Universal Design for Learning (UDL) in het onderwijs

Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: [datum invullen bij publicatie]
Redacteur: Basten Berg
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.

Inhoudsopgave

  1. Wat is Universal Design for Learning (UDL)?
  2. De herkomst van UDL: ontstaan bij CAST
  3. De drie hoofdprincipes van UDL
  4. UDL toepassen in les- en toetsontwerp
  5. Het verschil tussen UDL en differentiëren
  6. UDL in de praktijk: een voorbeeld uit de klas
  7. Samenvatting

Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl, hét platform voor leraren en pabostudenten die zich willen verdiepen in onderwijstheorie en praktijk. Dit artikel is geschreven door Basten Berg, oprichter van eenmeesterinleren.nl en de bijbehorende community op Skool, waar leraren elkaar helpen met vragen over lesgeven en leren.

Je hebt vast wel eens een klas voor je gehad waarin de ene leerling alles onthoudt na één keer luisteren, terwijl een ander pas iets snapt na een plaatje, een filmpje of door het zelf te doen. Universal Design for Learning (UDL) is een ontwerpkader dat je helpt om daar vooraf rekening mee te houden, in plaats van achteraf te moeten repareren. Na het lezen van dit artikel weet je wat UDL inhoudt, waar het vandaan komt, hoe de drie hoofdprincipes werken en hoe je ze kunt toepassen in je les- en toetsontwerp. Heb je na het lezen nog vragen? Stel ze gerust aan collega’s in de community.

[VIDEO VOLGT LATER] – De kennisclip bij dit artikel staat nog niet online. Zodra de video gepubliceerd is, komt de embed hier (direct onder deze welkomstalinea).

Wat is Universal Design for Learning (UDL)?

Universal Design for Learning (UDL) is een ontwerpkader waarmee je lessen, materialen en toetsen vooraf zo inricht dat ze voor zoveel mogelijk leerlingen toegankelijk zijn, zonder dat je daarvoor eerst individuele aanpassingen hoeft te bedenken. Het kader is ontwikkeld door de Amerikaanse onderwijsorganisatie CAST (Center for Applied Special Technology) en is gebaseerd op inzichten uit de neurowetenschap over hoe verschillende hersennetwerken betrokken zijn bij leren.

Het uitgangspunt van UDL is dat variatie tussen leerlingen de norm is, niet de uitzondering. In plaats van les te geven voor een fictieve “gemiddelde” leerling en achteraf uitzonderingen te maken, ontwerp je met UDL vanaf het begin voor de volle breedte van je klas: leerlingen met en zonder extra ondersteuningsbehoefte, met verschillende voorkennis, talen, interesses en manieren van informatie verwerken.

De herkomst van UDL: ontstaan bij CAST

UDL is ontstaan bij CAST, een Amerikaanse onderzoeksorganisatie die is opgericht door een groep klinisch psychologen rond David Rose en Anne Meyer. Zij werkten in een neuropsychologische kliniek waar ze leerlingen met leerproblemen onderzochten en diagnoses stelden, maar merkten dat er op school vaak weinig veranderde met die diagnoses. Dat bracht hen op het idee om niet de leerling, maar het lesontwerp zelf onder de loep te nemen: als een curriculum star is, blijft het voor een deel van de leerlingen ontoegankelijk, hoeveel individuele hulp je er ook omheen organiseert.

David Rose bracht vanuit zijn achtergrond in de neurowetenschap het inzicht in dat leren via drie brede hersennetwerken verloopt: affectieve netwerken (het waarom van leren), herkenningsnetwerken (het wat van leren) en strategische netwerken (het hoe van leren). Deze driedeling vormt tot op vandaag de basis van de UDL-richtlijnen, die CAST bijhoudt en periodiek actualiseert. De meest recente versie, UDL Guidelines 3.0, legt daarnaast explicieter de nadruk op identiteit en op het wegnemen van drempels die voortkomen uit vooroordelen en uitsluiting, niet alleen uit een beperking.

De drie hoofdprincipes van UDL

CAST vertaalt de drie hersennetwerken naar drie ontwerpprincipes. Voor elk principe geldt dat je leerlingen meerdere manieren aanbiedt, in plaats van één vaste manier die voor iedereen moet werken.

Betrokkenheid: het waarom van leren

Het principe betrokkenheid (engagement) gaat over motivatie en volhouden. CAST omschrijft dit als het bieden van meerdere manieren om leerlingen welkom te heten, hun interesses en identiteit aan te spreken, en hun inzet en doorzettingsvermogen te ondersteunen. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld: leerlingen laten kiezen uit verschillende opdrachtonderwerpen, doelen samen zichtbaar maken, en ruimte geven voor samenwerking naast individueel werk.

