Self-efficacy theorie van Albert Bandura: geloof in eigen kunnen
Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: [datum invullen bij publicatie]
Redacteur: Basten Berg
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.
Inhoudsopgave
- Wat is self-efficacy?
- Waarom self-efficacy zo belangrijk is
- De vier bronnen van self-efficacy volgens Bandura
- Self-efficacy toepassen in de klas
- Self-efficacy van de leraar zelf
- Self-efficacy, zelfvertrouwen en zelfbeeld: het verschil
- Samenvatting
Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl, dé plek voor leraren die zich willen blijven ontwikkelen. Dit artikel is geschreven door Basten Berg, oud-docent biologie en onderwijskundige met bijna twintig jaar ervaring in het onderwijs, eerst als vmbo-docent in projectgestuurd onderwijs en probleemklassen, later als lerarenopleider in het hbo, waar hij meer dan 2000 docenten begeleidde bij hun start voor de klas.
Waarom geloven sommige leerlingen dat ze een lastige rekentoets wel aankunnen, terwijl anderen bij voorbaat afhaken? En waarom loopt de ene leraar vol energie de klas uit na een pittige les, terwijl een collega twijfelt of het vak nog wel bij hem past? Een groot deel van het antwoord ligt in self-efficacy: het geloof dat je een specifieke taak succesvol kunt uitvoeren. Psycholoog Albert Bandura beschreef dit begrip als een van de krachtigste voorspellers van doorzettingsvermogen, motivatie en prestatie. Na het lezen van dit artikel weet je wat self-efficacy is, ken je de vier bronnen waaruit het voortkomt, en heb je concrete aanknopingspunten om er in je eigen klas of praktijk mee aan de slag te gaan.
Op de community voor leraren vind je meer bruikbare onderwijstheorie én een groep gelijkgestemde collega’s om samen mee te leren.
[VIDEO VOLGT LATER] – De kennisclip bij dit artikel staat nog niet online. Zodra de video gepubliceerd is, komt de embed hier (direct onder deze welkomstalinea).

Wat is self-efficacy?
Self-efficacy is het geloof van een persoon in zijn of haar eigen vermogen om een specifieke taak succesvol uit te voeren. Het begrip is in 1977 geïntroduceerd door de Canadees-Amerikaanse psycholoog Albert Bandura, in zijn artikel Self-efficacy: toward a unifying theory of behavioral change, en later uitgewerkt in zijn boek Self-efficacy: The exercise of control (1997). Self-efficacy vormt een kernonderdeel van Bandura’s sociaal-cognitieve theorie, die ervan uitgaat dat gedrag, gedachten en de omgeving elkaar voortdurend beïnvloeden.
Belangrijk is dat self-efficacy taakspecifiek is: je kunt een hoge self-efficacy hebben voor het geven van een rekenles en tegelijk een lage self-efficacy voor het voeren van een lastig oudergesprek. Bandura maakte daarbij een onderscheid tussen twee soorten verwachtingen. Een uitkomstverwachting is het geloof dat bepaald gedrag tot een bepaald resultaat leidt (bijvoorbeeld: oefenen helpt bij een proefwerk). Een efficacyverwachting is het geloof dat je dat gedrag ook daadwerkelijk zelf kunt uitvoeren (bijvoorbeeld: ik kan mezelf ertoe zetten om te oefenen). Self-efficacy gaat over dat tweede: niet of een aanpak werkt, maar of je gelooft dat je hem zelf kunt toepassen.
Waarom self-efficacy zo belangrijk is
Self-efficacy zegt niets over hoe bekwaam iemand daadwerkelijk is, maar wel over hoe iemand zijn eigen bekwaamheid inschat, en dat blijkt een krachtige voorspeller van gedrag. Bandura liet zien dat self-efficacy bepaalt welke taken iemand aandurft, hoeveel inspanning iemand erin steekt, en hoe lang iemand volhoudt als het tegenzit.
Leerlingen met een hoge self-efficacy voor een vak kiezen eerder voor uitdagende opdrachten, zetten door na een tegenvallend cijfer en zien een fout als een stap in het leerproces. Leerlingen met een lage self-efficacy vermijden diezelfde uitdagingen, geven sneller op en interpreteren tegenslag als bewijs dat ze het toch niet kunnen. Hoe leerlingen hun succes en falen verklaren, hangt nauw samen met self-efficacy: de attributietheorie van Bernard Weiner laat zien hoe die verklaringen op hun beurt weer de motivatie beïnvloeden. Dat verschil versterkt zichzelf: wie doorzet, boekt vaker succes, en dat succes voedt op zijn beurt weer de self-efficacy. Precies daarom is het zo waardevol om als leraar bewust te sturen op de bronnen waaruit self-efficacy ontstaat.
