ICALT lesobservatieformulier: ‘een betrouwbare methoden voor lesobservatie!’
Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 14 december 2024
Redacteur: Tosca Tamis
‘Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.‘
Inhoudsopgave
- Wat is het ICALT observatieformulier?
- Wat zijn de zeven schalen van ICALT?
- Hoe observeer je met ICALT?
- Hoe Interpreteer je ICALT-scores?
- Hoe verbeter je concreet gedrag op basis van ICALT?
- Aandachtspunten bij het observeren met ICALT
Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Een plek voor leraren, andere onderwijsprofessionals en iedereen die geïnteresseerd is in het ICALT-lesobservatieinstrument van Wim van de Grift.
Na het lezen van dit artikel weet je hoe het ICALT observatieformulier opgebouwd is, welke observatiemethode je behoort te gebruiken voor een lesobservatie via ICALT en hoe je de scores kunt interpreteren, zodat er concreet verbetergedrag uit naar voren komt waarmee je effectiever docentgedrag kunt ontwikkelen.
Vanuit mijn achtergrond als leraar biologie, onderwijskundige en lerarenopleider schrijf ik artikelen en maak ik video’s om fundamentele theorieën over onderwijs, leren en lesgeven begrijpelijk aan te bieden. Op de community voor leraren vind je een overzicht van alle uitgewerkte theorieën, geordend per thema en een groep collega’s om samen mee te leren.
1. Wat is het ICALT observatieformulier?
Het ICALT-observatieformulier is begin jaren negentig ontwikkeld door de Nederlandse onderzoeker Wim van de Grift. ICALT is een meetinstrument en meet (effectief) docentgedrag door middel van observatie. ICALT staat voor International Comparative Analysis of Learning and Teaching. Het model werd ontwikkeld op basis van onderzoek naar de prestaties van leerlingen. Van de Grift haalde uit dit onderzoek allerlei docentgedrag dat hij samenvoegt in het model, en zeer uitvoerig testte op betrouwbaarheid en validiteit. Zo bleek uit onderzoek dat uitslagen van ICALT daadwerkelijk samenhangen met hogere uitslagen op de CITO-score van leerlingen. Zo ontstond het ICALT-model dat destijds als doel had om de kwaliteit van het primair onderwijs te onderzoeken en verbeteren. Inmiddels is het model ook breed in gebruik genomen in het voortgezet onderwijs. Leuk, maar wat kun je hiermee in de les?
Door het meten van docentgedrag met ICALT krijg je zicht op de vaardigheden van leraren. Daarom is het ICALT-observatieformulier bruikbaar voor de begeleiding en ontwikkeling van leraren. ICALT geeft concreet gedrag aan waar een docent zich in kan verbeteren. In deze video leg ik uit hoe je ICALT moet gebruiken en hoe je de score kunt interpreteren, zodat je concreet te verbeteren gedrag overhoudt na de observatie. ICALT kent zeven schalen die ik in de volgende paragraaf behandel.
‘Deze video is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar https://eenmeesterinleren.nl/naam_artikel’
2. Wat zijn de zeven schalen van ICALT?
Het ICALT-instrument heeft zeven schalen:
- veilig en stimulerend leerklimaat
- efficiënte lesorganisatie
- duidelijke en gestructureerde instructie
- intensieve en activerende les
- afstemmen van instructie en verwerking
- aandachtspunten bij het gebruik van ICALT
- betrokken leerlingen
Deze schalen kennen aparte indicatoren en voorbeelden van goed gedrag Ik zal eerst laten zien hoe deze schalen zijn opgebouwd en welk gedrag gezien wordt als effectief docentgedrag. Daarna zal ik ingaan op hoe je moet observeren met het ICALT-observatieformulier en hoe je de scores kunt interpreteren.
| Afbeelding schalen ICALT observatieformulier |
| Basisvaardigheden: • veilig en stimulerend leerklimaat • efficiënte lesorganisatie • duidelijke en gestructureerde instructie Gevorderde Vaardigheden: • intensieve en activerende les • afstemmen van instructie en verwerking • leerstrategieën aanleren • betrokken leerlingen |
Grofweg kun je de schalen opdelen in basisvaardigheden en gevorderde vaardigheden.
