Wie is de Professional? Vijf Kenmerken die je Moet Kennen
Auteurs: Mirjam Stroetinga en Basten Berg
Gepubliceerd: 6 april 2026
Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.
Inhoudsopgave
Deze video is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar https://eenmeesterinleren.nl/wie-is-de-professional/
1. Inleiding
Hoi. Leuk dat je dit artikel leest over samenwerken met ouders in het basisonderwijs. In het vorige artikel stonden we stil bij de vraag wie de ouder nou eigenlijk is. En in dit artikel gaat het over jou: wie is de professional in het samenwerken met ouders?
Er zijn vijf kenmerken van de professional, die het samenwerken met ouders complex kunnen maken. En het is helpend als je die in beeld hebt bij jezelf.

2. De vijf kenmerken van de professional
2.1 Kenmerk 1: Jij bent de professional
Allereerst: jij bent de professional! Of je nu net start in je werk met kinderen of al jaren ervaring hebt. Of je nu zelf kinderen hebt of niet. En of je nu 20 bent of 50. Jij bent in het contact met de ouder de professional. En de ouder niet.
Want ouders sturen we niet eerst op cursus over hoe ze goed om kunnen gaan met de leraar van hun kind. En leraren professionaliseren we wél op dit terrein.
Dat jij de professional bent in dit contact, dat betekent nogal wat. Dat betekent namelijk dat jij degene bent die verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het contact met de ouders van álle kinderen waar jij mee werkt.
Jij bent verantwoordelijk. Dat betekent dat jij niet kunt zeggen: “Ja, maar die ouder, die komt toch nooit opdagen.” Of: “Ja, maar die ouder die is zo emotioneel…” Jij bent aan zet in het contact met al deze ouders.
Sta hier even bij stil. Wat doet het met je, welke gedachten komen bij je op?
2.2 Kenmerk 2: Jij bent ook gewoon een mens
Dan kom ik bij het tweede kenmerk van jou als professional, dat invloed heeft op het werken met ouders. Naast het feit dat jij de professional bent, ben jij ook gewoon een ‘mens’. Met je eigen opvattingen, voorkeuren, je waarden, je persoonlijke geschiedenis.
Het vak van leraar is relationeel, zeggen we wel eens. Jouw relaties met je leerlingen, hun ouders en je collega’s staan centraal in je werk. En in die relaties neem je jezelf mee. Je waarden, hoe jij naar dingen kijkt, kun je niet thuis laten. Maar het is wel handig als je je er bewust van bent.
Ik geef even een voorbeeld. Iemand zei een keer tegen mij: “Als je bij ons in Noord-Nederland een workshop komt geven, moet je je wel realiseren dat we hier te maken hebben met ouders die vaak werkloos zijn en de hele dag op de bank hangen.” Ik vond dat een bijzondere manier van over deze ouders praten en ik vroeg of ze misschien wist waar haar manier van kijken naar werkloze ouders vandaan kwam. Ze schrok een beetje, maar wist het precies. Ze was opgegroeid in een gezin met een enorme arbeidsethos. Een dag niet gewerkt was een dag niet geleefd, bij hun thuis. En zo keek ze dus nu ook naar werkloze ouders. Een mooie bewustwording!
Waarden en bijbehorende kijkkaders, hebben we allemaal. Als je je er bewust van bent, kun je beter begrijpen waarom je met de ene ouder moeite hebt en met de ander direct goed door één deur kunt.
Je kunt je nu even afvragen: welke ouder vind ik ingewikkeld en hoe hangt dat samen met mijn waarden en persoonlijke geschiedenis?
2.3 Kenmerk 3: Vaste opvattingen over goed opvoeden
Dan kom ik meteen bij het derde kenmerk, want professionals in het onderwijs hebben vaak vaste opvattingen over wat goed opvoeden is. Dat is niet zo vreemd, want dat zit in de opleidingen, maar ook in onze samenleving.
Door de sterke toename van kennis uit de ontwikkelingspsychologie, hebben we beelden over welke ontwikkelstappen kinderen idealerwijs doormaken en wat voor ideale ouder daarbij hoort. De ouder moet zich op een bepaalde manier gedragen, zodat het kind zich op de beste manier kan ontwikkelen.
Stefan Ramaekers is pedagoog aan de KU Leuven. Hij wijst erop dat we uit moeten kijken dat we ouders niet alleen nog maar zien als een instrument in de ontwikkeling van het kind. Hij zegt: “We moeten opvoeden niet versmallen tot ‘ouderlijk gedrag’, maar met ouders in gesprek gaan over wat zij belangrijk vinden in het leven, wat ze hun kind mee willen geven en waarom.”
McKenna en Millen, twee onderzoekers uit de VS, gooiden om dezelfde reden de term ‘ouderbetrokkenheid’ over boord. Ze maakten een model voor leerkrachten dat ze noemden ‘Parental Presence en Parental Voice’.