De vier bronnen van self-efficacy volgens Bandura
Bandura onderscheidt vier bronnen waaruit mensen hun self-efficacy putten, in aflopende volgorde van invloed: succeservaringen, het voorbeeld van anderen, aanmoediging en feedback, en de manier waarop iemand lichamelijke en emotionele signalen interpreteert.
Succeservaringen: mastery experience
De sterkste bron van self-efficacy is de directe, eigen succeservaring: iets zelf proberen en het zien lukken. Elk succes bouwt de overtuiging op dat je het kunt, elke mislukking, vooral vroeg in een leerproces voordat er een stevig gevoel van eigen kunnen is opgebouwd, kan die overtuiging juist ondermijnen. Voor leraren betekent dit dat taken idealiter net buiten de comfortzone van een leerling liggen: haalbaar met inspanning, maar niet zo makkelijk dat er niets te winnen valt.
Het voorbeeld van anderen: vicarious experience
Door te zien dat iemand die op jou lijkt, bijvoorbeeld een klasgenoot of collega met een vergelijkbaar niveau, een taak succesvol uitvoert, groeit het geloof dat je het zelf ook kunt. Bandura noemt dit vicarious experience, ofwel het leren via een model. Het effect is sterker naarmate het model meer op de waarnemer lijkt: een leerling leert meer van een klasgenoot die de stof net onder de knie heeft dan van een leraar die het moeiteloos voordoet, juist omdat de afstand tot het eigen kunnen kleiner voelt.
Aanmoediging en feedback: verbal persuasion
Een derde bron is verbale overtuiging: iemand die je vertrouwt, zoals een leraar, ouder of coach, spreekt uit dat je een taak aankunt. Dit effect is zwakker dan een eigen succeservaring, maar kan net het zetje geven om door te zetten op het moment dat het tegenzit. Voorwaarde is wel dat de aanmoediging geloofwaardig en realistisch is: loze complimenten werken averechts. Feedback die de inspanning en de gebruikte strategie benoemt (“je bent blijven proberen met een andere aanpak”) werkt sterker dan feedback die alleen op talent of op het eindresultaat wijst.
Lichaam en gevoel: physiological and emotional states
De vierde bron zijn de lichamelijke en emotionele signalen die iemand ervaart vlak voor of tijdens een taak: hartkloppingen, een knoop in de maag, opwinding of vermoeidheid. Mensen interpreteren die signalen als informatie over hun eigen kunnen. Dezelfde spanning voor een toets kan worden gelezen als “ik ben er klaar voor en scherp” of juist als “ik kan dit niet aan”, afhankelijk van hoe iemand die spanning duidt. Leraren kunnen leerlingen helpen om spanning anders te interpreteren, bijvoorbeeld door examenvrees te herkaderen als een teken van focus in plaats van onvermogen. Meer over hoe deze vier bronnen precies werken, is te lezen op Simply Psychology.
Self-efficacy toepassen in de klas
De vier bronnen geven een praktisch aanknopingspunt: als je weet waar self-efficacy vandaan komt, kun je er in je lesontwerp en je feedback gericht op sturen. Dat begint niet bij een groot programma, maar bij kleine, dagelijkse keuzes in hoe je taken opbouwt, wie je als voorbeeld inzet en hoe je reageert op inspanning en spanning.
Advies van een collega: zo bouw je self-efficacy op bij leerlingen
Dit werkt in de praktijk goed om de self-efficacy van leerlingen te versterken, ongeacht het vak:
- Geef taken die net buiten de comfortzone liggen: haalbaar met inspanning, niet zo makkelijk dat er niets te winnen valt.
- Laat leerlingen elkaar zien slagen. Een klasgenoot die de stof net onder de knie heeft, overtuigt vaak sterker dan een leraar die het voordoet.
- Geef feedback op inspanning en aanpak (“je bleef proberen met een andere strategie”), niet alleen op talent of op het eindcijfer.
- Help leerlingen spanning voor een toets herkaderen: “je hart klopt sneller omdat je gefocust bent” werkt anders dan “rustig maar, er is niets aan de hand”.
- Wissel successen en tegenslagen af in je feedback, zodat een fout een onderdeel van het proces wordt en geen bewijs van onkunde.
Lukt het bij een leerling structureel niet om vertrouwen op te bouwen, ook niet met kleine succeservaringen? Bespreek dat dan met de intern begeleider: soms zit er een onderliggende leerachterstand of ondersteuningsbehoefte achter.