Een beginnend leraar is in staat om de eerste drie schalen op voldoende niveau uit te voeren. De volgorde waarin leraren vaardigheden leren beheersen, is min of meer hetzelfde. De schalen lopen op in complexiteit en zijn voorwaardelijk voor elkaar. Een veilig en stimulerend leerklimaat is net wat makkelijker dan een efficiënte lesorganisatie. Na een efficiënte lesorganisatie komt een gestructureerde instructie enzovoort. Op zich logisch, en je kunt je vast voorstellen dat wanneer je nog geen duidelijke uitleg kunt geven, het geen goed idee is om te gaan differentiëren in een klas. Ga ook niet aan de slag met het activeren van leerlingen als je lesorganisatie nog onvoldoende is. Dit wordt waarschijnlijk een rommelige les zonder leerwinst, en daar doe je jezelf en je leerlingen geen plezier mee.
Na ongeveer drie jaar leservaring zie je dat de meeste leraren ook de gevorderde vaardigheden op een voldoende niveau kunnen uitvoeren. Dit zijn de meer ervaren leraren, of de gevorderde leraren. Veel leraren vinden hier het einde van hun professionele ontwikkeling. Hiermee bedoel ik niet dat zij niets meer leren, maar wel dat ze niet doorgroeien tot de profvoetballer onder de leraren. Daar is niets mis mee, gezien deze leraren hun vak goed beheersen. Niet alle leraren vinden hier het einde van hun ontwikkeling, een aantal ontwikkelen zich verder in alle schalen. Deze ontwikkeling vraagt om deliberate practice (of doelgerichte oefening). Deze leraren ontwikkelen door tot expert-leraren.
| Afbeelding: schalen ICALT observatieformulier |
| Basisvaardigheden: • veilig en stimulerend leerklimaat (orde houden) • efficiënte lesorganisatie (klassenmanagement, leerdoelen) • duidelijke en gestructureerde instructie (Begeleidingsstrategieën) Gevorderde Vaardigheden: • intensieve en activerende les (activerende didactiek en feedback) • afstemmen van instructie en verwerking (differentiëren en e.n.) • leerstrategieën aanleren (Leerprocessen) • betrokken leerlingen (motivatie) |
Om invulling te geven aan de schalen kun je denken aan thema’s zoals orde houden, klassenmanagement, leerdoelen, begeleidingsstrategieën, activerende didactiek, feedback, differentiëren, educational needs, leerprocessen en motivatie. Maar ook meer fundamentele thema’s zoals de leertheorieën, de onderwijsblend, intelligentie en hersenwerking. Deze lijst is niet volledig, maar is bedoeld om je een idee te geven in welke hoek je meer video’s en theorieën kunt zoeken wanneer je je verder wil verdiepen.
3. Hoe observeer je met ICALT?
Om te gaan observeren moet je een niveau dieper het observatieformulier in. We kijken daarvoor naar de indicatoren en de voorbeelden van goed leraargedrag.
Hieronder zie je het ICALT observatieformulier. Als je nu denkt: “Wow! Wat moet ik hiermee?!” kan ik me dat voorstellen. Wanneer je ICALT voor het eerst ziet is het nogal veel informatie die op twee pagina’s gepropt is. Aan die complexiteit gaan we wat doen! Aan de hoeveelheid niet overigens, die blijft hetzelfde;)
Je ziet hier de schalen die net al benoemd werden. Daarachter staan de indicatoren. Achter de indicatoren vind je voorbeelden van goed gedrag in de onderwijspraktijk.
Laten we inzoomen op “veilig en stimulerend leerklimaat”. Als ik bij leraren in de klas ga observeren, en ik kijk specifiek naar deze schaal, dan gebruik ik de vier indicatoren van deze schaal. De eerste is ‘de leraar toont in gedrag en taalgebruik respect voor de leerling’. Deze scoor ik op een schaal van één tot en met vier. Een één is overwegend zwak, en vier is overwegend sterk. Vanaf een twee spreken we van een voldoende.

Het is niet zo zuiver om als observator zomaar een score te geven voor de schaal. De scorekomt voort uit het gedrag dat ik gezien heb in de les. Dit is waarom elke indicator voorbeelden van gedrag heeft.
