PTSS: herkennen en ondersteunen in de klas

Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 25 juli 2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.

Inhoudsopgave

  1. Wat is PTSS?
  2. Hoe herken je PTSS in de klas?
  3. Wat wél helpt in de klas
  4. Wat je beter niet doet
  5. Samenvatting

Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl, dé plek voor leraren die zich willen blijven ontwikkelen. In dit artikel lees je wat PTSS is, hoe je het herkent in de klas en vooral: wat wél en niet helpt in je omgang met deze leerlingen.

Deze video is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.

Na het lezen van dit artikel ken je de definitie van PTSS en je rol als docent, weet je hoe je PTSS herkent in de klas, en weet je wat je wel en niet doet met deze leerlingen in de praktijk.

Ik ben Basten, oud-docent biologie en onderwijskundige met bijna twintig jaar ervaring in het onderwijs. Eerst als vmbo-docent in projectgestuurd onderwijs en probleemklassen, later als lerarenopleider in het hbo, waar ik meer dan 2000 docenten begeleidde bij hun start voor de klas.

Op de community voor leraren staat een gratis cursus met alle video’s over passend onderwijs en SEN. Je vindt er meer bruikbare theorie én een groep gelijkgestemde collega’s om samen mee te leren.

Wat is PTSS?

PTSS is een stoornis die kan ontstaan na een ingrijpende gebeurtenis, waarbij de klachten na ongeveer een maand niet afnemen maar aanhouden.

PTSS staat voor posttraumatische stressstoornis (in het Engels post-traumatic stress disorder). In de DSM-5 (het classificatiehandboek voor psychische stoornissen) valt PTSS onder de trauma- en stressorgerelateerde stoornissen. Kenmerkend is dat een externe, ingrijpende gebeurtenis deel uitmaakt van de diagnose, zoals (dreigende) dood, ernstige verwonding of seksueel geweld, zelf meegemaakt, van dichtbij gezien of gehoord over een dierbare.

In de eerste weken na een trauma zijn spanning, slaapproblemen en schrikachtigheid normale reacties op iets abnormaals; die nemen meestal af. Blijven ze na ongeveer een maand aanhouden, dan kan er sprake zijn van PTSS en is professionele hulp nodig. Als leraar stel je nooit zelf de diagnose, maar je hebt een belangrijke rol in het signaleren en ondersteunen. PTSS gaat vaak samen met somberheid, angst en slaapproblemen.

Hoe herken je PTSS in de klas?

De klachten vallen uiteen in vier groepen: herbeleving, vermijding, negatieve gedachten en gevoelens, en verhoogde spanning.

  • Herbeleving: opdringende herinneringen, nachtmerries en flashbacks, met soms sterke schrik- of angstreacties bij prikkels die aan het trauma herinneren.
  • Vermijding: niet willen denken of praten over de gebeurtenis, en gesprekken, personen, plekken of activiteiten die eraan raken uit de weg gaan.
  • Negatieve gedachten en gevoelens: onterecht schuldgevoel, schaamte, woede of angst, minder interesse, zich onthecht voelen, en sombere overtuigingen als “de wereld is gevaarlijk”.
  • Verhoogde spanning: prikkelbaarheid en woede-uitbarstingen, hypervigilantie (constant “aan” staan), een overdreven schrikreactie, en concentratie- en slaapproblemen.

Gedrag als woede-uitbarstingen is niet goed te praten, maar het helpt te weten dat het vaak voortkomt uit overweldigende spanning. Let ook op: bij sommige leerlingen is de traumatische situatie nog gaande, bijvoorbeeld bij verwaarlozing, huiselijk geweld of een vechtscheiding.

Wat wél helpt in de klas

Wees een stabiele, betrouwbare steunfiguur en zorg voor een extra veilige, voorspelbare klas.

  • Bied een veilig en voorspelbaar klimaat: duidelijke regels en vaste routines geven houvast.
  • Erken het verdriet en luister zonder te pushen: toon begrip, maar laat je niet meeslepen door de emoties. Bied ruimte als de leerling wil praten.
  • Let op triggers: onderwerpen als oorlog of geweld kunnen hard binnenkomen. Je hoeft ze niet altijd te vermijden, maar kijk naar de reacties en bied zo nodig een alternatief of korte pauze. Rond herdenkingen of de datum van de gebeurtenis kunnen klachten toenemen.
  • Pas de leerstof zo onopvallend mogelijk aan in hoeveelheid en moeilijkheid; veel leerlingen willen niet extra “anders” zijn.
  • Overleg en verwijs door: stem af met ouders (mits niet zelf bij het trauma betrokken) en een intern begeleider of gedragsspecialist. De behandeling zelf hoort bij jeugdzorg of GGZ, niet bij school.
  • Bespreek met ouders en leerling wat de klas moet weten: vaak helpt het de klas in hoofdlijnen te informeren, zonder schokkende details, zodat er begrip ontstaat en geruchten beperkt blijven.

Voorbeeld uit de klas: Yara was betrokken bij een ernstig ongeluk en schrikt sindsdien hevig van harde geluiden; ze kan zich nauwelijks concentreren. Je houdt de klas rustig en voorspelbaar, waarschuwt haar vooraf bij een film met harde scènes en biedt een alternatief. Je vermindert onopvallend haar huiswerk en meldt je zorg bij de intern begeleider, zodat de juiste hulp op gang komt. Je laat vooral merken: ik zie je en ik ben er.

Wat je beter niet doet

De leerling dwingen te praten, triggers negeren en zelf de behandeling oppakken werken averechts.

  • De leerling pushen om over het trauma te praten.
  • Je laten meeslepen door de emoties in plaats van stabiel te blijven.
  • Schokkende details klassikaal bespreken.
  • Triggers en herdenkingsmomenten negeren.
  • De leerling opvallend “anders” behandelen dan de rest.
  • Zelf de behandeling oppakken in plaats van door te verwijzen naar jeugdzorg of GGZ.
Schema wat helpt en wat niet bij PTSS
In één oogopslag: wat helpt wél en wat je beter laat bij PTSS in de klas.

Samenvatting

PTSS (posttraumatische stressstoornis) valt in de DSM-5 onder de trauma- en stressorgerelateerde stoornissen en ontstaat na een ingrijpende gebeurtenis. De klachten vallen uiteen in vier groepen: herbeleving (nachtmerries, flashbacks), vermijding, negatieve gedachten en gevoelens (schuld, schaamte, “de wereld is gevaarlijk”) en verhoogde spanning (prikkelbaarheid, schrikreacties, concentratie- en slaapproblemen). In de eerste weken zijn dit normale reacties; houden ze na ongeveer een maand aan, dan kan er PTSS zijn. Als leraar stel je geen diagnose, maar je signaleert en ondersteunt: bied een veilige, voorspelbare klas, erken het verdriet, luister zonder te pushen, let op triggers, pas de leerstof onopvallend aan en overleg met ouders en zorg. De behandeling hoort bij jeugdzorg of GGZ.

Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?

“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel beantwoord door
collega’s en andere experts”

Lees ook

Bekijk ook de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.

Bronnen