De leercyclus van Kolb

Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: [datum invullen bij publicatie]
Redacteur: Basten Berg
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.

Inhoudsopgave

  1. Wat is de leercyclus van Kolb?
  2. De vier fasen van de leercyclus
  3. De vier leerstijlen van Kolb
  4. De leercyclus toepassen in lesontwerp
  5. Kolb en zelfreflectie van leraren
  6. Kritiek en kanttekeningen bij het model
  7. Samenvatting

Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl, dé plek voor leraren die zich willen blijven ontwikkelen. In dit artikel duiken we in de leercyclus van Kolb, het invloedrijke model van de Amerikaanse onderwijskundige David A. Kolb over hoe leren via ervaring werkt. Je leest wat het model inhoudt, welke vier fasen en leerstijlen Kolb onderscheidt, en hoe je het gebruikt in je lesontwerp en je eigen reflectie als leraar.

Na het lezen van dit artikel ken je de vier fasen van de leercyclus, weet je wat de vier leerstijlen van Kolb inhouden, en kun je het model toepassen bij het ontwerpen van je lessen en bij je eigen professionele reflectie.

Op de community voor leraren vind je een overzicht van alle uitgewerkte theorieën, geordend per thema, en een groep collega’s om samen mee te leren.

[VIDEO VOLGT LATER] – De kennisclip bij dit artikel staat nog niet online. Zodra de video gepubliceerd is, komt de embed hier (direct onder deze welkomstalinea).

Wat is de leercyclus van Kolb?

De leercyclus van Kolb is een model van de Amerikaanse onderwijskundige David A. Kolb dat leren beschrijft als een doorlopend proces van ervaren, reflecteren, begrijpen en opnieuw uitproberen. Kolb omschreef leren zelf als “the process whereby knowledge is created through the transformation of experience” (Kolb, 1984, p. 38): kennis ontstaat dus niet doordat je informatie ontvangt, maar doordat je een ervaring omzet in inzicht. Kolb werkte de theorie in de jaren zeventig uit met Ron Fry en publiceerde de volledige versie in 1984 in zijn boek Experiential Learning: Experience as the Source of Learning and Development, voortbouwend op het werk van onder anderen John Dewey, Kurt Lewin en Jean Piaget.

Schema van de leercyclus van Kolb met de vier fasen: concrete ervaring, reflectieve observatie, abstracte begripsvorming en actief experimenteren, in een cirkel met pijlen die de volgorde tonen.
De leercyclus van Kolb: vier fasen die steeds opnieuw worden doorlopen. Bron: eigen schema, gebaseerd op het model van David A. Kolb (1984).

Dit schema is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.

Het model bestaat uit vier fasen die samen een cirkel vormen. Je kunt op elk punt instappen, maar voor duurzaam leren doorloop je uiteindelijk alle vier de stappen, keer op keer, bij elke nieuwe ervaring.

De vier fasen van de leercyclus

Kolb onderscheidt vier fasen. Ze vormen samen een cirkel, maar in de praktijk begin je meestal bij een concrete ervaring.

Fase 1: concrete ervaring

Alles begint met iets wat je meemaakt, doet of ziet gebeuren: een nieuwe lessituatie, een gesprek met een leerling, een les die anders loopt dan gepland. Dat kan een compleet nieuwe ervaring zijn, maar ook een bekende situatie die je met andere ogen bekijkt. Zonder ervaring is er niets om op te reflecteren.

Fase 2: reflectieve observatie

In de tweede fase kijk je bewust terug op wat er gebeurde. Wat deed je zelf, wat deden anderen, en wat viel je op? Je bekijkt de ervaring vanuit meerdere invalshoeken, zonder meteen naar oorzaken of oplossingen te springen.

Fase 3: abstracte begripsvorming

Daarna zoek je naar een verklaring: welk patroon, welke theorie of welk principe helpt om te begrijpen wat er gebeurde? In deze fase verbind je je eigen observatie met bestaande kennis of modellen, en vorm je een nieuw of aangescherpt inzicht.

Fase 4: actief experimenteren

Ten slotte probeer je het nieuwe inzicht uit in de praktijk. Dat levert een nieuwe concrete ervaring op, waarmee de cyclus opnieuw begint. Zo wordt leren een doorlopend proces in plaats van een eenmalige gebeurtenis.