De eerste indicator ‘de leraar toont in gedrag en taalgebruik respect voor de leerling’ heeft als voorbeeld van gedrag dat de leraar de leerlingen laat uitspreken, en dat de leraar luistert naar wat leerlingen zeggen. Deze scoor ik op “waargenomen” of “niet waargenomen”. Als ik het gedrag niet heb gezien, dan geef ik een 0. Als ik het gedrag wel heb gezien, dan geef ik een 1. Hieruit komt de score op het niveau voor de indicator.
LET OP! De gegeven score is geen optelsom van al het geobserveerde gedrag, maar een interpretatie van wat ik als observator heb gezien. Het kan dus zo zijn dat ik maar één soort gedrag gezien heb, of zelfs of zelfs ander gedrag heb gezien dat in lijn ligt met bijvoorbeeld het tonen van respect voor de leerlingen, en dat ik op basis daarvan een schaalscore van 4 geef. Andersom kan dit net zo goed: ik heb al het gedrag gezien, maar niet overtuigend, en geef dus schaalscore 1. De verschillende niveauscores op de indicatoren leveren vervolgens een schaalscore op voor, in dit geval, het veilig en stimulerend leerklimaat.
Belangrijk: je hebt een score nodig op alle indicatoren voor een schaalscore! Het is niet mogelijk om maar een deel van de indicatoren te observeren, daardoor is de score op de schaal waardeloos. Het is wel mogelijk om indicatoren of zelfs een hele schaal niet te scoren, omdat je het gedrag simpelweg niet gezien hebt. De schaalscore zal dan ook laag uitvallen. Dit is niet erg, en zie je veel bij docenten in ontwikkeling.
4. Hoe Interpreteer je ICALT-scores?
Wanneer de score juist geïnterpreteerd wordt, draagt deze optimaal bij aan je ontwikkeling als leraar. Hoe haal je nu de juiste lessen uit de observatie? Of, als observator: hoe geef je de juiste feedback?
Wanneer je wil leren is het belangrijk dat je je in de zone van naaste ontwikkeling bevindt.

Iedereen kent het gevoel van frustratie wanneer een leertaak veel te moeilijk is. Je kunt er dan niets mee. Wanneer je feedback geeft en je krijgt de reactie: “O, leuk dat ga ik proberen!” of “Haha, had dat eerder gezegd, dan had ik het gedaan!” dan zit je goed. Bekijk voor meer informatie over de zone van naaste ontwikkeling en feedback geven de video’s daarover. In ICALTkun je deze zone van naaste ontwikkeling als volgt vinden.
Hoe bepaal je de zone van naaste ontwikkeling van een docent?
Zoals eerder benoemd zijn de schalen oplopend in complexiteit. Daarom is het vaak dat een observatie er als volgt uit ziet. De score grofweg wordt steeds lager omdat zij oplopen in complexiteit.
| Voorbeeld observatie ICALT |
| 3.0 – veilig en stimulerend leerklimaat 2.8 – efficiënte lesorganisatie 3.0 – duidelijke en gestructureerde instructie 2.3 – intensieve en activerende les 2.0 – afstemmen van instructie en verwerking 1.1 – leerstrategieën aanleren 1.5 – betrokken leerlingen |
Je vindt de zone van naaste ontwikkeling bij de eerste schaal die onder de 2.5 scoort. Meestal volgen er na de score onder de 2.5 ook alleen maar lagere scores, zoals in het voorbeeld te zien is. In dit geval bevindt de zone van naaste ontwikkeling zich dus in de schaal “intensieve en activerende les”.
De vraag is nu: waar ga je aan werken? Het is te vaag om te werken aan een intensieve en activerende les in het algemeen, daarom kijken we weer naar de voorbeelden van een goede praktijk die achter de schalen staan.
5. Hoe verbeter je concreet gedrag op basis van ICALT?
Om tot het gedrag te komen, kijken we eerst naar de zwak scorende indicatoren. Stel je voor: een leraar had een score van 3 1 3 3 3 1 2 op de indicatoren. Dan gaan we bij de indicatoren die laag scoren op zoek naar gedrag dat niet gezien is. In dit geval zijn het de indicatoren ‘stimuleert het zelfvertrouwen van zwakke leerlingen’ en ‘zorgt voor interactieve instructie’.

