Dyslexie: herkennen en ondersteunen in de klas
Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 25 juli 2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.
Inhoudsopgave
- Wat is dyslexie?
- Hoe herken je dyslexie in de klas?
- Zwakke én sterke kanten
- Wat wél helpt: accepteren, stimuleren, compenseren en dispenseren
- Wat je beter niet doet
- Samenvatting
Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl, dé plek voor leraren die zich willen blijven ontwikkelen. In dit artikel lees je wat dyslexie is, hoe je het herkent in de klas en vooral: wat wél en niet helpt in je omgang met deze leerlingen.
Deze video is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.
Na het lezen van dit artikel ken je de definitie van dyslexie en je rol als docent, weet je hoe je dyslexie herkent in de klas, en weet je wat je wel en niet doet met deze leerlingen in de praktijk.
Ik ben Basten, oud-docent biologie en onderwijskundige met bijna twintig jaar ervaring in het onderwijs. Eerst als vmbo-docent in projectgestuurd onderwijs en probleemklassen, later als lerarenopleider in het hbo, waar ik meer dan 2000 docenten begeleidde bij hun start voor de klas.
Op de community voor leraren staat een gratis cursus met alle video’s over passend onderwijs en SEN. Je vindt er meer bruikbare theorie én een groep gelijkgestemde collega’s om samen mee te leren.
Wat is dyslexie?
Dyslexie is een specifieke leerstoornis waarbij het lezen en spellen, ook na langdurig en herhaald oefenen, niet automatisch gaan.
In de DSM-5 (het classificatiehandboek voor psychische stoornissen) valt dyslexie onder de specifieke leerstoornissen, binnen de groep neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. De kern is dat de koppeling tussen klank en teken niet goed geautomatiseerd raakt. Het probleem zit dus op klank- en tekenniveau. Die hardnekkigheid blijkt uit de discrepantie tussen inspanning en resultaat: er wordt hard geoefend, maar het lezen blijft moeizaam.
Slimme dyslectische leerlingen omzeilen hun probleem vaak, waardoor het in het basisonderwijs niet opvalt. In het voortgezet onderwijs wordt het dan zichtbaar, wanneer meerdere talen met hun eigen klank-tekenkoppelingen in korte tijd geautomatiseerd moeten worden. Onthoud daarbij: als leraar stel je nooit zelf de diagnose en bepaal je de behandeling niet. Je hebt wél een essentiële rol in het signaleren en ondersteunen, want school is vaak de plek waar dyslexie voor het eerst opvalt.
Hoe herken je dyslexie in de klas?
Je ziet spellend, traag of radend lezen, moeite met spelling en een groot verschil tussen wat een leerling mondeling kan en op papier laat zien.
Voor een diagnose moeten de signalen minstens zes maanden aanhouden, ondanks gerichte hulp. In de klas vallen vooral deze dingen op:
- Onnauwkeurig of traag lezen: losse woorden lezen, aarzelen bij hardop lezen, woorden raden en moeite met de uitspraak.
- Moeite met begrijpend lezen: de tekst wordt wel gelezen, maar de volgorde, verbanden of diepere betekenis komen niet binnen.
- Spellingproblemen: klinkers en medeklinkers toevoegen, weglaten of vervangen.
- Moeite met schriftelijk formuleren: veel grammatica- en interpunctiefouten, zwakke alinea-indeling.
- Bijkomende signalen: zwakke oriëntatie in tijd en ruimte (klokkijken, links en rechts, de weg vinden), moeizaam schrijven en een rommelige agenda, en moeite met het onthouden van losse feiten of afspraken.
De leerproblemen beginnen op de basisschool, maar worden soms pas zichtbaar als de belasting toeneemt: toetsen met een tijdslimiet, lange teksten of een volle toetsweek. Juist bij intelligentere leerlingen kan dat lang duren.
Zwakke én sterke kanten
Dyslexie raakt meer dan lezen alleen, maar gaat vaak samen met opvallend sterke kanten.
Aan de kwetsbare kant zie je vaker concentratieproblemen en verstrooidheid, een zwak gevoel voor tijd en ordening, moeizaam en onleesbaar schrijven, en moeite met het onthouden van losse gegevens. Dat kan slordig of ongeïnteresseerd overkomen, terwijl de oorzaak heel ergens anders ligt. Ook het zelfvertrouwen krijgt geregeld een knauw.