Self-efficacy van de leraar zelf
Dezelfde vier bronnen gelden net zo goed voor leraren en pabo-studenten als voor leerlingen. Leerkracht self-efficacy, ook wel doelmatigheidsbeleving genoemd, is de mate waarin een leraar zichzelf in staat acht om de verschillende taken van het lesgeven effectief uit te voeren, ook bij een lastige klas of een tegenvallende les. Leraren met een hoge self-efficacy proberen eerder nieuwe aanpakken uit, gaan constructiever om met tegenslag en lopen minder risico op uitputtingsklachten dan leraren die weinig vertrouwen hebben in hun eigen kunnen.
Ook hier zijn de vier bronnen te herkennen: succeservaringen (een les die goed liep, autonomie en ruimte om zelf iets uit te proberen), het voorbeeld van collega’s (meekijken bij een ervaren leraar of mentor), sociale feedback (erkenning van een schoolleider, juist belangrijk voor startende leraren) en de fysieke en emotionele staat (een werkklimaat waarin ruimte is voor onderlinge steun in plaats van voortdurende spanning). Voor pabo-studenten spelen stage-ervaringen, het meekijken bij een ervaren docent en feedback van de praktijkbegeleider een vergelijkbare rol bij het opbouwen van vertrouwen voor de klas.
Self-efficacy, zelfvertrouwen en zelfbeeld: het verschil
Self-efficacy wordt in het dagelijks taalgebruik vaak verward met zelfvertrouwen of zelfbeeld, maar het gaat om iets specifiekers. Zelfbeeld (self-esteem) is het algemene gevoel van eigenwaarde dat iemand heeft als persoon, los van een concrete taak. Zelfvertrouwen is een vager, algemener zekerheidsgevoel. Self-efficacy is daarentegen altijd taakspecifiek: het geloof dat je juist déze taak, in déze situatie, aankunt. Iemand kan een uitstekend zelfbeeld hebben en toch een lage self-efficacy voor bijvoorbeeld het geven van een spreekbeurt, of andersom. Dat onderscheid is voor leraren waardevol, want het betekent dat je gericht aan self-efficacy voor een specifiek vak of een specifieke vaardigheid kunt werken, in plaats van in algemene termen te blijven spreken over “meer zelfvertrouwen”. Dat sluit aan bij de growth mindset van Carol Dweck: het geloof dat vaardigheden ontwikkelbaar zijn, vormt de voedingsbodem waarop self-efficacy voor een specifieke vaardigheid kan groeien.
Samenvatting
Self-efficacy is het taakspecifieke geloof in je eigen vermogen om iets succesvol te doen, geïntroduceerd door Albert Bandura als onderdeel van zijn sociaal-cognitieve theorie. Het put uit vier bronnen: succeservaringen (de sterkste bron), het voorbeeld van anderen, aanmoediging en feedback, en de manier waarop je lichamelijke en emotionele signalen interpreteert. Self-efficacy stuurt welke taken iemand aandurft, hoeveel inspanning iemand levert en hoe lang iemand volhoudt, en dat geldt evengoed voor leerlingen als voor leraren zelf. Door bewust te bouwen aan haalbare succeservaringen, sterke voorbeelden, eerlijke feedback op inspanning en een goede omgang met spanning, versterk je het geloof in eigen kunnen, bij je leerlingen én bij jezelf.
Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?
“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel beantwoord door
collega’s en andere experts”
Lees ook
- Attributietheorie van Bernard Weiner: over hoe leerlingen succes en falen verklaren, en hoe die verklaringen de motivatie beïnvloeden.
- Growth mindset en fixed mindset van Carol Dweck: over het geloof dat vaardigheden ontwikkelbaar zijn, en hoe dat samenhangt met self-efficacy.
- Metacognitie en zelfregulatie: over hoe leerlingen grip krijgen op hun eigen leerproces.
- Behaviorisme: Bandura’s modeling uitgelegd: over hoe leren via het observeren en nadoen van anderen werkt, een andere kernbijdrage van Bandura.
- Van A-motivatie naar actie: intrinsieke en extrinsieke motivatie: over de verschillende vormen van motivatie en hoe je leerlingen daarin meeneemt.
- Bekijk de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.
Bronnen
- Bandura, A. (1977). Self-efficacy: toward a unifying theory of behavioral change. Psychological Review, 84(2), 191-215.
- Bandura, A. (1997). Self-efficacy: The exercise of control. New York: W.H. Freeman.
- McLeod, S. (2024). Self-Efficacy: Bandura’s Theory Of Motivation In Psychology. Simply Psychology.
- Onderwijsdatabank. Het versterken van leerkracht self-efficacy.
- Tip Onderwijs. Self-efficacy.
Dit artikel is geschreven op basis van eigen onderzoek (er was geen videoscript beschikbaar voor dit onderwerp). Heb je vanuit je expertise of ervaring een waardevolle aanvulling? Mail dan naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en denk mee over de doorontwikkeling van dit artikel. Advies en technische realisatie: Basten Berg, meesterinleren.nl.