Hoe formuleer ik de beginsituatie van de les?

Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 17 april 2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.

Inhoudsopgave

  1. Wat is de beginsituatie?
  2. Twee soorten kenmerken van de beginsituatie
  3. Hoe breng je de beginsituatie in kaart?
  4. De beginsituatie kost tijd maar betaalt zich terug
  5. Wanneer is de beginsituatie voldoende in kaart gebracht?
  6. De beginsituatie in de onderwijspraktijk
  7. Samenvattend

Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Een plek voor leraren, andere onderwijsprofessionals en iedereen die geïnteresseerd is in het formuleren van een goede beginsituatie in zijn of haar les.

Na het lezen van dit artikel weet je wat de beginsituatie is, waarom het zo belangrijk is om de beginsituatie in kaart te brengen, welke informatie je nodig hebt en hoe je die kunt verzamelen, en wanneer je de beginsituatie voldoende in kaart hebt gebracht.

Vanuit mijn achtergrond als leraar biologie, onderwijskundige en lerarenopleider schrijf ik artikelen en maak ik video’s om fundamentele theorieën over onderwijs, leren en lesgeven begrijpelijk aan te bieden.

Op de community voor leraren vind je een overzicht van alle uitgewerkte theorieën, geordend per thema en een groep collega’s om samen mee te leren.

1. Wat is de beginsituatie?

Binnen het Didactisch Analysemodel van Van Gelder is de eerste sleutelvraag: waar moet ik beginnen? Het antwoord op die vraag is de beginsituatie.

De beginsituatie beschrijft de uitgangspositie van je studenten, voordat het leerproces begint. Het is een beeld van wie je studenten zijn, wat ze al weten en kunnen, en wat ze nodig hebben. Pas wanneer je dat beeld helder hebt, kun je een doel formuleren dat haalbaar en passend is. Het doel van een les hangt dus altijd nauw samen met de beginsituatie. Je kunt pas een helder en haalbaar leerdoel formuleren wanneer je weet waar je studenten staan.

2. Twee soorten kenmerken van de beginsituatie

Bij de beginsituatie kun je onderscheid maken tussen twee soorten kenmerken.

Enerzijds zijn er de relatief stabiele, algemene kenmerken die je hebt over de groep. Denk aan de leeftijd van je studenten, hun interesses, hun culturele achtergrond en hoe hun leefwereld eruitziet. Deze kenmerken veranderen niet van les tot les.

Anderzijds zijn er variabele, specifieke kenmerken die per student of per moment kunnen verschillen. Denk aan motivatie, voorkennis over een specifiek onderwerp, werktempo, concentratie en persoonlijke omstandigheden. Een student die normaal gesproken goed meedoet, kan een slechte dag hebben. Een klas die ’s ochtends geconcentreerd werkt, kan na de lunchpauze een heel ander energieniveau hebben.

Door beide soorten kenmerken in kaart te brengen, kun je leerdoelen formuleren die aansluiten bij de mogelijkheden en behoeften van je studenten. Op die manier ontwikkel je een les die past bij jouw groep.

3. Hoe breng je de beginsituatie in kaart?

Er zijn verschillende manieren om informatie over de beginsituatie van je studenten te verzamelen. Je kunt bijvoorbeeld:

•   kijken naar eerder behaalde resultaten en toetsen;

•   studentdossiers raadplegen;

•   je studenten observeren in de les;

•   met collega’s over je studenten spreken;

•   en vooral: met de studenten zelf in gesprek gaan!

Kijk ook eens buiten de school. In wat voor wijk staat de school? Hoe wonen de studenten? Wat doen ze in hun vrije tijd? Dit soort informatie helpt je om je studenten beter te begrijpen en je les aan te laten sluiten bij hun belevingswereld.

Als je je klassen eenmaal goed kent, hoef je niet elke les de volledige beginsituatie opnieuw te beschrijven. Je beschrijft dan vooral de elementen die van belang zijn voor die specifieke les. Wat is de relevante voorkennis? Hoe laat op de dag is het? Is er iets bijzonders aan de hand in de klas?

4. De beginsituatie kost tijd maar betaalt zich terug

Het in kaart brengen van de beginsituatie kost tijd, zeker wanneer je je studenten nog niet goed kent. Toch is het een onmisbare stap in het ontwerpen van een goede les. Zonder zicht op wie je studenten zijn, wat zij al weten en kunnen, en wat zij nodig hebben, is het lastig om doelgericht onderwijs te verzorgen.

Het goede nieuws: de beginsituatie verandert niet van les tot les volledig, maar ontwikkelt zich geleidelijk. Veel van wat je over je studenten te weten komt, kun je vaker gebruiken. Het is daarom een investering die zich terugbetaalt.

5. Wanneer is de beginsituatie voldoende in kaart gebracht?

Een logische vraag is: wanneer weet ik genoeg? Je hebt de beginsituatie voldoende in kaart gebracht wanneer je over genoeg informatie beschikt om passende leerdoelen te formuleren en bewuste keuzes te maken in leeractiviteiten, werkvormen en evaluatie. De beginsituatie is dus geen doel op zich, maar het vertrekpunt voor samenhangend en doelgericht lesgeven.