De vier leerstijlen van Kolb

Naast de leercyclus ontwikkelde Kolb een model met vier leerstijlen. Die ontstaan uit twee dimensies: hoe je informatie het liefst opneemt (doen tegenover observeren) en hoe je die verwerkt (voelen tegenover denken). Welke twee fasen van de cyclus iemand het prettigst vindt, bepaalt de leerstijl. In de Nederlandse praktijk worden de vier stijlen vaak vertaald als doener, dromer, denker en beslisser.

Doener

De doener combineert concrete ervaring met actief experimenteren (in Kolb’s Engelse term: accommodating). Deze leerstijl leert het liefst door meteen te handelen, werkt intuïtief en zoekt uitdaging op, met weinig behoefte aan uitgebreide uitleg vooraf.

Dromer

De dromer combineert concrete ervaring met reflectieve observatie (diverging). Deze stijl kijkt en tast eerst af voordat er een mening wordt gevormd, bekijkt situaties graag vanuit meerdere perspectieven en is sterk in het bedenken van ideeën.

Denker

De denker combineert reflectieve observatie met abstracte begripsvorming (assimilating). Logica en heldere modellen staan voorop: deze leerstijl wil eerst de theorie begrijpen voordat er iets mee gedaan wordt.

Beslisser

De beslisser combineert abstracte begripsvorming met actief experimenteren (converging). Deze stijl vertaalt theorie het liefst meteen naar een praktische oplossing, en richt zich liever op een concreet probleem dan op de sociale kant van een situatie.

Een kanttekening is hier op zijn plaats. Trainingsbureau ICM wijst er terecht op dat deze vierdeling minder wetenschappelijk onderbouwd is dan vaak wordt aangenomen, en dat leervoorkeuren per situatie kunnen verschillen. Bekijk voor de wetenschappelijke discussie ook het kopje “Kritiek en kanttekeningen bij het model” verderop in dit artikel.

De leercyclus toepassen in lesontwerp

Voor lesontwerp betekent Kolb’s model vooral dat een les meer oplevert wanneer leerlingen niet alleen luisteren, maar ook zelf iets doen, erop terugkijken, het koppelen aan een regel of model, en het daarna opnieuw toepassen. Een les die start met uitleg mist voor een deel van de klas de aansluiting bij hun eigen ervaring. Een les die start bij een ervaring, zoals een proefje, een casus, een filmpje of een herkenbaar voorbeeld, en van daaruit naar de theorie toewerkt, sluit dichter aan bij hoe leren volgens Kolb werkt.

In de praktijk betekent dit dat je als leraar per les of lessenserie bewust een moment van ervaren, een moment van terugkijken, een moment van verbinden met theorie en een moment van oefenen inbouwt. Die stappen hoeven niet altijd in precies deze volgorde of binnen één lesuur te passen: ook een hele lessenserie kan de cyclus één keer doorlopen. Denk er wel aan dat het aanpassen van instructie aan een vaste “leerstijl” van een leerling, zoals bij VAK-leerstijlen, weinig wetenschappelijke steun heeft. Kijk voor manieren om verschillen tussen leerlingen wél verantwoord vorm te geven, bijvoorbeeld in niveau, tempo of ondersteuning, ook eens naar het artikel over differentiëren.

Uit de praktijk: Kolb in de klas

Een collega die groep 8 lesgeeft, gebruikt de cyclus bijvoorbeeld bij een nieuwe rekenstrategie: eerst laat ze de klas zelf een verhoudingsprobleem proberen op te lossen zonder uitleg vooraf (concrete ervaring), dan bespreekt ze in tweetallen wat wel en niet werkte (reflectieve observatie), legt ze pas daarna de verhoudingstabel als vaste aanpak uit (abstracte begripsvorming), en laat ze de klas de aanpak toepassen op een nieuw probleem (actief experimenteren).

