Het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) opstellen
Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: [datum invullen bij publicatie]
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.
Inhoudsopgave
- Wat is een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP)?
- Wanneer is een OPP verplicht?
- Wie het OPP opstelt
- De vaste onderdelen van een OPP
- Een OPP dat leeft in de klas
- Samenvatting
Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl, dé plek voor leraren die zich willen blijven ontwikkelen. In dit artikel lees je wat een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) is, wanneer een school er een moet opstellen, wie dat doet en uit welke vaste onderdelen het bestaat: het uitstroomperspectief, de onderwijsbehoeften, de evaluatiemomenten en de betrokkenheid van ouders en leerling.
Na het lezen van dit artikel weet je wat een OPP is, herken je wanneer het verplicht is en kun je de vier vaste onderdelen benoemen en toepassen in je eigen klas of team. Loop je in de praktijk tegen een lastige situatie aan? Stel je vraag gerust aan collega’s in de community.
[VIDEO VOLGT LATER] – De kennisclip bij dit onderwerp staat nog niet online. Zodra de video gepubliceerd is, komt de embed hier (direct onder deze welkomstalinea).

Dit schema is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.
Wat is een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP)?
Een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) is het document waarin een school vastlegt waar een leerling met extra ondersteuning naar verwachting uitstroomt, welke onderwijsbehoeften daarbij horen en hoe je dat perspectief volgt en bijstelt.
Het OPP hoort bij de Wet passend onderwijs: iedere leerling die meer nodig heeft dan de basisondersteuning van het samenwerkingsverband, krijgt zo’n plan. Het OPP bestaat uit twee delen. Het eerste deel is de uitstroombestemming: het niveau waarop je verwacht dat de leerling de school verlaat, met een onderbouwing. Het tweede deel is het handelingsdeel: de concrete ondersteuning en aanpak die daarvoor nodig is. Werk je dat handelingsdeel verder uit voor de klas, dan schrijf je in feite een handelingsplan dat binnen het OPP past.
Een OPP is dus geen invuloefening voor de administratie, maar een werkdocument. Het helpt je gericht te werken aan een concreet perspectief voor een leerling, in plaats van van dag tot dag te reageren op wat er misgaat.
Wanneer is een OPP verplicht?
Een OPP is verplicht voor alle leerlingen in het speciaal onderwijs en praktijkonderwijs, en voor leerlingen in het regulier onderwijs die meer ondersteuning krijgen dan de basisondersteuning van het samenwerkingsverband.
- In het speciaal (basis)onderwijs en het praktijkonderwijs is een OPP voor iedere leerling verplicht, vanaf de inschrijving of definitieve plaatsing.
- In het regulier basis- en voortgezet onderwijs geldt de verplichting zodra een leerling extra ondersteuning krijgt die verder gaat dan de basisondersteuning. Volgt een leerling gewoon het lesprogramma, eventueel met een groepsplan, dan is er nog geen OPP nodig.
- Het schoolbestuur moet het OPP vaststellen binnen zes weken nadat de afspraken over de extra ondersteuning zijn gemaakt (bij plaatsing in het speciaal onderwijs: binnen zes weken na de inschrijving of definitieve plaatsing).
De Inspectie van het Onderwijs controleert of scholen zich aan deze termijn houden en of het OPP is geregistreerd.
Wie het OPP opstelt
Formeel is het schoolbestuur verantwoordelijk voor het OPP. In de praktijk stel jij het als leraar meestal samen met de intern begeleider of zorgcoördinator op. Gaat het om zwaardere ondersteuning, dan denkt er vaak ook een orthopedagoog of gedragsspecialist vanuit het samenwerkingsverband mee.
Je stelt een OPP nooit alleen op: het is een gezamenlijk proces met ouders, en sinds 1 augustus 2025 ook met de leerling zelf. Vanaf die datum regelt de Wet versterking positie ouders en leerlingen in passend onderwijs dat leerlingen in elke fase gehoord moeten worden: bij het opstellen, bijstellen, vaststellen én evalueren van hun OPP. Vraag dus niet alleen aan ouders, maar ook aan de leerling zelf hoe hij of zij het eigen perspectief ziet.
De vaste onderdelen van een OPP
Een OPP bestaat wettelijk uit vier vaste onderdelen. Werk je ze allemaal uit, dan heb je een compleet en bruikbaar plan.
Uitstroomperspectief en onderbouwing
Het eerste onderdeel is de verwachte uitstroombestemming: het niveau waarop je verwacht dat de leerling de school verlaat, bijvoorbeeld praktijkonderwijs, vmbo-basis of een vervolgopleiding. Die verwachting onderbouw je met bevorderende en belemmerende factoren: wat helpt de leerling vooruit (bijvoorbeeld doorzettingsvermogen of een ondersteunende thuissituatie) en wat staat in de weg (bijvoorbeeld een taalachterstand of een beperkte werkgeheugencapaciteit). Wees hierin eerlijk en concreet: een vaag geformuleerd perspectief helpt niemand, ook de leerling zelf niet.
Voor het ordenen van bevorderende en belemmerende factoren in de omgeving van de leerling (thuis, klas, school, wijk) is het ecologisch model van Bronfenbrenner een handig kader.
