De Leraar In De Spiegel van Touw & Beukering

Auteur: Basten Berg
Gepubliceerd: 11/feb/2026
Redacteur: Gezocht
Wil je dit artikel redigeren? Dat kan! Heb je een foutje gevonden of mis je informatie? Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl en help zo mee om het onderwijs te verbeteren.

Inhoudsopgave

  1. De achtergrond van het spiegelmodel
  2. Stap 1: Inventariseren van persoonlijke constructen en tegenpolen 
  3. Stap 2: Beleven van persoonlijke constructen
  4. Stap 3: Geven van een persoonlijke definitie aan het construct en de tegenpool
  5. Stap 4: Scoren van leerlingen op de positieve constructen van de docent
  6. Stap 5: Ordenen van persoonlijke constructen in zeven aandachtsgebieden
  7. Stap 6: Psychologische nabijheid tussen de leraar en zijn leerlingen
  8. Stap 7: Betrekken van de constructdefinities op de scores van twee leerlingen
  9. Stap 8: Combineren van tegenpolen met typen gedragsproblemen
  10. Stap 9: Combineren van positieve constructen met sterke karaktereigenschappen
  11. Stap 10: Maken van een mindmap
  12. Stap 11: Schrijven van een persoonlijk professioneel portret
  13. Stap 12: Bespreken van het persoonlijk professioneel portret en de leervragen

Welkom op het platform eenmeesterinleren.nl. Een plek voor leraren, andere onderwijsprofessionals en iedereen die geïnteresseerd is in de Leraar In De Spiegel.

Veel leraren weten niet dat gedragsproblematiek bij leerlingen deels veroorzaakt wordt door de overtuigingen van de leraar! Na het lezen van dit artikel ken je de 12 stappen van het model, kun je deze inzetten om je interpersoonlijke relatie met leerlingen inzichtelijk te maken en zo gedragsproblemen in de klas op te lossen.

Vanuit mijn achtergrond als leraar biologie, onderwijskundige en lerarenopleider schrijf ik artikelen en maak ik video’s om fundamentele theorieën over onderwijs, leren en lesgeven begrijpelijk aan te bieden.

Op de community voor leraren vind je een overzicht van alle uitgewerkte theorieën, geordend per thema en een groep collega’s om samen mee te leren.

De achtergrond van het model

Anne Touw en Tanja van Beukering ontwikkelde een werkwijze om zelfinzicht bij docenten te stimuleren en noemde dit de ‘Professional in de spiegel’. In de publicatie ‘Professional in de spiegel: achtergronden toegelicht’ vind je het theoretische kader bij de werkwijze. In dit artikel en onderstaande video ga ik in op de twaalf stappen van de werkwijze. Voordat ik dat doe, heb je wat context nodig over het model. 

Deze video is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar https://eenmeesterinleren.nl/de-leraar-in-de-spiegel/

De werkwijze een leraar in de spiegel richt zich op het tastbaar maken van persoonlijke opvattingen en overtuigingen, de zogenoemde constructen. Zo worden docenten gestimuleerd om hun eigen gedachten te onderzoeken en na te gaan welke gevolgen dit heeft in de omgang met leerlingen. Hierbij is extra aandacht voor de leerlingen die de docent als gedragsmoeilijk ervaart. Het uitgangspunt is dat gedragsproblemen het resultaat zijn van interacties tussen de leerling, de thuisomgeving en de klas- of schoolomgeving. De leraar als speelt in deze interacties dus een cruciale rol en deze interacties begrijpen leidt tot minder gedragsproblemen.

Dan nu de 12 stappen van de leraar in de spiegel. Je kunt dit gratis stappenplan downloaden op de leeromgeving en community van voor leraren via deze link.

stappenplan De Leraar In De Spiegel van Touw & Beukering
Deze afbeelding is gewoon vrij te gebruiken! Link wel even naar https://eenmeesterinleren.nl/de-leraar-in-de-spiegel/

Stap 1: Inventariseren van persoonlijke constructen en tegenpolen 

Alle deelnemende docenten schrijven namen van alle leerlingen in een klas op kaartjes, trekken er drie, en kiezen de twee leerlingen die het meest op elkaar lijken om een gemeenschappelijk kenmerk (construct) te identificeren. Dit proces wordt herhaald tot er geen nieuwe constructen meer bedacht worden. Meestal zo’n 12 tot 16 constructen, maar minder komt ook voor! Vervolgens bedenkt de docent voor elk construct een tegenpool. In figuur 1 zie je een voorbeeld van constructen en tegenpolen van leerlingen van docent Joris.