Parental Presence betekent dat leerkrachten ouders vragen naar de vele manieren waarop zij betrokken zijn bij hun kind, waarop ze ‘present zijn’ in het leven van hun kind, en dat de professional daar ook waardering voor laten zien. “Wat vind je leuk om met je kind te doen? Wanneer hebben jullie plezier samen? Vertel eens…”
En Parental Voice houdt in dat de leerkracht ouders vraagt wat zij hopen voor hun kind, waar ze zich zorgen over maken, welke dromen ze voor hun kind hebben. En dat de leerkracht hier erkenning voor geeft.
Herinner jij je misschien een moment dat je zo’n vraag stelde aan een ouder? En als je dat nog niet eerder gedaan hebt, welke vraag zou jij aan welke ouder willen stellen? Waar ben jij benieuwd naar?
2.4 Kenmerk 4: Vastomlijnde beelden van ouderbetrokkenheid
Een vierde kenmerk van professionals in het onderwijs is dat ze vastomlijnde beelden kunnen hebben van wat ouderbetrokkenheid is. Leraren vinden ouders vaak om twee redenen betrokken. Ik ben benieuwd of je dit herkent!
Ten eerste vinden we ouders betrokken als ze veel op school komen. Als ze op de ouderavond komen, altijd bereid zijn mee te fietsen als je een uitstapje gaat maken en meteen met 25 wc-rolletjes aan komen rennen als jij gaat knutselen met je kleuters. Dat vinden we fijne, betrokken ouders.
En ten tweede vinden we ouders betrokken als ze onze adviezen opvolgen. Bijvoorbeeld: je vindt dat je leerling wat meer moet lezen thuis. Je bespreekt dit met de ouder en de volgende dag komt de ouder aan met vijf boekjes, want ze is zo leuk met haar kind naar de biep geweest en het eerste boekje is al uit! Dat vinden we een betrokken ouder.
En andersom geldt het ook. Hebben we de ouder al vijf keer erop gewezen dat er thuis meer gelezen moet worden en gebeurt het maar niet, dan vinden we daar wat van. Dan denken we misschien wel: wat een onbetrokken ouder. En dat geldt ook voor ouders die we nooit op school zien, die we moeilijk kunnen bereiken. Lekker betrokken…
Kroeger en Lash, twee onderzoekers uit de VS, deden een experiment met pabostudenten. Ze vroegen hen om contact te gaan maken met ouders waarvan hun mentor zei: daar hoef je niet aan te beginnen, want dat lukt toch niet. En het interessante is: het lukte ze allemaal!
Toen het haar via de telefoon, de mail, de app en een briefje in de tas niet lukte om contact te krijgen, besloot een student mee te gaan met het jongetje in de schoolbus. Drie kwartier later stapte ze uit in de suburbs, in een wijk waar niemand een auto had en ze trof daar een moeder met nog twee kleine kinderen. De moeder was dolblij iemand van school te ontmoeten en ze wist alles van school. De naam van de juf, wie de vriendjes van haar kind waren en met welke lesstof ze bezig waren.
Welke ouder vind jij op het eerste gezicht ‘onbetrokken’? Wat zou je kunnen doen om erachter te komen op welke manieren deze ouder wél betrokken is bij het opgroeien van zijn of haar kind?
2.5 Kenmerk 5: Je bent niet opgeleid voor oudercontact
Ten slotte. Het kan goed zijn dat jij voor je vak hebt gekozen omdat je graag met kinderen wilde werken, niet omdat het je zo geweldig leek om met ouders te werken. De focus in het beroep en de opleiding ligt op het kind, niet de ouder.
Vaak ontbreekt aandacht voor het leren samenwerken met ouders in de opleiding. En als die aandacht er wel is, dan vertrekt dat vaak vanuit het lastige: omgaan met agressieve ouders, het slecht-nieuwsgesprek voeren… Daarbij wordt dan ook vaak een instrumentele insteek gekozen. Je leert gesprekstechnieken, zodat je je kunt redden in deze lastige situaties.
In het volgende artikel ga je ontdekken dat er eigenlijk heel wat anders nodig is voor het opbouwen van samenwerkingsrelaties met ouders.
Interessant is trouwens wel, dat wat jij leert in de opleiding voor het omgaan met leerlingen, heel helpend kan zijn voor het werken met ouders. Zo leer je bijvoorbeeld te reflecteren, te vertrekken vanuit gelijkwaardigheid, te kiezen voor een empathische houding…
Ik durf te zeggen dat jij heel wat in huis hebt om het goed te hebben met ouders. Jij hebt gekozen voor een vak waarin je vrijwillig de hele dag met 30 anderen in een lokaal zit. Dan móet je wel een sociaal beest zijn, dan moet je wel een rugzak propvol sociale vaardigheden hebben. En die gaan je geweldig van pas komen in het werken met ouders.
3. Hoe nu verder?
In het volgende artikel leg ik je uit hoe dat zit: wat hebben we eigenlijk nodig voor het opbouwen van samenwerkingsrelaties met ouders?
Wil je meer weten over mijn onderzoek en samenwerken met ouders? Kijk dan op de pagina ‘Samen met ouders’ van de Marnix Academie.
Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?
“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een plek beantwoord door collega’s en andere experts”
Heb je vanuit je expertise of ervaring aanvullingen op het artikel? Deze input is altijd welkom! Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl.