Hechtingsstoornissen: herkennen en ondersteunen in de klas

Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 25 juli 2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.

Inhoudsopgave

  1. Wat is een hechtingsstoornis?
  2. Hoe herken je een hechtingsstoornis in de klas?
  3. Wat wél helpt in de klas
  4. Wat je beter niet doet
  5. Samenvatting

Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl, dé plek voor leraren die zich willen blijven ontwikkelen. In dit artikel lees je wat een hechtingsstoornis is, hoe je het herkent in de klas en vooral: wat wél en niet helpt in je omgang met deze leerlingen.

Deze video is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.

Na het lezen van dit artikel ken je de definitie van een hechtingsstoornis en je rol als docent, weet je hoe je een hechtingsstoornis herkent in de klas, en weet je wat je wel en niet doet met deze leerlingen in de praktijk.

Ik ben Basten, oud-docent biologie en onderwijskundige met bijna twintig jaar ervaring in het onderwijs. Eerst als vmbo-docent in projectgestuurd onderwijs en probleemklassen, later als lerarenopleider in het hbo, waar ik meer dan 2000 docenten begeleidde bij hun start voor de klas.

Op de community voor leraren staat een gratis cursus met alle video’s over passend onderwijs en SEN. Je vindt er meer bruikbare theorie én een groep gelijkgestemde collega’s om samen mee te leren.

Wat is een hechtingsstoornis?

Een hechtingsstoornis is een stoornis in het aangaan van veilige, vertrouwde relaties, ontstaan door ernstig tekortschietende zorg in de vroege jeugd.

In de DSM-5 (het classificatiehandboek voor psychische stoornissen) vallen hechtingsstoornissen onder de trauma- en stressorgerelateerde stoornissen. Er zijn twee vormen. Bij een reactieve hechtingsstoornis (RHS) voelt een kind zich niet vrij: het trekt zich terug en laat weinig emoties zien. Bij een ontremd-sociale contactstoornis (OSCS) voelt een kind zich juist te vrij en zoekt het overal de grenzen op, wat tot onveilige situaties kan leiden. De stoornis ontstaat door extreem tekortschietende zorg, zoals verwaarlozing of het steeds wisselen van verzorgers.

Als leraar stel je nooit zelf de diagnose, maar je hebt een belangrijke rol in het signaleren en ondersteunen. School is vaak de plek waar het opvalt.

Hoe herken je een hechtingsstoornis in de klas?

Je ziet moeite met echt contact en vertrouwen: leerlingen zijn erg druk of juist teruggetrokken, en relaties blijven oppervlakkig.

  • Erg druk of juist teruggetrokken gedrag, met wisselende concentratie.
  • Vluchtig contact: geen langdurige vriendschappen, snel uitgekeken op anderen.
  • Moeite met een diepe emotionele band; relaties blijven oppervlakkig.
  • Sterke behoefte aan controle; komt soms bazig, manipulerend of egoïstisch over.
  • Soms verminderd inlevingsvermogen en een minder ontwikkeld geweten.
  • Plotselinge stemmingswisselingen, van heel vrolijk naar heel boos.

Er zijn ook duidelijke sterke kanten. Deze leerlingen uiten zich vaak goed verbaal, komen vriendelijk over, leggen makkelijk (oppervlakkig) contact en hebben veel mensenkennis. Het zijn geregeld dominante leerlingen die een leiderschapsrol goed oppakken. Benut die kwaliteiten bewust.

Wat wél helpt in de klas

Bouw geduldig aan een vertrouwensband en bied veiligheid, voorspelbaarheid en een zichtbaar beloningssysteem.

Deze leerlingen geven zich niet zomaar; ze letten scherp op jouw gedrag om onbewuste vragen te beantwoorden: ben je consequent, geef je om mij, kan ik op je rekenen? Jouw voorspelbaarheid is het antwoord.

  • Bouw aan vertrouwen: wees voorspelbaar in je handelen en dagplanning, en laat merken dat je de leerling ziet en waardeert.
  • Geef gedragsgerichte feedback: niet “jij bent niet leuk”, maar “wat je nu doet, kan niet”. Stel eisen positief.
  • Straf zo min mogelijk: stuur de leerling niet weg; dat werkt averechts. Werk liever met een zichtbaar beloningssysteem. Moet je toch straffen, houd het clean en concreet, en stel het niet uit.
  • Zorg voor succeservaringen: stel doelen net onder het cognitieve niveau, maar niet zó laag dat het opvalt en demotiveert.
  • Wees aanwezig, maar niet te dichtbij: maak af en toe oogcontact zodat de leerling weet dat je er bent.
  • Onderhoud het oudercontact rechtstreeks, dus niet via de leerling.

Voorbeeld uit de klas: Jayden zoekt constant de controle en botst met elke regel. Je reageert steeds rustig en voorspelbaar, geeft concrete feedback op gedrag (“dit kan niet, en dit verwacht ik”) en werkt met een zichtbaar puntensysteem. Je stelt haalbare doelen zodat hij succes ervaart. Langzaam merkt Jayden dat hij op je kan rekenen, en de botsingen worden minder.

Wat je beter niet doet

Wegsturen, algemeen afkeuren en oudercontact via de leerling laten lopen ondermijnen juist het vertrouwen.

  • De leerling wegsturen bij vervelend gedrag; dat bevestigt afwijzing.
  • Straffen als eerste middel, of straf uitstellen tot later.
  • Algemene, op de persoon gerichte feedback geven (“jij bent…”).
  • Het contact met ouders via de leerling laten verlopen.
  • Verwachten dat de leerling zich zomaar aan afspraken gebonden voelt.
  • Doelen zó laag stellen dat het opvalt en demotiveert.
Schema wat helpt en wat niet bij een hechtingsstoornis
In één oogopslag: wat helpt wél en wat je beter laat bij een hechtingsstoornis in de klas.

Samenvatting

Een hechtingsstoornis valt in de DSM-5 onder de trauma- en stressorgerelateerde stoornissen en kent twee vormen: de reactieve hechtingsstoornis (teruggetrokken) en de ontremd-sociale contactstoornis (te vrij, grenzen opzoekend). Ze ontstaan door ernstig tekortschietende vroege zorg. In de klas zie je vluchtig contact, moeite met vertrouwen, controlebehoefte en stemmingswisselingen, naast sterke kanten als verbale vaardigheid en leiderschap. Als leraar stel je geen diagnose, maar je signaleert en ondersteunt. Wat helpt: geduldig aan vertrouwen bouwen, voorspelbaarheid, gedragsgerichte feedback, een zichtbaar beloningssysteem en succeservaringen. Vermijd wegsturen, straffen als eerste middel, persoonlijke afkeuring en oudercontact via de leerling.

Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?

“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel beantwoord door
collega’s en andere experts”

Lees ook

Bekijk ook de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.

Bronnen