De pedagogische driehoek van Carlos van Kan: wereld, leraar en leerling
Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: [datum invullen bij publicatie]
Redacteur: Carlos van Kan
Dit artikel is gebaseerd op het gedachtegoed, de video en het script van Carlos van Kan.
Inhoudsopgave
- De pedagogische driehoek: wereld, leraar en leerling
- De pedagogische opdracht: drie vragen
- Leerlingen zijn nieuwkomers in jouw wereld
- De vier bewegingen om de driehoek
- Waartoe we jongeren opleiden
- Als de driehoek uit balans raakt
- Zo pak je het aan in de klas
- Samenvatting
Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl, waar we onderwijskundige kennis praktisch en toegankelijk maken voor iedereen die voor de klas staat. In dit artikel neem ik je mee in de pedagogische driehoek van Carlos van Kan, lector pedagogische professionaliteit van leraren aan de Hogeschool Rotterdam. Aan de hand van zijn video laat ik zien hoe je dit model in je eigen lessen kunt gebruiken.
Bekijk hierboven de video waarin Carlos van Kan de pedagogische driehoek uitlegt. Deze video is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.
“Mijn naam is Carlos van Kan. Ik ben lector pedagogische professionaliteit van leraren. Ik werk bij de Hogeschool Rotterdam en ben daar in het bijzonder verbonden aan de tweedegraads lerarenopleidingen.”
Praten over pedagogiek gaat tegenwoordig vaak over één ding: de relatie tussen jou en je leerling. Belangrijk, maar er ontbreekt dan iets wezenlijks. Want waar leid je je leerlingen eigenlijk in in? Bij pedagogiek zijn altijd drie elementen in het spel: de wereld, de leraar en de leerling. Raakt een van die drie uit beeld, dan verschraalt je onderwijs zonder dat je het merkt.
Na het lezen van dit artikel kun je uitleggen uit welke elementen de pedagogische driehoek bestaat, waarom de pedagogische driehoek belangrijk is in het onderwijs en wat er misgaat als de zijden van de driehoek uit balans raken.
Heb je een vraag of wil je hierover doorpraten met collega’s? Dat kan in de community van Een meester in leren, waar leraren en experts elkaar helpen met vragen over leren en lesgeven.
De pedagogische driehoek: wereld, leraar en leerling
De pedagogische driehoek is een model dat laat zien dat er bij opvoeding en onderwijs altijd drie elementen in het spel zijn: de wereld, de leraar en de leerling. In de pedagogiek heet dat ook wel de triadische pedagogiek: pedagogisch handelen gaat nooit alleen over de leerling, en ook nooit alleen over de relatie tussen jou en de leerling, maar altijd over de driehoek als geheel.
De “wereld” is in dit model geen abstractie. Het is de wereld van jouw vak: de wereld van de economie, van de natuurkunde, van de biologie. En het is ook de leefwereld van je leerlingen zelf, want die brengen zij mee de klas in. Vandaar dat in het model boven de punt “wereld” ook “(belevings)wereld” staat.

Let op: er bestaat nog een tweede model dat “de pedagogische driehoek” heet, waarin de drie punten leerling, ouders en school zijn. Dat model gaat over de samenwerking rond een leerling. Lees daarover het artikel De pedagogische driehoek: leerling, ouders en school samen. In dit artikel gaat het over de pedagogische driehoek zoals Carlos van Kan die gebruikt, met de wereld als derde punt.
De pedagogische opdracht: drie vragen
De driehoek is het beste uit te leggen aan de hand van de pedagogische opdracht, en die bestaat uit drie vragen:
- Hoe kunnen we jongeren inleiden in de wereld?
- Hoe kunnen we jongeren helpen om zich ook thuis te voelen in die wereld?
- Hoe kunnen we jongeren aanmoedigen om ook zichzelf in die wereld in te brengen?

Dat klinkt misschien abstract. Carlos van Kan maakt het concreet met een voorbeeld uit zijn eigen gezin: “Ik denk vaak aan mijn eigen zoon. Die probeer ik in te leiden in de wereld van de squashsport. Daar moet je iets kunnen en kennen, daar heb je bepaalde techniek voor nodig. Maar dat is niet het enige. Ik probeer hem ook in te leiden in hoe we met elkaar omgaan bij het squashen. Hoe we omgaan met winst en verlies. Wat we doen voor de wedstrijd en na de wedstrijd. En natuurlijk hoop ik ook dat mijn zoon zijn eigen squashspeler wordt, met zijn eigen stijl.”
In dat voorbeeld zitten alle drie de vragen: de techniek (inleiden), de omgangsvormen (thuis voelen) en de eigen stijl (zichzelf inbrengen).
