmiddelen toe, geef geen strafwerk voor het handschrift en laat opdrachten eventueel op de computer maken.
  • Dispenseer: tel slordigheidsfouten niet mee, laat minder oefeningen maken als de stof begrepen is en geef meer tijd bij toetsen wanneer het tempo een probleem is.

Voorbeeld uit de klas: een leerling met Tourette bleef na de les hangen voor het schoolreisje. In een paar minuten liep ik met hem het verloop van de dag door: de bus, de groepjes, de opdracht met tijd om zelf rond te lopen, en het verzamelmoment. Hij slaakte een zucht van opluchting en bedankte me meermaals. De dag zelf kon hij met veel minder tics onbezorgd mee. Een paar minuten aandacht en de juiste structuur maakten het verschil.

Wat je beter niet doet

Tics bestraffen of de leerling dwingen ze te onderdrukken werkt averechts en verhoogt juist de spanning.

  • Strafwerk geven voor het handschrift of voor slordigheid die uit de tics voortkomt.
  • Tics benoemen of bestraffen alsof het opzet is.
  • Onverwachte veranderingen doorvoeren zonder aankondiging.
  • Het werktempo afrekenen of onder tijdsdruk zetten.
  • De leerling dwingen de tics te onderdrukken; dat kost energie en verergert ze vaak.
  • Pestgedrag laten lopen; deze leerlingen trekken zelf vaak niet aan de bel.
Schema: wat helpt wél en wat je beter niet doet bij een leerling met tics of Tourette in de klas
In één oogopslag: wat helpt wél en wat je beter laat bij een leerling met tics of Tourette in de klas.

Samenvatting

Een tic is een plotselinge, herhaalde beweging of klank. Bij Gilles de la Tourette zijn er meerdere motorische tics én minstens één vocale tic; daarnaast bestaan de voorlopige ticstoornis en de chronische motorische of vocale ticstoornis. Ticstoornissen gaan vaak samen met ADHD, dwang, angst of somberheid. In de klas raken tics het handschrift, tempo en de concentratie, en veranderingen of stress verergeren ze. Als leraar stel je geen diagnose, maar je signaleert en ondersteunt. Wat helpt: structuur en voorspelbaarheid, een goede plek, begrip, compenseren met hulpmiddelen en dispenseren van eisen. Vermijd strafwerk voor het handschrift, tics als opzet behandelen, onaangekondigde veranderingen en tijdsdruk.

Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?

“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel beantwoord door
collega’s en andere experts”

Lees ook

Bekijk ook de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.

Bronnen