Ter illustratie een persoonlijke noot: ik ben zelf dyslectisch en kon op de middelbare school na twee maanden de lokalen nog niet vinden. De verschillende tijden in mijn rooster wilden er ook maar niet in, dus als ik mijn klasgenoten kwijtraakte in de pauze, kwam ik steevast te laat. Voor een toets Franse woordjes was ik gemiddeld twee maanden dagelijks bezig, terwijl mijn klasgenoten er twee dagen over deden.
Daar staan mooie kwaliteiten tegenover. Leerlingen met dyslexie zijn vaak gedreven en enthousiast, goede vertellers die makkelijk contact leggen, creatief en beeldend, met veel energie en een hoog werktempo. Benut die sterke kanten bewust in je onderwijs.
Wat wél helpt: accepteren, stimuleren, compenseren en dispenseren
De aanpak draait om vier dingen: accepteren, stimuleren en begeleiden, compenseren en dispenseren.
Compenseren betekent hulpmiddelen toestaan die de zwakke vaardigheid omzeilen. Dispenseren betekent vrijstellen van bepaalde eisen, bijvoorbeeld spelfouten niet meetellen. Beide zorgen dat je een leerling toetst op wat hij kan, niet op zijn stoornis.
- Accepteer dat de leerling een probleem heeft en toon begrip. Laat merken dat je in hem gelooft.
- Stimuleer en begeleid: leg de nadruk op talenten, structureer de leerstof, leer kernwoorden markeren en hoofdzaken samenvatten, en doe aan pre-teaching zodat de leerling de gewone instructie kan volgen.
- Gebruik overzichtelijk materiaal: let op contrast, lettertype, witregels en duidelijke alinea’s, het liefst alles op één pagina.
- Spreid het oefenen: leer woordjes over meerdere dagen in plaats van de avond ervoor (zie spaced practice), en combineer woorden met beelden (zie dual coding).
- Compenseer ruimhartig: sta laptop, rekenmachine, voorleestools, overhoorprogramma’s en digitale woordenboeken toe. Dit is geen voorzeggen; het houdt de leerling juist niet onnodig tegen.
- Dispenseer waar het kan: tel niet elke spelfout mee, laat minder oefeningen maken als de stof begrepen is, en geef minstens dertig procent extra tijd bij toetsen (liever eerder beginnen dan langer doorgaan). Een mondelinge overhoring kan een enorme opluchting zijn.
Voorbeeld uit de klas: Tycho leest traag en durft niet hardop voor te lezen. Je kondigt toetsen ruim van tevoren aan, geeft hem teksten digitaal zodat hij ze kan laten voorlezen, en rekent spelfouten bij jouw vak niet mee. Bij de volgende overhoring laat je hem mondeling vertellen wat hij weet. Voor het eerst laat Tycho zien wat er écht in zit.
Wat je beter niet doet
Spelfouten aanrekenen, veel laten overschrijven en onvoorbereid hardop laten lezen werken averechts.
- Spelfouten aanrekenen of onvoorbereid hardop laten lezen.
- Veel tekst van het bord laten overschrijven of lange schrijfopdrachten geven.
- Meerdere opdrachten tegelijk geven of toetsen kort van tevoren aankondigen.
- Alleen schriftelijk overhoren of dictees boven het niveau laten meedoen.
- Lange, complexe instructies geven, of leerstof alleen in de vreemde taal uitleggen.
- Zeggen “je hebt niet geleerd”; vraag liever hóé de leerling iets heeft aangepakt.
- Zware sancties bij te laat komen of vergeten, verwachten dat de leerling zelfstandig plant, of hem vergelijken met klasgenoten.
- Onoverzichtelijke lay-out, onduidelijke kopieën, handgeschreven opgaven of materiaal verspreid over losse bladen.

Samenvatting
Dyslexie is een specifieke leerstoornis binnen de neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, waarbij de klank-tekenkoppeling voor lezen en spellen niet automatiseert. Je herkent het aan traag, spellend of radend lezen, spellingproblemen en een groot verschil tussen mondelinge en schriftelijke prestaties. Als leraar stel je geen diagnose, maar je signaleert en ondersteunt. De aanpak rust op vier pijlers: accepteren, stimuleren en begeleiden, compenseren met hulpmiddelen en dispenseren van bepaalde eisen. Vermijd spelfouten aanrekenen, veel overschrijven, onvoorbereid hardop lezen en het vergelijken met klasgenoten.
Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?
“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel beantwoord door
collega’s en andere experts”
Lees ook
- Specifieke leerstoornissen
- De DSM in het onderwijs
- Spaced practice: gespreid leren
- Dual coding theory
- Dyscalculie
Bekijk ook de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.