Samenwerken met Ouders: De Spelers en de Context
Auteurs: Mirjam Stroetinga en Basten Berg
Gepubliceerd: 6 april 2026
Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.
Inhoudsopgave
Deze video is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar https://eenmeesterinleren.nl/samenwerken-met-ouders-de-spelers-en-context/
1. Welkom
Welkom, leuk dat je dit artikel leest over samenwerken met ouders. Jij hebt vast een baan of een stageplaats in het onderwijs, of je hebt op een andere manier professioneel te maken met kinderen en gezinnen, en je hebt vragen over het contact met ouders in je werk. Nou, dat is niet zo vreemd, want als we het hebben over oudercontact in het onderwijs, dan hebben we het over een complex samenspel van emotioneel betrokken spelers in een uitdagende context. Dat is een heleboel complexiteit bij elkaar, maar het mooie is, dat als je deze complexiteit begrijpt, je er beter mee om kunt gaan. En daar ga ik jou bij helpen. En ik durf je te beloven, dat jij eigenlijk al heel veel in huis hebt om het goed te hebben met ouders, én dat het superleuk is om dat te ontdekken en ermee te gaan experimenteren.
Mijn naam is Mirjam Stroetinga. Ik ben lerarenopleider en onderzoeker aan de Marnix Academie in Utrecht. De afgelopen jaren heb ik promotieonderzoek gedaan naar samenwerken met ouders en ik ben er achter gekomen dat er mooi en belangrijk wetenschappelijk onderzoek beschikbaar is dat nooit in de lerarenopleiding en de onderwijspraktijk terecht komt. Dat is jammer, want we hebben immers zoveel vragen met elkaar! Met deze artikel- en filmreeks én de al bestaande podcast willen we daar verandering in brengen.
Ik zeg ‘we’, want ik maak deze artikelen en filmpjes samen met Basten Berg, die zichzelf tot taak heeft gesteld om van alle aspecten van het leraarsberoep korte, helpende filmpjes te maken. Het samenwerken met ouders mag daarbij natuurlijk niet ontbreken, want ouders heb je nodig om het beste onderwijs te kunnen bieden aan je leerlingen. Maar daarover later meer!
In dit artikel ga ik de verschillende spelers aan je voorstellen die een rol spelen in het samenwerken met ouders. Daarnaast geef ik je inzicht in de context waarin het samenwerken plaats vindt. Wat is er nu aan de hand in onze samenleving waardoor het samenwerken met ouders ingewikkeld aan kan voelen?
2. De spelers

2.1 Het kind
Laten we beginnen bij het eerste spelertje: het kind. Het kind is afhankelijk van zijn ouders. En vanuit dat biologische gegeven is hij loyaal aan de ouder. Kinderen zijn graag trots op hun ouders, want dan kunnen ze makkelijker blij zijn met hun eigen afkomst en met zichzelf. Als je je bewust bent van die krachtige verbondenheid tussen kind en ouder, dan snap je meteen hoe belangrijk het is voor het kind dat anderen met waardering naar zijn ouders kijken. Dat doet het kind namelijk goed.
2.2 De ouder
Ten tweede is er de ouder. Voor ouders is het kind iets heel dierbaars in hun leven. Ze willen het beste voor hun kind. Je mag ervan uitgaan dat dit geldt voor alle ouders. Een ervaren jeugdhulpverlener zei hierover: “Er is geen ouder die een kind op de wereld zet en denkt: dat leven ga ik eens flink verpesten.”
Alice van der Pas wijst er in haar Ouderschapstheorie op dat de goede intenties van ouders hen ook kwetsbaar maken. Want in de praktijk kún je natuurlijk niet altijd alles goed doen. Een gevoel van falen of niet goed genoeg zijn, ligt dus op de loer.
2.3 De professional
En dan is er ten derde jij: de professional. Veel mensen die in het onderwijs werken, kiezen daar met hart en ziel voor. Misschien geldt dat ook voor jou. Ze willen er zijn voor kinderen, niet alleen om ze taal en rekenen bij te brengen, maar ook om ze wegwijs te maken in het leven. Leraren zitten er vaak vol passie in. Eigenlijk willen ze, net als ouders, gewoon het beste voor de kinderen waar ze mee werken. Dat gaat ze aan het hart.
Het is dan ook niet zo vreemd, dat leraren aangeven dat ze het samenwerken met ouders vooral ingewikkeld vinden als ze het idee hebben dat ouders andere opvoedwaarden lijken te hebben dan zij. Een paar voorbeelden: Een kleuter die van thuis niet vies mag worden en niet in de zandbak durft. Een leerling met overgewicht die elke keer die roze koek in de broodbak heeft. Een leerling die grove scheldwoorden gebruikt in de klas… Hoe ga je daar nou het gesprek over aan met ouders? Je kunt je dan afvragen: Kom ik niet teveel achter de voordeur? Is het aan mij om me hiermee te bemoeien? Wordt een ouder niet boos als ik hierover begin?
Herken je dit? Wat is jouw belangrijkste vraag over samenwerken met ouders? Schrijf die gerust even voor jezelf op.