  • Begin een nieuw onderwerp zo veel mogelijk met een korte, concrete ervaring in plaats van met uitleg: een proefje, een casus, een filmpje of een opdracht zonder voorkennis.
  • Bouw een vast reflectiemoment in, bijvoorbeeld met twee vragen: wat viel je op, en wat verraste je?
  • Koppel de reflectie expliciet aan een regel, model of begrip, zodat leerlingen zien waarom die ervaring ertoe doet.
  • Geef leerlingen daarna een nieuwe, iets andere opgave om het inzicht meteen te laten toepassen.
  • Varieer bewust met de fase waarmee je start: soms helpt een korte instructie vooraf (denken) meer dan meteen doen, bijvoorbeeld bij een risicovolle praktijkoefening.
  • Gebruik de vier fasen ook als checklist achteraf: zit er in je lesplan een moment van doen, terugkijken, begrijpen én toepassen?

Lukt het niet om alle vier de fasen in één les kwijt te kunnen? Verdeel ze dan over een lessenserie, zolang leerlingen de cyclus in de loop van het thema maar een keer volledig doorlopen.

Kolb en zelfreflectie van leraren

De leercyclus is niet alleen bruikbaar voor lesontwerp, maar ook voor de eigen reflectie van leraren. Reflecteren op je onderwijspraktijk komt in de kern op hetzelfde neer als de cyclus van Kolb: je maakt een ervaring mee (een lastige klas, een geslaagde instructie), kijkt erop terug, verbindt die met wat je al weet, en past je handelen daarna aan. Bekende reflectiemodellen voor leraren bouwen dan ook voort op dezelfde basisgedachte. Het reflectiemodel van Korthagen werkt de reflectieve- en begripsvormingsfase van Kolb verder uit in vijf stappen, met vragen als “wat wilde ik, wat deed ik, en wat betekent dat?”. De GIBS-reflectiecirkel doet iets vergelijkbaars, maar voegt daar een gevoelscomponent aan toe: wat voelde je tijdens de ervaring, en wat vond je daarvan?

Voor je eigen ontwikkeling als leraar betekent dit dat je bewust tijd inruimt voor de fasen die je van nature overslaat. Doeners en beslissers stappen vaak te snel door naar een nieuwe aanpak, zonder eerst goed te reflecteren; dromers en denkers blijven soms te lang hangen in analyse zonder tot actie over te gaan. Het model is dus ook een goed hulpmiddel om je eigen reflectiegewoonte te checken.

Kritiek en kanttekeningen bij het model

De vier fasen van de leercyclus zelf worden breed erkend en gebruikt, ook buiten het onderwijs. De vier leerstijlen liggen gevoeliger. Onderzoekers wijzen er al langer op dat het bewijs voor vaste, stabiele “leerstijlen” bij mensen zwak is, en dat lesgeven afgestemd op de leerstijl van een individuele leerling niet aantoonbaar tot beter leren leidt. Dat is dezelfde kritiek die ook op VAK-leerstijlen (visueel, auditief, kinesthetisch) van toepassing is. Ook Kolb’s eigen Learning Style Inventory, de vragenlijst waarmee de vier stijlen worden gemeten, wordt in onderzoek bekritiseerd op betrouwbaarheid: mensen scoren bij herhaling niet altijd dezelfde stijl. Gebruik de leerstijlen daarom liever als gespreksmodel over hoe iemand op dit moment het liefst leert, dan als vast label voor een leerling of collega.

Samenvatting

De leercyclus van Kolb beschrijft leren als een doorlopend proces van vier fasen: concrete ervaring, reflectieve observatie, abstracte begripsvorming en actief experimenteren. Ieder mens doorloopt deze cyclus, maar heeft daarnaast een voorkeur voor bepaalde fasen: de vier leerstijlen doener, dromer, denker en beslisser. Voor lesontwerp betekent dit dat een les meer beklijft wanneer leerlingen niet alleen luisteren, maar ook zelf ervaren, terugkijken, begrijpen en toepassen. Voor je eigen reflectie als leraar helpt het model om te zien welke fase je zelf overslaat. Gebruik de leerstijlen daarbij met een kritische blik: ze zijn een handig gespreksmodel, geen vaststaand label.

Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?

“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een plek beantwoord door
collega’s en andere experts”

Lees ook

Bronnen

Dit artikel is geschreven op basis van openbare bronnen over de leercyclus van David A. Kolb. Advies en technische realisatie: Basten Berg, meesterinleren.nl.