Figuur 1 De persoonlijke constructen en tegenpolen van Joris

Naam Docent: JorisGroep: 7, Baisisschool De Kameleon
Persoonlijk construct (stap 1A)Persoonlijke tegenpool (stap 1B)
1. Snel van begripLangzame denker
2. Pratend oplossenVechtend oplossen
3. OnvoorspelbaarGelijkmatig
4. Traag tempoHarde werker
5. etc. 

Stap 2: Beleven van persoonlijke constructen

De docenten reflecteren op hun constructen en tegenpolen, bepalen welke ze positief vinden en dus ook automatisch de tegenpolen ervan. In Figuur 2 zie je een voorbeeld. Je ziet dat Joris enkele constructen van positie verwisselt binnen het constructenpaar. De keuze voor het indelen hangt af van de onderwijsvisie van de docent, zijn ervaringen en wat de docent met een construct of tegenpool bedoelt.

Figuur 2 De door Joris geordende persoonlijke constructen en tegenpolen

Positief ervaren persoonlijke constructenPersoonlijke tegenpolen
1. Snel van begripLangzame denker
2. Pratend oplossenVechtend oplossen
3. GelijkmatigOnvoorspelbaar
4. Harde werkerTraag tempo
5. etc. 

Stap 3: Geven van een persoonlijke definitie aan het construct en de tegenpool 

Elk construct en elke tegenpool krijgt een persoonlijke definitie om misverstanden in communicatie te voorkomen en duidelijkheid te scheppen over wat met elk construct wordt bedoeld. 

Stap 4: Scoren van leerlingen op de positieve constructen van de docent 

docenten scoren hun leerlingen hun positieve constructen op een schaal van 0 tot 4 om te zien in hoeverre deze van toepassing zijn.

Een score van 0 of 1 op een positief construct betekent dat het kenmerk weinig tot niet van toepassing is op de leerling, en dat aspecten van de tegenpool juist meer aanwezig zijn. Een score van 2 duidt erop dat het construct even vaak wel als niet van toepassing is. Scores van 3 of 4 geven aan dat het construct duidelijk van toepassing is en de tegenpool juist zelden of nooit. Deze scores bieden aanknopingspunten voor begeleidingsgesprekken.

Figuur 3 Scores die Joris toekent aan leerling Josien

Naam Docent: Joris
Naam leerling: Josien
Positief ervaren constructHelemaal niet van
toepassing
Geheel van
toepassing
1. Snel van begrip01234
2. Pratend oplossen01234
3. Gelijkmatig01234
4. Harde werker01234
5. etc.01234

Stap 5: Ordenen van persoonlijke constructen in zeven aandachtsgebieden 

De constructen worden nu ingedeeld in zeven gebieden om de belangrijkste aandachtsgebieden zichtbaar te maken en de impact op het handelen van de docent te bespreken. Joris heeft zijn persoonlijke constructen geordend in drie aandachtsgebieden. Samen met zijn begeleider onderzoekt hij of deze gebieden echt zijn belangrijkste focuspunten zijn. Ze bespreken wat de gevolgen hiervan kunnen zijn voor zijn handelen en de interactie met de leerlingen. Indien deze gebieden niet de kern vormen, kijken ze welk aandachtsgebied wel tot de kern behoord.

Figuur 4 Persoonlijke constructen van Joris ingedeeld in aandachtsgebieden

AandachtsgebiedenPersoonlijke constructen(meer constructen per gebied is mogelijk)
1. Leervorderingen / leerontwikkeling leerling 
2. Werkhouding en taakgericht gedrag leerlingHarde werker
3. Cognitief functioneren leerlingSnel van begrip
4. Sociaal-emotioneel functioneren leerlingPratend oplossen
5. Artistiek of expressief vermogen leerling 
6. Lichamelijk functioneren leerling 
7. Opvoedingssituatie respectievelijk thuissituatie 

Stap 6: Psychologische nabijheid tussen de leraar en zijn leerlingen 

De docenten reflecteren op hun psychologische nabijheid tot hun leerlingen, wat inzichten geeft in hun interpersoonlijke relaties. In Figuur 5 wordt dit geïllustreerd.

