De DSM in het onderwijs: classificeren, niet diagnosticeren

Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 25 juli 2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.

Inhoudsopgave

  1. Wat is de DSM?
  2. DSM-5, DSM-IV en ICD: waar komt de verwarring vandaan?
  3. Classificeren in plaats van diagnosticeren
  4. De categorieën van de DSM-5 in het onderwijs
  5. Zo pak je het aan in de klas
  6. Samenvatting

Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl, dé plek voor leraren die zich willen blijven ontwikkelen. In dit artikel lees je wat de DSM is, waar de verwarring rond stoornissen vandaan komt en wat de DSM betekent voor jou als leraar.

Deze video is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.

Na het lezen van dit artikel ken je de belangrijkste verwarringen rond de DSM, kun je in vaktaal meepraten met specialisten over ontwikkelings- en gedragsstoornissen, en ken je je rol als leraar in het ondersteunen van deze leerlingen.

Ik ben Basten, oud-docent biologie en onderwijskundige met bijna twintig jaar ervaring in het onderwijs. Eerst als vmbo-docent in projectgestuurd onderwijs en probleemklassen, later als lerarenopleider in het hbo, waar ik meer dan 2000 docenten begeleidde bij hun start voor de klas.

Op de community voor leraren staat een gratis cursus met alle video’s over passend onderwijs en SEN. Je vindt er meer bruikbare theorie én een groep gelijkgestemde collega’s om samen mee te leren.

Wat is de DSM?

De DSM, het handboek voor de diagnostiek en statistiek van psychiatrische aandoeningen, bevat de definities voor bijna alle erkende aandoeningen. Oorspronkelijk is het bedoeld om te zorgen dat iedereen dezelfde definities hanteert, zodat er geen verschillende interpretaties van een diagnose ontstaan. Dat is handig voor onderzoek, maar net zo goed voor het onderwijs: als je in de teamkamer over een ontwikkelings-, leer- of gedragsstoornis praat, wil je dat iedereen hetzelfde bedoelt. En let op: er zijn genoeg leerlingen die net niet aan de criteria voor een diagnose voldoen, maar wel extra ondersteuning nodig hebben.

DSM-5, DSM-IV en ICD: waar komt de verwarring vandaan?

De DSM lost niet alle verwarring op. Met voortschrijdend inzicht verschijnen er nieuwe versies. In 2013 kwam de DSM-5 uit, met een nieuwe indeling, aangescherpte definities en verbeterde diagnoses; de DSM-5 volgde de DSM-IV op. Toch circuleren er nog steeds literatuur en websites die de indeling en terminologie van de DSM-IV gebruiken. Daarnaast bestaan er andere handboeken, zoals de ICD van de Wereldgezondheidsorganisatie, met soms weer andere definities. Dat maakt het minder overzichtelijk, maar onthoud dat het steeds gaat om een zo zuiver mogelijk gedeeld uitgangspunt.

Classificeren in plaats van diagnosticeren

In het onderwijs gaat het vaak niet om diagnosticeren, maar om classificeren: de leerling in beeld brengen met als doel dat hij beter functioneert en zich ontwikkelt in verschillende contexten. Gelukkig hoef je als leraar niet zelf diagnoses te stellen en je door de DSM heen te worstelen. De discussie of ADHD wel of geen stoornis zou moeten zijn, is interessant, maar helpt een leerling zelden direct verder. Waar je als leraar wél het verschil maakt, is in het gesprek, in het bieden van de juiste hulp en in het tijdig opmerken en doorverwijzen van leerlingen met problemen. Meer over de begrippen lees je in het artikel over leerproblemen, gedragsproblemen en stoornissen.

De categorieën van de DSM-5 in het onderwijs

De DSM-5 spreekt van een ontwikkelingsstoornis als het probleem zijn oorsprong kent in de aanleg of rijping van het centrale zenuwstelsel van het kind. De belangrijkste neurobiologische ontwikkelingsstoornissen zijn:

  • verstandelijke beperking;
  • communicatiestoornis (waaronder stotteren);
  • autismespectrumstoornis (ASS);
  • aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD);
  • specifieke leerstoornis (waaronder dyslexie en dyscalculie);
  • motorische stoornis en ticstoornissen (waaronder dyspraxie en Gilles de la Tourette).

Daarnaast zijn er stoornissen die in de DSM-5 buiten de neurobiologische ontwikkelingsstoornissen vallen, maar in het onderwijs veel voorkomen:

  • gedrags- en impulsbeheersingsstoornissen (waaronder ODD);
  • angststoornissen (waaronder paniekstoornis en posttraumatische stressstoornis, PTSS);
  • trauma- en stressorgerelateerde stoornissen (waaronder hechtingsproblemen).

Over elk van deze stoornissen vind je een apart artikel in deze reeks.

Overzicht van de DSM-5-categorieën in het onderwijs: neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en andere relevante categorieën met voorbeelden.
De DSM-5-categorieën stoornissen in het onderwijs. Deze afbeelding is vrij te gebruiken; link wel even naar deze pagina.

Zo pak je het aan in de klas

Je hoeft de DSM niet uit je hoofd te kennen. Wat wél helpt, is een gedeelde, zuivere taal en een heldere rol:

  • Gebruik de juiste begrippen, zodat je een volwaardige gesprekspartner bent voor specialisten en ouders.
  • Signaleer op tijd en verwijs door naar de expert in school, vaak verenigd in een zorg- en adviesteam (ZAT).
  • Werk na signalering of diagnose met een handelingsplan en met handelingsgericht werken.
  • Versterk vaardigheden die bij deze leerlingen zwaarder belast worden, zoals metacognitie en zelfregulatie en de executieve functies.

Voorbeeld uit de klas: een ouder vertelt dat hun zoon een “concentratiestoornis” heeft. In plaats van te blijven hangen in het label, vraag je concreet door: wanneer lukt aandacht wél, en wat helpt? Je deelt je observaties met de zorgcoördinator en stemt af over ondersteuning. Zo gebruik je de gedeelde taal om de leerling verder te helpen, zonder zelf te diagnosticeren.

Samenvatting

De DSM is het handboek met definities van erkende aandoeningen en zorgt voor een gedeelde taal, handig voor onderzoek én onderwijs. Sinds 2013 geldt de DSM-5, maar oudere bronnen gebruiken soms nog de DSM-IV, en de ICD hanteert weer eigen definities. In het onderwijs gaat het vooral om classificeren, niet diagnosticeren. Je hoeft als leraar geen diagnoses te stellen: je gebruikt de juiste begrippen, signaleert tijdig, verwijst door en versterkt vaardigheden als metacognitie en executieve functies.

Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?

“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel beantwoord door
collega’s en andere experts”

Lees ook

Bekijk ook de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.

Bronnen

  • American Psychiatric Association (2013). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5). psychiatry.org.
  • World Health Organization. International Classification of Diseases (ICD). icd.who.int.

‘Heb je vanuit je expertise of ervaring een waardevolle aanvulling? Mail dan naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en denk mee over de doorontwikkeling van dit artikel.’