Representatie: het wat van leren

Het principe representatie gaat over hoe je informatie aanbiedt. CAST omschrijft dit als het bieden van meerdere manieren van waarneming, taal en symbolen, en het opbouwen van kennis. Denk aan een uitleg die je zowel mondeling als schriftelijk en met beeld aanbiedt, moeilijke begrippen vooraf uitlegt, en leerlingen de mogelijkheid geeft om voorkennis te activeren voordat je nieuwe stof introduceert.

Actie en expressie: het hoe van leren

Het principe actie en expressie gaat over hoe leerlingen laten zien wat ze kunnen en weten. CAST omschrijft dit als het bieden van meerdere manieren van interactie, expressie en communicatie, en het ontwikkelen van strategieën om te plannen en te reflecteren. Denk aan een toets waarbij een leerling kan kiezen tussen een schriftelijk antwoord, een mondelinge presentatie of een ander product, of aan het expliciet aanleren van een plan-van-aanpak voor een opdracht.

Schema van de drie principes van Universal Design for Learning: betrokkenheid, representatie, en actie en expressie
De drie hoofdprincipes van UDL: betrokkenheid, representatie, en actie en expressie (bron: CAST.org).

Dit schema is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.

UDL toepassen in les- en toetsontwerp

UDL werkt het best als je het al meeneemt bij het ontwerpen van een les of toets, niet pas als er iets misgaat. Een paar concrete aangrijpingspunten:

  • Lesdoel loskoppelen van de vorm. Bepaal eerst wát een leerling moet kunnen (bijvoorbeeld “een informatieve tekst kunnen samenvatten”), en laat pas daarna de vorm los: moet dat per se op papier, of mag het ook mondeling of digitaal?
  • Instructie in meerdere lagen aanbieden. Combineer mondelinge uitleg met een schema, een kort filmpje of een voorbeelduitwerking, zodat leerlingen kunnen kiezen wat het beste bij hen past.
  • Keuze inbouwen in verwerking. Laat leerlingen bijvoorbeeld kiezen tussen een schrijfopdracht, een mondelinge toelichting of een visuele weergave van dezelfde leerstof.
  • Toetsvorm laten passen bij het doel, niet andersom. Meet je begrip van een tekst, dan hoeft dat niet per se via een geschreven proefwerk; een mondeling gesprek of een open-boek-opdracht kan hetzelfde doel dienen.
  • Vooraf drempels wegnemen. Denk aan een leesbaar lettertype, korte zinnen in schriftelijke instructies, en een duidelijke tijdsplanning, zodat leerlingen niet vastlopen op iets dat niets met de leerstof te maken heeft.

Het verschil tussen UDL en differentiëren

UDL en differentiëren worden vaak in één adem genoemd, maar het zijn geen synoniemen. Bij differentiëren ontwerp je meestal één basisles en pas je die daarna aan voor (groepen) leerlingen die iets anders nodig hebben, bijvoorbeeld een verkorte instructie voor de ene groep en een verrijkingsopdracht voor de andere. Dat gebeurt vaak achteraf, per leerling of groepje, en is dus reactief.

UDL zit een stap eerder in het proces: je ontwerpt de les zelf al zo dat ze voor een zo breed mogelijke groep leerlingen toegankelijk is, met ingebouwde keuzes in aanbod, verwerking en toetsing. Daardoor is er vooraf al minder aanpassing nodig. In de praktijk sluiten de twee elkaar niet uit: een goed UDL-ontwerp vangt veel op, maar er blijven leerlingen die daarnaast individuele differentiatie nodig hebben, bijvoorbeeld vanuit de wet passend onderwijs of een specifieke ondersteuningsbehoefte zoals bij leerproblemen, gedragsproblemen of stoornissen.

UDL in de praktijk: een voorbeeld uit de klas

Stel je geeft een les begrijpend lezen over een informatieve tekst. In plaats van de tekst klassikaal voor te lezen en daarna iedereen dezelfde vragen op papier te laten maken, bouw je vanaf het begin keuzes in:

Zo pas je UDL toe op een les begrijpend lezen:

    Lukt het een leerling ondanks deze keuzes nog steeds niet, dan is dat een signaal om verder te kijken: mogelijk is er meer nodig dan een andere vorm, en ligt er een individuele ondersteuningsvraag onder.

    Samenvatting

    Universal Design for Learning (UDL) is een ontwerpkader van CAST waarmee je lessen en toetsen vooraf toegankelijk maakt voor een brede groep leerlingen, in plaats van achteraf individuele aanpassingen te doen. De drie hoofdprincipes, betrokkenheid, representatie, en actie en expressie, komen voort uit hersenonderzoek naar het waarom, wat en hoe van leren. UDL is geen vervanging van differentiëren, maar een manier om vooraf al meer leerlingen mee te nemen, zodat er achteraf minder hoeft te worden bijgestuurd.

    Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
    een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?

    “Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel beantwoord door
    collega’s en andere experts”

    Lees ook

    Bronnen

    Advies en technische realisatie: Basten Berg, meesterinleren.nl.