Leerlingen zijn nieuwkomers in jouw wereld
In het squashvoorbeeld is de zoon een nieuwkomer in de wereld van het squashen. Precies datzelfde geldt voor je leerlingen. Zij zijn nieuwkomers in de wereld van de economie, in de wereld van de natuurkunde, in de wereld van de biologie. En soms zijn ze ook nog nieuwkomer in de wereld van de grote stad of in de wereld van de taal.
Dat nieuwkomerschap is in de pedagogiek geen detail, maar de kern. Het maakt het namelijk jouw verantwoordelijkheid om iemand in te leiden in de wereld, om iemand welkom te heten in die wereld, en om iemand aan te moedigen om zelf iemand te zijn.
De vier bewegingen om de driehoek
Rond de driehoek zijn verschillende bewegingen te maken. Elke beweging laat een ander deel van je pedagogisch handelen zien. Het zijn er drie, plus een vierde die vaak vergeten wordt.

Beweging 1: kwalificatie
De eerste beweging gaat over het idee dat de wereld via de leraar aan de leerling ontsloten wordt. Dat is de kwalificerende beweging. Die gaat over de vraag: wat moeten leerlingen kunnen en kennen om te kunnen functioneren in de wereld die we ze voorschotelen?
Beweging 2: socialisatie
De tweede beweging gaat om het idee dat de leraar de leerling ondersteunt bij het zich thuis voelen in de wereld. Dat is de socialiserende beweging. Het gaat om normen en waarden, om je ergens thuis voelen, om sense of belonging, om “zo doen we dat hier”.
Beweging 3: persoonsvorming
De derde beweging loopt van leerling naar wereld naar leraar. Het idee is dat we leerlingen zelf de ruimte geven om op onderzoek uit te gaan in de wereld, en dat wij als leraren hen daarbij aanmoedigen en ondersteunen. Zo leren leerlingen: wat spreekt mij aan in deze wereld, en wie ben ik in deze wereld? Dat is de persoonsvormende kant van de beweging om de driehoek.
Beweging 4: de leraar als nieuwkomer
Er is nog een vierde beweging: de leefwereld van de leerling wordt via de leerling aan de leraar ontsloten. Het bijzondere is dat de leraar hier de nieuwkomer is. De leerling is expert van zijn of haar eigen leefwereld en helpt jou daarmee kennis te maken. Het is vervolgens aan jou om die leefwereld te verbinden met de werelden die je zelf aan leerlingen wilt ontsluiten.
Waartoe we jongeren opleiden
Het inleiden van jongeren in werelden heeft pedagogisch gezien ook een doel. Over dat doel verschillen pedagogen van mening, of leggen ze in elk geval verschillende accenten.
- Martinus Langeveld, een Nederlandse pedagoog uit de vorige eeuw, benadrukte dat het in de opvoeding gaat om zelfverantwoordelijke zelfbepaling.
- Jan Dirk Imelman legde de nadruk op kritisch kunnen denken en zin van onzin kunnen onderscheiden.
- Micha de Winter legt meer nadruk op het samenleven met de ander: dat je kunt omgaan met anderen en met wat anders is dan wat jij gewend bent.
Je hoeft niet te kiezen welke pedagoog gelijk heeft. Wel helpt het om te weten waar jouw eigen accent ligt, want dat kleurt de keuzes die je in de klas maakt.
Als de driehoek uit balans raakt
Als een zijde van de driehoek de overhand krijgt, verschraalt het pedagogisch handelen. Dat gebeurt in twee stappen. Eerst valt de wereld weg en houd je alleen leraar en leerling over: van een triade wordt het een dyade, waarin pedagogiek nog maar over de pedagogische relatie lijkt te gaan. Daarna valt ook de leraar weg en blijft alleen de leerling over: van een zijde wordt het een stip, waarin alles draait om “de leerling centraal”. Dat laatste is een populaire manier van praten over onderwijs, maar het is een gevoelig punt voor pedagogen.
Van Kan beschrijft drie karikaturen die ontstaan als een zijde dominant wordt.

- De leraar als vakidioot. De zijde wereld en leraar is een belangrijke zijde, maar als die heel dominant wordt, gaat de leraar helemaal op in de wereld van het eigen vak en vergeet hij dat er ook nog een leerling is die iets over die wereld te leren heeft.
- De leraar als vriend van de leerling. Staat alleen de basiszijde tussen leraar en leerling centraal, dan lijkt pedagogiek alleen nog over de relatie te gaan. Maar pedagogiek is geen activiteitenbegeleiding of bezigheidstherapie: het is een serieuze zaak, want we willen leerlingen inleiden in een bepaalde wereld.