Wanneer bepaald gedrag niet gezien is, zijn dit mooie concrete aanknopingspunten om mee aan de slag te gaan. Bijvoorbeeld: geef op een positieve wijze feedback op vragen van zwakke leerlingen en honoreer hun bijdrage. Bevorder de onderlinge interactie tussen leraar en leerling, en tussen leerlingen onderling. Dit is concreet gedrag dat je de volgende les kunt verbeteren. Op deze manier kom je van een observatie, tot de schaal die voor jou interessant is, en gebruik je de zwakke indicatoren om tot concrete gedragingen te komen waarop je kunt focussen in je volgende les. Een kind kan de was doen!
Uitzonderingen bij het zoeken naar de zone van naaste ontwikkeling!
Nog twee uitzonderingen: soms loopt de score niet zo netjes af, en ziet de score er bijvoorbeeld zo uit.
| Voorbeeld observatie ICALT |
| 3.0 – veilig en stimulerend leerklimaat 2.8 – efficiënte lesorganisatie 3.0 – duidelijke en gestructureerde instructie 2.3 – intensieve en activerende les 3.0 – afstemmen van instructie en verwerking 1.5 – leerstrategieën aanleren 1.4 – betrokken leerlingen |
In deze gevallen is het de vraag of de zone van naaste ontwikkeling zich bevindt in de eerste score onder de 2.5, of in de tweede score onder de 2.5. Oftewel: wil deze leraar zijn ontwikkeling focussen op de schaal ‘intensieve en activerende les’ of op de schaal ‘leerstrategieën aanleren’? Als observator ga je in dit geval samen met de leraar na of de score bij een intensieve en activerende les klopt, en dat hier gezocht moet worden naar ontwikkelpunten, of dat er een foutje in de observatie geslopen is en dat schaal ‘leerstrategieën aanleren’ de juiste schaal is om de ontwikkeling op te richten. Leraren weten dit vaak heel goed van zichzelf. Daarna kun je binnen de schaal weer te werk gaan zoals hierboven beschreven is. Zoek de laag scorende indicatoren en het gedrag dat niet gezien is als aanknopingspunten ter verbetering.
Als laatste komt het soms voor dat de cijfers een groot rommeltje zijn. In dat geval is er iets fout gegaan tijdens de observatie of in de les. Plan in deze gevallen een nieuw observatiemoment in. Probeer een slechte observatie niet tóch te interpreteren. Hiermee doe je meer kwaad dan goed.
6. Aandachtspunten bij het observeren met ICALT
Een aantal aandachtspunten bij het observeren:
- De Schaalscore = het gemiddelde van de indicatoren van en schaal;
- Een missende score bij de indicatoren maakt de schaalscores waardeloos;
- Kies bij twijfel laag: twijfel je tussen 2 of 3? Kies dan altijd voor 2;
- Neem kennis van de indicatoren en heb een globaal idee waar welke indicator staat;
- Kijk door de bril van de indicatoren en het gedrag, niet door de eigen bril van wat goed onderwijs is.
- Parkeer je eigen mening → houd de definitie van het observatieformulier aan. De meeste leraren hebben goede opvattingen over wat goed onderwijs inhoudt. Deze opvattingen en definities die ze hierbij gebruiken verschillen wel sterk van leraar tot leraar. Probeer, ondanks je eigen inzichten en overtuigingen, zo dicht mogelijk bij de definities van het goede gedrag te blijven. Je kunt het ICALT-observatieformulier beschouwen als een meetlint dat je goed moet gebruiken. Leg je het meetlint scheef neer, dan is de afstand die je meet onjuist. Het zelfde geldt voor ICALT. Gebruik het zoals het bedoeld is.
- Oefen met het gebruik van het ICALT observatieformulier. Als dit haalbaar is: observeer dan samen lessen zodat je deze kunt bespreken en je beoordeling kunt vergelijken.
- Kalibreren. Een andere manier om dit te doen en beter te worden in het observeren met ICALT is, door een opgenomen les te beoordelen en de resultaten te bespreken. Het voordeel is dat de observatie door iedereen plaats- en tijdsonafhankelijk gedaan kan worden. Daarnaast is het hierdoor mogelijk dezelfde les met grotere groepen docenten te observeren en kalibreren.
Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?
“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een pek beantwoord door
collega’s en andere experts”
‘Heb je vanuit je expertise of ervaring aanvullingen of kritiek op het artikel? Deze input is altijd welkom! Stuur dan een mail naar support@eenmeesterinleren.nl, zodat we informatie toe kunnen voegen of de fout kunnen herstellen!‘