ADHD: herkennen en ondersteunen in de klas
Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 25 juli 2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.
Inhoudsopgave
- Wat is ADHD?
- De drie beelden van ADHD
- Hoe herken je ADHD in de klas?
- Wat je beter niet doet
- Wat wél helpt in de klas
- Comorbiditeit: ADHD komt vaak niet alleen
- Samenvatting
Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl, dé plek voor leraren die zich willen blijven ontwikkelen. In dit artikel lees je wat ADHD is, hoe je het herkent in de klas en vooral: wat wél en niet helpt in je omgang met deze leerlingen.
Deze video is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.
Na het lezen van dit artikel ken je de definitie van ADHD en je rol als docent, weet je hoe je ADHD herkent in de klas, en weet je wat je wel en niet doet met deze leerlingen in de praktijk.
Ik ben Basten, oud-docent biologie en onderwijskundige met bijna twintig jaar ervaring in het onderwijs. Eerst als vmbo-docent in projectgestuurd onderwijs en probleemklassen, later als lerarenopleider in het hbo, waar ik meer dan 2000 docenten begeleidde bij hun start voor de klas.
Op de community voor leraren staat een gratis cursus met alle video’s over passend onderwijs en SEN. Je vindt er meer bruikbare theorie én een groep gelijkgestemde collega’s om samen mee te leren.
Wat is ADHD?
ADHD is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis, zo omschreven in de DSM-5. Ze wordt gekenmerkt door aanhoudende onoplettendheid en/of hyperactiviteit-impulsiviteit die het dagelijks functioneren belemmert en al vóór het twaalfde jaar zichtbaar is. Als leraar stel je nooit zelf de diagnose, maar je hebt een essentiële rol in signaleren en ondersteunen: school is vaak de plek waar ADHD als eerste opvalt. Let op: de term ADD bestaat sinds de DSM-5 niet meer. Het beeld met vooral concentratieproblemen (zonder hyperactiviteit) valt nu onder ADHD, als het “overwegend onoplettende beeld”.
De drie beelden van ADHD
Omdat ADHD zich heel verschillend kan uiten, onderscheidt de DSM-5 drie beelden:
- Overwegend onoplettend beeld: vooral aandachts- en concentratieproblemen (voorheen ADD).
- Overwegend hyperactief-impulsief beeld: vooral druk, impulsief gedrag en moeite met stilzitten.
- Gecombineerd beeld: beide typen problemen komen samen voor.
Voor een diagnose zijn onder meer minstens zes van de negen symptomen nodig, aanwezig vóór het twaalfde jaar en op meerdere terreinen (zoals school en thuis). De diagnose stelt een specialist, niet de leraar.
Hoe herken je ADHD in de klas?
Grofweg zie je twee clusters van gedrag. Bij onoplettendheid hebben leerlingen bovengemiddeld moeite om aan het werk te gaan en te blijven, aanwijzingen op te volgen, hun werk te organiseren en af te maken, zich op details te richten, spullen terug te vinden en prikkels van buiten te negeren. Bij hyperactiviteit-impulsiviteit zie je moeite met stilzitten en op de beurt wachten: deze leerlingen zijn voortdurend in de weer, praten aan één stuk, gooien het antwoord eruit voordat de vraag af is en verstoren anderen. Buiten de klas zoeken ze soms fysiek contact of nemen ze risico’s, en ze raken snel van slag als de normale lesgang wordt doorbroken.
Wat je beter niet doet
Een paar dingen werken averechts. Vermijd:
- straffen zonder uitleg of alternatief; bied duidelijke richtlijnen en positieve begeleiding;
- lange, complexe instructies; houd ze kort en helder;
- onbegeleid laten samenwerken; maak duidelijke afspraken;
- een plek bij het raam of de deur; kies een rustige werkplek;
- constant negatief gedrag corrigeren; focus op wat wél goed gaat;
- te veel prikkels tegelijk; zorg voor structuur en voorspelbaarheid;
- de leerling laten wachten op hulp; geef snelle, directe ondersteuning;
- discussies over regels aangaan; wees vriendelijk maar duidelijk.
Wat wél helpt in de klas
Structuur, directheid en veel positieve sturing maken het verschil:
- geef korte, duidelijke opdrachten en herhaal regels en afspraken;
- zorg voor prikkelende, uitdagende lesstof; anders verslapt de aandacht direct;
- beloon en complimenteer vaak, en geef alternatieven bij ongewenst gedrag;
- houd tijdens klassikale lessen zoveel mogelijk oogcontact, zo zie je afdwalen snel;
- plan rust- en ontspanningsmomenten en een afgeschermde werkplek, liefst vooraan;
- stel vriendelijk maar strikt wat er moet gebeuren, zonder in discussie te gaan;
- versterk de zelfregulatie van de leerling, dat maakt hem weerbaarder.
Voorbeeld uit de klas: Dani schiet bij elke opdracht meteen los en is zijn spullen kwijt. Je zet hem vooraan, geeft opdrachten in korte stappen op een kaartje, en spreekt een kort signaal af om hem terug te halen als hij afdwaalt. Na een afgemaakte taak volgt een compliment. Dani werkt rustiger, en de rest van de klas profiteert mee van de duidelijke structuur.
Comorbiditeit: ADHD komt vaak niet alleen
ADHD komt vaker samén met een andere stoornis voor dan op zichzelf. Van de leerlingen met ADHD heeft ongeveer de helft ook DCD of ODD, een kwart ASS, een derde een angststoornis, en 20 tot 30 procent een bijkomende leerstoornis zoals dyslexie of dyscalculie. Houd er dus rekening mee dat deze leerlingen vaak tegen meerdere dingen tegelijk aanlopen.

Samenvatting
ADHD is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis met aanhoudende onoplettendheid en/of hyperactiviteit-impulsiviteit, in drie beelden: overwegend onoplettend, overwegend hyperactief-impulsief en gecombineerd. Als leraar diagnosticeer je niet, maar je signaleert en ondersteunt. Vermijd lange instructies, prikkelrijke plekken en straffen zonder alternatief; bied juist korte opdrachten, structuur, veel positieve sturing en een rustige werkplek, en versterk de zelfregulatie. Houd rekening met comorbiditeit: ADHD komt vaak niet alleen.
Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?
“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel beantwoord door
collega’s en andere experts”
Lees ook
Bekijk ook de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.
Bronnen
- American Psychiatric Association (2013). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5). psychiatry.org.
- Hulpgids. DSM-5-criteria ADHD. hulpgids.nl.
- Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie. ADHD op school. kenniscentrum-kjp.nl.
‘Heb je vanuit je expertise of ervaring een waardevolle aanvulling? Mail dan naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en denk mee over de doorontwikkeling van dit artikel.’