- De leraar als guide on the side. Staat alleen de zijde leerling en wereld centraal, dan gaan we ervan uit dat leerlingen zelf wel het beste weten wat er in een wereld te halen valt, en dat ze zonder verstand van zaken kritische vragen over de inhoud kunnen stellen. De leraar wordt dan een guide on the side in plaats van een sage on the stage. Je zou dat zelfs een vorm van verwaarlozing kunnen noemen, want het is juist de leraar die leerlingen helpt wegwijs te worden in de wereld.
De kern is dus niet dat een zijde fout is, maar dat de zijden met elkaar in balans blijven.
Zo pak je het aan in de klas
De driehoek is geen theorie om aan de muur te hangen, maar een manier om naar je eigen lessen te kijken. Loop na een les of een lessenreeks de vier bewegingen langs.
- Kwalificatie. Wat heb ik deze les daadwerkelijk ontsloten van mijn vak? Wat kunnen en kennen leerlingen nu dat ze een uur geleden nog niet konden?
- Socialisatie. Wat heb ik gedaan om leerlingen zich thuis te laten voelen in dit vak? Welke omgangsvormen heb ik voorgeleefd of benoemd?
- Persoonsvorming. Waar kregen leerlingen ruimte om zelf iets van dit vak te vinden, en heb ik hen daarin aangemoedigd?
- De vierde beweging. Wat heb ik deze les geleerd over de leefwereld van mijn leerlingen, en wat doe ik daarmee in de volgende les?
Een concreet voorbeeld uit een biologieles over voeding in 3 vmbo. Je legt uit hoe koolhydraten, vetten en eiwitten werken en laat leerlingen etiketten van producten vergelijken: dat is de kwalificerende beweging. Je spreekt af hoe jullie in deze les over elkaars eetgewoontes praten, zodat niemand zich buitengesloten voelt: dat is de socialiserende beweging. Je laat leerlingen zelf een product kiezen dat ze willen onderzoeken en vraagt wat zij er zelf van vinden: dat is de persoonsvormende beweging. En als een leerling vertelt dat er thuis om zes uur warm gegeten wordt met het hele gezin, terwijl een ander na de voetbaltraining om negen uur alleen eet, dan ben jij even de nieuwkomer: dat is de vierde beweging. Die informatie gebruik je in de volgende les, bijvoorbeeld door beide situaties als casus terug te laten komen.
Merk je dat je bij een van de vier bewegingen structureel weinig kunt opschrijven? Dan weet je waar je driehoek uit balans is. Het zoeken naar die balans is trouwens niet alleen een individuele opgave, maar ook een gezamenlijke: bespreek de vier bewegingen eens in je sectie of team. In zijn handreiking over bumpy moments beschrijft Van Kan hoe je zulke lastige momenten met collega’s kunt verkennen en bespreken.
Samenvatting
De pedagogische driehoek bestaat uit drie elementen: de wereld, de leraar en de leerling. De pedagogische opdracht bestaat uit drie vragen: hoe leiden we jongeren in in de wereld, hoe helpen we hen zich daar thuis te voelen, en hoe moedigen we hen aan om zichzelf in die wereld in te brengen? Die vragen vertalen zich naar drie bewegingen om de driehoek: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Daar komt een vierde beweging bij, waarin de leerling zijn of haar leefwereld ontsluit voor de leraar en de leraar dus zelf de nieuwkomer is.
Raakt de driehoek uit balans, dan ontstaan er karikaturen: de leraar als vakidioot, als vriend van de leerling of als guide on the side. Goede pedagogiek vraagt dus om balans tussen wereld, leraar en leerling, en dat is zowel een individuele als een gezamenlijke opgave.
Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?
“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een plek beantwoord door
collega’s en andere experts”
Lees ook
- De pedagogische driehoek: leerling, ouders en school samen
- Wat is samenwerken met ouders?
- Wie ben jij als professional?
- Van a-motivatie naar actie: intrinsieke en extrinsieke motivatie
- Bekijk de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.
Bronnen
- Kan, C. van (2020). Bumpy moments: een handreiking voor het verkennen, verwoorden en bespreken van pedagogische waarden. Hogeschool Rotterdam.
- Kan, C. van (2021). De waarde(n) van onderwijs: het primaat binnen de pedagogische professionaliteit van leraren. Openbare les, Hogeschool Rotterdam.
- Hogeschool Rotterdam. Lectoraat Pedagogiek. Kenniscentrum Talentontwikkeling.
- Studium Generale Universiteit Utrecht (2011). Onder pedagogen: Martinus Langeveld.
Dit artikel is geschreven door Basten Berg, op basis van de video en het script van Carlos van Kan, lector pedagogische professionaliteit van leraren, Hogeschool Rotterdam.