Onderwijsbehoeften en ondersteuning
Het tweede onderdeel, het handelingsdeel, beschrijft welke onderwijsbehoeften en ondersteuning de leerling nodig heeft om het uitstroomperspectief te halen, en eventueel welke onderdelen van het reguliere programma daarvoor worden aangepast. Denk aan aangepaste instructie, een vast stappenplan, extra tijd bij toetsen of een kleinere instructiegroep. Begin daarbij bij de beginsituatie formuleren: pas als helder is waar een leerling nu staat, kun je gericht onderwijsbehoeften benoemen. Dit onderdeel sluit ook nauw aan bij het denken in onderwijsbehoeften uit handelingsgericht werken (HGW): niet de diagnose staat centraal, maar wat de leerling concreet nodig heeft om verder te komen. Werk je dit onderdeel uit tot een plan voor de klas, dan schrijf je in feite een handelingsplan dat binnen het OPP past.
Evaluatiemomenten
Het derde onderdeel is de evaluatie. De school evalueert het OPP minimaal één keer per schooljaar met de ouders, en dus ook met de leerling. Je toetst dan of het uitstroomperspectief nog klopt, of de geboden ondersteuning werkt en of er bijstelling nodig is. In de praktijk plan je dit vaak twee keer per jaar in, zeker als een leerling zich sneller of juist langzamer ontwikkelt dan verwacht. Check je vaker dan alleen op het formele moment, dan voorkom je dat een OPP een papieren document wordt dat los staat van wat er in de klas gebeurt.
Betrokkenheid van ouders en leerling
Het vierde onderdeel gaat niet over de inhoud, maar over het proces: hoe je ouders en de leerling erbij betrekt. Over de uitstroombestemming voer je met ouders op overeenstemming gericht overleg: je probeert het samen eens te worden, maar uiteindelijk beslist de school. Zijn ouders het er niet mee eens, dan kunnen ze onder protest tekenen of binnen zes weken na bekendmaking van het OPP een geschil voorleggen aan de Geschillencommissie Passend Onderwijs, die binnen tien weken advies uitbrengt.
Voor het handelingsdeel ligt dat anders: daar geldt instemmingsrecht van de ouders. Zonder hun instemming kun je het handelingsdeel niet formeel vaststellen, al kan de ondersteuning intussen wel doorgaan. En zoals hierboven beschreven, heeft de leerling zelf sinds 2025 in elke fase hoorrecht.
Een OPP dat leeft in de klas
Juf Sanne werkt met Milan, een leerling in groep 6 met een OPP vanwege een taalontwikkelingsstoornis. Ze merkt dat het plan pas gaat werken zodra ze het met haar team vertaalt naar concrete keuzes voor de klas. Een paar dingen die daarbij helpen:
- Betrek de intern begeleider of zorgcoördinator vroeg, dan komt het uitstroomperspectief niet als verrassing voor ouders.
- Beschrijf onderwijsbehoeften in gewone klastaal: wat heeft deze leerling deze week concreet nodig, in plaats van alleen een diagnose te noemen.
- Vraag de leerling zelf naar zijn of haar eigen doelen voordat je het OPP vaststelt of bijstelt.
- Plan de jaarlijkse evaluatie niet vlak voor de zomervakantie, maar op een moment waarop je nog kunt bijsturen.
- Leg de onderbouwing van het uitstroomperspectief helder vast: dat voorkomt discussie achteraf.
- Wees eerlijk over een lager uitstroomperspectief, vage taal helpt de leerling niet verder.
Lukt het niet om ouders mee te krijgen in het uitstroomperspectief? Vraag om op overeenstemming gericht overleg en schakel op tijd de intern begeleider of het samenwerkingsverband in, voordat het vastloopt.
Samenvatting
Een OPP is het document waarin je vastlegt waar een leerling met extra ondersteuning naar verwachting uitstroomt en wat daarvoor nodig is. Het is verplicht in het speciaal onderwijs en praktijkonderwijs, en in het regulier onderwijs zodra een leerling meer nodig heeft dan basisondersteuning. Je stelt het samen op met de intern begeleider, ouders en, sinds 2025, de leerling zelf. De vier vaste onderdelen zijn: het uitstroomperspectief met onderbouwing, de onderwijsbehoeften en ondersteuning, de jaarlijkse evaluatie en de betrokkenheid van ouders en leerling. Werk je die onderdelen serieus uit, dan wordt het OPP een werkdocument waar je echt iets aan hebt, in plaats van een formulier voor de la.
Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?
“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel beantwoord door
collega’s en andere experts”
Lees ook
- Een handelingsplan opstellen
- De Wet passend onderwijs: zorgplicht en ondersteuning
- De beginsituatie formuleren
- HGW en OGW
- Bekijk de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.
Bronnen
- Inspectie van het Onderwijs (2026). Ontwikkelingsperspectief opstellen en registeren.
- Steunpunt Passend Onderwijs PO-VO. Het ontwikkelingsperspectief (OPP).
- PO-Raad. De kern van het ontwikkelingsperspectief.
- Onderwijsgeschillen. Ontwikkelingsperspectief.
- Ministerie van OCW (2024). Wet versterking positie ouders en leerlingen in passend onderwijs in werking in 2025.
Tekst en onderzoek: redactie eenmeesterinleren.nl. Advies en technische realisatie: Basten Berg, meesterinleren.nl.