Het drielijnenmodel van Van der Wal en De Wilde: eerste-, tweede- en derdelijnszorg

Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 25 juli 2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.

Inhoudsopgave

  1. Wat is het drielijnenmodel?
  2. De drie lijnen van zorg
  3. Een continu proces: monitoren en evalueren
  4. Zo pak je het aan in de klas
  5. Samenvatting

Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl, dé plek voor leraren die zich willen blijven ontwikkelen. In dit artikel lees je wat het drielijnenmodel van Van der Wal en De Wilde is, uit welke drie lijnen van zorg het bestaat en hoe je het gebruikt om leerlingen zo lang mogelijk binnen het regulier onderwijs te ondersteunen.

Deze video is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar deze pagina.

Na het lezen van dit artikel kun je de onderdelen van het drielijnenmodel benoemen, uitleggen hoe het model leerlingen binnen het regulier onderwijs houdt, en het inzetten om ondersteuning op verschillende niveaus te bieden.

Ik ben Basten, oud-docent biologie en onderwijskundige met bijna twintig jaar ervaring in het onderwijs. Eerst als vmbo-docent in projectgestuurd onderwijs en probleemklassen, later als lerarenopleider in het hbo, waar ik meer dan 2000 docenten begeleidde bij hun start voor de klas.

Op de community voor leraren staat een gratis cursus met alle video’s over passend onderwijs en SEN. Je vindt er meer bruikbare theorie én een groep gelijkgestemde collega’s om samen mee te leren.

Wat is het drielijnenmodel?

Het drielijnenmodel is een structuur waarmee scholen de begeleiding van leerlingen in kaart brengen, zodat ze leerlingen met een ondersteuningsbehoefte langer binnen het regulier onderwijs kunnen houden. Van der Wal en De Wilde ontwikkelden het model om ordening aan te brengen in de vele vormen van begeleiding. Elke school legt haar zorgstructuur vast in een zorgplan; het drielijnenmodel laat zien hóe die zorg is georganiseerd en op welke terreinen ze zich richt. Zoals de naam al zegt, bestaat het uit drie lijnen.

De drie lijnen van zorg

De drie lijnen lopen op in specialisatie, van algemene hulp in de klas tot externe deskundigen:

  • Eerstelijnszorg. Algemene ondersteuning voor alle leerlingen, verzorgd door mentoren en vakdocenten die direct bij de klas betrokken zijn. Door dat directe contact heeft de eerste lijn een belangrijke signaalfunctie voor extra ondersteuning en doorverwijzing.
  • Tweedelijnszorg. Gerichte hulp bij specifieke hulpvragen, verzorgd door interne specialisten zoals de decaan, orthopedagoog, counselor, leerlingbegeleider of remedial teacher. Denk aan remedial teaching, faalangsttraining of sociale-vaardigheidstraining.
  • Derdelijnszorg. Voor leerlingen bij wie de hulp binnen de school niet toereikend is, verzorgd door externe deskundigen, zoals een psycholoog, logopedist of de GGZ.

De eerste- en tweedelijnszorg vinden binnen de school plaats; de derdelijnszorg daarbuiten.

Het drielijnenmodel met eerstelijnszorg, tweedelijnszorg en derdelijnszorg, oplopend in specialisatie.
Het drielijnenmodel van Van der Wal en De Wilde. Deze afbeelding is vrij te gebruiken; link wel even naar deze pagina.

Een continu proces: monitoren en evalueren

Het drielijnenmodel brengt de zorg in kaart, maar goede begeleiding vraagt ook om een werkwijze van continu monitoren en evalueren. Vaak wordt daarvoor de PDCA-cyclus gebruikt (plan, do, check, act): je bepaalt de ondersteuningsbehoefte, biedt hulp, evalueert hoe effectief die was en stelt bij. Zo wordt zorg een doorlopend proces in plaats van een eenmalige actie. Je legt die afspraken concreet vast in een handelingsplan.

Zo pak je het aan in de klas

Als mentor of vakdocent ben je de eerste lijn, en daarmee vaak de eerste die iets opmerkt:

  • Neem je signaalfunctie serieus: kleine signalen vroeg oppakken voorkomt grotere problemen.
  • Bied eerst wat je zelf in de klas kunt; schakel de tweede lijn in als dat onvoldoende is.
  • Stem tijdig af met de zorgcoördinator of het Zorg- en Adviesteam (ZAT) over een volgende stap.
  • Blijf betrokken als de zorg opschaalt; jij houdt zicht op de leerling in de klas.

Voorbeeld uit de klas: als mentor merk je dat Youssef steeds vaker faalangstig reageert bij toetsen. Je bespreekt het eerst met hem en biedt in de klas wat structuur en geruststelling (eerste lijn). Als dat te weinig helpt, verwijs je hem via de zorgcoördinator door naar een faalangsttraining (tweede lijn) en leg je de afspraken vast in een handelingsplan.

Samenvatting

Het drielijnenmodel van Van der Wal en De Wilde ordent de zorg op school in drie lijnen: eerstelijnszorg (mentoren en vakdocenten, met een signaalfunctie), tweedelijnszorg (interne specialisten) en derdelijnszorg (externe deskundigen). Zo houd je leerlingen zo lang mogelijk binnen het regulier onderwijs. Goede begeleiding vraagt om continu monitoren en evalueren, bijvoorbeeld met de PDCA-cyclus, en om het vastleggen van afspraken in een handelingsplan.

Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?

“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel beantwoord door
collega’s en andere experts”

Lees ook

Bekijk ook de volledige Kennisbank A-Z met alle onderwerpen over leren en lesgeven.

Bronnen

  • Van der Wal, J. & De Wilde, J. Identiteitsontwikkeling en leerlingbegeleiding.
  • Rijksoverheid. Onderwerp: passend onderwijs. rijksoverheid.nl.

‘Heb je vanuit je expertise of ervaring een waardevolle aanvulling? Mail dan naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en denk mee over de doorontwikkeling van dit artikel.’