Figuur 5 Voorbeeld van de psychologische nabijheid tussen docent en leerling

Van de ‘ik’ rechts tot het gemarkeerde punt X is sprake van een geringe afstand. Daarmee geeft Joris aan dat hij nauwelijks psychologische afstand ervaart tot leerling Josien.

Na de eerste zes basisstappen zetten de docenten vervolgens zes verwerkingsstappen de stappen 7 t/m 12. Dit is waar het echte inzicht begint. De verwerkingsstappen combineren twee of meer basisstappen of verbinden de constructen met een nieuw aspect. Hierdoor kan een construct op een andere manier worden bekeken.

Stap 7: Betrekken van de constructdefinities op de scores van twee leerlingen

Deze verwerkingsstap combineert informatie uit stap 3 en stap 4. De docent schrijft een portret over twee leerlingen op basis van de scores op zijn constructen. Hierbij worden de eigen definities (uit stap 3) en de scores van deze twee leerlingen (uit stap 4) met elkaar in verband gebracht. Het doel hiervan is om te ontdekken of de definities de lading dekken, zodra zij worden toegepast op de leerlingen. Joris schrijft Josien is snel van begrip, zij heeft snel door waar het om gaat bij uitleg. Josien is een vechtende oplosser, zij wordt altijd lichamelijk bij conflicten. Voor elke score op een construct wordt bovenstaande procedure herhaald tot alle positieve constructen of tegenpolen aan bod zijn gekomen. Het portret van

een leerling, dat zo is ontstaan, vormt een goed uitgangspunt voor een gesprek over het denken en oordelen over leerlingen. Hoe werkt dit door in de aanpak van de leerling en misschien nog wel belangrijker het handelen van de docent?

Stap 8: Combineren van tegenpolen met typen gedragsproblemen 

docenten onderzoeken de relatie tussen tegenpolen van constructen en de vier typen gedragsproblemen: situatief, relationeel, relatief en fluctuerend

Stap 9: Combineren van positieve constructen met sterke karaktereigenschappen

De positieve constructen uit stap 4 worden verbonden met sterke karaktereigenschappen volgens een classificatie van positieve psychologie, om de positieve aspecten van leerlingen te inzichtelijk te krijgen.

sterke karaktereigenschappen volgens een classificatie van positieve psychologie

Stap 10: Maken van een mindmap

Als opmaat voor een persoonlijk professioneel portret uit stap 11 maakt de docent op basis van de indeling van de persoonlijke constructen bij stap 5 een mindmap. Hierin visualiseert hij de samenhang van zijn constructen en de mate waarin de constructen belangrijk voor hem zijn.

Stap 11: Schrijven van een persoonlijk professioneel portret

Met de verzamelde gegevens en reflecties schrijven docenten een persoonlijk professioneel portret. Dit geeft inzicht in hun eigen onderwijsvisie en benaderingen. Bij het ontwerpen van het persoonlijk professioneel portret betrekt de docent alle gegevens die hij bij het doorlopen van de stappen heeft verzameld. Door tijdens het zetten van de stappen ‘in de spiegel te kijken’ kan een docent ontdekken welk type gedrag van leerlingen hem meer of minder aanspreekt en mogelijk ook waarom dat zo is.

Stap 12: Bespreken van het persoonlijk professioneel portret en de leervragen

docenten presenteren hun portretten aan collega’s bijvoorbeeld in het leerteam. Dit draagt bij begrip van eigen en elkaars sterktes en verbeterpunten. Op basis hiervan formuleert de docent nieuwe leervragen.

Een andere manier van systematische reflecteren zijn de zeven niveaus van Bateson en Dilts. Die verklaren waarom je gedrag aanpassen en lesvaardigheden verbeteren vaak niet het gewenste effect heeft op de klas!  in de het artikel over de niveaus van Bateson en Dilts wordt deze theorie verder toegelicht.

Op zoek naar praktische kennis over onderwijs en
een betrokken groep collega’s om samen mee te leren?

“Al je vragen over onderwijs, leren en lesgeven snel en op een pek beantwoord door
collega’s en andere experts”

‘Heb je vanuit je expertise of ervaring aanvullingen of kritiek op het artikel? Deze input is altijd welkom! Stuur dan een mail naar bastenberg@eenmeesterinleren.nl, zodat we informatie toe kunnen voegen of de fout kunnen herstellen!