6. De beginsituatie in de onderwijspraktijk

Om te laten zien hoe de beginsituatie er in de praktijk uitziet, volgen we docent Sanne. Sanne geeft les aan een mbo-3 opleiding Verzorgende IG en bereidt een les voor over de persoonlijke verzorging van een zorgvrager. Het is een les waarin de studenten voor het eerst gaan oefenen met het ondersteunen bij de ochtendzorg. Sanne gebruikt wil een goede beginsituatie formuleren als eerste stap van het verder invullen van het Didactische analysemodel dat ze gebruikt om haar les voor te bereiden.

Stabiele kenmerken

Sanne kent haar groep inmiddels goed. Het zijn twintig studenten van tussen de zestien en twintig jaar oud. De meeste studenten hebben bewust gekozen voor de zorg: ze willen werken met mensen en vinden het belangrijk om iets te kunnen betekenen voor een ander. Een aantal studenten heeft al ervaring als mantelzorger, bijvoorbeeld voor een grootouder. De groep is cultureel divers; sommige studenten hebben van huis uit geleerd dat persoonlijke verzorging een privézaak is waar je niet zomaar over praat. Dit zijn stabiele kenmerken die niet van les tot les veranderen, maar die Sanne wel helpen om haar les zorgvuldig vorm te geven, vooral bij een gevoelig onderwerp als persoonlijke verzorging.

Variabele kenmerken

Daarnaast brengt Sanne de variabele kenmerken in kaart. Ze weet dat de studenten in de vorige lessen de theorie over hygiëne en infectiepreventie hebben behandeld. Ze kennen de basisprincipes, maar hebben nog niet geoefend met het daadwerkelijk ondersteunen van een persoon bij de ochtendzorg. Uit een korte formatieve toets aan het eind van de vorige les bleek dat de meeste studenten de theorie beheersen, maar dat een aantal moeite had met het verschil tussen schoon en steriel werken. Sanne weet ook dat sommige studenten opzien tegen deze les: het oefenen met persoonlijke verzorging op een medestudent kan spannend of ongemakkelijk zijn. De les staat ingeroosterd op maandagochtend, het eerste uur, de studenten zijn dan over het algemeen nog rustig en gefocust.

Hoe heeft Sanne deze informatie verzameld?

De stabiele kenmerken kent Sanne doordat ze aan het begin van het studiejaar kennismakingsgesprekken heeft gevoerd met haar studenten. Ze heeft gevraagd naar hun achtergrond, hun motivatie voor de opleiding en hun eventuele ervaring in de zorg. Met het team heeft ze gesproken over de samenstelling van de groep. De variabele kenmerken stelt ze per les opnieuw vast: ze kijkt naar de resultaten van de formatieve toets, ze heeft in de vorige les geobserveerd welke studenten onzeker reageerden bij het bespreken van persoonlijke verzorging, en ze heeft met haar collega gesproken die de les over hygiëne verzorgde.

De invloed op haar didactische keuzes

Het beeld dat Sanne nu heeft van haar groep stuurt al haar verdere keuzes. Omdat de studenten de theorie over hygiëne al beheersen, hoeft ze die niet opnieuw uit te leggen, ze kan zich richten op de toepassing in de praktijk. Omdat ze weet dat een aantal studenten het verschil tussen schoon en steriel werken nog niet helder heeft, begint ze de les met een korte herhaling van juist dat punt. Omdat persoonlijke verzorging een gevoelig onderwerp is en sommige studenten daar vanuit hun achtergrond anders tegenaan kijken, besteedt ze aan het begin van de les aandacht aan het creëren van een veilige sfeer. Ze bespreekt vooraf met de groep wat iedereen nodig heeft om zich op zijn gemak te voelen. En omdat het maandagochtend eerste uur is, weet ze dat ze niet extra hoeft te activeren maar juist rustig kan starten. Zonder deze kennis van de beginsituatie had Sanne deze keuzes niet bewust kunnen maken.

De beginsituatie is niet statisch

Na afloop van de les is de beginsituatie van Sanne’s studenten veranderd. Tijdens de oefening bleek dat de meeste studenten de handelingen goed konden uitvoeren, maar dat een aantal studenten moeite had met de communicatie met de zorgvrager: ze vergaten uit te leggen wat ze gingen doen of vroegen geen toestemming. Dát is nu de beginsituatie voor de volgende les. De stabiele kenmerken blijven hetzelfde, maar de variabele kenmerken zijn verschoven. Sanne besluit in haar volgende les extra aandacht te besteden aan communicatieve vaardigheden tijdens de verzorgingshandelingen. Zo vormt de evaluatie van de ene les het startpunt voor de beginsituatie van de volgende.

7. Samenvattend

De beginsituatie is het fundament onder je les. Door zorgvuldig in kaart te brengen wie je studenten zijn, wat ze al weten en kunnen, en wat ze nodig hebben, leg je de basis voor passende leerdoelen en effectieve didactische keuzes. Het kost tijd, vooral in het begin, maar het is een investering die zich terugbetaalt in beter onderwijs. Onthoud dat de beginsituatie geen doel op zich is, maar het vertrekpunt. Je hebt voldoende informatie wanneer je in staat bent om bewuste keuzes te maken over doelen, werkvormen, leeractiviteiten en evaluatie.

Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?

“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een pek beantwoord door
collega’s en andere experts”

‘Heb je vanuit je expertise of ervaring aanvullingen of kritiek op het artikel? Deze input is altijd welkom! Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl, zodat we informatie toe kunnen voegen of de fout kunnen herstellen!