Misschien herken je dit, maar misschien denk je stiekem ook wel: kunnen we het niet simpel houden: leren is voor school en opvoeden is voor thuis? Nou nee. Zo simpel ligt het niet. In je interactie met kinderen draag je nu eenmaal bij aan opvoeding, of je nu wilt of niet. Als je leerlingen een complimentje geeft, terecht wijst, aanmoedigt, dan werk je aan hun brede vorming en zit je dus op het terrein van de opvoeding.
2.4 De relatie tussen ouder en professional
Ten vierde is er de dynamiek van de relatie tussen de ouder en de professional. Hoe de ouder en de leraar het hebben samen, heeft invloed op het kind. Je kunt je dat wel voorstellen.
Als jij ’s ochtends met de kleuters de les bent begonnen en na 10 minuten zwaait de deur open en een moeder duwt nog snel even haar kind de klas binnen, voor de derde keer deze week te laat, dan kan het echt wel zijn dat jij even met je ogen rolt van ‘daar gaan we weer’. Het kind merkt dat onmiddellijk: gedoe tussen mama en de juf! Lukt het jou om het kind warm te verwelkomen en te denken “ik bel de moeder vanmiddag wel even”, dan kan het kind zonder probleem de overgang van thuis naar school maken.
Het interessante is nu, dat de relatie van de professional met de ouder door allerlei kenmerken van deze beide spelers beïnvloed wordt. Als je daar meer kennis van hebt, kun je er makkelijker en slimmer vorm aan geven. Dus daar gaan we het over hebben in de volgende artikelen.
3. De samenleving
Maar eerst nog even dit. Het plaatje dat we tot nu toe geschetst hebben (van de spelers) is nog niet compleet. Het kind, de ouder en de professional zitten niet samen in een rustige, afgesloten bubbel. Ze staan midden in de samenleving. En daar is best wat aan de hand.
In onze huidige samenleving zijn mensen steeds meer op zichzelf komen te staan (toenemende individualisering). Ze wisselen vaker van baan, van partner, van woonplaats. Ze hebben niet meer een leven lang dezelfde hobby’s en wonen vaak verder bij hun familie vandaan dan vroeger. Voor het opvoeden, het groot brengen van kinderen, betekent dit dat de sociale netwerken rondom het opgroeiende kind minder stabiel zijn (verminderde sociale cohesie/samenhang). En dat er meer solistisch opgevoed wordt dan vroeger. Mensen doen het simpelweg meer in hun eentje.
Ik ben opgegroeid in een klein dorpje in Friesland en als wij als buurkinderen vroeger buiten speelden, was er altijd wel een buurvrouw die ons even terecht wees als we kattenkwaad uithaalden of ons opving als we ons pijn deden. En als we ziek waren, zorgden onze moeders om beurten voor ons. Dit soort hechte banden tussen opvoeders zijn meer en meer weggevallen in onze samenleving. We staan meer op onszelf en voeden minder sámen op. Interessant is, dat de school daardoor in het leven van kinderen vaker een stabiele factor van betekenis is.
Vergeet niet dat het solistische opvoeden plaats vindt in een tijdperk vol sociale media, waar vooral veel “perfect” ouderschap (idealen, overtuigingen, opvattingen) te zien is. Door de enorme toename van kennis uit de ontwikkelingspsychologie zijn er veel ideeën en overtuigingen over wat goede kindontwikkeling is en goed ouderschap. Ik ben zelf moeder van twee dochters en toen ze klein waren zei een vriendin van mij, die toen ook kleine kinderen had: “Quality time is echt heel belangrijk voor kinderen, wist je dat? Daarom doe ik elke dag na schooltijd een creatieve knutsel met mijn kinderen.” Ik weet nog dat bij mij de paniek uitbrak. Ik wist niet hoe ik daar tijd voor moest vinden. Maakte mij dat een slechte moeder?
4. Hoe nu verder?
Het plaatje dat nu is ontstaan lijkt wel een grote chaotische kookpot. In deze reeks gaan we het samenwerken met ouders stap voor stap ontwarren.
Zo leer je meteen in het volgende artikel meer over wie de ouder is en wat dit betekent voor het samenwerken. In het derde artikel staat centraal wie jij zelf bent als professional en hoe dat van invloed is op de samenwerking. Vervolgens leer je in het vierde artikel wat we eigenlijk bedoelen met ‘samenwerken’ en waarom oudercontact met die kwaliteit van belang is. In artikel vijf komen de competenties aan bod, die jou gaan helpen om het goed te hebben met de ouders van alle kinderen waar jij mee werkt.
Wil je meer weten over mijn onderzoek en samenwerken met ouders? Kijk dan op de pagina ‘Samen met ouders’ van de Marnix Academie. Vind je het leuk om je verder te verdiepen in het werken vanuit medemenselijkheid?
Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?
“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een plek beantwoord door collega’s en andere experts”
Heb je vanuit je expertise of ervaring aanvullingen op het artikel? Deze input is altijd welkom! Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl.